Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

'Omdat ik dat zeg!'

Jaargang: 
3
Datum: 
27 mei. 2009
Nummer: 
20
Schrijver: 
Annegreet Hoving
ID:
520

'Omdat ik dat zeg!' Als we hadden moeten bijhouden hoe vaak onze ouders dat zeiden, dan hadden we onze studie wel op kunnen geven. Ze verbieden dit, ze verbieden dat. Toegegeven, het valt wel een beetje mee, maar herken je dat zinnetje van vroeger? Dacht je toen; 'Wat achterhaald, dat zij bepalen wat ik mag doen?!' We willen zien of het in de ogen van de HEERE ook achterhaald is.

De wet

De HEERE heeft de wet op twee tafels geschreven. Op de eerste tafel staat hoe we in liefde met de HEERE om horen te gaan. Op de tweede tafel staat hoe we in liefde met onze naasten om horen te gaan. Dat verschil in tafels is er niet voor niets. De liefde tot onze Schepper en Herschepper gaat voorop.
Tegelijk kun je de tweede tafel niet losmaken van de eerste. Je kunt God niet liefhebben en je naaste haten. Wij kunnen namelijk liefhebben door de Here. En wie niet liefheeft, die kent God niet, want God is liefde! (1Joh.4:8) Niet voor niets zegt Jezus: 'Het tweede hieraan gelijk is: 'Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.'' (Mat.22:39) Het gaat namelijk om dezelfde liefde. De liefde die de Here in ons werkt tot Hem, is dezelfde liefde die naastenliefde werkt.

Onze naaste naasten

De tweede tafel, over de liefde tot onze naaste, begint bij onze ouders. 'Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geven zal.´ (Ex.20:12)
Is het toevallig dat dit gebod de eerste is van de tweede tafel? Zoals je verwacht, het antwoord is nee. Je wordt geboren in het gezin. Hier begint je hele vorming. Dit is de plaats waar je het eerst in contact komt met je naaste. En ook is het de plaats waar het gebod van de naastenliefde zo belangrijk is. Straks zullen we zien waarom.

Wat is ouders eren?

Eerst willen we ons afvragen wat het betekent om onze naasten te eren en lief te hebben. Daarvoor moeten we de wet begrijpen. De HEERE openbaart Zichzelf in de wet. Hij vraagt van ons om naar zijn beeld te leven. De HEERE kan niet liegen (Num.23:19), want Hij is Waarheid (Joh.1:14). Daarom vraagt Hij van ons, dat wij niet liegen. Zo vraagt de Vader liefde, omdat Hij Liefde is.
De HEERE heeft ons mensen naar zijn beeld gemaakt. Hij heeft ons aangesteld als rentmeesters over zijn schepping. Dat is; de HEERE eert ons. Eren betekent namelijk; gewicht geven. De HEERE eert ons, doordat Hij ons gewicht geeft. Hij maakt ons, kleine mensen, tot rentmeesters naar zijn beeld. Dat is een enorme eer. In Jesaja 40 staat:

    'Alle vlees is als gras, en al zijn schoonheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af.'

Ja, nog sterker. Wij zijn van stóf gemaakt. Stof is hinderlijk, we schudden het van onze kleren af. Alle volken noemt de Here een stofje aan de weegschaal (Jes.40:15). Zo nietig! Zo klein!
Maar de Almachtige geeft ons waarde door ons naar ZIJN beeld te maken. Dit is geweldig! Wanneer wij dit rijke beseffen, juichen wij mee met Davids achtste psalm: 'Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij Hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. O Here onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde.'
Wij zijn van waarde, maar niet uit onszelf. Pas op voor hoogmoed en arrogantie. Wij zijn slechts stof. God heeft ons tot rentmeesters gemaakt. Zo ziet onze Vader ons. En daarom mogen wij ook onszelf zo zien. Zouden wij een hekel mogen hebben aan onszelf, wanneer God ons gekroond heeft met heerlijkheid en luister? Nee, wij mogen ook van onszelf houden. Niet omdat wij zo goed zijn, maar omdat God ons geëerd heeft door zijn liefde!
En zouden wij dan een ander haten? Nee, wij herkennen Gods werk ook in onze naasten. Want ook hen heeft de Here tot rentmeesters gemaakt. En wanneer de Here hen eert, gewicht geeft, dan moeten wij dat ook doen, dat is; dan moeten wij onze naasten liefhebben als onszelf.
Denk daar goed over na. Want dit gebod zegt ook hoe je om moet gaan met je broer en zus, met je leraren en juf. Het bepaalt ook je houding tegenover de overheid, die van de Here een speciaal gewicht heeft gekregen. Want er is geen overheid dan door God. En wie zich tegen de overheid verzet, gaat in tegen de instelling van God (Rom.13:1-2). Dit gebod zegt ook dat je het gewicht van de kerkenraad moet eren. Want aan hen geeft God de verantwoordelijkheid over de zielen van de gemeenteleden. Eert hen!
In het vijfde gebod vraagt de Here ons in het bijzonder onze ouders te eren om het gezag dat ze van de Here gekregen hebben voor de extra taak die ze hebben. Onze ouders eren is dus dat we erkennen dat onze ouders gezag hebben gekregen van de Here om ons tot zijn eer en tot ons heil op te voeden. En dat we ons daar ook naar gedragen, dus hen gehoorzamen, liefhebben en trouw zijn.

Paulus' argumenten

Ook Paulus (in Efeze 6) zegt, dat we onze ouders moeten gehoorzamen in de Heere, omdat het recht is. Dus, omdat de Here onze ouders het gewicht gegeven heeft om ons gelovig op te voeden tot het eeuwig heil, moeten wij onze ouders eren. Onze ouders gehoorzamen in de Here betekent hen gehoorzamen, omdat dit onderdeel is van onze gehoorzaamheid aan God, die ons verlost heeft uit de slavernij van de zonde.
Dat zegt Paulus ook tegen de slaven:

    'Slaven, weest uw heren naar het vlees gehoorzaam met vrezen en beven, in eenvoud uws harten, als aan Christus (Ef.6:5-6).'

De slaven moeten hun heer gehoorzamen, omdat zij zo aan Christus gehoorzaam zijn. Dat geldt voor ons met betrekking op onze ouders. Willen wij Jezus gehoorzamen, dan moeten wij onze ouders gehoorzamen.

Paulus zegt nog iets. We moeten onze ouders ook gehoorzaam zijn in de Here, omdat het recht is. Hij beveelt de vaders om hun kinderen niet te verbitteren, maar op te voeden in de tucht en in de terechtwijzing van de Here (vers 4). Hij beveelt de kinderen om hun vader en moeder gehoorzaam te zijn (vers 1). Deze gezagsverhouding heeft de Here geschapen om de geslachten op te voeden tot zijn eer, tot opbouw van zijn kerk en tot heil van de kinderen. Zo heeft de Here het in de schepping gelegd. Net zoals hij de man als hoofd van de vrouw heeft gemaakt en hem vraagt haar eer te bewijzen omdat zij mede-erfgenaam is van de genade (1Petr.3:1-7).
Als we zo leven, leven we naar Gods bedoeling. Dan functioneert de schepping goed! Dan functioneren kerk en maatschappij. Daarom is het ook recht, terecht en goed, om dat te doen!
Ja, zo is de tucht van je vader en de onderwijzing van je moeder een liefelijke krans voor je hoofd en als een ketting om je hals (Spr.1:8,9).

Goed doel

Het vijfde gebod zegt ook iets voor de ouders. Het tweede doel van het huwelijk is, om onder de zegen van de HEERE mee te werken aan de uitbreiding van het menselijk geslacht (bladzijde 556 van het kerkboek). Ouders moeten hun kinderen, wanneer zij die van God ontvangen, opvoeden in de kennis en dienst van de Here. Dat houdt een opvoeding in tot zijn eer. En tot opbouw van zijn kerk en tot heil van die kinderen.

Die zin – tot zijn eer, tot opbouw van zijn kerk en tot heil van die kinderen - is heel goed te begrijpen. Iemand kan zijn hele leven boven een schat wonen, zonder dat hij die schat vindt. Want om daar te komen moet je weten dát er een schat is en je hebt een schatkaart nodig. Dat is de opdracht aan ouders. De schat is in dit geval het hemels Koninkrijk. Ouders moeten hun kinderen de weg daar naar toe leren. Zij hoeven hun kind niet te leren snoepen, daar houden alle kinderen van. Maar ouders moeten hun kinderen leren God te vinden door in de Bijbel te lezen en die te leren begrijpen en te leren bidden. De HEERE wil de kinderen door de ouders grijpen, zij mogen functioneren als zijn hand. Wanneer wij niet naar onze ouders luisteren, dan weigeren we Gods werk met ons. We kwetsen God, want het gewicht dat Hij aan onze ouders heeft gegeven, negeren wij. We zullen hier straks nog verder op in gaan, wanneer we het hebben over de zwakheden van onze ouders.

De HEERE wil dit gebod ook gebruiken om Zijn relatie tot ons duidelijk te maken. Hij gebruikt het voorbeeld van de aardse vader om te laten weten hoe Hij is voor zijn kinderen. Zo zegt de Here Jezus bijvoorbeeld:

    'Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.'

(Mat.7:9-11) Zo mogen ouders en kinderen vanuit het gezinsleven een zoutend zout en een lichtend licht zijn in de buurt en familie.

Ook in zwakheid geduld

In zondag 39 belijden we dat we geduld hebben met onze ouders in hun zwakheid en gebreken.
Hierbij is het belangrijk om twee situaties te onderscheiden.
De eerste situatie is een bedreigde situatie, zoals incest of mishandeling. Hierbij kan het vijfde gebod misbruikt worden. Vader of moeder, broer of zus zegt: 'Niets zeggen, want dan wordt vader opgepakt. Dan eer je hem niet. Dan zondig je tegen de Here.' Wanneer het kind het dan toch vertelt, is hij of zij opeens de dader. Maar niets is minder waar. Nooit mag dit tegen het kind gezegd worden. Iedereen die van een dergelijke zonde afweet, heeft de plicht aan deze gruwel een einde te maken, want het is de Here een gruwel (Lev.18:29-30). Zo gebruikt de satan ook een verschrikking als incest om mensen bij God weg te houden. Dat kan het heil van het kind in de weg staan. Want hoe kan het kind lezen wat er in psalm 103 vers 13 staat?

    'Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen.'

(Ps.103:13) Het kind ziet in de ontfermende Vader haar dreigende, begerige vader. Hiervoor heeft de Here de overheid het zwaard gegeven.
De tweede situatie is een verdrietige situatie. De ouders willen oprecht godvrezende ouders zijn, maar zij verhinderen toch een blij gezinsleven door bijvoorbeeld hun karakter. Wanneer zij in zwakheid vallen dan moeten we geduld hebben. Wel mag je opkomen voor het recht. Niet door opstandigheid, maar door te vragen om recht. We moeten geduld met onze ouders hebben. Zoals de HEERE met ons geduld heeft en ons vergeeft. Denk maar aan de gelijkenis van de man van wie een grote schuld werd kwijtgescholden door de koning, maar die daarna zelf iemand in de gevangenis zette om een kleinere schuld. Denk ook eens aan de dag dat Noach dronken was (Gen.9:18-29). Cham zag zijn vader dronken en naakt in de tent. In plaats van hem een kleed over te doen, riep hij zijn broers erbij. Om deze oneerbiedige houding werd Cham vervloekt. Zouden wij, van wie al onze zonden vergeven zijn door Jezus offer, onze ouders aanklagen en niet vergeven wanneer zij in zwakheid vallen?

Dankbaar en blij

In Deuteronomium 6 geeft de HEERE aan ouders de opdracht om hun kinderen Gods geboden in te prenten. Vaders moeten eerst de geschiedenis vertellen van de slavernij in Egypte en van de verlossing hieruit door God. Zo wil de HEERE ons telkens wijzen op de verlossing, zodat wij uit dankbaarheid zijn geboden wíllen houden. Door ons aan de wet te houden blijven we leven in verbondenheid met de God van het verbond. Zo blijven we uit de slavernij van de zonde. Door te liegen wordt iemand gevangen gehouden door zijn geweten die telkens zegt: 'Je weet dat het fout is.' Door overspel en echtbreuk worden kinderen levenslang gevangen gehouden door bijvoorbeeld onzekerheid en gebrek aan vertrouwen. Juist door zijn geboden geeft God ons een vrij leven.
Wanneer wij dus klagen over onze ouders, laten wij dan denken aan de verlossing van de Here. Dan willen wij vrij blíjven in Christus en proberen te leven zoals God dat wil. Dan willen we dankbaar en blij doen wat Hij van ons vraagt. Helemaal als we weten dat Hij dit van ons vraagt tot zijn eer en tot ons behoud!

Dus..

Onze ouders wijzen ons de weg naar de HEERE. Dus wanneer zij iets zeggen over je kleding, over je tijd van thuiskomen of over de kroeg en zeggen: 'Omdat ik dat zeg!' Dan weet jij: Omdat de Here het zegt! Je eert hen, erkent hun gewicht, omdat je zo de HEERE eert, tot opbouw van zijn kerk en tot je eigen heil!
Het is moeilijk voor ons om onze ouders te eren. Want we leven in een tijd waar het niet gaat om wettig gezag, maar om functioneel gezag. De wereld zegt: wanneer ouders niet goed functioneren als ouders, dan luister je niet naar ze. Maar wij willen leven zoals God dat van ons vraagt. Hij geeft onze ouders gewicht, ze hebben een door God gegeven wéttig gezag. Ze hoeven niet eerst te laten zien dat ze goede ouders zijn.
Wanneer wij als kinderen in onze eerbied te kort schieten, bid dan om vernieuwing in denken. Om kracht van de Here. Zeg tegen je ouders dat je verkeerd was. Weet dat er bij God bij oprecht berouw vergeving is. De vader uit de gelijkenis in Lucas kuste de jongste zoon toen hij terug kwam, nadat hij de brutaal gevraagde erfenis verspeelt had. Hij deed een ring aan zijn vinger, een jas om zijn schouders, hij slachtte het gemeste kalf. Onze hemelse Vader heeft zijn eigen Zoon gegeven, tot vergeving van onze zonden. Laten we dan leven als Zijn dankbare kinderen.