Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Nooit stoppen met vergeven

Jaargang: 
10
Datum: 
15 jun. 2016
Nummer: 
12
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1635
Rubriek: 


Tot zeven maal zeventig maal, vergeef ik een ander zijn schuld... Het is een bekend kinderliedje. Misschien daardoor is de tekst uit Mattheüs 18 vers 21 en 22 ons zo bekend. Zou een ander, een buitenstaander, deze tekst kunnen herkennen in ons gemeenteleven? In onze eigen levens?

We leven van genade

Het lijkt bekende koek, maar wat is het belangrijk om elkaar eraan te blijven herinneren dat de kinderen van de HEERE leven uit de vergeving van de zonde. Zo is het altijd geweest. Het Oude en Nieuwe Testament staan er vol mee. Bij herhaling benadrukt de HEERE dat Hij de God van het verbond is en trouw is aan zijn beloften. Bijvoorbeeld in Numeri 14:18 waar staat:

De HEERE is geduldig en rijk aan goedertierenheid, Hij vergeeft de ongerechtigheid en de overtredingen, Hij houdt de schuldige zeker niet voor onschuldig en vergeldt de ongerechtigheid van de vader aan de kinderen, tot in het derde en het vierde geslacht.

Leest u ook eens Ex. 34:6,7; Deut. 5:10 of 2 Kron. 30:9. Zo zijn er nog veel meer plaatsen. Het is Gods verbonds-trouw, waardoor Hij het volk het leven geeft. Bij de HEERE is vergeving, opdat Hij gevreesd wordt (vgl. Ps. 130). Het is Gods verbondstrouw en bewijs van zijn liefdevolle genade dat Hij het volk telkens weer herinnert aan zijn sterke arm en uitgestrekte hand toen Hij het volk uit Egypte leidde.

Naast het Oude, spreekt ook het Nieuwe Testament hiervan. De gemeente leeft van het Evangelie: vrijspraak van de aanklacht van de wet. Vergeving van de zonden; kwijtschelding van de schuld en straf. Met daaraan verbonden: het eeuwige leven.

We leven in verbondsgemeenschap met God door Jezus Christus, uit genade, omdat God ons onze schulden vergeeft en ons de gerechtigheid van Christus toerekent. Neem de vergeving van de zonden weg, en de gelovigen zijn de allerbeklagenswaardigste van alle mensen. Dan hebben wij immers geen vrede met God? Dan hebben wij geen troost, in leven noch in het sterven. Dan halen wij geen troost of zekerheid uit het offer van het kostbaar bloed van onze Here Jezus.

De HEERE vergeeft, het is een activiteit. Het is wat God steeds doet en wat wij het meeste nodig hebben. We kunnen het ook nooit missen. Het is niet iets gewoons. Het kan er gauw insluipen als we zeggen dat we rechtvaardig voor God staan in Christus. Dan wordt het misschien gauw gemakkelijk. De dagelijkse bekering en de dagelijkse bede om vergeving van onze schuld kan niet gemist worden, net zo min als de bede om het krijgen van ons dagelijks brood.

Taak van de gemeente

De kerk heeft als taak deze vergeving te verkondigen. De kerk van Christus, die vrucht is van het werk van de Geest van Christus, heeft van God de bevoegdheid en de opdracht gekregen om het Evangelie te verkondigen. Verkondiging van schuld én verlossing, straf én vergeving. De ambtsdragers zijn geroepen om te binden en te ontbinden (vgl. Joh. 20:23).

De zondaar leeft uit vergeving en wil daarom ook de anderen vergeven. Moet daarom ook anderen vergeven. Denk aan de gelijkenis van de koning die afrekening wilde houden met zijn slaven, waarbij de gelijkenis uitloopt op het straffen van de slaaf die niet van harte zijn schuldenaren vergeeft (Matt. 18:21 e.v.). Denk ook aan de vijfde bede van het Onze Vader, waar wij bidden: vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven hen die ons iets schuldig zijn.

De gemeente als geheel en de gemeenteleden afzonderlijk leven van die genade en barmhartigheid. Die ongelooflijk grote genade mag en moet helder oplichten in het leven van de gelovigen, in het vergeven van 'hen die ons iets schuldig zijn'. Eén keer? Misschien een tweede en een derde keer? Nee, zeventig maal zeven maal. Oneindig veel, in alle omstandigheden. Immers, wie kan vergeving ontvangen, als hij of zij zelf niet bereid is om te vergeven?

Gelijk ook wij vergeven, zo staat in de 5e bede. De uitleg-gers zijn er snel bij om te zeggen dat dit geen grond is voor Gods genade, en terecht. Want, wie kent de maat van zijn verborgen kwaad? Wij zijn ook niet in staat om de hoogte, diepte en lengte van onze eigen schuld bij God te kennen. Toch mogen we weten en op Gods belofte vertrouwen, dat Hij die schuld in Christus wil vergeven. Ruimhartig, zover het oosten is van het westen. Op gelijk wijze mogen wij ook hen die ons iets schuldig zijn, vergeven. Eén keer, twee keer? Nee, zeventig maal zeven. En als die ander z'n schuld niet bekennen wil, en niet om vergeving vraagt? Dan nog hebben we telkens het verlangen om te vergeven. We staan klaar om te vergeven. We hebben geen boze, haatdragende gezindheid. Bedenk daarbij ook dat het beter is onrecht te lijden dan onrecht te doen.

Onze verhouding tot God

Als we ons leven toetsen aan de norm van Gods wet, weten we dat we ver af staan van de volmaakte dienst van God. Hoe leef ik voor de HEERE? Wat betekent mijn verbonden-zijn door het geloof voor mijn omgang met mijn naaste? Hoe sta ik bekend op mijn werk? Bij mijn buren? Bij mijn klasgenoten? Wat betekent de verbondsgemeenschap met God voor mijn inzet voor het werk in de kerk? Mijn offervaardigheid? In het omzien naar elkaar? Zijn er zaken waarmee we een ander lid van Christus' gemeente hebben gekwetst of onrecht hebben aangedaan? Wie van ons is niet vriendelijk zolang we aardige en lieve dingen te horen krijgen, maar als er kritiek komt, wie heeft dan niet de neiging om geprikkeld en geïrriteerd te zijn?

Wie van ons zal niet erkennen dat we in van alles en nog wat tekortschieten? Past u dit maar toe op een voorbeeld uit uw eigen kerkelijk leven. Uit uw gezinsleven. Natuurlijk zijn bij een conflict altijd meer partijen betrokken en is de ontstane, vervelende situatie wellicht niet alleen aan u te wijten. Maar, wat was uw aandeel hierin? Hoe heeft de ander uw spreken ervaren? De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, niet opdringerig, niet hooghartig, niet afgunstig, niet opgeblazen, zij zoekt niet zichzelf, zij wordt niet verbitterd (1 Kor. 13:4 e.v.). Bij wie snijden deze woorden niet in het vlees?

Deze kritische blik, dit beproeven van onze eigen handel en wandel, zal ons bescheiden maken. Elke keer als u zich deze vragen stelt en u uw leven toetst aan Gods norm, dan krijgt u een steeds beter besef hoe ver wij af staan van de volmaakte dienst aan God. Immers, wij dienen de HEERE niet met zoveel ijver als wij verplicht zijn, zegt het Avondmaalsformulier. We krijgen door ons steeds weer te beproeven een steeds beter zicht op onze verhouding tegenover God, namelijk als die van kleine zondaren tegenover de almachtige, heilige Schepper van de hemel en de aarde.

Schuld belijden

Wanneer u zo besef krijgt van uw zonde, durft u die dan ook te belijden? Stelt u zich een situatie voor dat u zich met de beste bedoelingen toch op glad ijs hebt begeven? Dat u een kwaad gerucht hebt verspreid over iemand? Of, dat u zich met de beste bedoelingen ergens in mengt, waarbij u achteraf moet toegeven dat u zich er beter niet in had kunnen mengen? Durft u ruiterlijk van uzelf te zeggen tegen een medebroeder of -zuster: ja, daar was ik fout in? Toont u uw oprechte berouw, zoals die Israëliet uit Leviticus 6? Dr. R.H. Bremmer schrijft in een preek bij Zondag 51 HC over hem:

'Het gaat hier over een Israëliet die iets waardevols heeft gevonden, dat één van zijn broeders had verloren. Toen hem gevraagd werd of hij het gevonden had zei hij in eerste instantie nee. Het was misschien een kostbare gouden ring en hij had het voor zichzelf gehouden. Later kreeg hij er spijt van. Hij had toch moeten zeggen dat hij die gevonden had. Dat doet hij nu dan ook en hij geeft het gevonden voorwerp aan zijn broeder terug. Maar, daarmee was de zaak nog niet aan een eind. Door eerst te zeggen dat hij het niet had gevonden had hij gezondigd tegen de HEERE. Hij nam daarvoor dan een ram uit zijn kudde, ging daarmee naar de priester en beleed voor hem zijn zonde.'

De verbondsverhouding was verstoord, maar door zijn belijdenis van zonde, vergeeft de HEERE hem zijn schuld in de weg van verzoening.

Wanneer ons zondebesef en onze ellendekennis toeneemt, leren we steeds beter beseffen hoe groot onze zonde-schuld is en hoe groot Gods genade is in Jezus Christus jegens ons, dan groeit de basis voor onze vergevings-gezindheid jegens onze naaste. We moeten bij de ander acht slaan op het beeld van God, aan wie wij alle eer en liefde verschuldigd zijn. Te meer bij de huisgenoten, omdat bij hen door de Geest van Christus het beeld van God vernieuwd en hersteld is.

Liefhebben

Elkaar oneindig vaak vergeven kan alleen als we elkaar liefhebben. Dat hebben we nodig. We moeten elkaar liefhebben. Dat hebben we nodig om elkaars zonden, tekorten, slechte woorden, misdragingen, onaangename karaktereigenschappen, venijnige brieven of opmerkingen te kunnen vergeven. Nu wij overgezet zijn van het duister in het licht, nu de HEERE ons apart heeft gezet om als 'nieuwe mensheid' voor zijn aangezicht te leven, laten we elkaar dan ook liefhebben (vgl. 1 Joh. 4:11,12).

Laten we in dat besef leven en met elkaar handelen in de wetenschap dat Christus in ons midden is. Dat we deel uitmaken van zíjn gemeente! Het is niet ons bezit, onze vereniging, onze prestatie, maar Hij heeft het lichaam gekocht door zijn kostbaar bloed. Als we onze zonden wel 'vlotjes' voor Hem kunnen belijden, wat is dat waard als we onze tekorten en zonden jegens elkaar niet durven zeggen? In het besef dat Hij aanwezig is in ons midden kunnen wij echt vergevingsgezindheid zijn en zo laten zien hoe goed het is om als broeders samen te wonen. Wat kunnen conflicten de gemeentes in de greep houden, maar wat kan de gemeente een helder licht laten stralen als ze leeft vanuit Gods genade.

Voor Gods aangezicht

We zijn gemeente voor Gods aangezicht. We zijn niet zomaar een clubje, maar Christus is in ons midden. Bij het spreken met de ander, is ook Christus daar. We vormen het lichaam van Christus. Geen enkel lichaamsdeel werkt alleen voor zichzelf. We werken allemaal samen in dat lichaam.

Wie aan Christus verbonden is, zal samen met de gemeente de kracht van de vergeving opmerken en door kunnen geven. Als dit niet gebeurt, is het een voedingsbodem, een bres in de gemeente waar de satan vrucht, wrange vruchten, uit zal slaan. Satan weet wat het doet als de eerste liefde verdwijnt. De blijdschap verdwijnt, de wezenlijke troost verdwijnt. Hoever staat het er dan nog vanaf dat de poorten van de hel haar overweldigen? Waar de bereidwilligheid verdwijnt om elkaar te vergeven, gedreven door de liefde van Christus, daar wordt de gemeente in groot gevaar gebracht.

Laat onze bede daarom zijn, ook voor ons gezamenlijk leven in de gemeente:

Wil ons, arme zondaren, om het bloed van Christus geen van onze misdaden toerekenen en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is, zoals wijzelf ook als een bewijs van uw genade in ons opmerken, dat wij het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven!

(Zondag 51 HC).