Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De nieuwtestamentische liturgie

Jaargang: 
2
Datum: 
17 dec. 2008
Nummer: 
45
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
434
Rubriek: 

Bij liturgie denken wij allereerst aan de zondagse kerkdienst en de gang van zaken in de eredienst. Maar de oorspronkelijke betekenis van dit woord is: de dienst aan de gemeenschap, de rijksdienst.
Van lieverlede is het woord gebruikt gaan worden voor de eredienst. Maar op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament wordt het gebruikt voor de dienst in het Rijk van God, voor het metterdaad brengen van offers in de eredienst voor de HEERE, voor ons hele leven voor de HEERE.
Door de komst van Christus mogen wij elke dag leven van de genadegaven van de HEERE, dat Hij ons geeft Hem te dienen zonder vrees, verlost uit de hand van de vijanden.

    68 Geloofd zij de Here, de God van Israël, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht,
    69 en heeft ons een hoorn des heils opgericht
    71 om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten,
    74 dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost,
    75 Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen, Luc.1:68-75.

Vrees

Dienen zonder vrees. Dat is: dienen uit liefde. Bij de heidenen was het en is het nog zo: daar worden de afgoden gediend uit vrees. Telkens moeten er offers gebracht worden om dreigend onheil af te weren. Om op die wijze als het ware de gunst en hulp van de „goden" te kopen. Hoe worden de heidenen niet helemaal beheerst door vrees.
Onder Israël was er ook steeds de vrees voor de HEERE. Dat is al begonnen in het paradijs na de zondeval. We hebben toen geprobeerd ons voor de HEERE te verbergen.
Wij hebben immers alle reden om bevreesd te zijn. Juist wij, die de HEERE hebben leren kennen, naardat Hij te vrezen is. Wij weten immers van het oordeel dat komt. Niet maar de dood jaagt vrees aan, maar juist het oordeel dat daarop volgt. Het is dan ook geen wonder dat steeds wanneer een afgezant van de HEERE de mens bezocht, die mens niet wist waar hij zich moest bergen vanwege zijn vrees. Steeds weer horen we in de Schrift : vreest niet! Steeds weer immers leeft de mens in vrees, als hij de HEERE moet ontmoeten.
Het zijn niet alleen de heidenen, in de gewone zin van het woord, die zo in vrees leven. De moderne mens leeft eigenlijk steeds in vrees en angst. En daarom geeft hij zich over aan de bandeloosheid, daarom probeert hij zijn vrees weg te dringen door zich over te geven aan een roes.
De doorwerking van de kredietcrisis wordt voor een groot deel veroorzaakt juist door vrees! Vrees voor de toekomst. Voor verdere financiële verliezen. De kooplieden van de aarde staan van ver en wenen. De HEERE laat ons vandaag zien dat de mens wel kan denken zijn leven in te richten in voorspoed en veiligheid, maar de HEERE blaast er in en niets blijft dan meer overeind staan.

De vijanden

De belofte van de HEERE vanouds is dat wij verlost worden uit de hand van onze vijanden.
Wij weten wel wie die vijanden zijn! In zondag 52 worden ze genoemd: de duivel, de wereld en onze eigen zondige vlees. De duivel is aan één stuk door bezig te trachten de HEERE te beroven van wat Hem toekomt: de liefde van de Zijnen.
De duivel probeert alle mensen in zijn greep te krijgen, en het meest dan nog de gelovigen.
Maar de verlossing uit de hand van de vijanden betekent een liefde zonder vrees. Want in de liefde is geen vrees, maar de liefde die totaal is geworden, die uitgegroeid is, de volmaakte liefde, drijft de vrees uit (1 Joh.4:18).

Geen dienst aan de HEERE

De grote oorzaak van de vrees is het vergeten van de HEERE. De Schrift spreekt over mensen, die in duisternis zaten en in de schaduw van de dood – en waarom? Omdat zij ongehoorzaam waren aan Gods geboden en de raad van de Allerhoogste verworpen hadden, Ps.107:10-11; Luc.1:79.
De echte liturgie, de ware rijksdienst immers is het samen met alle heiligen de HEERE te dienen en omzien naar elkaar. Zo spreekt de apostel over het dienen van God in verband met de collecte voor de gemeente van Jeruzalem, die armlastig was geworden, Rom.15:27, 2 Kor.9:12.
Vanuit de verlossing worden we opgeroepen tot het brengen van het offer van ons leven, in ons lofprijzen van de HEERE en in het Hem aanbidden. Door de Geest van God dienen wij Hem, Filip.3:3.
Die dienst aan God ontbreekt in de wereld ten enenmale. Het is en wordt steeds meer zo dat de mensen liefhebbers van zichzelf zijn! Het is de hebzucht en het materialisme van de grote massa, waardoor momenteel uiteindelijk de door de mens opgebouwde torens van Babel, de vermeende eigen zekerheden, op instorten staan.

Vreest niet

Telkens weer in de Bijbel lezen we het troostvolle woord van de HEERE: vreest niet! Zo sprak de HEERE tot Abraham. Abraham vrees niet, Ik ben uw schild, uw loon zeer groot.
Zacharias mag door de Geest de redding verkondigen. Hij spreekt van de hoorn van heil, van verlossing: uit de hand van de vijanden verlost!
Dat is Gods gave in Christus. Want wij delen in de zonden van de mensen.
Wij moeten dan ook ons wel beproeven en de HEERE vragen ons te ontdekken aan de zonde van materialisme en eigenliefde met de bede:
Doorgrond mij o God en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg, Ps.139: 23-24.
Die weg is een smal pad van zelfverloochening en het blijmoedig opnemen van het kruis bij het volgen van Christus. Het is Hem dienen in heiligheid en gerechtigheid. Dat werd gezegd van Zacharias en Elizabeth. “Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heeren, onberispelijk. Luc.1:6.
Zou dat ooit van ons gezegd kunnen worden? In dit leven zullen wij immers de volmaaktheid nooit bereiken. Toch zegt de HEERE tegen ons, dat Hij, al is het dat ons geweten ons aanklaagt, ons de gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, als hadden wij nooit zonde gehad noch gedaan, ja als hadden wij zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor ons volbracht heeft.
Wij mogen immers verlost zijn uit de hand van de vijanden. Vijand nummer één is de duivel, die grote aanklager, die onze broeders heeft aangeklaagd, dag en nacht. Wat probeert hij ons niet een angst in te boezemen! Maar we hebben hem al overwonnen en hij is uit de hemel geworpen. We zijn uit zijn heerschappij immers verlost! Wie zal dan ook beschuldiging uitbrengen tegen de uitverkorenen Gods?
Vrees dus hem maar niet, vrees niet degenen die wel het lichaam kunnen doden, maar de ziel niet kunnen doden.
De HEERE heeft dat onder het Oude Verbond al zo duidelijk gezegd. Als ze moesten optrekken naar de drie grote feesten – hoe moest dat dan, als je je huis en je bezittingen zomaar moest achterlaten?
Dat lag dan alles open en onbeschermd, de vijand kon er zo intrekken. Maar de HEERE gaf toen al Zijn belofte, in Exodus 34: niemand zal uw land begeren, wanneer gij opgaat om voor de HEERE te verschijnen op de grote feesten in Jeruzalem. Geen vrees dus: al wankelde de aarde en werden de bergen verzet in het hart van de zee, want de HEERE is met ons, Immanuël!
Alleen in Christus mogen we zo ons vertroosten.
Maar dat bevrijd zijn van de vrees is dan zó bepaald: Hem dienenzonder vrees. Het is dus voor de dienst des HEEREN, om die dienst te maken tot een ware liefdedienst. De HEERE vraagt immers het hart van Zijn volk, het gehele hart.
De HEERE vervult Zijn belofte, die Hij door Zijn knecht Jeremia liet verkondigen, dat Hij een nieuw verbond zou geven. Het nieuwe van dat verbond is dat de Geest van Christus de wet schrijft op de tafel van ons hart.
En dat is nu de gave van Christus: er komt een volk, dat Hem van harte dient, met ingespannen krachten. Het is van a tot z het werk van de HEERE: Hij werkt in ons het willen èn het werken naar Zijn welbehagen.
Nu jaagt de dood geen angst meer aan. Nu mogen wij voor Gods aangezicht leven in vrede en blijdschap, zonder vrees.