Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Mag er iets bij, of af?

Jaargang: 
11
Datum: 
23 mrt. 2016
Nummer: 
1
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1608
Rubriek: 


Wie polsen we als eerste als we voor een probleem staan om op te lossen? Dan kiezen we iemand die eerlijk is, kennis van zaken heeft, inzicht en verstand en ons met goede bedoelingen zal helpen omdat hij het beste met ons voor heeft. Iemand waarbij ons belang veilig is, waar we op kunnen bouwen. Dat is een persoon die we kunnen vertrouwen.Het gaat dan om iets dat belangrijk is, bijvoorbeeld een grote aankoop, het onderhouden van een vriend-schap, het behandelen van de eigen lichamelijke of geestelijke gezondheid, het vervullen van je plaats in de samenlevingsverbanden hier op deze wereld.Wie zullen we vragen? We zoeken een betrouwbare bron. We zullen antwoord zoeken op de vraag: wat is waarheid? We zullen nagaan wat in overeenstemming is met de feiten en de werkelijkheid. Ten aanzien van levensvragen zal het antwoord richting geven aan ons doen en laten. De vraag is natuurlijk of het te ontvangen advies wel honderd procent juist is. Dat weten we nooit helemaal zeker. Geen mens weet alles, kan alles overzien. Dat geldt ook voor de grootsten van deze aarde in de wereldgeschiedenis. Hoe komen we aan betrouwbare leiding?

De HERE altijd vasthouden

Het zoeken van een betrouwbare gids zien we ook bij Mozes. Als hij een opvolger moet zoeken om leiding te geven aan het volk Israël na zijn heengaan. Het kerkvolk heeft goede leiding nodig, opdat het kerkvolk behouden aankomt op de plaats van bestemming.

Wat is voor Mozes het belangrijkste? Naar wie gaat hij toe?

Het belangrijkste in het leven is dat de HERE blijft.

Mozes vraagt aan de HERE om zijn opvolger aan te wijzen (Num. 27:16,17). Want wie kan er nu beter een opvolger aanwijzen dan de HERE Zelf? Hij is de kenner van de harten en Schepper van alle mensen, van ieder mens met de eigen bekwaamheden. Mozes is zich dat goed bewust, hij bedrijft geen vriendjespolitiek, is onbaatzuchtig, probeert niet voor een vriend of vertrouweling een aanzienlijk ambt te veroveren; hij geeft het vraagstuk van de opvolging geheel in de hand van de HERE. Het is heel belangrijk dat het kerkvolk leiders krijgt die leiding geven geheel en al in overeenstemming met Gods Woord en van dat Woord niets verzwijgen. Mozes weet het, door het geloof, zeker: de keus van de HERE is de juiste. En dat blijkt heel spoedig. Jozua wordt aangewezen.

Jozua is dapper, heeft Amalek verslagen (Ex. 17), is nederig en trouw zoals bij het beklimmen van de berg (Ex. 24), blonk uit in geloof en vertrouwen bij het uitbrengen van zijn oproep om te vertrouwen op de onwankelbare beloften van de HERE om het land Kanaän binnen te trekken (Num. 14).

Jozua is een man met de Geest vervuld, Mozes moet hem de hand opleggen in tegenwoordigheid van de priester en de gehele vergadering (Num. 27:18,19). Het opleggen van de handen is het zichtbare symbool van de bevestiging in het ambt. Iedereen moet weten dat Jozua de opvolger zal zijn.

God verhoogt degene die niet zijn eigen eer najaagt. De ambtsdrager moet zich stipt houden aan Gods Woord.

De HERE vraagt gehoorzaamheid

De HERE vraagt gehoorzaamheid aan Zijn Woord. En wel omdat Hij is de Schepper van hemel en aarde en overal het recht heeft op het hoogste gezag. En omdat Hij aan mensen de weldaad van de verlossing van zonden geeft. Deze herschepping vraagt om vrijwillige onderwerping.

Hij is de HERE, Hij heeft het kerkvolk verlost uit het land van de zonde (Lev. 19:36), en Hij zegt dat Zijn volk Zijn inzettingen nauwgezet in acht moet nemen (Lev. 19:37). Hij is de HERE, de Almachtige, de Alwetende, de Eigenaar van hemel en aarde. Hij heiligt Zijn volk door het afzonderen van hen uit de wereld. Dat doet Hij door Zijn volk te rechtvaardigen, uit genade, door de verdienste van Christus en door Zijn volk door de Geest te vernieuwen en zo in staat te stellen tot een heilig leven (Lev. 20:8). Zelfs in de ballingschap bewaart Hij daartoe Zijn kerk met de belofte om dat eeuwig te doen (Ez. 37:28).

De HERE geeft volmaakt onderwijs

Mozes geeft in zijn afscheidsrede aan het kerkvolk de opdracht om Gods Woord ongeschonden te bewaren: niets erbij en niets eraf (Deut. 4:2).

Heel begrijpelijk en heel liefdevol.

Want de HERE weet dat wij van nature weglopers zijn, bevlekt met zonde. Het is niet gemakkelijk om hard-nekkige harten te onderwerpen en ongedurige mensen vast te houden in hun eerbied voor de almachtige God. Hij toont Zijn liefde door het kerkvolk nauwkeurig te gebieden niets aan Zijn woorden te veranderen. Want die woorden zijn volmaakt, zoals Hij Zelf volmaakt is, heilig is, betrouwbaar is, liefde is. Hij zoekt het allerbeste voor Zijn volk. Mozes kan ervan meepraten, alleen al door de aanwijzing van zijn opvolger.

Al Gods geboden zijn onveranderlijk, mensen mogen deze niet aanpassen aan de omstandigheden (Deut. 12:32). Er is geen andere wettige dienst aan God dan die waarvan Hij in Zijn Woord betuigt dat deze door Hem is goedgekeurd.

In zijn afscheidsrede hoeft Mozes niets aan zijn onderwijs toe te voegen. In zijn woorden klinkt geen spoor van twijfel. Hij is er helemaal zeker van dat hij aan het volk de rechte weg wijst. Veertig jaren was hij hun herder en leidsman. Belangeloos. Aan het einde van zijn leven weet hij het zeker dat hij van zijn prediking niets behoeft terug te nemen. In zijn leiding, waarin menselijke zwakheid niet ontbrak, heeft hij het volk altijd weer naar de HERE en Zijn Woord gebracht.

Gods Woord is werkelijkheid

Het Woord van de HERE is werkelijkheid en het zal blijken dat elke trouwe profetie uitkomt, ook al wordt het gesproken in een tijd waarin Gods Woord schaars is en velen er de voorkeur aan geven dat Woord niet te horen. Micha, de trouwe profeet, gaf, te midden van vierhonderd ontrouwe profeten, als enige het Woord van de HERE getrouw weer. Daarom werd hij door Achab naar de gevangenis gestuurd om daar brood en water der verdrukking te ontvangen. Maar het woord van de HERE werd gerealiseerd. De legers van de koningen Achab en Josafath werden verslagen en koning Achab stierf (1 Kon. 22:8,13-38).

Gods Woord is zuiver

Alle woorden van God zijn gelouterd. Deze wijsheid geeft de HERE ook aan ons door in het Spreukenboek. Iedereen die bij Hem schuilt, zal Hij beschermen. Daarom moeten wij Zijn woorden ongewijzigd bewaren want anders zullen we eens als een leugenaar ontmaskerd worden (Spr. 30:5,6). Immers door toevoegingen wordt Gods Woord verontreinigd. Uit fijn goud kunnen we niets halen. In plaats van fijn goud krijgen we dan een mengsel van goddelijke woorden en menselijke hoogmoed. Hoe overmoedig, zelfoverschattend, eigenwillig is het om te denken ook maar iets aan Gods woorden te kunnen toevoegen, of ervan af te doen, en dan te verklaren dat het een verbetering of de juiste uitleg is.

We zien in de kerkgeschiedenis zo vaak dat, zodra de mens er weer een beetje bovenop komt, hij zijn God weer gaat verzoeken in een poging om aan God gelijk te worden. En dat zal nooit en te nimmer gebeuren. Wij moeten God erkennen als onze God. Meer kan niet, met minder komen we ook niet uit. In onze eigenwijsheid mogen we Gods wijsheid niet tekort doen en ook niet teniet doen. Iedereen die Gods Woord aanpast, haalt God Zelf neer en aanbidt een denkbeeld, een afgod. In het tweede gebod waarschuwt de HERE ons nadrukkelijk om deze zonde niet te begaan.

Gods Woord niet verdraaien

Gehoorzaamheid is de moeder van de godsvrucht. Alle inspanning in ongehoorzaamheid is bijgeloof. De profeet Jesaja spreekt een oordeel uit over alle lippendienst terwijl het hart niet naar de Here uitgaat; menselijke wijsheid die uit het vlees voortkomt, verdwijnt (Jes. 29:14,15). De HERE roept een wee uit over de ontrouwe herders en zal hen ter verantwoording roepen en de schapen van hen terug eisen (Ez. 13:8, 34:2,10).

Paulus kon vele eeuwen later getuigen dat hij niet heeft nagelaten om al de raad van God te verkondigen (Hand. 20:20,27). Ook al moest hij er veel lichamelijk lijden voor verdragen (2 Kor. 11:25). In zijn brief aan de Galaten signaleert hij dat er al sommigen zijn die het evangelie van Christus willen verdraaien en daardoor het kerkvolk in verwarring brengen. In zijn dagen speelde de kwestie van het judaïsme, dat is de leer dat naast het evangelie van Jezus Christus ook nog de werken der wet nodig waren om de zaligheid te beërven (Hand. 15:5). Deze dwaling is verworpen door de vergadering van de kerken die in Jeruzalem is gehouden en die ons in Handelingen 15 beschreven wordt. Alleen door de genade van Jezus Christus geloven wij behouden te worden (Hand. 15:10, 11). Deze boodschap heeft Paulus doorgegeven.

Paulus kwam op voor het onveranderlijk bewaren van het Woord van God. Hij heeft niets verzwegen van wat wel gezegd moest worden. Hij verzette zich openlijk tegen Petrus, zijn mede-apostel, toen het nodig was om hem te corrigeren omdat Petrus dwaling in de kerk gedoogde (Gal. 2:11-14). Fijn voor ons om te weten dat Petrus deze vermaning positief gewaardeerd heeft (2 Petr. 3:15,16).

Verdraaien van dit heerlijke evangelie is een zeer ernstige zonde. Zo groot zelfs dat Paulus er tot tweemaal toe een vloek over uitspreekt. In zeer sterke bewoordingen: vervloekt is degene die een evangelie brengt dat afwijkt van hetgeen hij verkondigd heeft (Gal. 1:8). In vers 9 herhaalt hij deze vloek!

Dwaalleraars kennen Gods Woord

Deze ernstige waarschuwingen geeft de apostel niet voor niets. In navolging van de Here Jezus (Matt. 7:15) waarschuwde hij dat er grimmige wolven de kudde zullen binnendringen en deze niet zullen sparen (Hand. 20:29). En dat uit het eigen midden mannen zullen opstaan die verkeerde dingen zullen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken (Hand. 20:30). Dat zijn leraars die de schapen met hun valse leer willen vernielen. Zij kennen het Woord van God. Ten aanzien van hen geldt dat we erop bedacht zullen zijn te onderkennen dat het kan gebeuren, dat als twee mensen dezelfde woorden spreken, zij nog niet hetzelfde bedoelen.

De Here Zelf waarschuwde reeds voor dergelijke leraars omdat zij zullen zeggen dat zij in Zijn naam geprofeteerd hebben en vele krachten gedaan hebben. De Here zal zeggen dat Hij hen niet kent en dat zij werkers van de wetteloosheid zijn (Matt. 7:22,23).

De HERE vraagt toewijding

De Here heeft in Zijn goedheid ervoor gezorgd dat wij de Heilige Schrift in zijn geheel en onvervalst ontvangen hebben. Maar de Here wist ook dat er mensen zouden komen die Zijn Woord willen onderdrukken en vernietigd willen hebben en daarom betuigt Hij in het laatste Bijbel-boek om Zijn Woord onveranderd te bewaren. Betuigen betekent: iets zeggen met een plechtig getuigenis, of met een dringende bede ernstig op het hart drukken. Ja, de hoorder als het ware verplichten om te weten dat datgene wat hem gezegd wordt, hem beslist boven het hoofd hangt en dat hem de straffen door God opgelegd zullen worden als hij niet gehoorzaamt, Op. 22:18,19. Daar spreekt Hij over het boek des levens en de heilige stad. Daarin vat Hij samen al het goede dat aan Gods trouwe kinderen gegeven zal worden. En ook dat van dat alles de verachter of vervalser van Gods Woord beroofd zal worden.

Het is niet raadzaam Gods waarschuwing niet ter harte te nemen.

Het is raadzaam om de goede raad van Jacobus op te volgen om, als we in wijsheid tekort schieten, de Here om inzicht te vragen. Hij is een hoorder der gebeden (Jac. 1:5).

Petrus, de apostel die zo vurig kan zijn, brengt ook de oproep tot een leven dat aan de Here toegewijd is, kort en krachtig: Weest heilig, want Ik ben heilig (1 Petr. 1:16).

God vervult Zijn Woord in liefde

Het Woord van de HERE is echt waar en de HERE zal elk door Hem gesproken woord vervullen. God is liefde. Direct na de zondeval beloofde de HERE dat Hij de Verlosser zou zenden. En Hij deed dat. Hij beloofde dat Hij Zijn Geest zou uitstorten op alle vlees. En Hij deed dat (Hand. 2:17). Hij beloofde dat het evangelie naar alle volken zou gaan (Gen. 12:3). En Hij doet dat.

De HERE God wil onze Vader zijn, en zo mogen wij Hem aanroepen: Onze Vader. Hij wil een liefdevolle vertrouwens-band met Zijn kinderen.

Het hebben van de waarheid zoals God deze geopenbaard heeft, geeft rust en zekerheid, geeft houvast en vastheid, omdat we dan een vaste plaats hebben in het bruisende leven. De Here Jezus bad zijn Vader: Vader, heilig hen in uw waarheid, Uw woord is de waarheid (Joh. 17:17). Een heerlijke rots om op te staan. Als de golven daartegen slaan, blijft ze onwrikbaar staan en blijven Gods trouwe kinderen behouden.

We mogen vandaag de dag blij zijn met onze belijdenis. Daarin belijden wij dat de ware kerk zich richt naar het zuivere Woord van God en alles verwerpt wat daarmee in strijd is en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd (NGB art. 29). In deze kerk mag geen ruimte gevraagd worden voor afwijkingen, zoals bijvoorbeeld de oerknal; daarmee wordt de betrouwbaarheid van Gods Woord ter discussie gesteld. Ook zal niet geleerd mogen worden dat de dood er al was voor de zondeval; dat is lijnrecht in strijd met Romeinen 5:12.

De Here Jezus heeft ons de heilige verborgenheden geopenbaard. We mogen bidden dat Hij ze schrijft in onze harten en ons verlost van al het kwaad dat valse leraars ons willen aanpraten. Dat Hij ons bewaart in het waarachtige geloof en in Zijn genade.

Aan Jezus Christus komt toe alle eer en heerlijkheid, lof en dankzegging, met de Vader en de Heilige Geest, tot in alle eeuwigheid.

Het zal ons duidelijk zijn. In het Woord van God komt het eeuwig behoud tot ons. God is liefde: Hij wil ons volmaakt en eeuwig bij Zich hebben.

Zalig is hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden van de profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat (Op. 1:3).

Zalig is iedereen die de woorden van de profetie bewaart! (Op. 22:7).