Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De Machthebber

Jaargang: 
7
Datum: 
19 dec. 2012
Nummer: 
3
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1116
Rubriek: 


We leven in een periode dat er gestreden wordt om macht. Nationaal en internationaal. Wisselingen in regeringen. Veranderingen. Machthebbers gaan en komen en streven naar zoveel mogelijk macht. Dat gaat altijd maar door. Het begon met Nimrod. Bij de bevolkingstoename na de zondvloed. Hij was de eerste machthebber op de aarde, hij stichtte een koninkrijk (Gen. 10 : 8-10). Bij toename van de bevolking is ordening van de samenleving nodig, zeker in een zondige wereld, en dan neemt de mogelijkheid van heerschappij voeren toe. En dan komen de vragen: Wat is eigenlijk macht? Hoe komen machthebbers aan hun macht? En hoe verhoudt zich dat tot de Koning die in Bethlehem is geboren?

Macht, het vermogen

Onder macht verstaan we het vermogen tot handelen. Dat heeft twee aspecten in zich.

Het eerste aspect van macht is de mogelijkheid om in staat te zijn om handelend te kunnen optreden. Dat willen veel mensen graag hebben, dat komen we over de gehele wereld tegen. Een legerleider die zijn troepen opdracht geeft tot een actie en ziet dat die opdracht wordt uitgevoerd, blijkt te beschikken over macht.

De Here Jezus heeft de mogelijkheid om aan alle mensen die de Vader aan Hem gegeven heeft het eeuwige leven te schenken (Joh. 17 : 2). Dat wijst op een buitengewoon grote kracht. Want een mens die de leeftijd van tachtig kalenderjaren bereikt behoort al tot de sterken (Ps. 90 : 10). Sterk, dat wijst op grote kracht als een mens die leeftijd bereikt. En dan geeft de Here Jezus niet nog eens tachtig jaar erbij, maar een oneindig aantal malen tachtig jaar. Dat is eeuwig. Voor menselijke begrippen vraagt dat buitengewoon grote kracht. Dan moet het wel gaan om een goddelijk vermogen.

Macht, de bevoegdheid

Het tweede aspect van macht is de bevoegdheid om handelend te mogen optreden. Bij een opstand kan de opstandeling de bestaande regeringsleider verdrijven en zelf het door hem veroverde gebied gaan regeren. Dan heeft hij wel de mogelijkheid om macht uit te oefenen, maar niet de bevoegdheid. Dat komt echter veel voor in de wereld. Een opstandelingenbeweging in Bolivia of Congo heeft wel de macht om te heersen in het gebied dat zij bezet, maar niet de bevoegdheid. Vaak zien we dat er bij een staatsgreep veel geweld gebruikt wordt. Dat kost dan doden en gewonden. Zoals dat bij de strijd om de heerschappij in Arabische gebieden te zien valt. De satan heeft veel macht, maar niet de bevoegdheid om de hem ter beschikking staande macht ten kwade uit te oefenen. Hij kwam uit eigen beweging naar onze wereld, hij is door niemand gezonden.

De Here Jezus is naar onze wereld gekomen. Met een opdracht. Hij is bevoegd om die opdracht uit te voeren. Dat maakt Hij duidelijk aan de overpriesters en de oudsten van het volk, als zij Hem vragen krachtens welke bevoegdheid Hij zijn intocht in Jeruzalem als koning hield en de tempel reinigde. In zijn antwoord op de huichelachtige vraag van de overpriesters stelt Hij de vraag of de doop van Johannes de Doper uit de hemel was of uit de mensen. Wij weten dat antwoord wel, en ook de overpriesters wisten dat wel: uit de hemel. Want Johannes bracht de boodschap van de bekering en de toezegging van de vergeving van de zonden met de aankondiging van de Christus van God; dat was de wil van God. De Here Jezus maakt zich dus bekend als Iemand die gezonden is. Hij heeft een opdracht. Hij heeft de bevoegdheid van de Hoogste Majesteit om alles te doen wat Hij doet (Matth. 21 : 23-27).

Wat is onze verwachting?

De feitelijke machthebbers in een bepaald land of gebied hebben voor het zeggen wat er gebeurt. Belangrijk is dus hoe die machthebbers zich zullen gedragen. En dan weten wij hoe onze toekomst eruit zal zien.

Zonder dat we over een precieze tijdlijn beschikken van alle gebeurtenissen die ons staan te wachten, weten we wel dat het er hevig van langs zal gaan in de eindfase van de zondige wereld. Natuurrampen zijn ons aangekondigd, evenals aards geweld dat mensen elkaar aandoen in de vorm van oorlogen en onderdrukking. En de twee getuigen zullen hun werk doen. En veel mensen zullen hun geloof verliezen (Matth. 24 : 10).

Vandaag de dag zien we deze verschijnselen werkelijk-heid worden. We zien oorlogen en opstanden. Als voor-beeld kunnen we noemen de oorlogen in Afrika: Soedan, Kenia, Tunesië, Lybië, Egypte. En nu is Syrië actueel. De staten van de zogenaamde Arabische Lente dalen af in een vastere greep van de islam, de godsdienst die zich verzet tegen God de Almachtige. Nu al heeft Morsi, de president van Egypte en lid van de Moslimbroederschap, zichzelf absolute macht toegekend. Door middel van een presidentieel decreet heeft hij zichzelf boven de wet geplaatst. Het heidendom is in opmars. Het aanbidden van andere goden, heidendom, gaat lijnrecht in tegen het eerste gebod.

Dichter bij huis zien we ook dat het ongeloof toeneemt. In de Verenigde Staten, die leidende mogendheid in onze wereld, wordt de ethische wetgeving in vrijzinnige richting omgevormd, legaliseren van homohuwelijken en vergemakkelijken van echtscheiding. In ons land is het wetsontwerp dat het verbod op godslastering opheft weer van stal gehaald om behandeld te gaan worden. En nu al is uitgerekend dat dit wetsontwerp op een riante steun kan rekenen in de volksvertegenwoordiging. Regeringsfunctionarissen en volksvertegenwoordigers feliciteren elkaar met de vooruitgang die zij hierdoor boeken. Zo menen zij. De werkelijkheid is dat ze willen volharden in zonden en dat in de Nederlandse wetgeving willen legaliseren. Dat is geen vooruitgang te noemen, dat is het bruuskeren van het tweede gebod. De HERE God, de Almachtige, ziet dat ook wel.

En wij weten dat welbewuste overtreding van Zijn goede wetgeving Zijn toorn oproept.

Wat willen machthebbers?

Machthebbers willen roem en eer. Dat is hun diepste drijfveer. Aan de top staan en bejubeld of aangebeden worden. Dat zien we bij dictaturen. In Noord-Korea krijgt de absolute alleenheerser toejuichingen van grote verzamelingen onderdanen. In het verleden zagen we dat ook in de communistische wereld, de toejuichingen werden vergezeld van militaire parades en groot vertoon van macht. Spierballentaal. Inboezemen van angst. Niet van vrede, liefde en genade.

Het gaat de heersers van deze wereld om macht, zij willen roem en eer. Toen Nebukadnessar zich beroemde op het Babel dat hij gebouwd had, door de sterkte van zijn macht en tot zijn eer … toen sloeg de HERE hem met waanzin (Dan. 4 : 30-33). Keizer Augustus wilde wel eens weten hoeveel onderdanen hij had. En hij organiseerde een volkstelling (Lucas 2 : 1). Koning Herodes hield een toespraak tot zijn volk en liet zich toejuichen, terwijl het volk hem toeriep dat dit de stem was van een god en niet van een mens. Zijn onmacht en sterfelijkheid bleken onmiddellijk. Hij werd geslagen, de wormen aten hem op. Omdat hij God de eer niet gaf (Hand. 12 : 21-23).

In onze eigen tijd zien we dat zelfs legaal gekozen presidenten in een democratisch bestuurd land machtsmisbruik kunnen begaan om maar aan de top te kunnen blijven staan. In West-Europa komt het voor dat regeringleiders na hun aftreden beschuldigd worden van onwettige praktijken en met rechtszaken te maken krijgen.

Macht, roem en eer zijn drijfveren die gemakkelijk tot verkeerde daden kunnen leiden.

De Spreukendichter wist dit alles ook al. Hij brengt dat als volgt onder woorden:

In de menigte van volk is de heerlijkheid van de koning, maar in gebrek aan onderdanen ligt de ondergang van de machthebber.’ (Spr. 14 : 28).

Behoud van macht

Toch is het menselijk vertoon van macht niet de oorzaak van het behouden van macht. Dat hebben we in het nabije verleden kunnen zien in de val van de communistische regimes. Het militaire apparaat in die landen kon niet voorkomen dat de toen bestaande dictaturen te gronde gingen. Ook het aangaan van coalities om zelf staande te kunnen blijven zal uiteindelijk niet de eigen instandhouding tot resultaat hebben. Bondgenoten in het kwaad kunnen elkaar niet redden. Dat bleek wel in de afloop van de Tweede Wereldoorlog.

Gods Woord vertelt dat geen koning wordt behouden door een machtig leger en geen enkele krijgsheer redt zichzelf door zijn grote kracht (Ps. 33 : 16, 17).

Dat heeft koning David meegemaakt en erkend. Hij ging het volk tellen. Na de volkstelling zag hij zijn dwaasheid in om zelf zich in zijn glorie te willen koesteren in plaats van alle eer aan de HERE te geven voor de positie die hij had bereikt. Hij beleed zijn schuld en vroeg de HERE om vergeving. En de HERE liet zich verbidden (2 Sam. 24 : 10, 25). In zijn daden van het erkennen van zijn schuld, het vragen om vergeving en het brengen van brandoffers en vredeoffers is hij alle machthebbers en ook ons tot een voorbeeld. Omdat de HERE nu van Zijn onderdanen alle eer krijgt. David mocht een gewaardeerd koning blijven.

Behoud van Gods volk

De HERE redt iedereen die op Hem vertrouwt. En die zijn best doet om Zijn geboden te volbrengen. De oprechte gelovigen zullen merken dat God hen aanziet in Zijn gunst en aan hen Zijn liefdevolle zorg besteedt. Hij zal de Zijnen redden van doodsgevaar. Zelfs in de hongerwinter van 1944 heeft de Here Zijn kerk bewaard. Zelfs ook toen in die vreselijke tijd de satan een grote aanval deed op de kerk. Een aanval die zo sterk was dat de kerk gedecimeerd werd. De duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden (1 Petr. 5 : 8). Hij weet dat hij weinig tijd heeft.

We weten dat verdrukkingen ons deel zijn. We behoeven hierdoor niet wankelmoedig te worden. De gemeente te Thessalonica heeft dat ook meegemaakt. De apostel Paulus bemoedigt hen door te laten weten dat de satan actief is, die door vervolgingen en verleidingen de gemeente kapot wil maken (1 Thess. 3 : 3-5). Paulus was blij dat destijds de gemeente staande is gebleven (vs. 6-10). We zien dat de Here beproevingen zendt om ons geloof te louteren. En we weten ook dat de Here Zijn gemeente bewaart die geheel en al op Hem blijft vertrouwen.

De grootste macht

Overigens is deze blijde zekerheid geen nieuws voor ons. Want de Schrift geeft dit op diverse plaatsen aan. De profeet Jesaja wijst in hoofdstuk 31 (vs. 1-3) erop dat we niet op Egypte, die grote aardse macht, moeten vertrouwen, maar op de HERE. Dat was toen nodig en dat is vandaag nog nodig. Want hoe gemakkelijk gaan we aan het rekenen en zetten we eigen berekeningen tegenover vertoon van menselijke gedachten. Dat is echter een onjuiste houding. Want uit de geschiedenis van het volk Israël blijkt wel dat zij die op eigen berekeningen vertrouwen, in plaats van op de HERE, het oordeel aangezegd krijgen en dan krijgen zij het tegenovergestelde van wat zij zoeken.

Dit is zeker: De eindoverwinning die de HERE eens zal behalen op alle macht die zich tegen Hem verzet, staat nu al vast. Ook al is de Gode vijandige macht nog zo sterk, de HERE zal Zich Zijn volk niet laten afpakken. De belofte van de uitredding krijgen de gelovigen die hun hulp en vertrouwen alleen op de HERE stellen.

Die uitredding hebben we te danken aan Jezus Christus. Er komt een moment in de wereldgeschiedenis dat aan alle heerschappijen op deze wereld een einde wordt gemaakt (1 Cor. 15 : 24). Dat zal zijn als de zonde van deze wereld wordt weggedaan. Dan komt er plaats voor een geheel nieuwe samenleving. Een samenleving die geheel en alleen gebaseerd is op de woorden van God zonder dat er ook maar één stoorzender zal zijn.

Dat wegdoen van de zonde en het onderwerpen van alle machten aan de goede wil van God, dat vraagt de grootste macht die er in de schepping is.

De grootste Machthebber

En wij mogen ons gelukkig prijzen dat we mogen weten wie die grootste macht zal uitoefenen. Dat is Jezus Christus. Hij is de Man die alle macht heeft in hemel en op aarde. Dat weten we zeker omdat Hij dat Zelf gezegd heeft (Matth. 28 : 18). We weten het ook zeker omdat deze grootste macht al werd aangekondigd bij Zijn geboorte. Toen kwam er een groot leger van engelen naar deze wereld. Uitbundig en op grootse wijze werd meegedeeld dat de Heiland, Christus de Here, is geboren (Luc. 2 : 11-14). Toen kwamen door God gezonden boodschappers de mensen vertellen dat de Heiland de wereld zou gaan redden van alle fouten en gebreken die er maar zijn. En Hij kreeg daarbij de aanduiding van Christus, dat is de Gezalfde, dat is Degene die van God Zelf het vermogen heeft gekregen om Zijn werk te doen. Alle twijfel aan de haalbaarheid daarvan werd uitgesloten door de toevoeging dat deze Redder ook de Here is. Daarmee werd verkondigd dat deze Zaligmaker ook God is, en dat betekent dat Hij een absoluut gezag heeft. Hij heeft de bevoegdheid en het vermogen om deze wereld te verlossen van zonden.

Hij zal de satan kunnen verslaan. En dat is gebleken. Hij doorstond de zwaarste aanvallen van de satan, doordat Hij in de hel is afgedaald en er ook levend en wel weer is uit teruggekomen. Er kwam duisternis over deze wereld en het werd ook weer licht. Het leven ging door. Zonder enige onderbreking.

De grootste zekerheid

Onze Here Jezus Christus heeft Zijn opdracht waar-gemaakt. Hij zal gericht houden (Joh. 5 : 26, 27). Dat betekent dat Hij alles regeert met macht van leven en dood. Dat zal in het bijzonder blijken op de jongste dag. Dan zullen alle overheden, machten, krachten en mensen zien en erkennen dat Hij het leven in Zichzelf heeft, dus echt God is.

Gelukkig mogen wij nu al weten dat Hij gezegd heeft:

Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld’ (Matth. 28 : 20).

Die ‘u’ dat zijn alle mensen die deze Jezus Christus in een oprecht geloof aannemen als hun Heiland. Hij is nabij hen met Zijn Godheid, genade, majesteit en Geest. Dat is een onoverwinnelijke bijstand, die zelfs door de satan niet overwonnen kan worden, want de satan is reeds overwonnen, daarvan hebben we het bewijs.

Onze zekerheid ligt in de absolute macht van De Macht-hebber van deze wereld: Jezus Christus de Here.

In dat vertrouwen weet Gods volk zich veilig. En in dat vertrouwen is Gods volk nog nooit teleurgesteld en zullen wij en onze kinderen ook nooit teleurgesteld worden.

Ja, in de HERE verheugt zich ons hart

Ja, op zijn heilige naam vertrouwen wij.

Psalm 33 : 21