Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Liefde voor de kerk

Jaargang: 
6
Datum: 
18 apr. 2012
Nummer: 
15
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1014
Rubriek: 

Eén van de geloofsstukken die nogal wat weerstand oplevert, is de belijdenis over de zichtbare, algemene, christelijke kerk. Als je maar gelooft, dan is dat toch voldoende? Een kerk is toch niet noodzakelijk? Maar als je het prettig vindt om wel gelijkgezinden op te zoeken, dan sluit je je aan bij een kerk die jou het beste ligt. Voor ieder wat wils. De kerk? Dat is mensenwerk. Kijk alleen maar naar de (recente) kerkgeschiedenis. Is daarin niet veel onderlinge strijd zichtbaar?
Soms drukken de moeiten in de kerk zwaar, maar wat zullen wij onze kinderen hierbij over de kerk voorhouden en voorleven? Alsof het “slechts” een mensenwerk is? En dat de kerkgeschiedenis slechts onderdeel is van de wereldgeschiedenis, waarvan het verloop vooral door mensen worden bepaald?


Geschiedenis

De geschiedenis van de Vrijmaking is ons wel bekend. In 1944 kwamen de synodebesluiten over de leergeschillen binnen de Gereformeerde Kerken tot een climax. Jarenlang hadden de stellingen over de veronderstelde wedergeboorte, het verbond en de pluriformiteit (eigenlijk pluraliteit) de gemoederen beheerst. De kolommen in de diverse kerkelijke bladen waren er mee gevuld. Het ging er toen heel anders aan toe dan in onze tijd, met “alleen maar” DE BAZUIN. Toentertijd waren er allerlei bladen. De Reformatie was het blad voor de bezwaarden, prof. dr. Schilder schreef hier zijn stukken. De Heraut werd geredigeerd door een zoon van Abraham Kuyper, prof. H.H. Kuyper. En prof. V. Hepp schreef in Credo.

In 1936 en volgende jaren kwamen de leergeschillen op de verschillende synodetafels (Amsterdam 1936, Sneek-Utrecht 1939-1942). Dat is niet op een goede manier gegaan. In de genoemde bladen liep de polemiek hoog op. Een aantal synodeleden wilde graag dat de synode zou uitspreken dat de toon daarin liefdevoller en broederlijke werd. De synode heeft dat op een andere manier uitgevoerd. Zij zou namelijk een einde maken aan de hele polemiek door te zeggen welke leringen klopten met Gods Woord en welke niet. Zo werd Schilder uiteindelijk opgeroepen om zich te verantwoorden voor de synode. De synode had een klein aantal vragen opgesteld die Schilder alleen met ja en nee mocht beantwoorden. Kunt u nagaan hoe hem de mond werd gesnoerd. Nu was de situatie dat Schilder al geschorst was. De beantwoording van deze vragen zou de afloop daarvan duidelijk maken.

De Tweede Wereldoorlog

Maar er was meer. Ook buiten de kerk was de strijd in volle gang. Schilder protesteerde in zijn blad al jaren tegen de NSB. Toen brak de oorlog uit. Een maand lang kon De Reformatie niet uitkomen, maar in juni was hij er weer. Met artikelen van Schilder die de strijd aanbond tegen de Duitsers en openlijk partij koos voor het koningshuis. De Reformatie werd nu door allerlei mensen gekocht op de stations in de kiosken. Zelfs in liberale kringen werd het blad nu gelezen. Schilder zei: ik weet niet hoe het met mij afloopt, maar dit zal zeker ophouden. Zelf werd hij opgepakt. Hij kreeg een zwijgplicht opgelegd. Hij dook onder. En in deze situatie werd de geschorste Schilder, terwijl de synode wist dat thuis zijn vrouw en kinderen uit huis gezet en zijn bibliotheek voor het grootste gedeelte verbrand werden, opgeroepen om ongeveer acht vragen met ja en nee te beantwoorden om zijn confessionele betrouwbaarheid te toetsen. Maar Schilder kon niet komen. Schilder heeft de vragen niet beantwoord. Hij had een zwijgplicht, zat ondergedoken, had gesmeekt alles uit te stellen tot na de oorlog. Maar de synode zette door.
Zo kwam in 1944 de beslissing om prof. Schilder, maar ook prof. Greijdanus te schorsen. Dit liep uit op de Vrijmaking. Een akte van Vrijmaking of Wederkeer werd opgesteld en de broeders en zusters in het land werden opgeroepen om zich vrij te maken van alle bovenschriftuurlijke binding.

Inleven

O, hoe zouden Schilder en Greijdanus zich gevoeld hebben? Professor Greijdanus, relatief op leeftijd. Professor Schilder, in de kracht van zijn leven. Geschorst door een synode op een wijze die kerkrechtelijk niet was toegestaan. Leerbesluiten werden aangenomen, waarover de discussie nog niet uitputtend was gevoerd. Stelt u zich desbetreffende broeders eens voor. U hebt u met hart en ziel voor een zaak ingezet, maar het haalt niets uit. U hebt al uw krachten gegeven om een zaak een goede wending te geven, maar u merkt dat naar uw argumenten niet wordt geluisterd. Ja, u wordt achter uw rug uitgelachen. Er wordt over u geroddeld en uw naam wordt door het slijk gehaald. Zou u dan niet een gevoel van frustratie hebben? Teleurstelling? Machteloosheid? Boosheid?

Geen lelijk woord

Zijn dochter vertelde eens hoe professor Schilder hier thuis, in het gezin, mee omging.

    Persoonlijk hebben wij thuis nooit iets gevoeld van een gekrenktheid. Vader wilde nooit dat er iets lelijks werd gezegd over een predikant of over een professor en dat werd ook niet gedaan, omdat je wel voelde dat hij de kerkelijke zaken wilde scheiden van de persoonlijke.

En ook naar anderen toe liet Schilder geen lelijk woord over de personen van de synode. De heer Van Spronsen (Rudolf van Reest, uitgever van de Reformatie) vertelt dat hij een week na de afzetting sprak met Schilder, ook over kerkzaken. Hij zegt:

    Wat mij daarbij opviel was wel dat er ook toen bij hem geen moment een scherp woord of oordeel over degenen die hem geschorst hadden, over de lippen kwam.

Schilder heeft kort na de Vrijmaking geschreven dat hij het heel erg jammer vond dat hij nu aan zijn kinderen moest laten zien dat er weleens dingen niet zo mooi waren in de kerk. Hij schreef: Ik heb de kerk altijd hoog willen houden voor mijn kinderen. Zijn dochter zegt dat hij daarin goed is geslaagd. Het is een deel van haar opvoeding die ze niet snel zal vergeten, zegt ze.

Ook bij ons

In de kerk kunnen allerlei moeiten en zorgen bestaan, ook bij ons. Plaatselijk en landelijk. Plaatselijk, doordat de ambten bijvoorbeeld maar moeilijk vervuld kunnen worden. Of omdat het gereformeerd onderwijs maar nauwelijks van de grond komt. Of omdat de inzet voor de Bijbelstudievereniging taant. Of landelijk, nu er één dienstdoende predikant is, die zoveel werk op zich af ziet komen of wanneer de synode belangrijke beslissingen moet nemen.

De Here zorgt

Maar in die moeiten en zorgen blijven we toch dé kerk geloven? Niet ín een kerk, we stellen immers ons vertrouwen niet op een kerk, alsof die voor ons zou kunnen geloven. We weten heel goed dat alleen het kerklidmaatschap niet zaligmakend is. Maar we geloven de kerk, de verzameling van degenen die vóór de grondlegging van de wereld al verkoren zijn door de Vader. Die uit het hele menselijke geslacht (algemeen), over de hele wereld verspreid (katholiek) onze Here Christus zélf als Hoofd heeft. Hij roept de zijnen bij elkaar. Zijn Geest doet de prediking vruchten van het geloof uitwerken. Hij doet mij geloven dat ik van die gemeente een levend lid ben en zal blijven.
God zelf bouwt en bewaart zijn kerk. Tegen Zacharia zei de HERE over de voltooiing van de tempelbouw: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! (Zach. 4: 6) Dat is de Geest die in ons liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing uitwerkt (Gal.5:22). Zo wil hij ons gebruiken. Hoe? Door lievig alles goed te praten? Nee, want bij deze vrucht van de Geest moeten we naast de andere onderdelen van de wapenrusting het zwaard van de Geest gebruiken, dat is het Woord van God! (Ef. 6: 17) Dus geen grote en lelijke woorden en roddels van ons, maar Gods Woord liefdevol en trouw gebruiken. Dan hoeft er geen angst te zijn, omdat God zelf zijn kerk bewaart en voltooit. Dan moet er trouw zijn en liefde voor elkaar.

Liefde voor de kerk

De HERE troont boven de tijd en de geschiedenis. De kerkgeschiedenis is niet slechts een onderdeel van de wereldgeschiedenis. Want dé geschiedenis is kerkgeschiedenis! De hele wereldgeschiedenis draait om die kerkgeschiedenis. En de Here zal daarin zelf zorgen dat zijn volk de volkomenheid behaalt. Hij vraagt van ons “slechts” om met de gaven van Hem, die Hij aan een ieder in liefdevolle zorg toedeelt, te gebruiken in zijn dienst. Liefdedienst. Gewillig en met vreugde ons gaven tot nut en heil van de naaste gebruiken. Niet omdat die naasten zo aardig en prettig zijn. Maar omdat zij door de Here in het geloof aan zichzelf aan Hem zijn verbonden. Dienstbaar zijn aan de Here en in zijn volk, dat in eeuwigheid niet door satan zal worden vernietigd.

Heerlijke belijdenis

Is dat niet een heerlijke belijdenis, broeders en zusters? Is dit ook niet precies wat we, met prof. Schilder, onze kinderen willen voorhouden én willen voorleven? Die liefde voor Gods kerk! Die de Herder als middel gebruikt om zijn kinderen op de rechte weg te houden. Door de prediking van de onderherder, door het gebruik van stok en staf (tucht) om de schapen liefdevol te weg te wijzen. De HERE die zijn kerk beschermt en leidt naar de Jongste Dag, waarvan in Johannes 10 staat (vers 16):

    Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.

Die liefde voor de kerk, luisteren naar de stem van de Goede Herder, aan onze kinderen leren. En dat begint, zoals ook prof. Schilder probeerde te doen, thuis! Geen lelijke dingen spreken over medebroeders en zusters. De goede naam en eer van de predikant beschermen. Die van de ambtsdragers. Organisten. Preeklezers. Synodeafgevaardigden.

Gods werk

De kerk, de gemeenschap der heiligen, dat geloofsstuk is werk van de Here. Hij zal bij elkaar brengen wat bij elkaar hoort. We hebben het in de kerkgeschiedenis gezien. Bij de grote Reformatie; bij de strijd tegen de remonstranten; bij de Afscheiding; bij de Vrijmakingen. Het is niet door onze kracht dat de kerk van het begin van de wereld tot aan het einde daarvan zal blijven bestaan. Het is de vrucht van Gods rijke beloften die Hij al in het Oude Testament gaf en waarop wij nog steeds mogen vertrouwen.

    Want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft, en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen (Joel 2: 32)

Laten wij ervoor waken dat door ons kleingeloof de kerk, dat prachtige geloofsstuk, tot een stuk vertwijfeling en ongeloof verwordt alsof het mensenwerk zou zijn. Voor onszelf en ons “derde en vierde geslacht”. Voor ons en onze kinderen!