Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Liefde tot allen

Jaargang: 
1
Datum: 
31 jan. 2007
Nummer: 
4
Schrijver: 
H. Griffioen
ID:
17
Rubriek: 

Een kenmerk van het verstrijken van de tijden, van het gaan naar de laatste der dagen, is de verandering van mentaliteit. De wetsverachting neemt toe en de liefde van de meesten verkilt. De mensen krijgen minder oog voor de ander. Wie loopt er nog bij z’n buurman binnen, zo maar eens even voor een praatje? Wij hebben er geen tijd voor, we hebben het te druk. We hebben onze dagelijkse taken, we hebben onze spullen, die om onderhoud vragen en we hebben ons ontspannings-materieel waar we toch dagelijks wat mee bezig willen.
We hebben zoveel, van alles wat er te koop is, we baden in weelde en overvloed, maar één artikel wordt steeds schaarser en daarvan het tekort steeds nijpender: vrije tijd en gelegenheid om de ander te zien en te vragen naar zijn welstand.

Wie zou niet wensen, te ontsnappen aan de dwang die uitgaat van alle bezit. Zou er een weg zijn, om zonder dat we al die spullen direct bij het ‘groot-vuil’ gaan zetten, toch los te komen van hun dwingende aanwezigheid?
Die Weg is er, die wegen van ontsnapping zijn er. Ze worden op vele bladzijden van de Heilige Schrift ons gewezen. Om maar eens één zo’n weg langs te lopen, lezen we een stukje uit de 2e zendbrief van de Apostel Petrus, het eerste hoofdstuk, de verzen 5, 6, en 7:

    5. Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis,
    6. door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht,
    7. door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde (jegens allen).

We gaan deze weg volgen en nemen daarbij als uitgangspunt het geloof.
Aan het begin van het traject gaan we er van uit, dat de HERE ons leven heeft verrijkt met het geloof in Zijn Zoon, de Here Jezus Christus.
Het is ons startpunt. Hij is onze Behouder, al ons heil hebben wij in Hem.

De deugd.

Op onze weg naar de liefde komen we aan bij een eerst rustplaats. We nemen hier de tijd om na te gaan of we al in het bezit zijn gekomen, van een ‘deugdzaam’ christelijk geloof.
Prof. S. Greijdanus in de Korte Verklaring volgend, zien wij, dat hier met het woord deugd bedoeld wordt: deugdvolle kracht en heilige dapperheid.
Bemerken we deze deugd in ons leven? Binnen de beleving van het geloof, is daar een zekere dapperheid, een vastheid, een overtuiging om de gereformeerde leer vast te houden? Of worden we heen en weer geslingerd, onder invloed van allerlei wind van leer?
Of staan we juist onverschrokken vast, en laten we ons door geen tegenstander beangstigen?
Ja, wij kennen allen een min of meer onverschrokken vasthouden aan de leer van de kerk. Wij hebben ons vrijgemaakt van misleidende Synode besluiten en we zijn de weg gegaan, achter de Heiland aan.
Zeker, dat deden U en ik. Maar dan toch. Het blijft van belang, dat we door de genade van de HERE, nu en in de toekomst, deugdelijk blijven vasthouden aan de belijdenis van de Waarheid. Want het gaat om de Here Jezus. Hij hult zich in het gewaad der Schriften.
Elk begin van Schriftkritiek, tast Zijn waardigheid aan!

De kennis.

Vervuld van deugdelijk geloof, reizen we naar een volgende halte. Daar gaan we eens rustig nadenken over onze kennis. En we vragen ons af, studeren wij dagelijks in de Schriften en in de belijdenis van de kerk? Nemen wij wel eens een boek over de Kerkgeschiedenis ter hand, om er aandachtig in te lezen? Lezen we de Bazuin van a tot z? Laten we de stukjes in het plaatselijk kerkblad op ons inwerken? Doen we er alles aan om onze geloofskennis te vergroten?
Laten we waakzaam zijn, want als we niet of onvoldoende lezen, dan kunnen we in de gemeente van de Here een sta-in-de-weg worden. Dan kunnen we door onze domme onkunde standpunten gaan huldigen die nergens op slaan en daarmee een verwoestende invloed hebben.
Verzamelen we daarentegen, in biddend opzien tot de HERE, kennis, dan mogen we “onderscheiden waar het op aan komt”.
Dan mogen we, geleerd door anderen die zoveel schreven, ons inzetten, in de dienst van de HERE. Dan zullen we “efficiënt” kunnen werken en doen de dingen die de Hij van ons vraagt.
Er zijn in de kerkgeschiedenis teveel voorbeelden van dwaze inzet, gegrond op loze kreten.
Zo heeft men na de Afscheiding gevochten over de kleding van de predikanten. Men meende dat een dominee zich moest kleden in kuitbroek, en met een “steek’ op het hoofd moest rondgaan. En men wist niet, dat deze “mode” aanvankelijk gebruikt werd in zeer ‘lichtzinnige’ kring.

Zelfbeheersing.

Op de weg die we gaan naderen we nu een plaats waar we overwegen of we wel in aanmerking komen voor het predikaat: ‘de sterke’. Het woord van de Schrift zegt namelijk: wie zijn geest beheerst, is sterker dan wie een stad inneemt. (Spr.16:32)
Zijn we sterk, kunnen we onszelf inhouden, onze gedachten beteugelen, zodat we geen dwaze sprongen maken?
Kunnen we de dingen van de dag, maar ook de kerkelijke zaken, rustig laten bezinken, biddend overwegend? Of grijpen we direct naar de pen, gaan we zonder omhaal achter de computer zitten en laten we als het kan, alle relaties in het “adressenboek” onmiddellijk weten, welk onrecht er nu weer is geschied?
Om inzicht te verwerven, om te groeien in efficiënt opereren, gaan we nog even terug naar het startpunt.
Aan het begin van de reis wisten we ons leven beheerst door het geloof, het geloof in de Behouder. Hij is ons Heil. Hij is onze Koning. En daarom: Hem alleen de eer van ons leven.
Als ik dan plotseling in vlam sta en een of andere ‘bevlieging’ mijn bloed snel doet stromen, dan mag er een rood lampje gaan branden, en mag ik gewaarschuwd zijn. Gewaarschuwd, let op. Is dit een heilige opwinding, die gericht is op de eer van de Here? Of is dit misschien een ‘vleselijke’ zaak, een kwestie waar het gaat om mìjn eer en mìjn opgang?

Standvastigheid.

Op weg naar onze bestemming, door de HERE gekroond, met een geloof dat deugdelijk is en met kennis van zaken functioneert en gesierd wordt door een beheerste levensgang, gaan we de plaats van de ‘standvastigheid’ verkennen.
Over het algemeen, en zeker als het om beroepswerk gaat, willen wij graag rechte voren trekken, de hand aan de ploeg houden, vasthouden wat we hebben en zo onze zaken uitbouwen.
Dat is een goede levenshouding en de praktijk van het leven vraagt om continuïteit.
Maar als het leven vraagt om stabiliteit, hoe staat het dan met de motor van ons leven? Heeft die motor een gestadige en zekere werking? En de motor van het leven is het geloof, het geloof in onze Heiland en Heer.
Als dat geloof en deze motor begint te haperen, te sputteren en het laat afweten, hoe zal het dan met ons leven gaan?
Als het geloof op een laag pitje komt, of helemaal gedoofd lijkt, hoe moet het dan verder? Dan kunnen we ons innerlijk kleingeloof overstemmen, gewoon doorgaan en doen alsof er niets aan de hand is, maar we komen dan wel te leven in een schijnwereld. Want als de drijvende kracht weg is, en we blijven enthousiast bezig, dan wordt onze inzet een gekunstelde activiteit, een doen dat weinig meer voorstelt.
En waarom zouden we niet met een oprecht en hartelijk geloof onze levensweg vervolgen? Welke leugenaar wil ons tot geloofs-in-activiteit brengen? Wat is er aan de hand dat we tot kleingeloof zijn geraakt? Hoe konden we genoegen gaan nemen met het mindere? Want genoegen nemen met het mindere maakt ons leven toegankelijk voor allerlei zonden. En als het zover komt dat we in onze verwarring zonden een plaats geven in ons leven, dan zullen we tenslotte zover komen, dat we Christus gaan verloochenen.
Nee, zo geen stap verder op die weg! Terug naar het vaste geloof. Christus opnieuw aangrijpen! Hem aanhangen, terug naar de ijver van het begin! Van nu af aan standvastig verder! De kroon der overwinning ligt gereed.

Godsvrucht.

De volgende rustplaats die we tegenkomen op onze weg naar een efficiënt geheel van geloofsactiviteiten, is een plaats om lang te verblijven en veel te genieten.
Want met godsvrucht zijn we aangekomen bij de ‘ware vroomheid’.
Na een standvastig blijven in Christus beproeven we onszelf, en vragen we onszelf af: kennen wij wèrkelijke eerbied voor de Here Christus? Achten wij Hem werkelijk hoog, wordt Hij steeds groter in ons leven? En als Hij steeds groter en heerlijker wordt, merken wij dan dat wijzelf daarbij steeds geringer worden?
Vrezen wij Christus, onze Koning en Heer? Zodat we Hem ook aandachtig dienen? Weten wij wel hoe Hij gediend wil worden?
Hij zegt: hebt u mij lief? Onderhoudt dan mijn geboden! En daarom, laten wij doen wat Hij van ons vraagt. Laten wij in de praktijk van ons leven terugkomen tot de volle gehoorzaamheid aan Zijn Wet, aan die 10 kostelijke Woorden van het Verbond.
We denken daarbij in het bijzonder aan de samenvatting van deze Wet, door Christus gegeven: “Heb God lief boven alles en de naaste als U zelf”. Dat brengt ons al direct bij de volgende halte.

Broederliefde.

Liefde vraagt Christus van ons. En we horen Hem zeggen dat de liefde is de vervulling van de wet. Barmhartigheid roemt tegen het oordeel!
Liefde en barmhartigheid, wat een heerlijke woorden. We bevinden ons hiermee op een prachtige groene weide van het leven. Een plaats om altijd te verblijven, een voorbode van het Vrederijk, de plaats waar het veilig is, waar haat en afgunst wegvallen, waar we liefhebben zonder grenzen.
Onbegrensd liefhebben? Helaas, zover is het nog niet. We zitten nog in de leerschool, we bevinden ons nog op zondige bodem.
We willen het heel graag, maar ook de ‘besten’ onder ons hebben nog maar een begin van een liefdeleven. Ook in deze oase van het leven, is het een vallen en opstaan.
In de gemeenten waar we lid van zijn, wordt van ons aanhankelijkheid gevraagd. Wij zullen ons verbonden voelen met die broeder en die zuster, die extra aandacht nodig hebben en alles zoeken om hun heil te bevorderen. Wij willen helpen in de gemeente, zodat de ander verder komt.
Zo zag ik onlangs een zuster in een bejaardenhuis, bezig een alleenstaande minderbegaafde oude broeder uitleg te geven, hem duidelijk maken hoe het verder moest in zijn leven. Het trof mij dat zij tijd en moeite gaf om hem een en ander duidelijk te maken, om hem bemoedigend toe te spreken. Dat is aanhankelijkheid, een zich verbonden voelen, met de ander.
Laten we in de gemeente leven, met het doel om ‘wel’ te doen, de ander te bemoedigen en te bouwen, op z’n gemak te stellen, en als het zo uit komt, eens te verwennen.
Wat zijn oudere alleenstaanden dankbaar, als ze door gemeenteleden opgehaald worden, om bij hen thuis een dagdeel door te brengen, samen een maaltijd te gebruiken, en vreugde en verdriet samen te delen.

Liefde tot allen.

Het laatste station is bereikt. Liefde tot allen. Over onbegrensde liefde gesproken. Hier openen zich wijde perspectieven. Nu zijn er geen grenzen meer.
De buurman in de straat, de naaste op de camping, de ander in de supermarkt, een ieder mag meegenieten van onze geloofsgave, uitmondend in godsvrucht, en na de liefde tot de broeders zich tot allen uitstrekkend.
Wij willen àllen wel-doen, want wij zoeken voor een ieder zijn of haar behoud! Wij willen zoveel mogelijk mensen helpen zich vrij te maken van hun zonde en los te komen van hun zonde-leven.
Stromen van levend water gaan van ons binnenste uit! We zijn niet te stoppen.
Wij zijn immers leerlingen en dienaren van ‘De Behouder’. Ook door ons wil Hij tot anderen komen.
En zo geraken we tot de slotsom: ‘we hebben een heerlijk leven ontvangen’. Het nieuwe leven is vol van het goede en vol van liefde!
De Here Christus zij ons genadig en vervulle ons dagelijks met al de deugdelijkheid en al de kennis die wij nodig hebben, met zelfbeheersing en standvastigheid, om te leven in godsvrucht.
Hijzelf zal ons volmaken en bevestigen om uit te oefenen de liefde tot de broeders en de liefde tot allen!