Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het leven van de Here Jezus op aarde

Jaargang: 
11
Datum: 
20 sep. 2017
Nummer: 
18
Schrijver: 
B. Dijkstra-Nijman
ID:
1777
Rubriek: 

Jezus veroordeeld en bespot

De vorige keer hebben jullie gelezen dat Petrus de Here Jezus ging verloochenen. Ook lazen we dat Jezus voor het Sanhedrin moest komen. Deze week lezen we over de veroordeling en bespotting van Jezus. Je kunt dit vinden in Mat. 27:1-32. Lees je mee?

Naar Pilatus

In Jeruzalem worden de mensen wakker, een nieuwe dag begint.

De overpriesters en oudsten van het volk zijn druk aan het overleggen. Ze overleggen wat ze met Jezus moeten doen. Ze komen tot de conclusie dat ze Jezus het beste naar de stadhouder Pilatus kunnen brengen. Hij moet maar beslissen of Jezus de doodstraf verdient.

Samen met iedereen die wil weten hoe het met Jezus zou aflopen, gaan ze op weg naar Pilatus.

Judas heeft spijt

Judas ziet dat Jezus naar Pilatus gebracht wordt. Opeens bedenkt hij wat hij heeft gedaan. Hij heeft Jezus verraden. Een onschuldige, iemand die zelfs alleen maar goede dingen heeft gedaan moet nu sterven.

Judas heeft er spijt van dat hij Jezus heeft verraden. Judas pakt het geld dat hij voor het verraad heeft gekregen en gaat ermee naar de priesters in de tempel. Hij gooit het geld in de tempel en zegt dat hij gezondigd heeft.

De priesters die in de tempel zijn, hebben geen spijt. Ze antwoorden: wat hebben wij daarmee te maken, kijk zelf maar hoe het met Jezus afloopt.

Wat erg! Judas gaat snel weg bij de tempel en zoekt een plaats waar hij alleen is. Daar doodt hij zichzelf.

Jezus bij Pilatus

Als Jezus samen met een heleboel mensen bij het rechts-gebouw aankomt, duwen ze Jezus naar binnen. Als Pilatus eraan komt, is zijn eerste vraag: wat heeft deze man voor kwaad gedaan? Het volk antwoordt dat Jezus zegt dat Hij de Koning der Joden is. En Pilatus vraagt: Bent u de Koning der Joden? Jezus zegt: U zegt het...

De overpriesters en oudsten beschuldigen Jezus van allerlei dingen, maar Jezus zegt niets.

Als Pilatus Hem vraagt of Jezus dan niet hoort wat ze allemaal van Hem zeggen, antwoordt Hij op geen enkele vraag. Jezus blijft stil, zodat Pilatus zich daarover verwondert.

Jezus of Barabbas

Pilatus begint zich zorgen te maken. Jezus is onschuldig, maar hij was bang voor de mensen die zo boos om Jezus waren.

Opeens bedenkt hij zich dat er een gewoonte is om tijdens een feest een gevangene los te laten. Nu zit er in de gevangenis net een beruchte gevangene, Barabbas. Pilatus zal het volk laten kiezen wie er vrij moet komen: Jezus of Barabbas. Pilatus vraagt aan het volk: wie moet ik loslaten? Barabbas of Jezus die Christus genoemd wordt? Het volk roept dat hij Barabbas vrij moet laten. En wat moet hij dan met Jezus doen?

Kruisig hem! roepen de mensen.

Onschuldig bloed

Ondertussen komt er een bediende bij Pilatus met een boodschap van de vrouw van Pilatus. Bemoei je toch niet met deze rechtvaardige man, want ik heb het in een droom erg moeilijk gehad met Hem.

We weten niet wat de vrouw van Pilatus gedroomd heeft. Wat we wel weten is dat Pilatus op deze manier gewaarschuwd wordt om Jezus niet te veroordelen. Pilatus pakt water en wast zijn handen waar alle mensen bij zijn. Iedereen kan het zien. Terwijl hij zijn handen wast, zegt hij dat hij onschuldig is aan het bloed van Jezus als Hij sterft. Daarna laat Pilatus Barabbas los.

De bespotting

De soldaten geselen (slaan) Jezus, en Pilatus geeft Jezus over om Hem te laten kruisigen. De soldaten bespotten Jezus. Ze doen zijn kleren uit en trekken Hem een scharlaken mantel aan. Een mantel die een koning ook wel aan zou kunnen hebben. Ook krijgt Hij een kroon op. Geen mooie van goud, maar ze vlechten er één van doornen. Ze zetten ze bij Jezus op het hoofd. Ook krijgt Hij een lange riet in Zijn hand alsof dat de staf van de koning zou zijn.

De bespotting wordt nog erger... de soldaten knielen voor Jezus en roepen: Wees gegroet, Koning der Joden. Ze spugen naar Jezus en pakken het riet en slaan ermee op zijn hoofd.

Wat erg. De echte Koning, de Zoon van God en onze Verlosser wordt op deze manier bespot en vernederd.

Als de bespotting voorbij is, nemen ze Jezus mee om Hem te kruisigen.

Daarover lezen we de volgende keer.