Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het leven van de Here Jezus op aarde

Jaargang: 
11
Datum: 
06 sep. 2017
Nummer: 
17
Schrijver: 
E. de Marie-de Ruig
ID:
1773
Rubriek: 

Jezus voor het Sanhedrin

De vorige keer zijn we gebleven bij de gevangen-neming van Jezus.

We lezen nu verder in Mattheüs 26:57-75. In dit Bijbelgedeelte lezen we over de veroordeling van Jezus door het Sanhedrin en de verloochening door Petrus. Lezen jullie mee?

Voor Kajafas

De Here Jezus is gevangen genomen. Hij wordt gebracht naar het paleis van hogepriester Kajafas.

In het evangelie van Johannes lezen we dat juist deze Kajafas de Raad ervan overtuigd had dat het beter was dat er één man stierf voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren zou gaan (Johannes 11:49 en 50).

 

De overpriesters, de oudsten en heel de Raad - dat is het Sanhedrin - zijn in het paleis bij elkaar gekomen om een reden te vinden om Jezus te kunnen doden. Het Sanhedrin was de hoogste godsdienstige rechtbank. De Romeinen hadden de echte macht, maar in sommige zaken mochten de Joden zelf rechtspreken.

Veel mensen leggen een getuigenis af, maar toch wordt er niets gevonden waarvoor ze Jezus ter dood kunnen veroordelen. Er staat zelfs dat er veel valse getuigen kwamen. En zelfs die valse getuigen konden geen geloofwaardige overtreding van de wet door Jezus aanwijzen!

De twee valse getuigen

Dan komen er twee getuigen die allebei het volgende zeggen: 'Deze (dat is Jezus) heeft gezegd: Ik kan de tempel van God afbreken en hem in drie dagen opbouwen.' Voor de Joden was dit een ernstige overtreding. De tempel moest met eerbied worden behandeld!

In Johannes 2:19-21 lezen we wat Jezus echt gezegd heeft. We lezen daar dat Jezus de tempel heeft gereinigd. Als de Joden Hem vragen waarom Hij het recht heeft om dat te doen, antwoordt Jezus: 'Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen.'

In vs 21 lezen we dat Hij daarmee over Zijn lichaam sprak, dus als een profetie over Zijn opstanding. Nu wordt deze uitspraak dus misbruikt en verdraaid om Hem te kunnen veroordelen.

 

Als Kajafas aan Jezus vraagt om Zich te verdedigen, zwijgt Hij. Dan vraagt Kajafas Hem of Hij de Christus is, de Zoon van God. Hij geeft zijn vraag nog meer gewicht door zelfs te zweren.

Jezus kan nu niet blijven zwijgen en Hij gebruikt dit moment om Zijn Vader te verheerlijken. Hij bevestigt dat het klopt wat Kajafas zeg; Hij is de Christus, de Zoon van God. Hij onderstreept dit door aan te vullen dat ze Hem zullen zien zitten aan de rechterhand van God en zien komen op de wolken van de hemel.

De Here Jezus haalt hier een aantal teksten uit het Oude Testament aan om te laten zien aan de leden van het Sanhedrin dat Hij de langverwachte Messias is, de Zoon van God.

Steeds opnieuw lezen we dat Jezus de profetieën aanhaalt, maar we zien ook steeds dat men Hem niet wil geloven.

De beschuldiging

Kajafas heeft nu gehoord wat hij wil horen: deze Jezus heeft God gelasterd! Om te laten zien dat hij dit heel erg vindt, scheurt hij zijn kleren.

In Leviticus lezen we dat een hogepriester zijn kleren niet mag scheuren. Maar Kajafas wil hiermee onderstrepen hoe erg hij deze godslastering vindt. Voor de aanwezige schriftgeleerden en oudsten is het duidelijk: deze Jezus is schuldig en Hij verdient de dood.

 

Vervolgens laten ze zien hoe erg zij Jezus haten en minachten. Ze spuwen Hem in het gezicht en slaan Hem. Sommigen gaan zelfs zover dat ze Jezus uitdagen en vragen of Hij wil zeggen wie Hem geslagen heeft. Wat vernederen deze leiders van het volk zich hier. En wat heeft de Here Jezus voor onze zonden veel moeten verdragen.

 

In het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal lezen we: Daarna is Hij met smaad overladen, zodat wij nooit meer te schande zouden worden. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, zodat wij voor Gods gericht zouden vrijgesproken worden.

Zijn we Hem daar alle dagen van ons leven dankbaar voor?

De verloochening door Petrus

Petrus is Jezus op een afstandje gevolgd naar het huis van de hogepriester. Op de binnenplaats is hij blijven staan.

Dan komt er een dienstmeisje naar hem toe en vraagt aan hem of hij bij Jezus, de Galileeër, hoort. Maar Petrus ontkent en loopt naar buiten, naar de poort.

Een ander dienstmeisje ziet hem en zegt tegen de mensen die daar ook zijn, dat Petrus bij Jezus hoort. Opnieuw ontkent Petrus. Hij onderstreept dit zelfs met een eed. Met een beroep op iets heiligs, bijvoorbeeld Gods naam, wil hij daarmee zeggen dat hij echt de waarheid spreekt.

De mensen om hem heen geloven hem niet, want hij spreekt hetzelfde dialect als Jezus en Zijn discipelen. Jezus en Zijn discipelen kwamen bijna allemaal uit Galilea en de mensen uit Jeruzalem keken neer op hun dialect.

 

Dan gaat Petrus nog een stap verder in zijn ontkenning. Hij vervloekt zichzelf en zweert opnieuw dat Hij niet bij Jezus hoort. Hij heeft dus waarschijnlijk gezegd dat God hem mag straffen als hij liegt...

Herinneren jullie je nog wat we de vorige keer hebben gelezen? Deze zelfde Petrus heeft toen bij hoog en bij laag beweerd dat hij Jezus nooit zou verraden. En nu? Wat heeft hij zojuist gedaan? Hij heeft maar liefst drie keer hardop gezegd dat hij Jezus niet kent.

 

En dan komt uit wat Jezus tegen Petrus had gezegd, want de haan kraait. Petrus herinnert zich wat Jezus tegen hem gezegd heeft: dat Petrus de Here Jezus niet alleen in de steek zal laten, maar zelfs drie keer verloochenen, nog voor de haan gekraaid heeft.

Petrus realiseert zich wat hij heeft gedaan, gaat naar buiten en huilt.