Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Klinkend koper?

Jaargang: 
11
Datum: 
03 mei. 2017
Nummer: 
9
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
1733
Rubriek: 


Je kijkt naar een actualiteitenprogramma... Je volgt een politieke discussie... Je doet mee aan een discussie op het werk... Vaak valt het dan op dat mensen niet (meer) echt spreken met elkaar. (Natuurlijk de positieve uitzonderingen, die er gelukkig ook zijn, daargelaten.) Er worden vanaf het eerste begin grote woorden gebruikt, er wordt heftig gesproken, er wordt niet echt geluisterd naar elkaar, op argumenten wordt niet ingegaan, men laat elkaar niet uitspreken... Kent u dat? Hèrkent u dat? Onze Nederlandse samenleving verloedert en iedereen, en met name de vooraanstaande opiniemakers, lijkt dit te accepteren. Het is al heel gewoon. Wie het hardste schreeuwt wordt het beste gehoord. En vaak telt niet de kracht van weloverwogen argumenten.Ja, zo gaat dat in de wereld.Maar hoe staat het in de kerk? Onder ons?

Verscheidenheid

In het Bijbelboek 1 Korinthe lezen we hoe dat soms in de kerk gaat. Er is veel verdeeldheid in de gemeente te Korinthe. Men doet alsof er verschillende richtingen zijn: de een van Paulus, de ander van Apollos. De een toch wat beter dan de ander. Sommigen vinden zichzelf erg wijs. Er wordt geruzied over de gaven in de gemeente, alsof de ene gave veel beter en hoger en belangrijker zou zijn dan andere. Er is gedoe over de christelijke vrijheid en over het eten van offervlees en nog veel meer zaken... En uit wat en hoe de apostel Paulus daarover schrijft, kunnen we wel afleiden dat er in de gemeente niet erg geestelijk werd gediscussieerd. Geestelijk, dat wil zeggen als mensen die Christus hebben leren kennen. Het lijkt daar in de christelijke kerk van Korinthe de wereld wel...

Overtreffende weg

En dan komt Paulus zeggen dat al die gaven niet meer of minder zijn. God geeft die gaven en alle zijn ze nodig. Alle evenveel waard. Samen dienen ze de bouw van de gemeente, van de kerk.

Maar, zegt Paulus in hoofdstuk 12 vers 31:

'En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft'.

Een weg die al die gaven nog te boven gaat. Ja, een weg die je nodig hebt als je die van God gegeven gaven wilt inzetten in de gemeente, in de kerk. Een weg die je moet gaan om al die verschillende gaven en roepingen en bedieningen tot één geheel te laten zijn. Een weg die noodzakelijk is om in harmonie de bouw van Gods kerk te dienen. Een weg die noodzakelijk is om elkáár te dienen in de kerk.

Die overtreffende weg is de weg van de liefde.

Grote gebod

Die liefde, dat is de onderlinge liefde die rust in, die voortkomt uit de liefde van God. De liefde die ertoe leidde dat God de Vader Zijn eniggeboren Zoon gaf. Voor ons. De liefde waarmee Christus Zichzelf offerde aan het kruis. Voor ons.

De liefde waarvan Johannes ons in zijn brieven leert dat die vooral zichtbaar wordt in het doen van Gods geboden.

Die liefde is geen lief doen tegen elkaar. Die liefde is niet alles maar goed vinden. Die liefde is niet aardig zijn en ondertussen toch jezelf iets beter vinden. Die liefde is niet altijd oplossingen zoeken waar iedereen het mee eens is.

Nee, het is Gods geboden doen. Gods geboden houden staat gelijk aan het grote gebod:

'U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.'

Klinkend koper

In hoofdstuk 13 geeft Paulus dan op een prachtige manier aan wat dat in de praktijk voor de leden van de kerk betekent. En laten we niet vergeten dat dit het Woord van God is!

Die weg van de liefde, die is zó belangrijk!

Als ik die liefde niet heb, zegt Paulus, en wij zeggen het met hem, dan ben ik waardeloos! Dan ben ik niets waard voor de bouw van de gemeente.

Al zou ik buitengewoon hoog opgeleid zijn... Al zou ik heel veel geld hebben... Al zou ik heel veel levenservaring hebben... Al zou ik geweldig thuis zijn in de Bijbel... Al zou ik een heel goed inzicht in alle dingen hebben... ja, al zou ik een gróót gelóóf hebben... Zonder de liefde ben ik waardeloos! Niets!

De apostel Paulus maakt hier op een bepaalde manier een vergelijking met koperen muziekinstrumenten. Bijvoorbeeld in onze dagen een trompet. Met een trompet kun je een schetterend geluid laten horen. Fel. Doordringend. Iedereen hoort het. Je kunt er niet omheen. Maar dan? Levert het iets op? Nee. Het is alleen maar een hard geluid. En verder niets. Dat is het punt van vergelijking hier. Alleen maar een hard geluid. Zonder inhoud. Zonder boodschap.

Eigenlijk heb je er zo, zonder meer, helemaal niets aan. Het geluid sterft weg en er is niets veranderd.

Klinkend koper!

Niets

Nu, zegt Paulus, als ik de liefde niet heb, dan ben ik zulk klinkend koper. Ik kan een boel lawaai maken, ik kan veel geven aan de kerk, ik kan alle vergaderingen aflopen, ik kan hard roepen over wat ik belangrijk en goed vind, en misschien heb ik nog gelijk ook, maar als ik de liefde niet heb, ben ik niets.

Niets!

Dan draag ik toch helemaal niets bij aan de bouw van Gods gemeente.

Niets.

Bij alles wat ik doe, moet ik streven naar de liefde.

Als ik in geloof iets wil zijn, iets wil doen, dan komt het aan op de liefde.

Als ik de liefde een plaats geef in mijn contacten met mijn broeders en zusters, dan heeft dat grote gevolgen. Dan wordt het iets.

De liefde

'De liefde is geduldig,

zij is vriendelijk,

de liefde is niet jaloers,

de liefde pronkt niet,

zij doet niet gewichtig,

zij handelt niet ongepast,

zij zoekt niet haar eigen belang,

zij wordt niet verbitterd,

zij denkt geen kwaad,

zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,

maar verheugt zich over de waarheid,

zij bedekt alle dingen,

zij gelooft alle dingen,

zij hoopt alle dingen,

zij verdraagt alle dingen.'

(1 Korinthe 13:4-17)

Niet ik

De liefde is geduldig.

Die luistert in alle rust naar de ander. Die laat hem of haar helemaal uitspreken. Die haast zich niet met een snel oordeel. Die laat de woorden van de ander bezinken. Die vraagt door. Die neemt er de tijd voor.

De liefde is vriendelijk.

Die maakt zich niet boos. Die is niet snel geërgerd. Die heeft geen 'kort lontje'.

De liefde is niet jaloers.

Die kent zijn plaats. Die kan het hebben als een ander aandacht krijgt. Die probeert niet zichzelf naar voren te werken.

De liefde doet niet gewichtig.

Die beroept zich niet op opleiding of status. Die beroept zich niet op het enkele feit van een functie of een ambt. Die maakt geen gebruik van grote of ingewikkelde woorden.

De liefde zoekt niet haar eigen belang.

Die acht de ander uitnemender dan zichzelf. Die is bereid om zich te verdiepen in de woorden, de argumenten van de ander. Die is bereid eigen mening en argumenten kritisch onder ogen te zien. Die wil samen zoeken.

De liefde denkt geen kwaad.

Die gaat ervan uit dat de ander ook kind van God is, broeder en zuster in Christus, met de beste bedoelingen. Die gaat ervan uit dat ook de ander geestelijk wil spreken.

De liefde verheugt zich over de waarheid.

Die verkoopt geen smoesjes. Die probeert er niet onder-uit te komen. Die stelt zich kwetsbaar op. Die zoekt geen gemakkelijke praktische oplossingen. Die verdraagt geen ongehoorzaamheid aan Gods geboden. Die zoekt wat God vraagt.

De liefde bedekt alle dingen, verdraagt alle dingen.

Die kan een stootje hebben. Die kan voorbijgaan aan onhebbelijkheden. Die is bereid om persoonlijke dingen los te laten in het contact met de naaste. In het leven in de gemeente.

Najagen

En die liefde, zegt de apostel in hoofdstuk 14, die moeten we najagen. Dat is onze roeping. Dat is ook nodig. Want er is nog heel wat aan ons te verbeteren. Wie zal dat durven ontkennen? We zijn nog lang niet de geestelijke mens die we móeten zijn. Die we eens zùllen zijn.

Jaag ernaar! Train jezelf er in!

Geef de Heilige Geest alle ruimte in je leven.

Zoek de wijsheid die van boven is:

'Maar de wijsheid die van boven is, is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.' (1 Johannes 5:1).

Ja, zoek de vruchten van de Geest:

'liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.' (Galaten 5:22).

Moeilijk?

Dat is de liefde.

Dat is de overtreffende weg.

Dat is onze roeping. In onze eigen gemeente. Op vereniging. Op de kerkenraad. In het kerkverband.

Moeilijk?

Ja. Erg moeilijk. Want het strijdt met mijn zondige en egocentrische natuur. Het strijdt met alles wat er in de wereld om mij heen is.

Het betekent levenslang werken. Oefenen. Trainen. Bezinnen.

Het betekent levenslang bidden. Want uit mijzelf red ik het niet. Dat weten we allemaal wel. Dat is praktijk. Maar het kàn wel. Als ik steeds zie op onze Heere Christus. Als ik zie op de onmetelijke genade en liefde die ons gegeven is. Als ik in geloof door de kracht van de Heilige Geest mij ertoe zet.

Moeilijk? Ja.

Onmogelijk? Nee.

Zingend voor de Heere

Zijn wij beter dan onze broeders en zusters in Korinthe? Beslist niet. We hebben het nodig, allemaal, om het 'lied van de liefde', zoals het wel wordt genoemd, voor ogen te houden. Onze roeping in onze onderlinge omgang. Iedere dag.

Als ik me daarin oefen, in die liefde, dan ben ik geen klinkend koper. Integendeel. Het loopt uit, straks, op de eeuwige bruiloft. Straks mag ik zingend voor de Heere staan op de bruiloft van het Lam. Op de dag dat Koning Christus alles nieuw maakt.

Dan is er geen ongeduld meer. En geen te snelle oordelen. En geen boosheid. En geen irritatie. En geen eigendunk. En geen opgeblazenheid. En geen massieve meningen. Dan hoef ik niet meer te strijden. Dan hoef ik niets meer na te jagen.

Dan heb ik alles. Volmaakte liefde. Door en in Christus.

Daar gaat het naartoe. Dat is de grote belofte. In dat kader mogen we de roeping om lief te hebben zien.

We zijn op weg. Iedere dag wil de Geest ons vernieuwen. We gaan van klinkend koper naar zingend op de bruiloft van het Lam. Van leegte naar volmaakte inhoud. Van niets naar alles.

Dan ben ik, door Gods genade, iets. Dan mag ik een zuil zijn in Gods tempel. Dan word ik een vernieuwde mens met een nieuwe naam, door Christus geschreven. Volmaakt samen en harmonieus met al Gods kinderen.

Dat mogen en kunnen we nu al laten zien. In al onze contacten. Steeds een beetje meer.