Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Van kerkblad naar dagblad; van weekblad naar kerkblad

Jaargang: 
1
Datum: 
10 jan. 2007
Nummer: 
1
Schrijver: 
Ad.J. Koekkoek
ID:
2


“Er staat geschreven! Er is geschied!” Dit dubbele motto is afkomstig van Groen van Prinsterer (1801-1876), een opvallende figuur in de (Nederlandse hervormde) kerk en in het politieke leven van de negentiende eeuw. De woorden staan aan het eind van de Voorrede van zijn Ongeloof en Revolutie, een belangrijk boek, dat in 1847 voor het eerst verscheen.
We zouden Groen tegenwoordig waarschijnlijk tot de orthodoxe evangelischen rekenen. Toch zijn het uiteindelijk vooral de gereformeerden geweest die hebben aangeknoopt bij zijn manier van denken over geschiedenis en staatkunde. Daarbij wordt serieus genomen wat God in zijn Woord heeft geopenbaard; maar ook de gebeurtenissen om ons heen kunnen ons bij een juiste beschouwing veel leren. Gods raad werkt zich uit in de geschiedenis, door Christus; de geschiedenis krijgt haar samenhang pas in het licht van Gods Woord.
In deze rubriek kijken we geregeld terug naar wat geschied is. Wij toetsen het aan wat geschreven staat, om er zo van te leren voor onze positie als gemeente van Christus, als Gereformeerde Kerken, vandaag.

Van kerkblad naar dagblad

Deze keer, bij de start van een nieuw kerkblad, kijken we terug naar de start van een ander kerkblad, ruim zestig jaar geleden. Dan zitten we dus in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Die barre winter – voor velen een hongerwinter - van 1944 op 1945.
Het was in die dagen dat Reformatie Stemmen zich begon te laten horen. Het initiatief ertoe werd genomen kort na de Vrijmakingsvergadering op 11 augustus 1944 in Den Haag. Het eerste nummer is gedateerd 31 augustus van dat jaar.
De bedoeling was, de leden in de Gereformeerde Kerken te informeren over wat er gaande was. Misschien was het mogelijk, nog velen wakker te schudden en ertoe te brengen zich aan te sluiten bij de beweging tot vrijmaking die zich door het hele land voortplantte. De Reformatie Stemmen waren, zoals ds. D. van Houdt bij de heruitgave in 1975 schreef, “stemmen van mensen, die zich met hart en stem en pen dienstbaar wilden stellen aan de reformatie van Christus’ kerk, die enerzijds als een bittere noodzaak, anderzijds als een kostbaar geschenk uit de hemel in ons leven werd gebracht.”
Door de oorlogssituatie was het met de voorlichting slecht gesteld. De Reformatie, het weekblad dat zo duidelijk leiding wist te geven, mocht in de oorlogsjaren niet verschijnen. Zijn hoofdredacteur, prof. dr. K. Schilder, was ondergedoken. Oorspronkelijk was Reformatie Stemmen dan ook bedoeld als een tijdelijke oplossing, om het ontbreken van goede voorlichting op te vangen. Kennelijk had de bezetter hier geen bezwaar tegen.
Toch werd de uitgave na de oorlog voortgezet, ook toen De Reformatie weer begon te verschijnen. Daarnaast bleef namelijk toch behoefte bestaan aan een blad dat op een meer bevattelijke manier over de actuele zaken schreef, en daarbij ook verder keek dan de kerkelijke ontwikkelingen. Dat was voor sommigen wel even wennen. K. Schilder was van mening dat de eenheid binnen de kerken het beste werd gediend door één orgaan. Hij was niet overtuigd van de noodzaak van een blad als Reformatie Stemmen. Ook de uitgever van De Reformatie fronste de wenkbrauwen en klaagde bij monde van K.C. van Spronsen over ‘de verbrokkeling van onze pers’. In feite verscheen er na de oorlog binnen de vrijgemaakte kerken een tijd lang nog een derde blad, De Vrije Kerk. Dit vormde samen met Reformatie Stemmen uiteindelijk de basis om toe te werken naar een gereformeerd dagblad, het Gereformeerd Gezinsblad, dat in 1948 begon te verschijnen, het latere Nederlands Dagblad.

Van weekblad naar kerkblad

Wanneer in de kerk de noodzaak van het semper reformanda, zich voortdurend reformeren, niet meer wordt erkend en beleefd, komt het vroeg of laat tot deformatie. Helaas werden in de Gereformeerde Kerken al na één generatie de tekenen van achteruitgang zichtbaar. Al in 1980 werd de redactie van De Reformatie benaderd door een aantal predikanten die hun zorg uitspraken over de koers van dit blad. Ze betreurden het dat er geen duidelijke leiding meer werd gegeven en dat er te weinig gewaarschuwd werd tegen de afbuiging van de gereformeerde lijn, in aansluiting bij Schrift en belijdenis.
Enkele jaren later koos het Nederlands Dagblad bewust en openlijk voor een andere koers dan die tot dan toe was gevolgd. De verbondenheid met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) werd losgelaten. De krant meende dat het mogelijk was, samen met allen die zich als christenen aandienden, een front te vormen tegen de voortgaande secularisatie. Deze positiekeuze van het dagblad dat zo’n belangrijke en samenbindende functie binnen de kerken had vervuld, leek het signaal voor een doorbraak over de hele breedte van het gereformeerde leven.
In deze tegenbeweging speelden de ontwikkelingen binnen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) een centrale rol. Begin jaren tachtig ontstond er onrust over de lijstineenschuiving met RPF en SGP bij de Europese Verkiezingen in 1984, waar de leiding in de Generale Verbondsraad naar streefde. Dit was een duidelijke afwijking van de tot dan toe gevolgde koers. Op 26 januari 1985 werd er in Zwolle een bijeenkomst gehouden rond het thema: “Gereformeerde Politiek in de jaren ’80 – GPV waarheen?” De leiding van de vergadering had dr. W.G. de Vries. Er kwamen ondanks het slechte weer zo’n 1400 mensen op af. Een duidelijk teken van algemeen levende verontrusting. Behalve dr. De Vries voerden ook prof. J. Kamphuis, en prof. dr. L. Doekes het woord. Deze vergadering kreeg een vervolg in een reeks bijeenkomsten van een vijftigtal broeders. Zij stuurden tenslotte aan op een regelmatig verschijnend blad, waarin de actuele zaken in het kerkelijk leven die zorgen gaven, kritisch besproken konden worden. Er werd een vereniging opgericht, Reformanda, die de uitgave van het blad zou ondersteunen. Haar doelstelling was de ontwikkeling en verdediging van het Gereformeerde leven. Deze structuur riep nogal wat weerstand op, ook bij broeders die op de vergadering in Zwolle nog een duidelijk geluid hadden laten horen. Dr. W.G. de Vries, die het jaaroverzicht in het kerkelijk jaarboek verzorgde, uitte bijvoorbeeld de vrees dat de oprichting van Reformanda alleen maar tot groepsvorming zou leiden. Daar tegenover werd vanuit de nieuwe vereniging benadrukt dat het hele gereformeerde kerkvolk werd aangesproken, om dat te dienen door van de waarheid te getuigen overeenkomstig de leer van de Gereformeerde Kerken.
We zijn nu ruim vijftien jaar verder. Inmiddels is de vereniging opgeheven. Het weekblad met dezelfde naam werd ter beschikking gesteld van de Gereformeerde Kerken die zich in 2003 en daarna opnieuw hadden vrijgemaakt. De overname kreeg zijn beslag, en het resultaat ligt voor u in de vorm van het gereformeerde kerkblad De Bazuin.

Overeenkomst en verschil

Oppervlakkig beschouwd zijn er in de geschiedenis van de twee bladen, Reformatie Stemmen en Reformanda wel wat overeenkomsten te ontdekken.
Bij allebei staat aan het begin een massaal bezochte bijeenkomst, de Vrijmakingsvergadering op 11 augustus 1944 in Den Haag, en de Zwolse bijeenkomst van 26 januari 1985. In beide gevallen was er sprake van grote verontrusting, in Den Haag over de gebeurtenissen in de Gereformeerde Kerken, in Zwolle vooral over de ontwikkelingen binnen het Gereformeerd Politiek Verbond.
Maar dan springt meteen ook een groot verschil in het oog. In Den Haag werd opgeroepen tot vrijmaking: de Acte van Vrijmaking werd voorgelezen. Daar was men na ‘Zwolle’ nog lang niet aan toe. In de besprekingen van ‘de vijftig’ die daarna volgden, groeide pas geleidelijk het inzicht hoe de moeiten op politiek terrein wortelden in de verkeerde ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken. Het inzicht dat in Den Haag bij velen al aanwezig was, moest na ‘Zwolle’ nog groeien, zeker in de kerkgemeenschap als geheel. Daaraan wilde het nieuw uit te geven blad, Reformanda, dienstbaar zijn.
Een andere overeenkomst is de behoefte aan informatieve en opbouwende artikelen. Die was in en na de Vrijmaking van 1944 groot, en die is in onze tijd, na 2003, zeker niet minder. Een verschil is dat er nu niet meer te denken valt aan een gereformeerd dagblad. De trouwe kerk is ook in Nederland zeer klein en als tot niet geworden in de ogen der mensen. Des te meer is het reden tot blijdschap dat de generale synode van onze kerken vorig jaar besloot, met gebruikmaking van de bestaande kennis en ervaring, het weekblad Reformanda over te nemen en om te zetten in een kerkblad voor De Gereformeerde Kerken, waarvan nu het eerste nummer voor u ligt.
Dat de bazuin maar een helder geluid mag blijven geven, dienstbaar aan het semper reformanda, de blijvende noodzaak van reformatie van ons leven, ook binnen De Gereformeerde Kerken van nu.

Bij dit artikel is gebruik gemaakt van de volgende literatuur: Reformatie Stemmen, gebonden uitgave ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van het Gereformeerd Gezinsblad, met een inleiding van ds. D. van Houdt, Amsterdam 1973; T.J. Kerpel, De waarde van het woord, Groningen 1974; Jubileumnummer Reformanda, 25 april 2001.