Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Kerk en tucht

Jaargang: 
1
Datum: 
08 aug. 2007
Nummer: 
28
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
123

In een vorig artikel, over de doperse kijk op de kerk,deed zich de vraag voor: maar hoe zit het dan met de tucht? Het doperse streven naar de heilige, volmaakte gemeente, in deze bedeling, wijzen we af. Maar handelen we dan met de kerkelijke tucht zelf niet dopers? Proberen we ook zelf niet die volmaakte gemeente gestalte te geven, door zonde en zondaren uit te bannen? Moet er niet veel meer ruimte zijn in de kerk? Veel meer verdraagzaamheid? Veel meer zonden bedekken met de mantel der liefde, uitgaande van de ontzaglijke liefde die Christus ons betoont? Zou het niet zo kunnen zijn dat we als Gereformeerde Kerken, wakend tegen dopers denken, toch zelf in dopers vaarwater verzeild zijn geraakt?

Heilige gemeente

De Here wil een heilige gemeente. Op verschillende plaatsen in de Bijbel wordt ons dat voorgehouden.

    ”Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!”
    (I Kor.3:16,17)

En:

    ”Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.”(I Petrus 2:9,10)

En in het Oude Testament:

    ”Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.”
    (Exodus 19:5,6)

Op nog veel meer plaatsen in de Schrift lezen we over Gods volk als een heilig volk. Een heilige gemeente.

Van de HERE

We moeten goed zien wat dat betekent. Heilig wil niet zeggen dat de leden van de gemeente zonder zonde zijn. Of zonder zonde kunnen leven. Het betekent niet dat de leden van Gods volk in staat zijn alle geboden van de HERE te houden.
En daar hebben we meteen al een belangrijk verschil met de doperse leer. Want in die leer is het mogelijk, wanneer de mens zich voldoende inspant, in zeer hoge mate “heilig”, dat wil dan zeggen, naar Gods geboden, te leven. Volmaakt of bijna volmaakt. Nu al. Als je je maar wel voldoende inspant.
Nee, dat is heilig nu juist niet. Heilig wil zeggen: eigendom van de HERE. Door de HERE, de God van het Verbond, uitverkoren en geroepen om zijn volk te zijn. Een volk, bestaande uit zondaren, die alleen voor Gods aangezicht kunnen leven door het verlossingswerk van Christus. Zondaren, die nooit uit zichzelf maar alleen in Christus de Wet van God kunnen houden.
Dat is het grote wonder van de heilige gemeente. Heilig: eigendom geworden, eigendom gemáákt, van de HERE. En daardoor afgezonderd (dat is de letterlijke betekenis van heilig) van hen die niet van God zijn.
Geen heilige kring van bijna volmaakten. Geen gemeenschap waar zondaren uitgebannen zijn. Integendeel, een gemeente van gelovigen die voortdurend struikelen en vallen, maar die zich eigendom weten van de HERE en daarom niet in hun zonden blijven liggen maar zich steeds weer laten oprichten.

De HERE is heilig

De kerk is het volk van de HERE. Zijn eigendom. En de HERE is zelf dé Heilige.

    ” Verhoogt de HERE, onze God, buigt u neder voor zijn heilige berg, want: Heilig is de HERE, onze God.”(Psalm 99:9)

De heiligheid van de HERE is in de Bijbel heel belangrijk. De HERE is volmaakt in zichzelf. Volmaakt afgescheiden van alles wat zondig en gebrekkig is. In Hem is geen duisternis. Ja, we gebruiken nu ook gebrekkige, menselijke woorden. Gods heiligheid is niet met ons heilig zijn te vergelijken. Maar dat de HERE de Heilige is, heeft wel grote betékenis voor ons heilig zijn.
Omdat Hij de heilige is vraagt Hij ook van zijn volk om heilig te zijn. Dat is Gods recht. Hij heeft ons aangenomen om zijn volk te zijn. Nu vraagt Hij van ons ook om aan zijn heiligheid recht te doen. Dat betekent dat het volk van de HERE leeft naar zijn geboden.
Door eigen schuld, door de val in zonde, is dat niet meer mogelijk. Maar in Christus is het opnieuw mogelijk geworden! In Christus is de kerk een heilige kerk. Een gemeenschap van heiligen.

Tucht

Maar als we dan niet dopers zijn, als we geloven dat we niet zelf die heiligheid kunnen bereiken, waarom dan toch die tucht?
Om recht te doen aan die heiligheid van onze HERE. Wie heilig is, moet ook heilig willen leven. Die moet zich afwenden van de zonde. Die moet zich toewijden in heel zijn of haar leven aan de Here. Dat betekent dat er dagelijks bekering is van de zonde. Dat er geluisterd wordt naar het Woord van de Here. Iedere zondag in de prediking. Als de ambtsdragers langskomen. Als broeders of zusters vermanend spreken op grond van Gods Woord. Heilige gemeente zijn betekent dat de leden bereid zijn zich te laten leren en onderwijzen. Het betekent dat de leden, ook al kleven er nog zoveel zonden aan hen, zich klein en schuldig weten. En iedere keer weer zich wenden tot Christus. Als verloste zondaren, die weten dat de volmaaktheid nog voor hen ligt. Ten diepste ligt daar het verschil met het doperdom: een gemeenschap van volmaakte mensen tegenover het volk van zondaren die Christus nodig hebben.
Dagelijkse bekering, toewijding aan de HERE, gericht op het doen van Gods wil, daar wil nu de tucht bij helpen. Want Gods heiligen blijven niet in de zonde liggen maar laten zich steeds weer oprichten. En de tucht helpt daarbij. We moeten dat echt heel duidelijk zien. Dopers is: de tucht dient om zondaren te verwijderen en zo de heilige gemeente te bereiken. Schriftuurlijk gereformeerd is: de tucht dient om zondaren weer te trèkken naar Christus en naar zijn gemeente. En zo de heiligheid van de gemeente en het recht van dé Heilige gestalte te geven.
Ja, en dan kan die tucht soms ver gaan. Ja, dan is er inderdaad afsnijding van de gemeente mogelijk. Uitstoting uit Gods Koninkrijk. Wanneer de zondaar weigert om zich te bekeren, wanneer de zondaar weigert zich weer te laten oprichten, wanneer alle onderwijzing en liefdevol vermaan stuit op verharding en ònbekeerlijkheid,ja, dan moet de weg van de kerkelijke tucht worden gegaan. Als laatste middel tot behoud. Ook dat moeten we goed zien. Tot het allerlaatst, tot de afsnijding toe, is de tucht gericht op behoud. Dat is naar de liefde van Christus. Voor de zondaar en voor heel Gods heilige gemeente moet zichtbaar worden: alleen in de weg van bekering en geloof in Christus, dat betekent ook: alle woorden van Christus aannemen, is er behoud.
Teveel verdraagzaamheid leidt er toe dat de zondaar in zijn zonde blijft steken. Dat de oproep tot bekering een loze kreet wordt. Dat met het gericht zijn op Christus een loopje wordt genomen. Dan is er geen sprake meer van liefde in de gemeente maar van verwaarlozing. Dan komt de heiligheid van de HERE in geding. Dan wordt dus de heiligheid van de gemeente onaanvaardbaar aangetast. Dan vindt het recht van dé Heilige geen doorgang. Dan verdwijnt de ruimte voor de doorwerking van Christus’ verlossingswerk.

Gereformeerde kerkelijke tucht: geen dopers drijven naar de volmaakte gemeente of de volmaakte groep, geen afschrijven van zondaren. Maar juist recht doen aan Gods heiligheid en zondaren trèkken naar Christus. Tot het einde, het dood-ernstige einde toe. Omdat de liefde van Christus dat vraagt.