Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

[i]twijfelbare[/i] twijfel... 4 (slot)

Jaargang: 
3
Datum: 
04 feb. 2009
Nummer: 
4
Schrijver: 
Maarten Dijkstra
ID:
461

We vervolgen onze serie artikelen over twijfel. Met dit artikel willen we de serie afsluiten. In het vorige artikel hebben we de noodzakelijkheid van twijfel besproken. Verder hebben we stilgestaan bij twijfel als vóóroordeel. Het is het verschil in omgang met twijfel tussen de gereformeerde en de ‘niet-gereformeerde’. Centraal staat hier het geloof in Gods onfeilbare Woord, dat gezag heeft over het hele mensenleven. Juist dat gezag wordt in twijfel getrokken vandaag. Deze twijfel komt zo mooi verpakt op ons af, zo zagen we vorige week. In dit laatste artikel willen we kijken hoe de Schrift spreekt over twijfel. Ook gaan we kijken hoe we twijfel moeten behandelen. En hoe we er persoonlijk en in de kerkgemeenschap mee om moeten gaan.

Twijfel geschapen of (her)schepping betwijfeld?

Je hoort wel eens de vraag “zou Adam ook getwijfeld hebben?” We antwoorden met: nee en ja. God had de mens goed en naar zijn beeld geschapen. Adam was voor de zondeval volmaakt. Ook in zijn geloof. Voor de val twijfelde hij niet, want alle twijfel is het gevolg van de zonde(val). Door de zondeval is ook de twijfel de schepping binnen gekomen. Het heeft de mens als een ziekte aangetast. Deze ziekte heeft, zo lijkt het vandaag helemaal, zich in het hart van de mens gehecht. Zo lijkt het vandaag alsof de twijfel geschapen zou zijn. Alsof het deel van de schepping was, een eigenschap of kenmerk van de mens. Maar we zagen al dat God de mens goed en naar zijn beeld geschapen had. De zonde en ongehoorzaamheid in het paradijs heeft ook de twijfel veroorzaakt. Ieder mens heeft vanaf dat moment te maken met aanvechting of twijfel. Maar we weten en geloven dat God verlost. Hij maakt alles nieuw. Ook de mens. Hij herschept. Dat doet Hij in en door de Here Jezus Christus. Daarom moeten wij in Hem geloven. Alleen door het geloof in Jezus Christus hebben we weer gemeenschap met God. Zo is het geloof een daad van vertrouwen op wat God zegt. Op wat Hij belooft in zijn Woord. Dat Woord zegt ons dat wij Zijn kinderen zijn, dat Hij onze Vader wil zijn. Dat Hij ons verlost heeft van de dood. Ja, van zonde en ook van twijfel. Door de kracht van het geloof breken we er mee. Zo wil de Here de twijfel uitbannen uit ons leven. Het hoort er niet, want God herschept. Hij maakt ons weer als nieuw. Wie daarom denkt dat twijfel móet of noodzakelijk is, betwijfelt in zekere zin de (her)schepping. Twijfel hoort daar immers niet bij. Want God maakt ons in Christus weer tot zijn beeld. Nu gaan we ook verstaan waarom de (post)moderne twijfelzucht zo erg is. Het tast Gods werk in schepping en herschepping aan. Twijfel IS geen eigenschap of kenmerk van de mens en mag het nooit zijn. Ook geen noodzakelijkheid of vóóroordeel.

Gelóóf!

Een twijfelend geloof is zoiets als koud vuur. Het gaat niet samen. De Here roept ons in zijn Woord nergens op om te twijfelen. We moeten juist vechten tegen twijfel en de Here op zijn Woord geloven! Bovendien moeten wij niet de twijfel van personen uit de Bijbel navolgen, maar hun gelóóf (Hebr. 13:7). Daarom geeft de winnende preek van de preekwedstrijd van het Nederlands Dagblad ook een verkeerde oproep. Deze preek roept ons als het ware op om net als Gideon (Richt. 6) te twijfelen. Om wonderen en tekenen van God te vragen en verwachten, zoals ook Gideon die vroeg én kreeg. Maar dat is een boodschap die geen recht doet aan de héle Schrift. Want we moeten niet de zwakheid en zonde van anderen navolgen, maar hun geloof. Het geloof waarmee zij, in trouw aan het verbond, de strijd hebben aangebonden tegen alle aanvechtingen, twijfels en verzoekingen van de duivel. Wij houden daarom vast aan de zekerheid van het geloof. De aard van het geloof is zekerheid. Door het geloof zeggen we amen op Gods beloften. Het geloof is immers een zeker weten waardoor we alles voor betrouwbaar houden, wat God ons in zijn Woord heeft geopenbaard. En tegelijk is het een vast vertrouwen (Zondag 7 HC). Dát geeft rust, vastheid en zekerheid. We grijpen deze beloften aan met beide handen. Handen die we ook samen vouwen om in gebed Gods hulp af te smeken in de twijfel die ons kan aanvechten. God is ons een toevlucht en een sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden (Psalm 46:1).

Gods Woord over twijfel

De Bijbel leert ons dat twijfel zonde is. Het is ongeloof van de gelovigen (vgl. Rom. 4:20). De Here Jezus roept meerdere keren op om niet te twijfelen. Wie niet twijfelt, maar gelooft, kan grote dingen doen juist door het geloof (vgl. Matth. 14:31; 21:21, Mark. 11:23,). Twijfel is niet vertrouwen op het gesproken en gegeven woord. Het is dus twijfel aan de waarheid van dat woord. Maar God kan niet liegen! Zijn Woord is ja en amen. Vast en zeker! Als we twijfelen, beroven we God van zijn eer. We maken Hem dan tot leugenaar. We geloven dan immers niet wat Hij zegt in zijn Woord. Zo is twijfel in zijn wezen dus ongeloof. Paulus schrijft in Romeinen 14:23:

    “En al wat niet uit het geloof is, is zonde.”

Twijfel komt niet voort uit de nieuwe mens, maar uit de oude mens. Het is geen vrucht van de Heilige Geest, maar van de vader van de leugen, de duivel. We zijn door de zondeval van nature leugenaars en zondaars. Maar in onze ellende spreekt God ons persoonlijk aan: jongen, meisje: geloof! Als wij Hem geloven op zijn reddend Woord, dan gaan we bloeien. We gaan dan weer het beeld van God vertonen. Belangrijk is dat we vasthouden aan Gods beloften. Deze beloften komen uit! Daar spreekt heel de Bijbel van. Ook de belofte om te kunnen volharden in het geloof komt uit! Daaraan mogen we niet twijfelen.
Ook aan de waarheid en het gezag van Gods Woord moeten we niet twijfelen. Daar hebben we het in het eerste en derde artikel ook over gehad. Wie beide loslaat, valt in wanhoop en twijfel. Dat loopt uit op ongeloof. Of het loopt uit op een eigengemaakt geloof. Want je gaat dan zelf bepalen (zie het vóóroordeel in het derde artikel) wat waar en wat gezag is. Wanneer je zo doet, raak je steeds verder verwijdert van het leven als beeld van God. Want dát kan immers alleen door geloof. Daarom houden wij vast aan de waarheid en het gezag van Gods Woord over het hele leven. Dat is de éénheid van Gods werk in schepping en herschepping, dat zich openbaart in het leven van zijn kinderen. Want zij gaan weer het beeld van God vertonen in het ambt aller gelovigen. In het eerste artikel hebben we het gehad over de ambten van de mens. We zagen daar dat de hele mens in al zijn functies daarbij betrokken is. We constateerden dat twijfel de hele mens raakt. Het heeft gevolgen voor het geloof en ons beeld van God zijn. Terwijl God ons juist door zijn Woord en Geest herschept. Hij maakt ons helemaal nieuw. Hij schenkt ons ook het geloof in de waarheid, de inhoud en het gezag van zijn Woord over ons hele leven. Zo geven wij als herschapen kinderen van God weer antwoord op Gods grote daden, door ons leven aan Hem te offeren als dankoffer. Daarbij is ons ideaal geloofstaal: God met ons. Immanuël. Hij heeft ons gered en geheiligd door het bloed van zijn Zoon. Daarom binden we de strijd aan met alles wat ons van Hem af wil trekken.

Strijd tegen de twijfel

Hoe binden we nu de strijd aan tegen twijfel? Hoe doe je dat concreet in je leven? In het tweede artikel hebben we een aantal oorzaken van twijfel in ons eigen leven bekeken. Daar kun je direct al mee aan de slag. In je studie of op je werk. Of in de omgang met mensen. Ook is het belangrijk dat we genoeg bijbelkennis hebben. Om ons mee te verweren, maar ook om de ‘geesten te kunnen beproeven’:

    “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan”

1 Joh 4:1. Juist bij gebrek aan bijbelkennis kunnen we op een dwaalspoor komen. Door een verkeerd afwegen van motieven en gronden verliezen we dan de zekerheid en komt twijfel opzetten. Zo komen we dan door onjuiste waarneming en onzuiver denken op een verkeerd pad. In twijfel zit dus ook een proces van kennis verkrijgen, dat niet langs goede wegen tot ons komt. Bij gebrek aan bijbelkennis lopen we dat gevaar. De duivel probeert ons juist kennis te ontnemen. Wij moeten daarom strijden tegen de duivel, de zwakheid van ons geloof en tegen de twijfel. Bij dit alles is vernieuwing van ons leven door de Heilige Geest nodig. Deze vernieuwing brengt echter ook strijd mee, verzet van de duivel. Dat moet ons juist nog meer aansporen tot gebed en het gebruiken van de middelen. Zorg daarom dat je verweer hebt uit de Schrift. Dat is beter dan alles van de laatste muziek en films af te weten.
Er is een nauw verband tussen de heiligmaking en de zekerheid van het geloof. Wie in heiligmaking toeneemt, zal zijn roeping en verkiezing vast kunnen maken (vgl. 2 Petr. 1:10). Want, zegt Petrus, als je dit doet, zul je nimmer struikelen. Als je dus verder komt op de weg van heiliging, dat is heilig leven naar Gods wil, zul je ook steeds meer toenemen in de zekerheid van het geloof. Maar op die weg komen we veel strijd tegen. We zullen ons moeten weren en krachtig strijden.

Wapens voor de strijd

De Here heeft ons wapens gegeven in die strijd. Dat wordt heel mooi uitgelegd in Ef. 6:10-18. Daar worden we opgeroepen de wapenrusting van God aan te doen. Bij twijfel is Gods Woord nodig. Het is zaad van geloof en voedsel voor de ziel. We moeten de middelen gebruiken, de wapens opnemen. De strijd moet worden aangebonden tegen twijfel en aanvechting met bijbellezing en gebed. Daar helpt de Here ons bij, door zijn Woord en Geest. De Heilige Geest die de heiligmaking in ons werkt. Door de Heilige Geest worden we opgeroepen om de zonde te onderdrukken. Op deze oproep nemen we de middelen ter hand die voor genezing zijn gegeven: de prediking en de Bijbel. We hebben een roeping ten opzichte van onszelf: waken om geen prooi te worden van twijfel of aan ongeloof voet te geven. Petrus waarschuwt daar ook voor (we zagen dat hierboven ook al) in 2 Petr. 1:10-11:

    “Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.”

Ook Paulus roept daartoe op in 1 Tim. 4:16:

    “Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen; want door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden.”

Verder is het belangrijk dat de gemeenteleden, dus ook de jeugd, op elkaar toe zien als leden van één lichaam. Laten we aandacht voor elkaar hebben en naar elkaar luisteren. Zo is de gemeenschap der heiligen tot nut en zaligheid van de andere leden. Daarbij is de prediking en vervolgens het gesprek van groot belang.
Twijfel kan meestal door vermeerdering en verheldering van kennis worden overwonnen. Hier bieden catechisatie en bijbelstudieverengingen zeer goede hulp. Praat er over met je dominee, ouderling, je ouders en op vereniging. Help elkaar! Gebruik Gods Woord. Lees je bijbel en bid elke dag! Via deze weg wil de Here ook helpen.

Troost en zekerheid

In de Dordtse Leerregels wordt troostvol gesproken over onze strijd, maar ook over de zekerheid van Gods beloften. In de artikelen 10 en 11 uit hoofdstuk 5 staat: 10:

    “Deze zekerheid komt dus niet voort uit een of andere speciale openbaring zonder of buiten het Woord, maar uit het geloof in Gods beloften, die Hij in zijn Woord zo overvloedig tot onze troost geopenbaard heeft. Zij komt ook voort uit het getuigenis van de Heilige Geest, die met onze geest getuigt, dat wij Gods kinderen en erfgenamen zijn, en tenslotte hieruit, dat de gelovigen zich met heilige ernst toeleggen op een goed geweten en goede werken....”

en 11:

    “Intussen getuigt de Schrift dat de gelovigen in dit leven tegen allerlei zondige twijfel te strijden hebben en in zware aanvechting dit volle geloofsvertrouwen en deze zekerheid van de volharding niet altijd voelen. Maar God, de Vader van alle vertroosting, laat hen niet boven vermogen verzocht worden, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen en Hij maakt door de Heilige Geest hen weer zeker van de volharding.”

Afronding

De diagnose die Bavinck stelde, dat twijfelzucht de zielsziekte van onze eeuw is geworden, nemen we over. We zien met ontzetting hoe die ziekte zich heeft verspreid. We leven temidden van die twijfel. We hebben gezien in deze artikelen dat die twijfel twijfelbaar is. We zullen er niet in meegaan. Maar we blijven de koers van Gods Woord vasthouden. De Here zal ons bewaren te midden van zo’n tijdsgeest. Hij is onze rots, onze burcht. Bij Hem zijn we veilig. Ook in zijn kerk. De kerk die vandaag nog het gezag van het Woord van God over het hele leven durft te preken. De kerk die de zekerheid van het geloof preekt. Daar komen Gods kinderen tot rust, ja, tot bloei als beeld van God. Ongetwijfeld! Want onze God is een toevlucht en een sterkte, een vaste burcht.
De Heer, de God der legerscharen,
Is met ons, redt ons uit gevaren.
Een vaste burcht voor Israël
Is Jakobs God – Immanuël!
(Psalm 46:4 ber.)