Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Ik vaar op naar mijn Vader

Jaargang: 
1
Datum: 
16 mei. 2007
Nummer: 
19
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
89

Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Bij de Hemelvaart vaart Christus op naar zijn Vader. Ook bij zijn hemelvaart heeft Hij zijn discipelen God de Vader doen kennen. Ook bij zijn hemelvaart is Christus volmaakt gehoorzaam. Zo worden we er door Hem bij bepaald, hoe en waartoe wij onze levens moeten inrichten.

Taak volbracht

Bij de Hemelvaart is sprake van een wonder, dat echt gebeurd is, zoals het is beschreven. God wil dat de Hemelvaart ook zó geloofd wordt. Dit wonder voltrekt zich niet voor niets voor de ogen van de discipelen. De discipelen, die apostelen zijn geworden, zien met eigen ogen wat hier gebeurt. Ze zien de Here Jezus de aarde verlaten en omhoog stijgen. Dat was een bovennatuurlijk, een goddelijk wonder, het ging in tegen de wetten van de zwaartekracht. Maar het gebeurde wel zonder veel extra spektakel, heel rustig en vredig. De Here heeft zijn handen zegenend uitgestrekt over zijn apostelen, en zo ging Hij al verder omhoog. Totdat een wolk hem ontrok aan hun zicht.
Alles alsof het zomaar kon en zomaar gebeurde. Deze hemelvaart van Christus was toch heel anders dan de hemelvaart van Elia. Toen was er een storm, en waren een vurige wagen en vurige paarden die scheiding maakten tussen Elia en zijn discipel Elisa. Elia werd met groot geweld, met hemelse krachten weggescheurd van de aarde naar de hemel. Maar hier lezen we daar niets over. Geen aardbevingen, geen donderslagen, geen natuurverschijnselen, zoals bij Golgotha. Niet met geweld, maar majestueus en kalm gaat de Here Jezus naar Zijn Vader in de Hemel. Waarom ging dat zo rustig en zonder natuurgeweld?
Dat heeft ermee te maken dat Christus zich het recht had verworven om naar de hemel te gaan. Het recht dat Hem werd verleend door Zijn Vader in de Hemel. Christus is immers klaar met de opdracht van Zijn Vader. Hij heeft overwonnen de zondemacht en de dood. Hij heeft de zijnen zijn onderwijs, zijn bevelen en instructies gegeven. Nu is Hij klaar met zijn taak op aarde. Gods Zoon die zich vernederd had tot de allerdiepste verworpenheid van de hel, die door God verlaten was, is verrezen uit het graf, die vervolgens is verschenen aan de zijnen, zijn discipelen, zijn kerk, gaat nu naar Zijn Vader in de hemel.

Christus heeft hen zijn Vader laten zien: Hij heeft aan hen de Vader bekend gemaakt. Hij heeft hen zijn liefde getoond. God, die liefde is, had zijn Zoon gezonden tot een verzoening van de zonden. Een verzoening door voldoening. Voldoening van de schuld aan God. Een verzoening van mensheid en schepping met God. Naar Gods verkiezend welbehagen. En zo heeft Christus in alles de wil van zijn Vader gedaan, heeft Hij God de Vader verheerlijkt. In heel zijn leven op aarde tot dan toe. Maar nu mocht Hij naar zijn Vader terugkeren. En wachtte Hem een verheerlijking bij zijn Vader. Hij mocht nu het koningschap van de Vader ontvangen om alles tot volheid te brengen. Dan pas, als dat koningschap van Christus alles tot volheid zal hebben gebracht op de jongste dag, dan zal zijn taak helemaal klaar zijn. De taak van Gods Zoon die Hij vanaf de zondeval had gekregen om de Schepping te verlossen. Dan zou Hij eerst nog terugkomen als verlosser. Want Hij zal dan alles verlossen van de laatste smet, door middel van het laatste oordeel. En dan zal Hij zijn koningschap weer overdragen aan God de Vader.
Zijn Vader geeft Hem daarom nu het koningschap waarbij Hij mag zitten aan de rechterhand van de Vader. Alles in hemel en op aarde is Hem daarbij onderworpen.

Weten dat Ik de Vader liefheb

In die wetenschap gaat Jezus in volle beheersing en in volle rust naar Zijn Vader in de Hemel. Daarbij wordt zichtbaar hoe innig en vertrouwelijk en volmaakt de omgang tussen de Here Jezus en Zijn Vader was. Daarvan getuigt Gods Woord. Alleen al in het evangelie van Johannes wordt niet minder dan 87x God de Vader bij name genoemd door de Here Jezus. Voor de Here Jezus is het een feest om naar Zijn Vader te mogen gaan. Zijn Vader, in wiens handen Hij zijn geest al had toevertrouwd bij het sterven aan het kruis. Zijn Vader die Hij liefheeft met een oneindige liefde.
Zo sprak Hij nog voor zijn sterven over zijn Hemelvaart tot de discipelen in Joh. 14: 28v

    Gij hebt gehoord dat ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom tot U. Indien Gij mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik. En nu heb ik het u gezegd, eer het geschiedt, (dus voordat het gebeurt), opdat gij geloven moogt wanneer het geschiedt.

Zijn Vader is meer dan Hij. Meer dan de mens Jezus, die op dat moment nog vernederd is. Bij zijn Vader is heerlijkheid. En daarin mag Hij straks delen, als Hij opgaat als eersteling uit de doden.

Nu is het dan zo ver. Nu zien de apostelen de Here van hen weggaan, naar Zijn Vader toe. Zoals Hij hun al vaak gezegd heeft. Maar nu moeten ze ook geloven. Ze zien het met hun eigen ogen, en ze moeten daarvan straks getuigen. Ze moeten dat evangelie straks doorgeven. In onze tekst, vers 9, wordt dit zien benadrukt: Hij werd opgenomen, terwijl zij het zagen. Maar ze moeten niet alleen zien, maar vooral geloven. Geloven wat dit alles betekent. Ze moeten het onderwijs dat Christus hen had gegeven voordat Hij ging sterven aannemen. Ook wat Hij hen geleerd had na zijn opstanding moet nu bij hen gaan uitwerken dat ze Christus aannemen als Zoon van God, als de Middelaar van het genadeverbond, als hun Heiland en Verlosser. Die opvaart naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader.
De apostelen moeten weten waarom en waartoe Christus naar Zijn Vader gaat. Al zijn woorden die zo uitdrukkelijk steeds over de Vader gingen, moeten ze zich weer herinneren. De woorden ook die de Here uitsprak direct na de genoemde woorden in Joh. 14:31:

    maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zó doe als Mij de Vader geboden heeft.

De Here Jezus Christus gaat naar Zijn Vader. Vol liefde, vol trouw en gehoorzaamheid. Zijn liefde die steeds inhoudt dat Hij de wil van Zijn Vader volledig doet en wil doen. Daarin is volmaakte gemeenschap tussen Hem en de Vader, volmaakte harmonie. Hij vaart op, terwijl zijn Vader Hem opneemt. Op het tijdstip dat de Vader goed dunkt. God de Vader alleen weet de tijden en de gelegenheden.
Dan zal Jezus Christus moeten aanzitten aan de rechterhand van zijn Vader. Hij moet in de hemel zijn om te pleiten voor al de zijnen als hogepriester. En Hij moet regeren als koning. Daartoe legt God de Vader alles onder zijn voeten. Zo had Hij zopas nog aan Zijn discipelen laten weten

    Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. (Matt. 28:19)

Mij is gegeven: alles komt van Zijn Vader, alles komt ook tot zijn Vader. Voor dat laatste moet Koning Christus nu zorgen. Hij moet alles tot volheid brengen. Dàt moeten de apostelen goed weten. Zoals Paulus straks zelf schrijft in Ef. 4:10

    Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.

Daaraan moeten de apostelen straks meewerken, als gezondenen van Christus. Als geschenken van zijn koninklijke hemelvaart.

De tijden of gelegenheden

Maar beseffen de apostelen dit allemaal goed op dat moment? Zien ze de zaken helder? Het lijkt er toch niet erg op in onze tekst. We zien nog steeds een ontstellend defect in hun geloof. We lezen van een onwetendheid, terwijl de Here zich zo enorm heeft ingespannen om ze in te lichten over het koninkrijk van God. We lezen eerst in vers 3 dat de Here Jezus veertig dagen lang aan hen verscheen, en tot hen sprak over al wat het koninkrijk van God betreft. Zo werkte Christus heen naar een uitgerijpt geloof, dat nodig is voor hun levensbelangrijke en wereldomvattende werk als apostel.
Maar dan volgt in vers 6 een verslag van hun vergadering vlak voor de hemelvaart. Ze vragen (let u op het meervoud)

    Here, herstelt gij in deze tijd het koningschap voor Israël?

Wat is hier het opvallende? Dat is, dat er nog steeds bij hen een aardse gerichtheid is. Het koningschap van Israël. Nog steeds is er een beperkte visie op de diepte en de breedte van het evangelie.
Het blijft in hun geloofskennis nog steken in een beperkt aards denken. Dat komt niet doordat ze niet goed zouden kunnen leren of onthouden. Dat is ook niet zo dat er maar een enkeling het nog verkeerd ziet. Nee, het is nog iets van hen samen: ze vragen het samen in die vergadering.
Erg teleurstellend voor Christus. Maar Christus werkt gewoon verder. Hij roept ze tot de orde, dat wel, maar op een geduldige manier. Ze moeten allemaal nog zo groeien in hun geloof. Daarvoor is kracht nodig. Kracht uit de hoge. Pinksteren moet nog volgen. De Heilige Geest moet nog over hen komen. Die zal hen in de waarheid leiden. En dan pas krijgen ze het juiste inzicht en kunnen ze getuigen van alle verlossingsdaden van Christus. Dan pas kunnen ze het evangelie van de verhoogde Christus op de juiste wijze brengen. Dat geeft de Here ook aan in zijn antwoord in vers 8. Maar eerst had Hij hun duidelijk gemaakt om te stoppen met hun aardse berekeningen en om niet te treden in het verborgen plan van God de Vader. Hijzelf heeft steeds getoond te doen wat zijn Vader Hem had geboden, maar ook daarbij had God de Vader steeds de tijden in zijn hand. God de Vader heeft de gelegenheden en de mogelijkheden. Daar mogen zijn discipelen niet in treden, daar heeft de Zoon zelfs niet in kunnen treden. Christus’ koningschap is een koningschap naar het hart van zijn Vader. Daarin werken Vader en Zoon samen aan het grote plan van God de Vader met heel de schepping. Dat is geen aards koninkrijk. Als God de Vader het wil, zullen ook Israëlieten die zich nu onttrekken aan Christus’ koningschap, zich alsnog aan Hem willen onderwerpen. Als God de Vader ook daar Christus’ Geest wil zenden, dan zal ook daar Christus’ koningschap kunnen worden gevestigd. De apostelen moeten niet blijven denken aan aardse weelde en aan onmiddellijke vervulling. Want dan zijn ze weer niet bedacht op de dingen van God, maar op de dingen van mensen (Matt. 16:23).

Christus gaat nu naar de hemel, om het plan van God de Vader uit te voeren en daarom zendt Hij ook zijn apostelen uit op de aarde. Eerst naar Israël, naar Jeruzalem en Judea, maar dan vervolgens ook naar alle landen van de wereld. Christus’ koningschap beperkt zich niet tot Israël. Wanneer ze Hem verwerpen, dan gaat Hij verder. Net zolang tot God de Vader het Hem toelaat. Totdat Hij zegt: nu is het genoeg. Want Christus’ koningschap is een koningschap over heel de aarde. En de tijden en de gelegenheden zijn in de hand van God de Vader. Hij, alleen Hij, weet wanneer de Zoon klaar is en terug zal komen.

Zo spreekt de Here ook ons aan, als het gaat om de dienst in zijn koninkrijk. Maak geen berekeningen als het gaat om de kerk. Ook niet door de omvang van de kerk te berekenen. Komen er nog meer mensen? Komen er nog predikanten? Want de tijden en de gelegenheden ook daarvoor zijn in de hand van God de Vader. Maar voer gehoorzaam de opdrachten uit die Christus u als kerk en als kerklid geeft. En bidt daarbij: onze Vader, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede.