Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

II JOHANNES CALVIJN, cor mactatum in sacrificium offero, het geslachte hart bied ik ten offer aan

Jaargang: 
3
Datum: 
15 apr. 2009
Nummer: 
14
Schrijver: 
M. Daverschot
ID:
498

In ons vorige artikel volgden wij Calvijn in zijn jeugd en scholing maar vooral op zijn weg naar bekering en predikantschap, met name in Genève. Het Genève waaruit hij in 1538 door de plaatselijke overheid smadelijk verbannen werd. We zagen vervolgens dat Calvijn op aandrang van de hervormer Martin Bucer predikant werd van de Franse vluchtelingengemeente in Straatsburg.

3. (1538-1541) Verblijf in Straatsburg


Zoals Emden toevluchtsoord voor geloofsvervolgden in het Noorden is, is Straatsburg dit voor het Zuiden. In de stad bevinden zich niet alleen Lutheranen en (Franse) Gereformeerden, maar ook gematigde Wederdopers (of: Anabaptisten). Er is een Franse, maar ook een Duitse vluchtelingengemeente.
In Straatsburg leert Calvijn veel wat hem in zijn latere strijd van pas komt. Mee dank zij zijn collega-predikant van de Duitse gemeente, de veel oudere en meer ervaren Bucer,
Calvijn onderneemt een aantal reizen naar Duitse steden om godsdienstgesprekken te voeren. Doel van deze gesprekken is de bestaande verschillen tussen de roomse en protestantse leer zo mogelijk te overbruggen. Helaas lukt dit niet. Wel mag Calvijn in Straatsburg een aantal Wederdopers terugbrengen tot de waarheid van de Heilige Schrift, ondermeer de welgestelde lakenkoopman Jean Stordeur.
Stordeur overlijdt later aan de pest en Calvijn trouwt in 1540 met zijn weduwe Idelette van Buren. Het wordt een gelukkig huwelijk. Zij krijgen in 1542-tijdens Calvijns tweede verblijf in Genève-een zoontje, Jacques. Helaas heeft dit kindje, dat te vroeg geboren werd, maar een paar weken geleefd.

Calvijn geeft in Straatsburg voor het eerst de gereformeerde liturgie vorm en voert het psalmgezang (in de eigen landstaal!) in de eredienst in. Hier schrijft hij ook zijn beroemde "Antwoord aan Sadoletus", de kardinaal van Lyon. Deze geleerde kardinaal probeerde, op een sluwe en meeslepende manier, Genève tijdens Calvijns afwezigheid weer in de roomse moederkerk terug te brengen. Dit deed hij bijvoorbeeld door een uiteenzetting van de roomse leer te geven die de rechtvaardigmaking door het geloof alleen dicht naderde. Maar van de leer van de verdienstelijkheid van de goede werken deed hij uiteindelijk toch geen afstand.
In deze Straatsburgse tijd publiceert Calvijn ook de tweede, flink uitgebreide, editie van de Institutie (1539).


4. (1541-1564) Tweede verblijf in Genève


Dit verblijf kunnen we onderscheiden in twee perioden: 1541-1555: jaren van strijd en 1555-1564: jaren van rust en opbouw. We volgen Calvijn eerst in zijn jaren van strijd.


Terugkomst in een stad vol twisten


In Genève zijn na het vertrek van Calvijn de onderlinge twisten, maar ook de losbandigheid weer toegenomen. Het dreigde uit de hand te lopen. Maar de stadsoverheid en evenmin de achtergebleven predikanten kunnen het tij keren. Men smeekt Calvijn terug te komen, maar volgens hem is het beter driemaal te sterven, dan op een pijnbank altijd weer gekweld te worden. Toch gaat hij, omdat hij meent dat God hem daartoe roept. Maar het is wel met grote tegenzin.... Ik breng mijn geslachte hart aan de Here ten offer ("Cor mactatum in sacrificium offero", lijfspreuk van Calvijn).
Hij wordt in Genève met veel eerbewijzen ontvangen. Een donderpreek tegen de Geneefse gemeente blijft uit. Hij gaat met de uitleg van de Bijbel precies daar verder waar hij drie jaar eerder gebleven is. Alsof er tussentijds niets gebeurd is...
In 1541 verschijnt ook Calvijns eigen Franse vertaling van de Institutie, een voor het hele volk leesbare editie.


Kerkinrichting


In hetzelfde jaar wordt voor het eerst sinds de Apostolische tijd de schriftuurlijke kerkinrichting hersteld met Calvijns Kerkelijke Ordinanties. Deze Geneefse Kerkorde wordt zonder veel problemen door de grote stadsraad aanvaard.
Eén van de belangrijkste bepalingen is de instelling van een kerkenraad (consistorie), bestaande uit predikanten en ouderlingen. Hun taken zijn: prediking (alleen de predikant), pastorale zorg, opzicht en tucht, net als bij ons.
Behalve deze ambten worden ook de ambten van diaken en doctor ingesteld. Aan de diakenen is het onderhouden van de armen en de verzorging van de zieken toevertrouwd. De doctor, een ambt dat wij niet kennen, krijgt het onderwijs in de gezonde leer opgedragen Je zou hem een voorloper van de hedendaagse hoogleraar theologie kunnen noemen.

Door de reformatoren was de hele roomse ambtsleer met zijn onderscheid tussen geestelijkheid en leken verworpen. Calvijn herstelt als eerste weer de Nieuw-Testamentische ambten van predikant, ouderling en diaken. Zijn werk heeft ook op dit punt grote invloed gehad op de Gereformeerde kerkinrichting in Nederland.

Verder wordt in de Geneefse Kerkorde over de bediening van Doop en Avondmaal, huwelijk en begrafenis, zieken-en gevangenenbezoek, catechisaties, kerkenraadsvergaderingen en de kerkelijke tucht, gesproken.
Meestal zijn de regelingen heel praktisch. Niemand mag bijvoorbeeld langer dan drie dagen op zijn bed liggen zonder bericht aan de predikant. Maar als je wilt dat deze bij je komt moet je hem wel op een geschikte tijd vragen omdat hij niet afgeleid mag worden van de dienst waarmee hij de hele kerk dient.


De Geneefse kerkenraad kan niet, zoals in onze tijd, zonder directe overheidsbemoeienis functioneren. Hoewel Calvijn dit wel wenst. Strikte scheiding tussen kerk en staat is in Calvijns tijd in Genève niet haalbaar. De twaalf ouderlingen worden niet door de kerkelijke gemeente verkozen maar benoemd door de stadsraad en voorgezeten door, jawel: een ouderling-burgemeester. (Er zijn vier burgemeesters in Genève). Doel van deze Geneefse kerkenraad is vooral: kerkelijke tuchthandhaving en die geldt voor iedereen omdat in Genève kerk en maatschappij geheel samenvallen. Net als in de tijd toen de Rooms-Katholieke kerk het voor het zeggen had.


Kerkelijke tucht


De tucht wordt streng, zelfs voor onze begrippen zeer streng toegepast. Maar laten we niet vergeten dat de zestiende eeuw een heel andere tijd was dan de onze en dat Genève bovendien een losbandige stad was. Calvijn wilde heel graag die stad omvormen tot een stad die ernst maakte met de eer van God!
Elke donderdag worden aan de kerkenraad de overtreders onder politiebegeleiding voorgeleid. Dronkaards, lasteraars, woekeraars, overspeligen en anderen die zich onzedelijk gedragen hadden, kaartspelers, vechtersbazen en zij die ontrouw waren in kerkgang of Bijbellezen. Ernstige criminelen gingen rechtstreeks door naar de wereldlijke rechter.
Straffen worden grotendeels ontleend aan het in grote delen van Europa geldende wetboek van strafrecht van keizer Karel V (de Codex Carolina). Straffen die er niet om liegen.


Voorbeelden van tuchtoefeningen, of excurs


Een meisje dat haar moeder uitscheldt krijgt drie dagen hechtenis. Een vader die zijn zoon uitvloekt omdat hij tijdens de jacht een vos laat ontsnappen gaat drie dagen het gevang in.
Overspeligen werden vermaand, afgehouden van het Avondmaal maar in ernstige gevallen ook gegeseld of krijgen zelfs de doodstraf. Benoite, vrouw van Pierre Ameaux, speelkaartenfabrikant, vindt dat je het met de huwelijkstrouw niet zo nauw hoeft te nemen. Zij handelt daar ook naar en blijkt onverbeterlijk. Dat komt haar, na aanvankelijk veroordeeld te zijn tot levenslang in een gesloten inrichting, op levenslang huisarrest te staan.
Maar ook het belasteren van een wereldlijke of kerkelijke overheid kon je duur komen te staan. Ameaux, inmiddels Benoites ex-man, moet stoppen met de speelkaartenproductie omdat kaartspelen verboden wordt. In beschonken toestand beschimpt hij Calvijn tijdens een etentje en beschuldigt hem ondermeer van verkondiging van een valse leer. Zijn vrienden verklappen dit. Calvijn wil aanvankelijk niet reageren en verzoekt om mildheid in het straffen. Het resultaat is uiteindelijk dat Ameaux in z n hemd, lopend door de stad met een fakkel in zijn hand, God, de stadsraad en Calvijn om vergeving moet vragen.

Behalve het opleggen van straffen worden door de stadsraad weeldewetten ingevoerd om braspartijen en overdadige luxe in te perken. Deze wetten lieten overigens meer dan voldoende ruimte over voordat je in armoedige toestanden beland was!
Maar het belangrijkste strijdwapen van Calvijn en zijn collega-predikanten tegen zedeloosheid en losbandigheid is de prediking van het Evangelie en de kerkelijke tucht. Van de tucht zegt hij: "De strengheid moet niet zo zijn dat iemand er alleen maar door bedwongen wordt, evenzo moeten de straffen niet anders dan geneesmiddelen zijn om zondaars terug te brengen tot onze Heer.
Meerdere keren hebben Calvijn en zijn collega-predikanten zich ook moeite gegeven om de maatregelen en straffen te doen verzachten.


Tegenstand


Veel jaren gaan voorbij voordat de tegenstand tegen de gereformeerde leer en kerkinrichting overwonnen is. Vooral de door Calvijn zogenoemde Libertijnen (Libertinisten), mensen met een losse levensstijl, verzetten zich fel. Zij hebben als politieke partij veel invloed in en buiten de stadsraad en willen vooral hun privéleven naar eigen inzichten leiden. Ze hebben daarom niet veel op met gezag, van welk soort ook. Of dat nu van een roomse bisschop afkomstig is of van de hertog van Savoye of van de Geneefse kerkenraad, die zich beroept op Gods Woord. De libertijnse zedeloosheid en losbandigheid zijn Calvijn en allen die ernst wilden maken met Gods geboden jarenlang een kwelling geweest.


Andere moeiten


Er zijn verder grote moeiten met bepaalde andere personen. Bijvoorbeeld met Castellio, rector van het college waar Grieks en Latijn worden onderwezen. Hij blijkt afwijkende leerinzichten te hebben, wordt ontslagen en wordt vervolgens één van de felste vijanden van Calvijn.
Maar ook Michael Servet heeft Calvijn veel moeite bezorgd. Vanwege de geschiedenis van Servet is en wordt Calvijn nog steeds het meest belasterd.
Calvijn kent Servet, de Spaanse arts en theoloog, al sinds zijn jonge jaren en heeft in de jaren 1545-1546 een briefwisseling met hem gevoerd. Servet is in Frankrijk door de Inquisitie ter dood veroordeeld vanwege zijn godslasterlijke aanvallen op de leer van de goddelijke Drie-eenheid. Deze leer beleden en belijden Rooms-katholieken evenals gereformeerden van toen en nu.
Servet heeft deze leer van de Drie-eenheid het Athanasianum Satanasianum, genoemd. Een verwijzing naar de kerkvader Athanasius die tijdens het concilie van Nicea in 325 deze leer tegen de ketter Arius verdedigd had. Hij heeft ook een "Restitutie (Herstel) van het Christendom" geschreven om de "Institutie" te bestrijden. Verder is hij tegen de kinderdoop en bestrijdt hij de rechtvaardiging door het geloof.
Servet weet in Frankrijk aan zijn ter dood veroordeling te ontsnappen en vlucht brutaalweg naar Genève. Hij wordt gearresteerd door de stadsraad (toen nog in meerderheid Libertijns) en deze raad bevestigt het doodvonnis. Ketter zijn was destijds een zwaar vergrijp.
Calvijn, maar ook Farel, proberen tevergeefs Servet tot bekering te brengen. Calvijn probeert ook zijn straf te laten verzachten, eveneens tevergeefs. Op bevel van de stadsoverheid (!) wordt Servet op 27 augustus 1553 in het openbaar verbrand. In de vlammen hoort men hem roepen Jezus Zoon van de eeuwige God, ontferm U mijner.
De straf kreeg bijval, niet alleen in de Rooms-Katholieke wereld van die tijd, maar ook in de protestantse wereld.


Frankrijk


Erger dan alle voorgaande kwellingen is voor Calvijn het leed van zijn gereformeerde, broeders en zusters in Frankrijk. Zwaar werden deze slachtschapen van Christus door de Franse koningen en de Rooms-Katholieke geestelijkheid, vervolgd, gemarteld en gedood.
Calvijn raadt hen aan om te vluchten en velen van hen vluchten ondermeer naar Genève.
Vele malen troost Calvijn deze broeders en zusters, Hugenoten genoemd, op aangrijpende wijze. Ook probeert hij hen terug te houden van wraakneming. Bij hogere overheden probeert hij op te komen voor de vervolgden. Lagere overheden roept hij op om de vervolgden te beschermen in plaats van mee te doen aan de door hoger geplaatsten opgedragen verdrukking.

Onder Calvijns invloed was de kerkhervorming in Frankrijk sterk uitgebreid. In 1559 waren er al ongeveer drieduizend gemeenten en was een kwart van de Franse bevolking gereformeerd. Als we een vergelijking met onze tijd maken: er zijn nu nog maar een paar duizend confessioneel gereformeerden op een Franse bevolking van bijna 60 miljoen!
Calvijns waarschuwingen hebben niet kunnen voorkomen dat in 1562 de eerste Hugenotenoorlog (burgeroorlog!) uitbrak. Deze oorlog werd met tussenpozen gevolgd door nog zeven oorlogen tot 1593. In 1598 kregen de Franse Hugenoten, met de afkondiging van het Edict van Nantes, godsdienstvrijheid.



De overeenkomst van Zurich


In deze jaren van grote moeiten en verdriet gebeurt ook iets wat voor Calvijn grote troost betekent. Met Heinrich Bullinger (leerling en opvolger van de reformator Zwingli in Zurich) bereikt hij overeenstemming over de leer van het Heilig Avondmaal. Eindelijk, na een jarenlange woorden-en pennentwist! Twist tussen de reformatoren Luther, Zwingli en Calvijn over de betekenis van het Avondmaal. Luther houdt vast aan Christus lichamelijke aanwezigheid in het Avondmaal, voor Zwingli is het slechts een gedachtenismaal en voor Calvijn geestelijke gemeenschap met Christus door de band van de Heilige Geest.
In 1549 wordt door Calvijn en Bullinger de Consensus Tigurinus (overeenkomst van Zurich) getekend. Hierin wordt uitgesproken, dat de sacramenten niet slechts tekenen van belijdenis en onderlinge broederschap en oefeningen van het geloof zijn, maar dat God er vooral Zijn genade door betuigt, vertegenwoordigt en bezegelt. Pogingen om ook met de Lutheranen verder te komen op het punt van de Avondmaalsleer mislukken helaas.

In datzelfde jaar 1549 sterft Calvijns geliefde vrouw Idelette, na veel ziek te zijn geweest. Haar te verliezen betekent intens verdriet voor hem, zij was z n beste vriendin. Hij weet zich door Gods beloften vertroost, maar zegt nog maar een half mens te zijn.


(1555-1564) Jaren van rust en opbouw


In 1555 krijgt het gezag van Gods Woord de overhand in Genève. Dit gebeurt nadat de voornaamste tegenstanders de stad uitgevlucht zijn. Ze blijken aanstichters van een samenzwering te zijn, die op tijd ontdekt wordt. Nu kan Genève een licht op de kandelaar en een stad op een berg worden.
In 1559 sticht Calvijn de Academie van Genève, een theologische universiteit. Gestart wordt met 900 studenten! Theodorus Beza (de latere opvolger van Calvijn) wordt rector. Deze Academie heeft grote invloed op de Reformatie in veel landen gehad. Leerlingen waren onder anderen John Knox, Casper Olevianus en Marnix van St. Aldegonde.
In 1559 verschijnt (na een derde editie in 1543) de vierde en laatste editie van Calvijns hoofdwerk de Institutie, die inmiddels in veel talen vertaald is. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis uit 1618 is grotendeels een samenvatting van deze Institutie!
Calvijn leerde evenals Luther, de rechtvaardiging door het geloof alleen, zonder de werken.

Behalve zijn hoofdwerk de Institutie schrijft Calvijn commentaren op (bijna) alle Bijbelboeken.
Zijn boeken draagt hij op aan koningen, vorsten en hooggeplaatste personen in Engeland, Frankrijk, Polen, Zweden, Denemarken. Doel: deze vorsten en hooggeplaatsten gunstig te stemmen voor de Reformatie en hen zo mogelijk daarvoor te winnen.
Hij voert correspondentie (zonder email!) met mannen en vrouwen in heel Europa. Van zijn brieven zijn 4000 bewaard gebleven. Hij schrijft duizenden preken. Tenminste 2100 zijn daarvan bewaard gebleven.


Het aardse leven eindigt, de Reformatie gaat door


Kort voor zijn overlijden laat Calvijn eerst de leden van de stadsraad en dan de collega-predikanten bij zijn bed roepen. Tot deze laatsten zegt hij ondermeer: U hebt veel gebreken van mij moeten verdragen. Zelfs is alles wat ik gedaan heb niets waard geweest..... Maar ik kan zeggen, dat ik het goede gewild heb, dat mijn ondeugden mij altijd mishaagd hebben en dat de wortel van de vreze Gods in mijn hart was. En u kunt zeggen dat de genegenheid goed geweest is en ik bid u mij het kwade te vergeven.
Op de avond van 27 Mei 1564 sterft de totaal uitgeputte Calvijn. Hij heeft in Genève veel te lijden gehad van ziekten en pijnen, mee als gevolg van de zware strijd en zijn overmatige arbeid.

Calvijn wilde geen grafsteen om persoonsverering geen kans te geven. Daardoor kon men enkele maanden na zijn dood al niet meer aanwijzen waar zijn graf was. Maar zijn arbeid is rijk gezegend, om met de woorden van 1 Kor. 15:58 te spreken: zijn arbeid was niet vergeefs in de Here!
Door Gods genade bereikte de Reformatie die met Luther begonnen is via Duitsland Frankrijk en via Calvijn heel Europa en vervolgens via Engeland Amerika. Zo werd de Reformatie uiteindelijk een wereldkerkhervorming. Soli Deo gloria.