Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Hoort God elke wens van mij?

Jaargang: 
10
Datum: 
04 nov. 2015
Nummer: 
3
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1564
Rubriek: 


Als onze God mijn wens niet vervult, hoe kan ik dan toch leven met rust in mijn gedachten? Houdt Hij wel altijd rekening met een gelovig kind van Hem? Er zijn best wel wensen waarvan ik de vervulling zeer nadrukkelijk verlang. Hoort God wel elke wens van mij? Denk alleen maar aan de last van verdeeldheid in de kerk, van kerkelijke verdeeldheid, aan het afdwalen van Gods Woord in gezin en familiekring. En dan de kinderen van de kerk. Zullen zij wel het geloof aannemen, bewaren en daaruit leven? Zij staan immers bloot aan de verzoekingen van de duivel, net zoals wij. We leven in een wereld die in toenemend tempo de Here verlaat, zijn aanbod van verlossing en eeuwig leven verwerpt, en overspoeld wordt door digitale verleidingen.

Wil onze God elke wens wel vervullen?

Nee.

In Deuteronomium 3:26,27 lezen we dat de HERE tegen Mozes zegt: `Laat het genoeg zijn, spreek Mij niet meer over deze zaak´. Dat is het antwoord van de HERE op het bidden van Mozes om toch het beloofde land te mogen ingaan. En toch toont Mozes zich in zijn gebed een bidder die zijn gedachten, woorden en daden voorlegt aan de HERE. En toch krijgt hij een antwoord met een bevel om stil te zwijgen, met daarbij de toevoeging om de top van de berg Pisga te beklimmen en vandaar af het beloofde land te overzien. Hij mag wel het land zien, maar er niet lopen.

Alsof God zei: neem nu genoegen met hetgeen Ik gezegd heb, dat is mijn welbehagen en onveranderlijke besluit (Jac. 1:17).

Maar Mozes stelde zich in zijn gebed wel bescheiden op en erkende de HERE als zijn God. Die kan doen wat Hij wil. Hij beleed dat geen enkele god in macht Israëls God kan evenaren, zij vallen in het niet bij de majesteit van Israëls God (Ex. 15:11, Deut. 4:7,33). Zijn God is Degene die voltooit wat Hij begint. Mozes zag hoe de HERE zijn volk bevrijdde uit de slavernij. En hij weet het: de HERE doet zijn werk nooit half. De HERE zal zeker zijn volk binnenleiden in het beloofde land. Is dat binnengaan niet de kroon op Gods werk: het in stand houden en leiden van zijn volk gedurende veertig jaren door de woestijn, dat barre oord waar, menselijk gesproken, geen levensmogelijkheden zijn voor een groot volk. Mozes prijst in zijn gebed niet zijn eigen werk, alleen Gods werk krijgt de eer en zijn eigen persoon valt weg. Mozes wil ook niet zijn eigen werk naar eigen inzicht voltooien.

Mozes bidt om genade dat de HERE aan hem zijn gunst geeft en dat hij tòch het beloofde land mag binnengaan.

God blijft barmhartig

Uit het antwoord van de HERE blijkt dat Mozes wel `goedkeuring´ bij God gevonden heeft. Maar Mozes heeft zijn eigen schuld en de schuld van het volk niet weggenomen. Die schulden bleven bestaan en werden niet gedelgd. Dat gebeurde pas door de offerdood van Jezus Christus. Uit het antwoord van de HERE blijkt zijn ongenoegen over Mozes, maar ook zijn barmhartigheid.

Want God handhaaft zijn belofte aan zijn volk om aan dat volk een voortreffelijk land en woonplaats te geven, ondanks hun hardnekkigheid in het afdwalen van zijn liefde en geboden. Onze God vervult zijn voornemen: zijn eigen Zoon zal alle schulden van zijn volk uitdelgen en zijn volk, als de ware Jozua, binnenleiden in Het Beloofde Land waar eeuwig de levensomstandigheden volmaakt zijn. Wat een vreugde geeft deze wetenschap nu al aan Gods kinderen.

Mozes krijgt de opdracht om de top van de berg Pisga te beklimmen, daar krijgt hij de gelegenheid om het gehele beloofde land te overzien. Het prachtige land waar de toekomst van Gods volk ligt.

De HERE heeft de wens van Mozes wel gehoord, maar deze anders vervuld dan hij gevraagd had. Ondanks de schulden die zijn kerkvolk en zijn leidsmannen hebben, kunnen we vandaag de dag hierin de profetie zien dat God zijn volk toch zonder enige schuld in Het Beloofde Land, de nieuwe hemel en aarde, zal brengen.

Gods genade is beslissend

In het antwoord van de HERE aan Mozes is er een overeenkomt met het antwoord aan Paulus. Ruim 1500 jaar later worstelt Paulus met de Here om bevrijding van de doorn in zijn vlees. Een engel van de satan slaat hem met vuisten (2 Kor. 12:7). Dat was een zware last voor hem. Driemaal heeft Paulus zich tot gewend tot Jezus, zijn Heer, en gevraagd (2 Kor. 12:8) dat de satan van hem zou weggaan.

De Here vervulde de wens van Paulus niet. En zei tegen hem: `Mijn genade is u genoeg´ (2 Kor. 12:9).

Ondanks de slagen die de satan hem gaf, stelde de Here hem wel in staat om de zege van Christus te verkondigen. Daaruit bleek overduidelijk dat de macht van de duisternis onderworpen is aan de kracht van Christus. Daardoor kon Paulus toch geloofwaardig de volle vergeving van de zonden en de wijsheid van Christus verkondigen.

Uit het antwoord van de Here blijkt dat de kracht van God openbaar wordt, ook door de zwakheid van de apostel. Niet de oplossing die we zelf vragen zal uitkomst brengen, maar blijken zal dat de genade die we ontvangen in ons leven beslissend is.

De kracht van Christus wil niet in concurrentie treden met onze menselijke wijsheid of kracht. Genade, dat is de schuldvergevende liefde van onze God, brengt uitkomst.

Die genade geeft de Here alleen aan mensen die hun eigen onmacht bewust zijn. We zullen nooit de macht van de genade leren kennen als we niet de zwakheid van onze natuur zelf voelen. Als de Here ons kracht en wijsheid geeft, zal Hij ons in staat stellen om ons verdriet en onze moeiten te dragen. Zijn kracht zal in ons worden uitgegoten. Zijn wijsheid zal ons verlichten. Het is beter de kracht van God te ontvangen dan onze eigen kracht. Want al zouden we duizend keer sterker zijn dan wij zijn, het zal niets betekenen in het aangezicht van onze vijand, de satan.

In ons verdriet en in onze moeiten kunnen we desondanks toch leven vanuit een voedingsbodem van vreugde: de genade van God is genoeg voor mij! Jezus Christus heeft de satan overwonnen!, is opgestaan!, wil ons binnenleiden in Het Beloofde Land! Daar wordt aan Gods trouwe kinderen voor eeuwig het leven in volmaakt geluk aangeboden.

En mijn inbreng dan?

Wat was de reden dat God de wens van Mozes en Paulus niet vervulde?

Paulus mocht aan de Romeinen schrijven dat wij niet weten wat wij bidden zullen naar behoren (8:26). Jacobus schreef dat, als iemand in wijsheid tekortschiet, hij God daarom moet bidden, en dan zal die wijsheid gegeven worden (Jac. 1:5). Even daarna mag Johannes aan de kerk schrijven dat God verhoort als wij bidden naar zijn wil (1 Joh. 5:14). Dat betekent dat God ons opdraagt dat wij Hem bidden om wat Hij geboden heeft (HC 45, v/a 117). Het staat ons niet vrij om maar alles te bidden wat we willen. God wil alleen geoorloofde zaken geven (HC 45, v/a 118).

Hoe kunnen we die kennen? Dat begint met het gebed dat onze Here ons Zelf geleerd heeft waarin wij bidden: Uw wil geschiede. Eigenwilligheid in ons bidden wordt niet vervuld.

Gods beleid gaat ons verstand te boven

God handhaaft zijn barmhartigheid en genade, dwars door de zonden heen die onze gebeden aankleven. Dat kan Hij. Dat geloven wij. Zijn wegen en zijn gedachten zijn hoger dan de onze (Jes. 55:8,9). Dat blijkt zo duidelijk uit de geschiedenis van het kerkvolk. Hij heeft beloofd dat Hij zijn volk in stand zal houden en Hij doet het ook. De eeuwen door. Ondanks onze zwakheden (Gen. 12:7; 17:7,8; Richt. 2:1).

Het Woord volbrengt wat het aankondigt: de uittocht uit de slavernij en de intocht in het land van de Vader. Het kerkvolk moet zich bewust blijven dat het van zichzelf op geen enkele manier de ontferming van God waardig is. De gelovigen mogen zo gelovig zijn en zich zo voordoen als ze willen, maar Gods gedachten zijn niet hun gedachten. De mens komt veel sneller ten val dan hij zelf denkt. De wet verbiedt de zonde, maar neemt de zonde niet weg. En Gods volk zondigt nooit goedkoop. De profeet geeft vertrouwen in de mogelijkheden van God die de mens zelf niet voor mogelijk houdt of zelfs maar kan bedenken.

Realiseren we ons wel voldoende wat ons allemaal kan overkomen? En welke weldaden onze God geeft? En welke ellende Hij ons bespaart door onze wensen anders te vervullen dan wij van Hem vragen?

Inderdaad, zijn schuldvergevende liefde, zijn genade is ons genoeg.

De kracht van het Woord van God stilt onze honger en dorst. Dat is de toezegging van Gods aanwezigheid met als hoogtepunt de vergeving van zonden door het offer van Gods Grote Dienstknecht.

En ikzelf dan?

Desondanks zien we in onze samenleving dat zeer veel mensen er de voorkeur aan geven om geheel zelfstandig de invulling van het eigen leven te bepalen naar eigen inzicht. Dat geeft begeerte naar wereldse dingen die vergankelijk zijn. Dat wil je wijsmaken dat verdriet alleen in je eigen gedachten zit, waarmee je moet leren omgaan en er afstand van te doen.

Maar dit moderne levensgevoel is in feite de weg van de zelfverlossing. Die wordt ons vandaag zo veel voorgehouden door van oorsprong oosterse religies, zoals boeddhisme, maar ook door yoga en dergelijke. Deze leren dat je zelf moet uitmaken hoe je met je verdriet omgaat. De mensen lopen dan weg van Gods wijsheid, vervreemd van God. Dan wordt ontkend het verschrikkelijke van de zonde, namelijk dat de mens niet wìl leven in gehoorzaamheid aan zijn God en Schepper. Alle afhankelijkheid moet de deur uit en de mens zelf is degene om wie het in feite toch allemaal draait.

Daarom geeft de moderne mens geen plaats aan verzoening. Het kruis past niet in het hedendaagse levensgevoel. Training, oefening, meditatie, lichaams-oefeningen, bewuste ontspanning moeten dan geestelijke gezondheid bewerken. Het gaat om het zelfreddend vermogen van de mens.

Dit moderne levensgevoel krijgt o zo gauw vat op ons. Sinds de zondeval zit het in onze genen. In de kerk gaan we dan denken dat we zelf ons geloof moeten invullen. De zegen van het tweede gebod schuiven we dan terzijde en eigenwilligheid neemt bezit van ons. Dan gaan we zeggen: `mijn´ wil geschiede in plaats van `uw´ wil geschiede, en dan neemt de kans toe dat we ons niet meer maximaal inspannen om betrouwbare gereformeerde voorlichting op zo groot mogelijke schaal te verspreiden.

Maar, ... waar is, met deze levenshouding, nu het vertrouwen dat we rust zullen vinden? Dat we van alle problemen af zijn en eens echt gelukkig zullen worden?

Waar is het keerpunt?

Wat kan de wending geven in het leven van de mens waardoor hij weer vertrouwen krijgt in de toekomst?

Gelukkig geeft Gods Woord antwoord op deze vraag. In Psalm 73 gaat het om een gevecht t.a.v. zekerheid omtrent God. Het noemen en overwegen van een volheid van kwellende situaties vraagt geloof en ingrijpen van God.

Hoe komt het dat bij een leven in vertrouwen op God toch zoveel onheil wordt meegemaakt? De bidder vindt op zijn innerlijke nood geen direct antwoord. De beslissende wending komt niet door piekeren in je persoonlijke binnenkamer, dat brengt je tot hetzelfde einde als de goddelozen. De blikrichting van de bidder veranderde toen hij het heiligdom binnenging. Dat opende een nieuw perspectief. Twijfel verdween. Geloofsvertrouwen kwam terug. Hoe sterk hebben we dat ervaren bij de reformatie van de kerk in de jaren 2003/2004/2010 en de opleving van eigenwilligheid in de scheuringen daarna. Ook heden ten dage geeft het moed om de HERE te blijven vasthouden in een samenleving waarin God naar de achtergrond wordt gedrongen (Ps. 37:5).

In Gods heiligdom vernemen we in de eredienst dat de voorspoed van de goddelozen slechts kort van duur is en eindigen zal in een verschrikkelijke toekomst; een mooi lijkende morgenstond wordt gevolgd door een verschrikkelijke, eeuwige nacht (vs. 17-20).

Er is geen andere persoon of zaak in de wereld waar ik ook maar enig geluk kan zoeken of verwachten dan alleen bij de HERE onze God (vs. 25). En ik erken dat ik in mijzelf een arm en zwak schepsel ben, want mijn lichaam en geest kunnen mij begeven en bezwijken onder zulke beproevingen (vs. 26).

Mijn hoop

Er is veel dat ons neer kan buigen. Maar, wat buigt u neer?

De herhaling van deze vraag (Ps. 42:6,12) toont dat de Bijbelschrijver niet in één keer zijn moeiten te boven is gekomen. Groot verdriet en wanhoop kunnen zwaar aanvallen. Maar de bidder zegt niet `komt tijd, komt raad´. Hij zegt: `Hoop op God, want ik zal Hem nog loven´. Dat geldt eeuwig. Een bidder moet eerlijk zijn, zichzelf niet overvragen. Dat verlangt God ook niet van hem. God wil dat de bidder hoopt. Hulp komt van Gods Aangezicht, dat openbaart Hij in zijn Woord en verkondigt Hij in zijn heiligdom; dat is de kerk die zijn Woord trouw bewaart.

God Zelf is nu weer de enige inhoud van mijn hoop. Alleen de Here geeft genoeg. De HERE zal ons horen om Christus´ wil. Hij kan en wil en zal in nood volkomen uitkomst geven (Ps. 68:8 ber.). God kan alles (Job 42:2).

Vanaf nu is mijn levensdevies weer: bij God zijn (Ps. 73:28).

Rust

Dat geeft rust.

Rust, dat is het einde van alle moeiten van het leven; vrij zijn van zorgen, teleurstelling en verdriet.

Christus geeft de zekerheid dat we rust kunnen en zullen krijgen.

Hij hield vol en liet Zich niet ontmoedigen en ook niet afleiden om zijn taak op te geven toen zijn boodschap werd afgewezen. Te midden van alle vijandigheid en verlating staat Hij daar en roept deze boodschap uit: `Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven´ (Matth. 11:28).

Tot Christus komen is in Hem geloven en een discipel van Hem worden, het is uit jezelf naar Hem toegaan met begeerte, liefde, vertrouwen en hoop op Hem. Gaan als zondaar en je ziel overgeven aan Hem om te leven in de zekerheid dat àlle zonden vergeven worden.

Deze, met alle volmachten toegeruste Zoon, aan Wie alles is toevertrouwd roept nu om te komen, ook ten aanhoren van de mensen die Hem verwerpen.

En de vraag aan iedereen die geroepen wordt is: wìl je wel tot Hem komen?

De weg die Hij wijst is nl. smal en eng is de poort om zijn Koninkrijk binnen te gaan (Matth. 7:14). Dat kost moeite (Lucas 13:24).

Maar als we geen moeite willen doen voor het Koninkrijk der hemelen, voor welk koninkrijk dan wel (1 Kor. 9:25)?

Jezus geeft rust

De geroepenen hebben twee kenmerken: vermoeid en belast.

Ze zullen de schuld van onvervulde en drukkende wetsverplichtingen niet meer zelf te dragen hebben. Bevrijd zullen ze zijn van het vermoeid zijn en van het altijd blijven dragen van de schulden.

De mens is belast, ja, zwaar belast met zonde: vrees, zorg, wroeging, angst voor de dood, maar ... Jezus zal deze last afnemen van iedereen die tot Hem komt. Hij droeg de verpletterende last en massa van onze zonden, zodat wij deze niet langer behoeven te dragen. Hij maakte Zichzelf tot de grote Lastdrager, zodat iedereen die zucht onder een ondraaglijke last kan ophouden om zich te vertillen en opgelucht verder kan leven.

Ieder die zwoegt onder de zweep van de eerzucht, gierigheid, wellust, eigenwilligheid: Jezus zal u bevrijden van deze slavernij. Jezus geeft rust.

Waar dan heen? Tot U alleen

Wij bidden dat Gods wil geschiedt en vragen daarbij ook om instandhouding van het ware geloof bij onszelf, ons nageslacht, onze familie, de kinderen van de kerk en het voortbestaan van de kerk in eenheid van het ware geloof (Joh. 17:21).

We geloven dat onze God wil dat wij alles doen tot zijn eer en dat Hij alles in mijn leven voor mij doet meewerken ten goede (HC 9).

Eenswillendheid met de Here beoefenen, dat geeft rust.

Deze rust is geen mensenwerk, wel een geschenk van Jezus met goddelijke volmacht: Gods werk.