Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Hoe is het goud donker geworden! (2)

Jaargang: 
11
Datum: 
20 sep. 2017
Nummer: 
18
Schrijver: 
S. de Marie, T.L. Bruinius
ID:
1775
Rubriek: 

Over de toestand van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

In het voorgaande hoofdartikel (De Bazuin nr. 17, 6 september 2017) zijn we begonnen met het schetsen van de toestand in de GKv. We hebben kort geschetst hoe de overgave aan de tijdgeest desastreuze invloed heeft gehad op Schriftuitleg, Schriftgezag, kijk op de kerkgeschiedenis, kerkorde, ambt en de betekenis van de belijdenis.

Nu het vervolg.

Oecumene

Het doordringen van de tijdgeest, het postmodernisme en het evangelicalisme, met het toelaten van niet-confessionele opvattingen en het ter discussie stellen van het gezag van Gods Woord en de belijdenis, heeft ook geleid tot een praktijk van valse oecumene. Oecumene staat voor de eenheid van Christus' kerk wereldwijd. Eenheid in waarheid! De Kerk van Christus is geroepen om die eenheid te zoeken met alle gemeenten waar Christus in waarheid Zijn volk vergadert, naar de kenmerken die onze belijdenis doorgeeft in art. 29 NGB als samenvatting van Gods Woord hierover. Die Bijbelse oecumene, die eenheid in wáárheid, is in de GKv losgelaten. Men heeft gekozen voor een wereldse oecumene, voor aanpassing en meedoen met verbinding over kerkmuren heen. We denken aan de plaatselijke samenwerking met Christelijke Gereformeerde Kerken en Nederlands Gereformeerde Kerken, op veel plaatsen al jaren gebruikelijk. Maar ook hier en daar met PKN-gemeenten. We denken aan de deelname van vrijgemaakte voorgangers aan de zogenaamde Nationale Synoden en aan de samenwerking in het verband van de Raad van Kerken. Daarbij wordt het kerk zijn van Christus en de oproep om terug te keren naar Gods Woord en de wettige kerkvergadering verloochend en ingeruild voor een brede algemeen christelijke vage eenheid, met ruimte voor allerlei leer.

Zondag

In 1996 stelde ds. D. Ophoff, toen predikant te Nieuwegein, in een preek over Zondag 38 dat wat hem betrof, de zondagsrust niet gegrond is op een absoluut goddelijk gebod. Het is een menselijke instelling, die wel waardevol is om te onderhouden; het is goed voor een mens om een dag in de week te rusten. Tegen deze stelling werd toen bezwaar aangetekend door een kerklid. Uiteindelijk kwam de zaak op de GS Leusden 1999. Die synode sprak uit dat de opvatting van ds. Ophoff niet te veroordelen is. Op de GS Zuidhorn 2002 werden tegen deze synode-uitspraak tientallen revisieverzoeken ingediend. Maar de synode van Zuidhorn verwierp alle ingediende verzoeken en liet de uitspraak van Leusden staan.

De mening dat er geen goddelijk gebod meer is om op de zondag te rusten van het dagelijks werk, mocht vanaf die tijd in de kerken gewoon geleerd worden. En de praktijk is helaas zichtbaar geworden in levensgedrag op zondagen en lege of zelfs afgeschafte erediensten op zondagmiddag.

Open avondmaal

Ook werd in 1999 een besluit genomen over de viering van het avondmaal in crisis- en oorlogsgebieden. De uitspraken die daarover werden gedaan en gehandhaafd, hadden ook grote betekenis voor de viering van het avondmaal in de gewone gemeenten. Toegang tot het avondmaal werd de eigen verantwoordelijkheid van avondmaalsgangers. De oude afspraken uit de kerkorde zijn sindsdien losgelaten. En daarmee ook de Bijbelse gegevens m.b.t. het heilig houden van de avondmaalstafel.

In feite gaf de synode toen al groen licht voor een 'open avondmaal'. Dat is een avondmaalsviering op grond alleen van een persoonlijke verklaring, een persoonlijk gevoelen van het christelijk geloof. In plaats van binding aan de geloofsbelijdenis, ambtelijk opzicht en tucht, nu eigen overtuiging en eigen kerkkeus.

Daarbij speelde de veranderde visie op de kerk (pluriformiteit) zoals bovengenoemd een belangrijke rol. Op de synode van GS Amersfoort werd in die lijn de toelating van gasten aan het avondmaal geregeld, waarbij de kenmerken van de ware kerk alle in het geding zijn (zie hierover het artikel van ds. E. Heres, De Bazuin nr. 20, jg. 8, 21 mei 2014*).

Vrouw en ambt

Nog één zaak willen we noemen: de vraag naar vrouw en ambt. Eeuwenlang hebben de kerken, in overeen-stemming met de Schrift, geleerd en gehandhaafd dat tot het bijzonder ambt alleen de broeders in de gemeente geroepen zijn. Niet de zusters. Zij hebben een andere roeping. Zo werd steeds geantwoord op de terugkerende vraag naar de positie van de zusters in de gemeente. Maar in 1993, op GS Ommen 1993, werd voor het eerst een wissel omgezet. Daar werd niet meer gesproken over 'roeping' maar over 'rècht'. Daar werd voor het eerst gebogen voor de geest van de tijd. Daar werd voor het eerst op een GKv-synode zichtbaar dat de nieuwe hermeneutiek, het nieuwe Bijbellezen, doorgedrongen was in de kerken. Vastgesteld werd dat aan de zusters in de gemeente het stemrecht niet mocht worden onthouden. Het was het begin van een ontwikkeling die er mede toe geleid heeft dat op de GS Meppel 2017 in principe alle ambten zijn opengesteld voor de vrouw. Rechtstreeks in tegenspraak met de Bijbelse gegevens.

We verwijzen voor deze ontwikkeling graag naar eerdere artikelen over deze zaak in De Bazuin. Zie 'Doorgaande deformatie', nr. 33, jrg. 7, 25-09-2013*; 'De door God gegeven plaats van de vrouw in de kerk', jrg. 8, nr. 11, 19-03-2014*; 'M/V in de kerk Een uitgesteld ja', jrg. 8, nr. 24, 18-06-2014*; 'Het Bijbels onderwijs vasthouden', jrg. 8, nr. 27, 16-07-2014*; 'Stel alle ambten open voor de vrouw, 1, 2 en 3', jrg. 11, nrs. 2, 3 en 4, januari/februari 2017*; 'Is de rol van de vrouw in gezin en kerk toe aan verandering? 1 en 2', jrg. 11, nr. 12 en 13, 14-06 en 28-06-2017*.

Kenmerken van de kerk

En wat zullen we nog meer noemen in deze treurige reeks? De onschriftuurlijke veranderingen in de liturgie? Het invoeren van een grote hoeveelheid onbijbelse liederen in de eredienst? Een andere visie en praktijk waar het gaat om huwelijk en echtscheiding en ongehuwd samenwonen? De invoering van de zeer moderne, bij de tijdgeest passende Nieuwe Bijbelvertaling? Het opbreken van het oude gereformeerde recht naar art. 31 KO, in de nieuwe kerkorde?

 

We moeten opnieuw vaststellen, zoals dat vanaf 2003 steeds aan de orde was, dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zich definitief, naar de mens gesproken onomkeerbaar hebben aangepast aan de wereld rond de kerk. Dat zij hebben toegegeven aan de trend om niet meer de geboden van de HERE en de leer van de kerk maar het persoonlijk geloof normatief te laten zijn. (Zie ook de brochure Laten wij ons bekeren, LWVKO, 2003**).

 

De GKv hebben definitief gekozen tegen de antithese. Ze weigeren nu het gelovig isolement.

De kenmerken van de kerk, art. 29 NGB, de zuivere prediking, schriftuurlijke tucht en de zuivere bediening van de sacramenten, zijn fundamenteel aangetast en losgelaten. (Onverlet het gegeven dat er nog steeds predikanten zijn in de GKv die Gods Woord Schriftuurlijk brengen, het gaat om de GKv als geheel, in zijn officiële hoedanigheid). Verbondsbreuk.

Ondanks zoveel ingebrachte bezwaren, ondanks vrij-makingen vanaf 2003 tot nu toe, ondanks zeer ernstige vermaanbrieven van buitenlandse zusterkerken.

Eén weg

Ja, dan staan we bij de puinhopen van Jeruzalem. Het eens blinkende goud is donker geworden. Diep treurig. En nu?

Voor wie werkelijk gereformeerd wil blijven, dat is voor wie werkelijk Gods Woord in zijn of haar leven voorop willen laten staan, voor wie nog geldt 'zo zegt de HEERE', is er maar één weg.

De weg van de reformatie. De weg van de terugkeer. Niet de weg van conformeren en maar laten gaan. Niet de gedachte 'ach, het zal mijn tijd wel duren' of 'maar in mijn gemeente valt het nog wel mee'. Ook niet met de verzuchting 'het is mij te moeilijk'.

Dat alles is conformeren, toch maar meebuigen, Zo aanvaard je ondanks persoonlijke moeiten aanpassing en meedoen met de geest van de tijd, de antichristelijke geest, die gaat heersen over Gods eigen Woord.

Dat mag om Christus' wil niet. Nee, de enige weg is niet conformeren maar reformeren.

 

Dat houdt in: breken met al die onschriftuurlijke, ja, anti-schriftuurlijke zaken.

Dat houdt daarom in: breken met de GKv en bereidwillig het juk van Christus opnemen en de ware eenheid zoeken. (Zie ook 'De ware eenheid (2)', De Bazuin, jrg. 3, nr. 12, 01-04-2009*.)

Velen gingen die weg al. Vanaf 2003 tot nu toe. Ze zijn blijven roepen. Tot vandaag. Het is de enige weg waar God roept. (Zie ook brochure Laten wij ons bekeren, LWVKO, 2003**.)

Vernieuw onze dagen

'HEERE, bekeer ons tot U, dan zullen wij bekeerd zijn!

Vernieuw onze dagen als vanouds.

Want zou U ons geheel en al verwerpen?

Zou U zozeer op ons vertoornd zijn?'

(Klaagliederen 5:21,22)

 

Jeremia wist het wel. Terug naar de HEERE! Hij eindigt zijn klaagliederen met de bede: HEERE, bekeer ons tot U. Brengt Ú Zelf ons weer terug op de goede weg. Trek ons, leid ons en maak ons weer gehoorzaam. Wij zijn zwak, maar U bent onze sterke God. U kunt in uw grote trouw, barmhartigheid en goedertierenheid onze dagen vernieuwen.

 

Het is de weg van Micha 6:8:

'Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.'

Het is de weg ook van Openbaring 2:16:

'Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond.'

 

Ja, ook dat laatste. Als je niet wil gaan op die ene weg en je dagen niet wil laten vernieuwen door de HEERE, dan betekent dit mee verantwoordelijk blijven. Maar dan loop je het risico mee te vallen onder het oordeel van 2 Thessalonicenzen 2. Overgegeven worden aan de dwaling, niet meer kùnnen zien, met blindheid geslagen worden.

Eén keuze

De woorden van Jeremia en Micha staan niet op zichzelf. We citeren uit een brochure van 2003:

... maar hebben hun plaats aan het eind van een lange geschiedenis van Gods trouw en genade en herhaalde ontrouw van de Israëlieten, tijdens welke de Here telkens weer duidelijk heeft gemaakt wat Hij van zijn volk vraagt: gelovig volk van God zijn, oprecht de Here dienen. Hij vraagt gewoon trouw te zijn aan Gods Woord, dat Woord geheel laten staan, niet aan de geboden tornen, niet allerlei zaken uit de Schrift "toepasbaar" maken voor "een andere tijd", niet de eerste liefde, de volledige overgave aan het Evangelie, inruilen voor geschipper met wetenschappelijke theorieën, die het Woord van Christus "aangenaam" willen maken. Het komt er echt op aan. Uiteindelijk is er maar één keuze: òf volkomen trouw aan de Here en Zijn Woord òf van Hem afwijken, de ideeën van mensen een belangrijker plaats toekennen dan het Woord van de Here en, onherroepelijke consequentie, het verbondsoordeel over je afroepen.

(Brochure Laten wij ons bekeren, LWVKO, 2003**)

Ernst

Gelukkig is het voortbestaan van de Kerk niet afhankelijk van ons, kleine mensen. Dat mogen en moeten mensen ook bedenken als ze voor de keus staan om wel of niet afscheid te nemen van wat eens de kerk van Christus was, waar ze zich thuis voelden en waar hun hart misschien nog ligt.

 

'..., en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.' (Mattheüs 16:18b).

In alle afval en door moeilijke keuzes heen bewaart de Heere Christus Zijn Kerk. Ook al doen de krachten van de hel alles om de Kerk kapot te maken en om mensen van haar afzijdig te houden.

Daarvoor is geloof nodig. En zien op Christus.

 

Dat tekent meteen ook de uiterste consequentie van de roeping van de Heere.

'Om dit alles (de roeping zich te voegen bij de kerk - schrijvers) des te beter te kunnen onderhouden, is het volgens Gods Woord de roeping van alle gelovigen zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk horen, en zich bij deze vergadering te voegen, zelfs al zouden ...'

(NGB artikel 28).

 

We moeten goed beseffen dat het een zaak is van diepe ernst. De HEERE heeft zelf de antithese ingesteld als scheiding tussen geloof en ongeloof, tussen vrouwenzaad en slangenzaad, tussen Jeruzalem en Babylon.

De kerk die de HEERE definitief verlaat, komt aan de kant van Babylon te staan. Dat klinkt hard. Maar dat is naar het Woord van de HEERE. Ja, het is een zaak van diepe ernst, van de grootst mogelijke ernst.

'En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.' (Op. 18:4).

Troost

Het gaat erom volledig en radikaal trouw te blijven aan Gods Woord. Wanneer aan dat Woord wordt afgedaan, wanneer een andere leer wordt gebracht in de kerk, moet er gekozen worden: vóór of tegen de trouw aan de Schrift.

Geen gemakkelijke weg: een gang met moeite, verdriet, aarzeling, misschien eenzaamheid en isolement, mogelijk ook spot en haat.

Maar het is ook een weg vol tróóst! Dat mogen en moeten we ook zien!

'Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel: De Heere kent wie van Hem zijn, ...'

'Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.' (Openbaring 3:5)

Bede

Laat dan ons gebed blijven opgaan voor de broeders en zusters in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Laat ons blijven bidden voor de eenheid in de waarheid.

Laat ons blijven bidden om trouw en geloof en genade.

Laat de bede van ons allen dan zijn: Ja, HEERE, vernieuw onze dagen als vanouds.

 

** Dit artikel staat ook op de website http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/

** http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/reformanda/docs/laten we ons bekeren.pdf