Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Hoe is het goud donker geworden! (1)

Jaargang: 
11
Datum: 
06 sep. 2017
Nummer: 
17
Schrijver: 
S. de Marie, T.L. Bruinius
ID:
1770
Rubriek: 

Over de toestand van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

'Hoe is het goud donker geworden,

Het goede, fijne goud veranderd!

De stenen van het heiligdom liggen in het rond

op de hoeken van alle straten!'

(Klaagliederen van Jeremia 4:1)

De profeet Jeremia staat bij de puinhopen van Jeruzalem. Jeruzalem, de plaats die door de HEERE is verkozen om Hem te dienen, waar Hij Zijn woning heeft gevestigd. Waar Hij Zijn heilig volk naartoe riep om te offeren, te aanbidden en lof te zingen.

Die stad, centrum van Gods aanwezigheid, is ingenomen en verwoest. De inwoners zijn groten-deels gevangen afgevoerd. Gods heiligdom is volledig leeggeroofd en met de grond gelijkgemaakt. En het is Juda's eigen schuld: men heeft de HEERE verlaten, het verbond geminacht en verbroken. Men heeft geweigerd zich te bekeren, ondanks de vele oproepen daartoe door trouwe dienstknechten van de HEERE. Nu is het door God aangezegde oordeel gekomen en voltrokken. Een verwoeste stad. Eens een schitterende plaats, vol van Gods glorie. Nu een puinhoop, zonder, naar de mens gesproken, nog enige toekomst. En Jeremia zingt bij de puinhopen zijn klaagzangen. In diep verdriet en verootmoediging.

Donker

Als we kijken naar de ontwikkelingen in de Gerefor-meerde Kerken vrijgemaakt (GKv), is dit spreken, dit verdrietig klagen van Jeremia, dit Woord van God, dan niet van toepassing? Hoe is het zover gekomen? In de kerkstrijd in de jaren veertig, in de Vrijmaking van 1944, wisten velen zich geroepen om met de synodale kerken te breken. Ze wilden trouw blijven aan Gods Woord. Trouw aan het verbond. Ze lieten zich roepen om de kerk in Nederland, om Jeruzalem op een andere plaats voort te zetten.

En de HEERE heeft ongelooflijk rijk gezegend!

Ook de buitenwacht heeft dat vanaf het begin opgemerkt.

Gemeenten in het hele land, een eigen Theologische Hogeschool, een enorm rijk gereformeerd verenigings-leven, eigen gereformeerd onderwijs, een eigen gereformeerd dagblad, een gerespecteerde plaats in maatschappij en politiek ... Waren we niet dankbaar? Waren we niet zeer gemotiveerd om werkzaam te zijn in de kerk en in de kring van het verbond?

 

De GKv waren decennialang een veilige plek. Ze mochten door Gods genade, ondanks alle zonde en moeite en conflicten, blijven tonen de kenmerken van de kerk van Christus. Door veel strijd heen hield de Heere Christus Zijn kerken in Nederland vast. Trouw aan Gods eigen Woord. Levend in het Verbond.

Goud! Blinkend goud! Van de HEERE gekregen.

Maar nu is dat goud dònker geworden. Het glanst niet meer. Het is bedorven. De waarde is weg.

Krachtige dwaling

'En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.'

(2 Thessalonicenzen 2:11,12).

 

In bovenstaande tekst waarschuwen Paulus, Sylvanus en Timotheüs de gemeente te Thessalonica, en daarmee òns, voor leugen, misleiding en de werking van de mens van de wetteloosheid. De komst van deze mens is aanstaande. En de wetteloosheid, het omkeren van al Gods geboden, van alles wat God ingesteld heeft, doet al zijn werk! Door misleiding. Door goddeloze zaken voor te stellen alsof ze waarheid zijn. U moet dit hoofdstuk maar eens lezen.

We verwijzen ook naar een Schriftoverdenking hierover in De Bazuin nr. 2, jg. 2, 30 januari 2008*. Daaruit citeren we:

'God zendt ook een 'energie' van dwaling. Hij zendt die energie naar hen die de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben. God laat niet ongestraft wanneer mensen Gods evangelie hebben gehoord, maar Christus en Zijn woord toch niet als waarheid willen aannemen. God zendt dan een kracht, een energie van dwaling die hen de leugen in plaats van de waarheid doet geloven. Hij maakt hen blind voor de waarheid nu ze Gods Woord niet meer willen laten staan, maar willen aanpassen aan hun eigen ideeën en begeerten, aan de wereld waarin ze leven met haar verlokkingen. Dat betreft ook mensen die door de doop in het verbond waren opgenomen maar zijn afgevallen, omdat ze de wereld meer lief hebben gekregen.'

Blind

Israël in Jeremia's dagen heeft de leugen aanvaard en zich laten misleiden. Toen kwam Gods oordeel.

Daarvoor o.a. waarschuwen nu de schrijvers van de brieven aan de Thessalonicenzen. Voor Gods oordeel. Als de waarheid langzamerhand verandert in de leugen, dan stuurt de Heere een sterke kràcht van dwaling. Dan maakt Hij dat de waarheid ook niet meer gezien wordt. Dat de leugen ook niet meer onderkend wordt. Dat de waarheid niet meer gezien en onderkend kàn worden! Want dan maakt Hij geestelijk blind. Dat geldt niet alleen hen die Zijn Woord niet willen aannemen maar ook hen die dat Woord wel gehoord en aangenomen hebben. Als zij de leugen niet weerstaan.

 

Dat is Gods oordeel over voortgaande afval en onbekeer-lijkheid. Dan maakt Hij dat de mensen het niet meer zien. Dat mensen het veel te licht inschatten. Dat mensen toestaan dat de leugen een vaste plaats krijgt naast de waarheid, waardoor de waarheid verdrongen wordt. Dan geeft de Heere Christus hen óver aan hun afval en zonden.

Het is een heel serieuze waarschuwing, door Paulus en zijn medewerkers geplaatst in het kader van de wederkomst van Christus. Een waarschuwing dus met de diepste ernst.

Overgegeven

We menen, en we zeggen het met schroom, omdat niemand van ons hierin zonder schuld voor de HEERE is, dat de GKv zich hebben overgegeven aan de geest van de moderne tijd.

Steeds meer ging men zich openstellen voor anderen buiten de kerken. Eerst in de redactie van het dagblad (ND), toen in de politieke vereniging (GPV) en andere verenigingen, de scholen en later ook de kerken. Men wilde ruimte voor samenwerking, maar dat leidde tot tolerantie ten opzichte van onschriftuurlijk gedrag en onschriftuurlijke ideeën. Zo kwam gedachtegoed van de wereld om haar heen, de kerk in. Dat leidde tot aanpassingen in de uitleg van Gods Woord. Eerst langzamerhand, maar daarna steeds sneller werd plaats gegeven aan de leugen naast de waarheid. Maar waarheid en leugen beide kan niet. Niet in de dienst van de HEERE. Dan is er sprake van overgave aan de leugen. Dan is er sprake van misleiding en van behagen hebben in ongerechtigheid (vers 12). Wie dat wil zien, wie de waarheid liefheeft, kàn dat ook zien.

 

In de GKv hebben vele voorgangers en ook de kerkelijke vergaderingen het zogenaamde postmodernisme aanvaard. Dat is de geest van de tijd. Dominant, overheersend in onze huidige samenleving. Het is een heel andere manier van visie op de wereld en ideeën en overtuigingen. Een heel andere manier van omgaan met geloof en waarheid. Een anti-christelijke manier.

(Zie ook de serie 'Postmodernisme en geloof', De Bazuin nrs. 22-24, jg. 7, juni 2013*; 'Lees wat er staat', De Bazuin nr. 35, jg. 7, oktober 2013*; serie 'Van Gereformeerde naar verwereldlijkte kerken?', De Bazuin nrs. 12-18, jg. 7, mei en juni 2013*.)

Het postmodernisme is in de GKv diep doorgedrongen en aanvaard. En men ziet het niet. Men wil het niet zien. Of kàn men het intussen ook niet meer zien, omdat de Heere een kràchtige dwaling heeft gestuurd?

Schriftuitleg en Schriftgezag

De overgave aan de geest van de tijd heeft geleid tot een heel andere visie op allerlei fundamentele zaken in de kerk. Tot een ònschriftuurlijke visie.

We noemen enkele duidelijk zichtbare zaken, zonder volledig te willen zijn.

 

Dan zien we allereerst het doordringen in de kerken van de nieuwe hermeneutiek. Hermeneutiek is de manier van Bijbeluitleg. Dan gaat het erom volgens welke 'regels' Gods Woord wordt uitgelegd en toegepast. De 'nieuwe' (het is inmiddels een oude dwaling, maar betrekkelijk nieuw in de GKv) hermeneutiek kent een overheersende invloed van de context van de tijd dat een Schriftgedeelte werd geschreven. Deze tijdgebonden tekst moet nu aansluiten op de hedendaagse context. Schriftuitleg en toepassing moeten die aansluiting op deze tijd mogelijk maken. Dat vraagt een aanpassing van Gods Woord, die men nodig acht om niet in het isolement te komen. De doorwerking van deze nieuwe hermeneutiek is duidelijk aanwijsbaar. In publicaties van hoogleraren aan de Theologische Universiteit te Kampen (o.a. dr. A.L.Th. de Bruijne, dr. H. Burger, dr. S. Paas). Publicaties die vrij kritiekloos aanvaard worden. Ook in de rapporten M/V zien we dit heel duidelijk terug.

Tegelijk neemt het gezag van Gods Woord en Gods geboden af. Denk aan de ruimte die er tegenwoordig is voor echtscheiding en het aanvaarden van alternatieve samenlevingsvormen in synodebesluiten en in de praktijk van vele gemeenten, waarbij geen tucht meer geoefend wordt.

Geschiedenis van Gods kerk

We zien de invloed van het postmodernisme ook in een andere kijk op de geschiedenis van de kerk. In het onderwijs over de kerkgeschiedenis is de focus verlegd van kennis van Gods grote daden en Zijn gang met de kerk, naar kennis en inzicht in wat mènsen bewoog, naar kennis van 'spiritualiteit' en beleving. Het eerste leidt, zo meent men, tot scheiding, maar het tweede, de 'nieuwe' kijk op historie, leidt tot verbinding. 'Verbinding' is een kernwoord in het postmodernisme, tegenover de Bijbelse antithese.

 

Het is zichtbaar geworden In de manier waarop men ging denken en spreken over de Vrijmaking van 1944 en de gebeurtenissen rond de 'Open Brief'. Niet meer als Gods werk maar als wellicht verkeerde daden van mensen. Als gedoe van theologen en niet als de strijd van de kerk om het behoud van de Waarheid. Er werd aangedrongen op synodes om spijt te betuigen aan de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) over de gebeurtenissen in 1966 en volgende jaren. Spijt over uitspraken en handelingen die hebben geleid tot het breken van velen met de kerk en het ontstaan van de zgn. 'buitenverbandkerken', nu de NGK. De zonde die toen speelde, werd niet meer benoemd en de oproep tot bekering stierf weg ... We zien waar het toe heeft geleid: een besluit op de GS te Meppel van de GKv tot snelle eenwording met de NGK. Zonder dat er in de NGK enige sprake is van bekering van de zonden uit de zestiger jaren ...

Nog onlangs werden in het ND twee predikanten geïnterviewd over hun beleving van de moeiten aan de (toen nog) Theologische Hogeschool in die jaren. Moeiten die hen tot op de dag van vandaag sterk beïnvloed hebben. Maar hun verhalen waren gebaseerd op beléving en niet op de Schriftuurlijke taxatie van de werkelijke geschiedenis.

Kerkorde en ambt

De geest van de tijd heeft ook invloed op het kerkelijk samenleven. De gereformeerde kerkorde, de eeuwenoude Dordtse Kerkorde, is van betekenis veranderd. Was er altijd sprake van gezamenlijke afspraken, gefundeerd op Bijbelse gegevens, nu worden die afspraken gehanteerd als 'richtlijnen' (GS Zuidhorn 2002/2003, Koersbepaling). Van 'verbond van kerken' naar los samenwerkingsverband. Voor meerdere recente synodebesluiten in de GKv geldt dan ook dat de kerken zelf mogen weten of, wanneer en hoe ze de besluiten gaan uitvoeren.

 

Ook de Schriftuurlijke kijk op het ambt is door de geest van de tijd fundamenteel veranderd. In veel gemeenten is het pastoraat door de door de Heere geroepen 'oudsten' overgenomen door gemeenteleden van wijkkringen of kleine groepen. Het beleid van de kerkenraad is in meerdere gemeenten overgenomen door evangelisatiecommissies e.d. Waarbij de kerkenraad toezicht houdt op afstand.

Gemeenteleden vervullen hier en daar delen van de rol van de predikant in de eredienst. Niet-predikanten mogen de zegen van de Heere ongewijzigd uitspreken en opleggen. Het Schriftuurlijke verschil tussen geroepen en gezegende predikant en het 'gewone' gemeentelid, het verschil tussen het bijzonder ambt en het ambt van alle gelovigen, wordt uitgewist.

Belijdenis

Een van de betekenissen van de belijdenis is de leer van de Kerk zuiver te bewaren en die af te grenzen tegen allerlei dwaling. Daarom wordt van ambtsdragers ook instemming met die belijdenis gevraagd in het ondertekeningformulier.

Die instemming kan en mag gevraagd worden, omdat die geschriften Gods Woord inderdaad naspreken. Dat is in die belijdenissen op elke bladzijde te lezen. Ze zijn als samenvatting van de Schrift als het ware doordrenkt met citaten uit de Bijbel en talloze verwijzingen naar Schriftplaatsen.

Daarom hebben de Drie Formulieren van Eenheid ook gezag. Afgeleid gezag weliswaar, afgeleid van de Bijbel, maar juist daarom gezag. Wat de Kerk in die geschriften belijdt, is waarheid. Dat geloven we. Van die waarheid van alle tijden kan en mag niet afgeweken worden. Dat is gereformeerd.

 

Maar ook met die belijdenis is tegenwoordig, ook in de GKv, iets aan de hand. We kunnen drie zaken onderscheiden.

 

Het eerste is dat aan de positie van de belijdenis-geschriften, in hun totaliteit, als belijdenis van de Kerk, als gezaghebbend, wordt afgedaan. Ze worden aan de kant gezet als historische documenten, die ervan getuigen hoe men destijds zijn geloof beleed. Ze zijn op een bepaald moment in de geschiedenis tot stand gekomen. Ze zijn gemaakt door mensen van die tijd, en staan in de context van een bepaalde periode van strijd. Ze hebben dan ook alleen nog betekenis tegen de achtergrond van die tijd.

 

Het tweede is dat er in de kerken ruimte is gekomen om ook op punten van die belijdenis af te wijken en er rechtstreeks tegenin te gaan. Aan de belijdenis wordt een ander karakter gegeven. Prof. B. Kamphuis, nu emeritus hoogleraar, gaf in de jaren 2000 e.v. te kennen dat we de belijdenisgeschriften allereerst moeten zien als lofprijzing. Lofprijzing en antwoord van de Kerk op Gods evangelie. Dat is dus een menselijk antwoord. En dus beperkt, van veel minder waarde dan vroeger...

 

Als derde is er de grote invloed binnen de GKv van de evangelische beweging, die geen binding aan een belijdenis kent. Prof.dr. A.L.Th de Bruijne schreef in april 2016 in het ND een artikel over 'Gereformeerd 2.0'. Zo duidt hij een vorm van gereformeerd zijn aan, waarbij er een losse of ontbrekende band aan de gereformeerde belijdenis bestaat. Dit wordt volgens hem al langer gezien in evangelisch-gereformeerde kerken maar ook in de NGK. Hij constateert met voldoening dat de GKv inmiddels diezelfde kant opgaan (zie 'Is 'evangelisch' wel naar het Evangelie?, De Bazuin nr. 10, jg. 10, 18 mei 2016*).

 

Zo werd en wordt ook het anker van de gereformeerde belijdenisgeschriften losgemaakt. (Zie ook 'Heilig en canoniek, volmaakt en volledig', De Bazuin nr. 4, jg. 9, februari 2015*).

 

(wordt vervolgd)

* Dit artikel staat ook op de website http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/