Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De Herziene Statenvertaling – een betrouwbare eigentijdse Bijbelvertaling

Jaargang: 
1
Datum: 
28 nov. 2007
Nummer: 
42
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
186
Rubriek: 

Op de aanstaande synode zal gehandeld worden over de Herziene Statenvertaling. De deputaten die van de vorige synode de opdracht kregen deze vertaling, voor zover verschenen, te toetsen, hebben aan de huidige synode hun rapport uitgebracht. In overleg met de deputaten zal ik iets vertellen over hun werk tot nu toe, waarbij ik dankbaar gebruik maak van hun uitvoerige rapport.

Onderzoek van de Herziene Statenvertaling

Op voorstel van de classis Zuid-West besloot de synode van Mariënberg om een deputaatschap in te stellen dat onderzoek doet naar de betrouwbaarheid van de Herziene Statenvertaling en de bruikbaarheid voor de Gereformeerde Kerken.
Zij gaf daarvoor de volgende motivering:
1. een betrouwbare en goed leesbare Bijbelvertaling is voor de kerken van onschatbaar belang;
2. te verwachten valt dat het project met betrekking tot de herziening van de Statenvertaling, uitgaande van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de PKN, binnen enkele jaren is gerealiseerd;
3. de oorspronkelijke Statenvertaling is een zeer nauwkeurige en betrouwbare Bijbelvertaling, maar het taalkleed is sterk verouderd;
4. te verwachten valt dat de Nieuwe Vertaling 1951, zoals nu algemeen in gebruik in de kerken, over enige tijd niet meer gemakkelijk verkrijgbaar zal zijn.

De zaak van de Bijbelvertaling is bijzonder belangrijk, niet alleen met het oog op het gebruik in de erediensten, maar ook voor de huiselijke godsdienst oefeningen, het persoonlijk Bijbelgebruik en de Schriftstudie op de verenigingen. De synode van Mariënberg sprak dan ook uit:

    Het gebruik van een betrouwbare Bijbelvertaling is van fundamenteel belang voor alle kerken van het verband. Daarom is het vrijgeven van Bijbelvertalingen een zaak van de kerken gezamenlijk en zal pas tot het vrijgeven van een nieuwe vertaling kunnen worden besloten, nadat de
    betreffende vertaling eerst door de kerken is getoetst (C 4.1).

Opdracht aan deputaten

De deputaten kregen de volgende opdracht:
1) Zij zullen nauwkeurig onderzoek doen naar de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de “Bijbel in de herziening van de Statenvertaling” (afgekort HSV), uitgegeven op last van de Stichting Herziening Statenvertaling, uitgaande van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, voor De Gereformeerde Kerken.
2) Zij zullen daartoe zoveel als mogelijk is de voortgang van de uitgave volgen.
3) Zij zullen zich van de inhoud van de vertaling op de hoogte stellen en deze kritisch beoordelen.
4) Zij zullen daarnaast onderzoek doen naar de leesbaarheid van de HSV, zowel m.b.t. het gebruik in de erediensten en officiële bijeenkomsten als m.b.t. het Bijbellezen in gezinnen en op verenigingen.
5) Zij zullen bij hun onderzoek, wanneer zij dat dienstig achten, contact hebben met de Stichting Herziening Statenvertaling.
6) Zij zullen bij hun onderzoek kennis nemen van publicaties m.b.t. de HSV voorzover deze dienstig zijn bij hun onderzoek.
7) Zij zullen zonodig bij het uitvoeren van hun opdracht advies inwinnen van deskundigen op het gebied van grondtalen.
8) Zij zullen van hun werk rapport uitbrengen aan de eerstkomende generale synode van De Gereformeerde Kerken en dit rapport, eventueel aangevuld met voorstellen, zes maanden voor aanvang van de synode aan de roepende kerk doen toekomen.

De kernvraag zoals deze met name uit de eerste en vierde opdracht van de instructie naar voren komt is: is de HSV betrouwbaar en is de HSV bruikbaar in de kerkdiensten, officiële bijeenkomsten, in gezinnen en op verenigingen?

Waarom een andere Bijbelvertaling?

Tot nu toe gebruiken wij in de kerken, als sinds 1951, de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG).
Daarnaast is er de bekende Statenvertaling, sinds 1637. Deze is nog altijd in gebruik bij gemeenten van de Gereformeerde Bond en bij de Gereformeerde Gemeenten.
Onlangs heeft het Nederlands Bijbelgenootschap de nieuwste vertaling gepresenteerd. Deze is in veel kerkgemeenschappen ingevoerd, ook in de Gereformeerde kerken vrijgemaakt. Daar is men momenteel bezig om in de liturgische formulieren de tekstverwijzingen om te zetten naar citaten uit deze Nieuwe Bijbelvertaling (NBV).
En dan is er nu het begin van de Herziene Statenvertaling. De Stichting Herziening Statenvertaling gaat uit van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de PKN (eerder Nederlands Hervormde Kerk). Deze uitgave wordt verzorgd door een commissie van deskundigen, voornamelijk uit de Gereformeerde Bond en uit Gereformeerde Gemeenten - in elk geval van personen, die onverkort en onvoorwaardelijk uitgaan van de betrouwbaarheid van de Bijbel als Gods Woord overeenkomstig de Nederlandse Geloofsbelijdenis artt. 3-7.
Deze herziening van de Statenvertaling is bezig is te verschijnen; geregeld worden er nieuwe gedeelten gepubliceerd. Tot nu toe is het hele Nieuwe Testament verschenen, alsmede de boeken Genesis, Exodus, Deuteronomium en de Psalmen. Het is dus deze vertaling die het onderwerp is van het onderzoek door onze deputaten en waarover de synode een voorlopig oordeel zal uitspreken.

Een betrouwbare vertaling gewenst

Is al dat werk wel nodig? Is het wel nodig om in de naaste toekomst de NBGvertaling-1951 af te schaffen en de dan voltooide HSV in gebruik te nemen? En uiteraard nu al de kerkleden te adviseren de onlangs verschenen uitgave van de HSV alvast aan te schaffen en in de huiselijke godsdienstoefeningen en op de Bijbelstudie verenigingen te beproeven?
Om op die vraag een verantwoord antwoord te geven, is het nodig de huidige vertalingen te beoordelen en de HSV daarmee te vergelijken. En uiteraard deze te toetsen.
Hoe moeten wij dan ook de hierboven genoemde vertalingen beoordelen?
In hun rapport gaan de deputaten daar uitvoerig op in. Zij wijzen dan bij de beoordeling van elke vertaling op drie zaken: de gehanteerde vertaalmethode, de vertalers en de gebruikte brontekst, de zogenaamde grondtekst.

Statenvertaling

Vertaalmethode
De “statenvertalers” hanteerden wat we nu noemen de formeel-equivalente of concordante vertaalmethode. Door de “hertalers” ook aangeduid als “brontaalgericht”. De gebruikers van deze methode willen zo getrouw
mogelijk bij de oorspronkelijke tekst blijven. En waar dat kàn letterlijk vertalen. Uit gelovige eerbied voor het Woord van God. Maar tegelijk willen ze ook goede Nederlandse zinnen maken. De Bijbelvertaling moet wel
leesbaar zijn in de Nederlandse taal. Equivalent betekent gelijkwaardig, gelijk van betekenis. Formeelequivalent wil dan zeggen: vanwege het eigene van de Nederlandse taal kan niet altijd letterlijk vertaald worden, maar gekozen wordt dan voor een woord, een begrip, een zin, met dezelfde betekenis. Er wordt niet geïnterpreteerd of ingelezen maar het Bijbelwoord blijft gewoon staan.
Deze vertaalmethode wordt ook wel “concordant” genoemd. Dat betekent overeenstemmend. Het wil zeggen dat een woord uit de grondtekst op alle plaatsen waar dat woord voorkomt overeenstemmend wordt vertaald. Dat maakt het mogelijk om te zien dat bijv. in het Nieuwe Testament veel teksten uit het Oude Testament geciteerd worden. Schrift met Schrift vergelijken blijft mogelijk, ook voor de Bijbellezer die geen Hebreeuws en Grieks beheerst.
Belangrijk is ook dat in deze methode niet de taal en de taalkundige het laatste woord heeft maar de gelovige Bijbelkenner. Daarom wordt soms gekozen voor een wat afwijkend Nederlands om de zuiverheid van de vertaling te behouden.
De Statenvertaling, en dus ook de Herziene Statenvertaling, is vertaald volgens dit principe. Waar dat niet helemaal lukte of waar de vertaling toch onzekerheden opleverde werd dat door de vertalers uitgelegd in de
kanttekeningen. Op die manier levert de formeel-equivalente methode, wanneer ook de juiste handschriften gebruikt worden, een zeer betrouwbare vertaling op.
Vertalers
Aan de Statenvertaling is gewerkt door mannen die volstrekt respect hadden voor de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord, naar de regel van art. 3 t/m 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Grondtekst
Voor de vertaling van het Oude Testament zijn vooral twee soorten handschriften gebruikt, twee soorten bronteksten. De zgn. “Masoretische teksten” en de “Septuagint”, de Vertaling der Zeventig. Voor de vertaling
van het Nieuwe Testament zijn gebruikt de zgn. “Byzantijnse” teksten. Een heel belangrijk kenmerk van die handschriften is o.a. dat er tussen de verschillende kopieën weinig verschillen zijn. Dit in tegenstelling tot de
tegenwoordig meestal gehanteerde zgn. “Alexandrijnse” teksten. Deze vertonen bijzonder veel onderlinge verschillen. Vele eeuwen lang heeft dan ook een meerderheid van Bijbelgeleerden, theologen en vertalers gebruik gemaakt van de Byzantijnse teksten. Die werden het meest betrouwbaar geacht. Ze staan dan ook bekend als “meerderheidstekst”. De Statenvertaling is gebaseerd op deze betrouwbare meerderheidstekst.
De Alexandrijnse teksten, de “minderheidstekst” werden populair zo rond 1880. Vanaf die tijd kozen Bijbelwetenschappers in groten getale voor de minderheidstekst, de Alexandrijnse, als basis voor het vertalen. Zonder duidelijke onderbouwing. Het kan geen toeval zijn dat juist in die tijd vrijzinnigheid en schriftkritiek in de Bijbelvertaling enorm doorbraken.

Nieuwe Vertaling (NBG1951)

De door ons gebruikte Nieuwe Vertaling uit 1951 is nooit kerkelijk geijkt maar, ondanks belangrijke tekortkomingen, min of meer geruisloos de kerken binnengekomen.
Vertaalmethode
Ook voor de nieuwe vertaling is de formeel-equivalente of concordante vertaalmethode gebruikt.
Vertalers
Helaas is deze vertaling een interkerkelijk compromis. Lang niet alle vertalers onderschreven de genoemde artikelen 3 t/m 7 van de NGB.
Grondtekst
De Nieuwe Vertaling uit 1951 is op de minder betrouwbare minderheidsteksten gebaseerd.

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

De Generale Synode van Mariënberg 2005/2006 heeft ook het gebruik van de Nieuwe Bijbelvertaling in de eredienst afgewezen.
Vertaalmethode
Wat betreft de vertaalmethode schrijft de synode in overweging B.2.5.:
“Bij de NBV is gebruik gemaakt van de functioneel-equivalente vertaalmethode. Dit houdt in, dat men enerzijds zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst wil blijven. Maar aan de andere kant wil men
ook recht doen aan de functie van de tekst. De gelezen Bijbeltekst moet dezelfde functie hebben als de oorspronkelijke tekst. Niet de oorspronkelijke bedoeling, maar de oorspronkelijke functie staat
voorop. En dat is afhankelijk van de visie en interpretatie van de vertalers.”
Vertalers
Wat betreft de vertalers lezen we in overweging B.2.3:
“Duidelijk is dat het vertaalproject om te komen tot de NBV een interkerkelijk en oecumenisch karakter draagt. De vertaalteams werden begeleid door een begeleidingscommissie van deskundigen uit meer dan twintig kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland en Vlaanderen. Op
de inhoud van de NBV hadden al die kerken invloed. De NBV is dan ook voor al die kerken bestemd. Die deskundigen uit al die kerken buigen niet allemaal voor de belijdenis, dat de Bijbel Gods Woord is, geïnspireerd en onfeilbaar, zoals beleden in de artikelen 2-7 NGB. Er zijn medewerkers aan de NBV die Rooms of protestant of Jood zijn, of helemaal niet geloven. Alle in de begeleidingscommissie vertegenwoordigde kerken moeten zich kunnen vinden in de NBV. Het geloofsvooroordeel ontbreekt. Het is niet zoals bij de Statenvertaling, dat vrome mannen dit werk in biddend opzien tot God en met ontzag en eerbied voor God en zijn Woord, deden.”
Grondtekst
In grond B.4.7. lezen we over de gebruikte grondtekst:
“Met de keuze om betrokken en waakzaam het werk aan de NBV te volgen, werd impliciet de keuze voor de Alexandrijnse handschriften, die in verhouding tot de Byzantijnse gelden als minder betrouwbare handschriften, geaccepteerd als aanvaardbaar.”
De NBV is dus evenmin geschikt om te worden gebruikt in de eredienst, bij andere bijeenkomsten of thuis.

De Herziene Statenvertaling (HSV)

Uitgangspunten
De Stichting Herziening Statenvertaling gaat uit van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de PKN (eerder Nederlands Hervormde Kerk). Reden voor de herziening van de SV is de steeds toenemende kloof tussen hedendaags taalgebruik en de taal van de SV. Uitgangspunt daarbij is dat het in die hertaling wel de SV moet blijven. Men acht deze zeer betrouwbaar, o.a. vanwege de vertaalmethode die destijds is gekozen. Daarom is gekozen niet voor een nieuwe vertaling vanuit de grondtekst maar voor een “hertaling”: waar mogelijk kiezen voor meer eigentijds Nederlands en eventuele fouten in de SV corrigeren.
Daarbij is en wordt gebruik gemaakt van dezelfde handschriften die destijds door onze vaderen werden gebruikt en van de Kanttekeningen bij de SV.
Aan de Statenvertaling is gewerkt door mannen die volstrekt respect hadden voor de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord, naar de regel van art. 3 t/m 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Die regel hanteren ook de “hertalers”. Hoewel de hertalers dus geen van allen lid zijn de Gereformeerde Kerken in Nederland, lijken zij duidelijk niet beïnvloed te zijn door Schriftkritische opvattingen. Ds. W.H. Velema zei in zijn
toespraak bij de presentatie van de tweede deeluitgave in het najaar van 2006 onder andere:
“Diepe eerbied voor het door God gegeven en geschreven Woord heeft de medewerkers niet minder dan de initiatiefnemers gedreven.” “Men wil aan de boodschap, in welke literatuurvorm ook overgeleverd, niets veranderen noch iets daarvan afdoen, om het de hedendaagse mens gemakkelijker te maken tot geloof in de God de Vader van Jezus Christus te komen. Dat blijft immers
evenals de Schrift zelf het werk van de Heilige Geest - hoewel de Geest voor beide mensen gebruikt.
De eerbied voor het Woord drijft alle medewerkers tot een zo getrouw mogelijk weergeven van het oorspronkelijk geschrevene.”
Wat betreft de gebruikte grondtekst baseren de hertalers van de HSV zich, net als de vertalers van de SV, op de betrouwbare meerderheidstekst, d.w.z. de Byzantijnse teksten.
Hier en daar wordt er een kleine wijziging in de vertaling aangebracht. Meestal betreft dat een vertaling die al door de Statenvertalers als alternatief in de Kanttekeningen van de Statenvertaling wordt genoemd.

De volgende keer D.V. nog iets meer over het werk van de deputaten - zij hebben verschillende gedeelten van deze vertaling nauwkeurig bekeken en geven daar hun oordeel over. En tenslotte hun conclusie en het voorstel dat zij aan de synode doen. Die zijn beide positief, zodat het verantwoord is om deze vertaling aan te schaffen en thuis en op de verenigingen te beproeven. Weliswaar moeten de deputaten als deskundigen onderzoeken of de vertaling verantwoord is, maar de kerkleden kunnen uiteraard wel deze vertaling vergelijken met de huidige en bekijken of de taal nu wel ons aanspreekt, met name de jonge mensen.

* Naar aanleiding van De Bijbel in de Herziene Statenvertaling Uitg. Jongbloed, Heerenveen, nr. 90-6539-292-0, 576 pag. Prijs € 14,95.