Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Hemelvaart: regeringsjubileum van de Koning van de Kerk

Jaargang: 
6
Datum: 
16 mei. 2012
Nummer: 
19
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1027
Rubriek: 

Het feest van de hemelvaart wordt niet zo gevierd als het kerstfeest en het paasfeest. Zoveel aandacht als er is voor de sfeer bij deze feesten, zo weinig wordt door de “wereld” aandacht besteedt aan de Hemelvaart van onze Here Christus. Zou dit komen doordat er aan de hemelvaart geen oud heidens feest te koppelen is, zoals wel bij Kerst (de dagen lengen) en Pasen (het einde van de winter)? Dus doordat de wereld de feestsfeer niet meebouwt? Of is de reden dat dat wijzelf onbewust vinden dat we met het Paasevangelie alles hebben wat we nodig hebben? Dat Hemelvaart daaraan niets wezenlijks toevoegt en dat we er daarom minder aandacht aan besteden?

Geen breed verslag

Bij oppervlakkige lezing van de Bijbel lijkt het erop dat de evangelisten ook niet goed wisten wat ze met de Hemelvaart moesten. In de evangeliën wordt namelijk maar kort gesproken over de Hemelvaart. Mattheüs zegt er niets van. Markus doet het af in één zin, net als Lukas. En Johannes meldt ook niets over dit feit. Wat betekent dit? Dat de discipelen ook niet wisten wat ze er mee aan moesten? Nee, juist niet! Het is alsof de evangelisten tegen ons zeggen: de hemelvaart? Dat was nu toch een logisch gevolg van de opstanding? Dat was toch een vanzelfsprekende stap? Het evangelie leidt immers altijd naar de hemel? Naar God, die in de hemel woont en troont? Daar zijn geen brede betogen of bewijzen voor nodig; het spreekt vanzelf. Dáárom is een breed verslag niet nodig.

Geen verdriet

Petrus verklaart dat na de Pinksterdag ook met zoveel woorden. De Here

    moest

opgenomen worden. Van de dag van zijn opneming tot de dag van zijn wederkomst

    moet

de Here Jezus in de hemel zijn en daar blijven tot de tijden van de wederoprichting van alle dingen (Hand. 3:21).
Dat is ook de reden waarom er geen sprake is van een verdrietige stemming bij de apostelen. Geen verdriet vanwege het vertrek van hun Meester. Geen verdriet vanwege de afstand die nu op zou treden. Eerst was Hij nog lijfelijk bij hen aanwezig, maar nu gaat Hij naar de Vader. Geen verdriet, maar juist het tegenovergestelde. Zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap en waren voortdurend in de tempel om God te loven (Luc. 24:53).

Voortgang van Zijn Werk

Dat in de wereld de aandacht voor de Hemelvaart schril afsteekt bij de aandacht die er is voor Kerst en Pasen, doet aan de belangrijkheid van de Hemelvaart niets af. Zo schrijft Paulus in Romeinen (8:34):

    Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.

De woorden “wat meer is” zijn veelzeggend. De apostel onderstreept daarmee de voortgang in het werk van onze Middelaar. De Hemelvaart is het meerdere ten opzichte van Golgotha en Pasen. Het moest uitlopen op zijn Hemelvaart. Hij moest naar de aarde gaan om daar de last van Gods toorn te dragen. Hij moest zich tot in de dood vernederen om Zijn volk los te kopen. Hij moest lijden en overwinnen om het bestuur van alle dingen. Hij heeft door zijn komst in het vlees, door zijn lijden en sterven, door zijn opstanding en hemelvaart, het offer gebracht dat nodig was om eeuwige verlossing te verkrijgen (Hebr. 9:26).

Meerder

De woorden “wat meer is” wijzen dus in elk geval op de voortgang van Zijn Middelaarswerk. Op Golgotha was Zijn werk, Zijn dienst nog niet klaar. Hij verricht nu nog steeds een dienst. Het offer is gebracht, want Hij heeft de last van Gods eeuwige toorn volkomen gedragen. Romeinen 8 wijst ons naast de voortgang van het werk, ook op de huidige inhoud van Zijn werk. Want Hij

    pleit voor ons

; Hij doet

    voorbede voor ons.

Voor ons, met wie Hij kan meevoelen, aangezien Hij op gelijke wijze als ons verzocht is geweest (Hebr. 4:15). En in Hebreeën 7:25 staat dat Hij volkomen kan behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Het aangevochten leven van de Zijnen door de drie doodsvijanden, waardoor de Here zelf ook aangevochten is, is in zijn voorbede veilig bewaard. De Here Christus leeft in eeuwigheid en Hij is aan de rechterhand van de Vader. Zijn werk nu, de voorbede, zijn pleiten voor degenen die aan Hem gegeven zijn, is het hoogtepunt van zijn priesterdienst.

Meerdere in de priesterdienst

Ook blijkt dat meerdere als we de Hemelvaart plaatsen tegen de achtergrond van de Aäronitische priesterdienst. De priesters van het huis van Aäron mochten in nabijheid van het heilige hun dienst verrichten. Maar in de onmiddellijke nabijheid van het heilige der heiligen mochten zij niet komen. Dat bleef voor hen verboden gebied. Alleen de hogepriester mocht eenmaal per jaar in Gods directe nabijheid verkeren. Hierin zien we de glorie van de Hemelvaart van onze Here Jezus Christus. Hij, Priester naar de orde van Melchizedek, heeft het recht verworven om in directe nabijheid van Gods heerlijkheid te mogen zitten. Hij verricht nu de ware priesterdienst in de ware tabernakel, in Gods hemels paleis. Hij mocht gaan zitten op de troon van de majesteit in de hemelen.

Geen afscheid

Zijn Hemelvaart was dus niet een afscheid van de wereld, waarmee Hij ons achterliet op deze aarde. Zijn Hemelvaart is niet het doorsnijden van de band met de gelovigen, alsof Hij niets meer met ons te maken wilde hebben. Of, alsof Hij als eerste verheerlijkte mens door zijn opstanding zo ver boven dit aardse is verheven en de afstand tussen Hem en ons door zijn Hemelvaart haast onoverbrugbaar is geworden. Nee, zo schrijft ook Johannes, het was “beter” voor ons dat Hij heen ging (Joh. 16:7). Door Zijn Hemelvaart kon Hij de andere Trooster sturen, Zijn Geest. Die zal ons de weg wijzen en ons de toekomstige dingen verkondigen (Joh. 16: 13). De Geest zal ons de Schrift laten begrijpen om de tekenen van deze tijd te doorzien en te verstaan.

Principiële vereniging

In de Hemelvaart wordt ons juist géén scheiding tussen het aardse en het hemelse voorgehouden. Integendeel. In de Hemelvaart mogen we juist de principiële vereniging van de hemel en de aarde gedenken. Hij ging naar de hemel, voor de ogen van zijn discipelen, om daar een plaats te bereiden voor de zijnen die de Vader Hem gegeven had. Hij ging naar de hemel om dáár de wereld te besturen en de zijnen te vergaderen tot het eeuwige leven.

Volkomen vereniging

Vanuit dat hemels paleis bestuurt Hij nu alle dingen. Is de vereniging van hemel en aarde nu in beginsel een voldongen feit, volkomen is het nog niet. Wij leven nog op de aarde die aan de vloek van het paradijs is onderworpen. Wij merken nog dagelijks de gevolgen daarvan in ons eigen leven. Maar we weten dat wat nu al in beginsel door Christus is verkregen, straks in heerlijkheid aan al Gods kinderen zal worden uitgedeeld. De wereldgeschiedenis loopt uit op een volkomen vereniging van de hemel en de aarde. Hij is de getrouwe God, zijn plannen falen niet!

Tot die tijd

Tot de tijd van de volkomen vereniging moet het evangelie van God verkondigd worden aan alle volken, stammen en naties. De evangelist Marcus tekent dit in een paar pennenstreken. De Here voer op (16:19), maar zijn discipelen gingen overal uit en predikten het Woord (16:20). De discipelen gaan de heerschappij van de Koning van de Kerk en de Bestuurder van alle dingen preken. Iedereen moet het horen. Hij regeert. Daarmee wordt ook de geschiedenis van de kerk getypeerd. De prediking van de apostelen en discipelen gaat gevolgen hebben. Het Woord zal nooit leeg terugkeren (Jes. 55:11). Hierdoor wordt het volk verzameld, dat zich gehoorzaam aan Hem zal onderwerpen. En daarmee de wereld dient als een zoutend zout dat het bederft weert.

Door zijn Geest

Christus liet zijn predikende discipelen niet aan hun lot over. De Here werkte mee; Hij bevestigde het Woord door de tekenen, die volgden op hun prediking. Waar zijn die tekenen nu? Waar wordt die tongentaal nu opgemerkt? Niet in de Gereformeerde Kerken. Is de Geest daar misschien uitgeblust? Weerstaan wij de Geest met onze starre liturgieën? Met onze leespreken? Met onze belijdenissen en kerkorde? De geestdrijvers draaien de zaak echter precies om. Tongentaal en genezingen zijn geen middel meer, maar een doel. Zij hanteren het als een toetssteen waarmee de kwaliteit van het geestelijk leven kan worden afgemeten. Maar wij zetten daar tegenover dat wij de complete Schrift hebben; wij bouwen verder op het reeds gelegde fundament. Wij hebben het zwaard van de Geest, in zijn volle kracht.

De overwinning nabij

In een wereld vol strijd om de macht, houden we dat staande. Niet de Verenigde Naties; niet de landelijke regeringen, niet de regimes in het Midden-Oosten bepalen de wereldgeschiedenis. Hoe graag ze dat ook zouden willen. Zijn wij bang voor Iran met zijn atoombewapening, voor fundamentalisten onder de moslims, met hun terreurdreiging, of voor de islamisering van onze maatschappij? Niets ontgaat onze Koning en Hij heeft het allemaal verwerkt in Zijn plannen, en wij kunnen gerust zijn: Hij weet wat Hij doet! Het is de geschiedenis van de Kerk, van Gods Volk. Daar draait alles om tot Christus’ komst. De prediking van Gods Woord stuwt de eeuwen naar het einde. En door de prediking, hoe onbenullig ook in de ogen van de wereld (voorlopig elke zondag maar preeklezen) brengt Christus de dag van zijn overwinning nabij.

Hemelvaart Anno Domini 2012: we vieren het regeringsjubileum van de Koning van de Kerk!