Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Hemelvaart, Christus Koning

Jaargang: 
2
Datum: 
30 apr. 2008
Nummer: 
17
Schrijver: 
H. Griffioen
ID:
287
Rubriek: 

De beschrijving van de Hemelvaart van onze Here Jezus Christus gebeurt in het boek Handelingen in een enkele zin: “En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen”
(Hand.1:9).
Zo eenvoudig zijn deze woorden, en ze beschrijven precies wat wij moeten weten om door dit gebeuren getroost te kunnen leven.
Wij willen aansluitend op deze woorden gaan zien hoe de Here Jezus in de hemel ontvangen is, welke plaats Hij daar kreeg, en welke positie Hij daar vervullen gaat, om vervolgens te zien wat een en ander betekent voor de Kerken en voor de gemeente waar wij lid van zijn.


De troon

De evangeliën tonen ons, dat de Here Jezus tijdens zijn rondwandeling op aarde, al over Koninklijke macht beschikt.
Hij gebiedt de woelige zee waarin de discipelen bijna omkomen en het wateroppervlak wordt rustig.
Hij geneest melaatsen, lammen en blinden en doet zoveel meer tekenen.
Het is meer dan Koninklijke macht, het zijn hemelse werken die allen dienen om Zijn prediking te ondersteunen.
De Here is dan wel Koning, maar een koning zonder paleis, troon en vertoon van pracht en praal.
In dienstknechtgestalte ging Hij rond, het moest allemaal immers aangaan naar de miskenning, het lijden en het sterven.
Verzoeken om zich als Koning te laten gelden wees hij steeds van de hand. Vernedering en overgave tot in de dood, dat was zijn programma.
Na zijn sterven is er een eind gekomen aan de neerwaartse gang, want bij de rijken kwam hij in een graf en verheerlijkt was zijn lichaam na de opstanding uit de doden.
Veertig dagen verbleef de opgestane Here nog op aarde en dan wordt het voor Hem de tijd om opwaarts naar zijn Hemels Paleis te gaan en daar zijn Troon te bestijgen.

Op de Ereplaats

De troonsbestijging in de hemel wordt door de Apostel Paulus getekend in zijn eerste brief aan de Efeziërs, in het eerste hoofdstuk, de verzen 20b tot en met 23.

    20b. en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten,
    21. boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw.
    22. Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente,
    23. die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.

In vers 20b lezen we: “Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten.”
De Here Jezus wordt door de Vader naar Zich toe gehaald om op de troon plaats te nemen, rechts naast Hem.
Wat deze gebeurtenis betekent gaan we na met de uitleg van de Korte Verklaring (KV) zoals deze gegeven wordt door prof. S. Greijdanus.
Hij verwijst eerst naar Psalm 110:1, waar de uitnodiging van de Vader al sinds oude tijden was uitgeschreven:

    “Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten”

Wat het mogen zitten op die ereplaats verder inhoudt, vinden we in de verwijzing naar Openbaring 3:21:

    “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon”.

De bijzondere plaats duidt op het werk dat volbracht is, de Overwinnaar mag daar gaan zitten, en dat is onze Here die de dood overwonnen heeft.
Zo is onze Heiland na alles wat Hij meemaakte op aarde, gekomen op de plaats waar Hij thuis hoort, op de Hemeltroon, naast de Vader.
En de woorden van de Here die wij vinden in Matteüs 28:18 zijn bewaarheid: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde”. Wie immers aan de rechterhand van de Vorst gezeten is, die heeft de uitvoerende macht gekregen. Die is het gegeven te regeren.

Hoog verheven

Van Efeziërs 1 hebben we vers 20b gevolgd en om de hemelse positie van de Here Jezus verder te onderzoeken, gaan we naar vers 21: “boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw”]
“Boven alle overheid en macht”, naar de KV mag hier ook gelezen worden: vèr boven alle overheid en macht.
De overheden, die de wereld regeren, staan ver beneden Hem.
We denken aan de regeringen van de grote landen, van Amerika, China of Rusland. Hij laat hen uitvoeren dát wat Hij wil, en als Hij een wenk geeft, dan worden precies die beslissingen genomen, zoals ze overeenkomen met Zijn Wil.
Regeringen van landen, we kunnen ook denken aan bondgenootschappen als de Verenigde Naties, de NAVO en het Verenigd Europa, Hij van wie wij de Hemelvaart gedenken, de Here Jezus, Hij zet al die organisaties naar Zijn hand.
Zijn wij bang voor Iran met zijn atoombewapening, voor fundamentalisten onder de Moslims, met hun terreurdreiging, of voor de islamisering van onze maatschappij, niets ontgaat onze Koning en Hij heeft het allemaal verdisconteerd in Zijn plannen, en wij kunnen gerust zijn, Hij weet wat Hij doet.
Hij staat ook ver boven “alle kracht”. De KV verwijst hier naar alle vermogen of werkzame energie die in de wereld te vinden is. Laten we hierbij denken aan het klimaat, dat bezig is te veranderen. De broeikasgassen die vrijkomen bij alle verbrandingsprocessen, en ‘ongewenste’ opwarming van de aarde veroorzaken. We mogen ervan verzekerd zijn dat onze Here en Koning ervan op de hoogte is en dat de zeespiegel zover zal stijgen als Hij goed vindt. Het is alleen onder zijn toelating als lage landen moeten onderlopen.
Het is Hemelvaart geweest, laten we alle angst afleggen en Hem roemen en prijzen, Hem die het al regeert.
Hij staat ver boven “alle heerschappij en naam”. Zien wij hoog tegen de wereldleiders op en zijn wij bezorgd of Bush in Amerika en Poetin in Rusland wel de juiste beslissingen nemen? Leg alle bezorgdheid af, draag hen die in hoogheid zijn gezeten, in uw gebeden op. Bidt dat de kerk, waar ook ter wereld, een stil en gerust leven mag leiden, en Hij zal het maken. Komen de oordelen en de plagen van de ‘eindtijd’ los, dan geeft ook Hij alles wat wij nodig hebben om het leed te doorstaan.
Hemelvaart, de Koning heeft zijn troon bestegen en de heerschappij aanvaard, “niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw”.
Voor deze bedeling, van Hemelvaart tot Wederkomst, de periode van Zijn duizendjarig rijk, heeft de Heiland alle regeermacht ontvangen. En niet alleen voor onze tijden, maar ook voor de heerlijke toekomst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Zijn regering duurt tot in eeuwigheid.
En als de slaven in Amerika zongen; “He has got the whole world in His hands” (Hij heeft de hele wereld in Zijn handen) dan voegen wij er aan toe: “for now and evermore” (voor nu en tot in eeuwigheid).

Ons Hoofd

Houdt Hij alles in Zijn hand en troont Hij ver boven alle overheden, voor zijn kerk betekent Hij meer, en voor haar zijn er nog andere zaken om bij stil te staan.
We lezen in vers 22: “En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente”.
“Hij heeft Hem gegeven aan de gemeente”. In de KV lezen we dat de Here Jezus als ‘een gave’ van God gegeven is aan de gemeente. Deze weldaad heeft God de gemeente bewezen. En of deze gave ook geweldig is!
Bij verenigingen kennen wij leiders, mensen die de koers uitzetten. En hoe gebrekkig zij dikwijls functioneren is ons bekend, en we nemen het hen niet kwalijk, het zijn ook maar mensen, en hoe weinig invloed zij ook maar aan kunnen wenden om de zaken te behartigen, dat accepteren wij, zij zijn immers ook afhankelijk.
Met het Hoofd van de Kerk is dat anders. In Hem hebben we een ‘Leider’ die alle wereldleiders onder Zich heeft. Neemt Hij voor de toekomst van de Kerk een beslissing, dan is er niemand, die het Hem moeilijk kan maken. Besluit Hij, niemand kan Hem keren.
God heeft aan de Kerk een Leidsman gegeven die ook aan onze ‘herstelde’ kerken, precies geeft wat zij nodig hebben.
Heerst er in een gemeente ‘overmoed’, de Here Jezus doet haar spoedig de afhankelijkheid van Hem gevoelen. Heeft een gemeente zorgen, bijvoorbeeld over haar voortbestaan, Hij weet ervan en geeft precies die uitkomst die Hem goed dunkt.
Openbaring 1 zegt dat Hij tussen de kandelaren wandelt, Hij is aanwezig in de gemeenten. En Hij houdt de zeven sterren, dat zijn de voorgangers van de gemeenten, in zijn rechterhand.
De Koning die op Hemelvaartsdag de troon besteeg, Hij is ook de Herder die zijn gemeenten weidt.
Wie zou nog angstig durven zijn over de toekomst van de kerk? Vol overgave vertrouwen we ons toe aan de Almachtige die onze Here is.

Samengegroeid

Er is meer te zeggen over ons Hoofd en we volgen de tekst uit Efeziërs 1: “ gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt”.
Het beeld van hoofd en lichaam mogen we voor de verhouding van Christus en de gemeente heel letterlijk nemen. Zoals bij onszelf hoofd en lichaam helemaal bij elkaar horen, zo is ook die verhouding te zien tussen de Here en zijn kerk.
Prof. Greijdanus zegt het in de KV zo:

    Dit woord ‘vervuld’ wordt ook wel opgevat als complement, als aanvulling, de gemeente is de aanvulling van de Here Christus, evenals ons lichaam ons hoofd aanvult en waardoor er een volledig menselijk lichaam gevormd wordt. Het hoofd is zonder het lichaam niet vol”.

Wat bijzonder, als gemeente de Here aan te vullen, wie zou niet vrezen zo’n verantwoordelijke plaats in te nemen.
Laten we zien hoe dit completeren of aanvullen verder wordt uitgelegd:

    “God heeft aan de gemeente de hoge eer geschonken, met de Here Christus één geheel te mogen vormen en Hem a.h.w. te mogen completeren of aanvullen, zij mag van Hem als haar Hoofd het lichaam zijn”.

Dit aanvullen van elkaar heeft ook de betekenis van ‘vullen’.
Christus vult de gemeente. Hiervoor wordt verwezen naar Kolossenzen 2:19: het hoofd, waaruit het gehele lichaam door pezen en banden ondersteund en samengehouden, zijn goddelijke wasdom ontvangt”.
Goddelijke wasdom of groei mag de gemeente van haar Here ontvangen en dat alsof het de natuurlijkste gang van zaken is. Zijn ze immers niet samengegroeid?

Blijdschap

De Hemelvaart van onze Heiland is voor zijn gemeenten op aarde geen verlies, integendeel, een grote winst. Samengegroeid met haar Hoofd in de hemel vloeien de zegeningen over naar de gemeente en haar leden.
Dat geeft blijdschap, moed en dankbaarheid.
Het vraagt ook om aller toewijding.
Laat de viering van de Hemelvaart naast grote dankbaarheid, ons ook aanzetten tot grote zorgvuldigheid, liefde en trouw.
Dan mogen we vertrouwen, dat Hij die vèr boven alle machten is gesteld, dat Hij het zal maken.