Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De HEERE is mijn Toevlucht

Jaargang: 
11
Datum: 
17 mei. 2017
Nummer: 
10
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1737
Rubriek: 


We ervaren en weten dat we van onszelf te zwak zijn om onszelf in leven te houden. Dat blijkt altijd weer. Elke dag. Als kinderen van de HEERE mogen we onze toevlucht tot Hem zoeken. Hebben we ook in moeilijke situaties Gods-vertrouwen? Beroepen we ons dan op de trouw van onze God die Hij in het Verbond aan ons beloofd heeft? En als we voorspoed hebben, verwachten we dan hulp van onszelf of van de HEERE?Als we om ons heen kijken zien we veel mensen die denken heel wat mans te zijn. Groot is ook het aantal mensen dat de HEERE verlaten heeft, of bezig is het vertrouwen in Hem langzaam maar zeker los te laten. De meeste mensen van deze tijd hebben geen God meer die voor hen vecht. Wel hebben zij eigenwillige goden, hebben trouwe dienstknechten verdreven en verwachten voorspoed van eigenwillige gedachten.Is dat bij ons anders? Dienen wij de HEERE zoals Hij van ons vraagt? Beantwoorden wij zijn volkomen trouw met onze trouw? Houden we dat vol?

Het fundament van ons bestaan

Ons leven bestaat bij de gratie van onze God. Zijn wil is de oorzaak van ons bestaan en het fundament van ons bestaan. Van het allereerste belang is dat we de HEERE liefhebben met een waar geloof, Hem zoeken in een kerk die trouw is en blijft aan Zijn Woord. Van groot belang is dat die trouwe kerk ambtsdragers heeft die ook trouw zijn aan hun opdracht en gegeven belofte om de aan hun zorgen toevertrouwde kudde te bouwen en te bewaren.

We kunnen met een gerust hart een beroep doen op de trouw van de HEERE. Dan kunnen we met een goed geweten zeggen dat onze God met ons is. Dwalende broeders en zusters zullen we trachten te overtuigen door ons getuigen.

Overtuigen vanuit onszelf kunnen we immers niet. Want waarom zou de ene mens vanuit zichzelf meer gelijk hebben dan de andere mens? Vele filosofen en theologen hebben al geprobeerd om op grond van eigen argumenten hun gelijk te halen. Nog niemand is dat voor eens en altijd gelukt. De Heere wist dat ook wel. Hij gaf aan Zijn discipelen heel gewoon deze opdracht: Gij zult Mijn getuigen zijn (Hand. 1:8).

Dat maakt het kerk-zijn zo belangrijk. De kerk, daar vergadert de Heere Christus Zijn gemeente. Hij wil ons welzijn. Hij vraagt dat we leven in een waar geloof. Dat we zeker weten en er vast op vertrouwen dat alles wat God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft echte waarheid is (HC v/a 21).

De waarheid is te vinden

Gelukkig mogen we weten dat de waarheid te vinden is. Goed zoeken, is zoeken bij het licht van Gods Woord. Als we goed zoeken, zullen we vinden (Lucas 11:9). Dan zoeken we het volk van God daar waar Zijn Woord trouw wordt bewaard. En dan zullen we zien dat de sacramenten trouw worden bediend en dat het onderling omzien naar elkaar, om elkaar in trouw vast te houden, ook op de juiste manier gebeurt. Dan zien we de kenmerken van een volk dat trouw is aan Gods Woord (NGB art. 29).

Het juiste bestaan van Gods volk is afhankelijk van de trouw aan God. Onze God geeft welzijn aan een trouw volk.

Leven uit onze roeping

Het is onze roeping om bij het onderwijs van de geschiedenis van ons volk en de geschiedenis van de kerk hiervan uit te gaan. Bij de opvoeding van onze kinderen. En ook in ons gedrag ten aanzien van de politiek. Is ons getuigenis wel hoorbaar en duidelijk?

Alle zegen in persoon, voor het gezin, voor de kerk, voor de catechese, voor het onderwijs, voor ons land en deze wereld heeft alles te maken met de dienst en het ontzag voor de HEERE.

Het aanvullend onderwijs in onze Bijbelscholen is van immens belang, vooral nu in ons land de vrijzinnigheid zulke grote vormen aanneemt. Ook al zijn wij klein van kracht, dat kan de HEERE er niet van weerhouden om een rijke zegen te geven.

We zullen daarbij wel moeten bedenken dat een politiek die geen rekening houdt met God en Zijn Woord, uiteindelijk ellende brengt over land en volk.

Er is altijd een Uitweg

We kunnen van diverse kanten worden aangevallen. Ons ingesloten voelen. Maar... de Weg naar Boven is altijd open! Dan roepen we: Denk toch aan mij, mijn God, ten goede, om uw volk moed te geven om te volharden in trouw in uw dienst (Neh. 5:19).

We mogen nog in vrijheid in de kerk zingen dat in de grootste smarten, onze harten blijven in de HEER gerust. 'k Zal Hem nooit vergeten. Hem mijn Helper heten, al mijn hoop en lust (Ps.33:7b ber.).

Dat vraagt geloofsmoed. Als ik, omringd door tegenspoed, bezwijken moet, schenkt Hij mij leven (Ps. 138:4a ber.). De HEERE ziet iedereen gunstig aan die in benauwdheid op Zijn genade wacht. Hij bewaart voor wanhoop. Zijn Geest brengt ons de woorden te binnen die we spreken moeten (Lucas 12:11,12). Hij zal Zijn kerk bewaren. Daarom moet ieder zich bij de ware kerk voegen (NGB art. 28), want daar wordt de eeuwige redding ver-kondigd. En blijven we dankbaar dat we die trouwe kerk kunnen herkennen aan haar kenmerken (NGB art. 29).

God vergadert altijd zijn trouwe kerk

God blijft zijn kerk vergaderen. Ook al wordt die trouwe kerk in omvang klein, heel klein, of lijkt zij soms zelfs helemaal verdwenen (NGB art. 27). Dat gebeurt als veel mensen in eigenwilligheid hun eigen weg gaan. En zich afvragen wat voor nut het heeft om de hun gegeven taak ten behoeve van God te vervullen (Mal. 3:14).

Ook dan zal de HEERE zijn grootheid tonen. In een gedecimeerde kerk, zoals wij heden ten dage beleven na onze vrijmakingen in 2003/4/10. Altijd zal blijken dat het niet tevergeefs is om de HEERE tot Toevlucht te zoeken. Het vertrouwen op de HEERE stelt nooit teleur (Ps. 37:19). Niet in de kerkgeschiedenis en ook niet in het eigen leven.

Blijven wij wel volkomen trouw?

We zeggen gauw zo makkelijk: wat mij betreft, de HEERE is mijn God.

Dat is mooi om te horen.

Maar laten we niet te snel juichen. En onszelf beproeven.

Doen we werkelijk naar ons belijden?

Of leven we, ongemerkt, toch buiten onze belijdenis? Geven we meer toe aan ons karakter zodat we onze persoonlijke overgave aan God tekort doen?

We dienen de HEERE wel, maar is het vanuit het juiste motief? Beantwoorden we Gods volmaakte liefde wel echt met onze welgemeende wederliefde?

Is onze God ons doel of ons middel?

Iedereen die eigenlijk zijn God als middel heeft, kan in zijn gedrag wel godsdienstig blijken, maar dan wel vanwege het voordeel dat verwacht wordt. Kan zelfs de verschijnselen van het geloof vertonen dat bergen verzet en kan dat laten blijken uit zelfverzekerd gedrag dat de HEERE met je is. Maar dat is dan een geloofsvertrouwen zonder volkomen liefde. Het is niet een liefhebben van de HEERE met je hele hart. En dat komt maar o zo gauw, en zo heel veel, voor.

Blijven we de HEERE dankbaar?

Bij redding uit moeite kan er daarna zo snel, zo weinig dankbaarheid zijn voor onze trouwe Verbondsgod.

In nood kan wel gebeden worden, maar hoe is het met de gebeden na redding uit de moeiten?

Zoeken we het dan toch weer bij onszelf of bij mensen? Blijven we eigenwillig in onze godsdienst?

Krijgt de HEERE na uitredding wel de eerste plaats in ons leven?

Het komt aan op het dienen van de HEERE met een volkomen hart en met een bereidwillige ziel. Want de HEERE doorzoekt alle harten en Hij heeft inzicht in alle gedachtevorming. Als je Hem zoekt, zal Hij door je gevonden worden, maar als je Hem verlaat, zal Hij je voor eeuwig verstoten (1 Kron. 28:9). Halfheid is geoordeeld. De HEERE wil gezocht en gediend worden met een volkomen hart.

Bijna behouden is geheel verloren. Een onoprecht geloof leidt tot ongeloof. Waarom?

Omdat het hart uiteindelijke toch aan de wereld kleeft.

Geen godsdienst om er zelf beter van te worden. Bijvoorbeeld in verband met aardse welvaart, kerkelijk aanzien, of familiebetrekkingen.

Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard (Matth. 10:37).

Aan wie veel gegeven is zal veel terug gevraagd worden (Lucas 12:48).

Wat baat het een mens als hij veel gaven van de Heere ontvangen heeft en toch de Heere Zelf niet in zijn hart ontvangt (Lucas 9:25)?

Jezelf niet bedriegen. Precies de waarheid weten en zelf verkondigen en jezelf er toch niet aan onderwerpen maakt jezelf verwerpelijk. Zelfs Demas, eens een medearbeider van Paulus (Filemon 1:24), heeft Paulus verlaten omdat hij de tegenwoordige wereld heeft lief gekregen (2 Tim. 4:10).

De beslissende overgave aan de Heere werd niet gedaan. De begeerte van de ziel was niet werkelijk tot de Heere.

Terugkeren kan altijd

Zie toch dat de HEERE Zich bekendmaakt en je wil bouwen. Daarom roepen we elkaar toe: Wees sterk, blijf trouw.

Ongetwijfeld is de oprecht gelovige niet zonder zonde. In de praktijk van het leven struikelt hij telkens weer. Dat stelt hem schuldig. Maar, gelukkig, er is vergeving mogelijk. Dat mocht Petrus meemaken. Na een schuldbelijdenis vanuit de grond van zijn hart, gaf de Heere hem vergeving en nam hem opnieuw in dienst (Joh. 21:15-19).

De ware gelovigen willen niets liever dan voort te gaan van kracht tot kracht, achter Christus aan. Zij zullen verschijnen voor God in Sion (Ps. 84:8). Zij zingen op deze aarde: Leer mij naar uw wil te handelen, laat mij in uw waarheid wandelen. Voeg geheel mijn hart te saam tot de vrees van uwe naam (Ps. 86:4a ber.).

De HEERE zal redden. Iedereen die Hem zoekt met een oprecht hart. Redden vanuit alle aardse begeerten en moeiten. Redden tot in eeuwige heerlijkheid. De HEERE verlaat niet wat Zijn hand begon (Ps. l38:4b ber.).

De HEERE gaat door

Zonde wekt Gods toorn op. Toch brengt de Heere Jezus Christus deze wereld naar zijn einde.

En de kerk blijft bestaan. De Heere blijft Zich een volk bewaren. Ook al wordt de kerk klein, heel klein. Gods getuigenis blijft klinken (Openb. 11:3). Zijn Woord houdt stand tot in eeuwigheid. De wereld moet Gods genade in Christus kennen. Gods grote liefde, waarin Hij Zijn Zoon gaf om de wereld redding te brengen. God zal altijd Zijn verbond gedenken. De lamp blijft branden, ook al wordt het een heel klein vlammetje.

Het gaat om de Christus. In Hem zullen Gods kinderen stralen tot heerlijkheid van God Zelf.

Dat is een grote troost voor Gods kinderen. Zij nemen hun toevlucht tot de HEERE God. Dat is geloven. De HEERE tot een toevlucht nemen (Hebr. 6:18). Dat is God van ganser harte aannemen met een waar geloof in je hele leven. En dat doen in gedachten, woorden en werken. Gods kinderen zien verlangend uit naar de hoop die voor hen ligt.

Die hoop is de vervulling van Gods beloften. Die hoop is de zekerheid van de eeuwige redding die Christus voor ons verworven heeft. Die hoop, dat juiste vasthouden, geeft vreugde en goede moed op een blije toekomst in eeuwigheid.

De HEERE voltooit

Gods goedertierenheid is kostbaar. Gods goedertierenheid is de trouw waarmee Hij zijn beloften realiseert. Voortreffelijk is de trouw waarmee onze God zijn verbond gestand doet.

Hij komt precies de verplichtingen na die Hij in Zijn verbond beloofd heeft.

God gebruikt al de gaven die Hij aan Zijn trouwe kerk geeft. We moeten die gaven gebruiken. De trouwe verkondiging van Zijn Woord, de juiste bediening van de sacramenten en de juiste manier van elkaar opwekken om trouw te blijven aan Gods Woord in leven en werken.

Dat alles brengt ons overvloed, de overvloed van het huis van de HEERE, dat is van Zijn kerk.

We hebben daarbij de vooruitblik naar de vreugde van het eeuwige leven. Gods kinderen die in Christus met God verzoend zijn ontvangen meer voldoening dan de zondige wereld hen kan geven.

Bij de HEERE zoeken we hulp, bescherming, veiligheid.

De HEERE is mijn Toevlucht.

Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God!

Daarom nemen de mensenkinderen de toevlucht

onder de schaduw van uw vleugels.

Zij worden verzadigd met de overvloed van uw huis;

U laat hen drinken uit Uw beek vol verrukkelijke gaven.

(Psalm 36:8,9).