Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Heeft bidden wel zin?

Jaargang: 
7
Datum: 
13 nov. 2013
Nummer: 
44
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1263
Rubriek: 


Bidden is het voornaamste van onze dankbaarheids-dienst, zo schreven we in het vorige artikel over het gebed (nr. 37) 1). In dit artikel gaan we verder over de zin van ons bidden. Heeft bidden zin als de HERE onveranderlijk is? 2) Heeft bidden zin als de HERE door zijn voorzienigheid toch alle dingen bestuurt? Alles wat ons overkomt is niet toevallig, maar het valt ons uit Gods Vaderhand ten deel, belijden we met Zondag 10 HC. De HERE weet toch zo ook wel in welk opzicht wij het moeilijk hebben en wat goed voor ons is? Is het niet overbodig Hem met onze gebeden, ons zuchten, onze verlangens, onze verzoeken, lastig te vallen? Denken we dan niet te klein over zijn majesteit, zijn grootheid, Hij die harten doorzoekt? Bij deze vragen willen we nu stilstaan.

Geen inlichtingendienst

We zagen de vorige keer dat het gebed het belangrijkste onderdeel is van onze dankbaarheidsdienst. In het gebed mogen we de levende verbondsomgang met de HERE ervaren; onze afhankelijkheid van Hem belijden en van Hem alles verwachten wat wij voor dit en het toekomstige leven nodig hebben.

Het gebed is geen inlichtingendienst, waarin we de HERE allemaal nieuwtjes moeten vertellen. Alsof wij de HERE op de hoogte moeten houden van het reilen en zeilen in ons leven. Hij heeft ons zelf gevormd, ons in de moederschoot geweven (Ps. 139). Wij vertellen Hem geen nieuws, want Hij weet hoeveel haren er op ons hoofd zijn (Matt. 10:30). We bidden namelijk niet alleen omdat de HERE dat wil, dat ook, want Hij is de enige, levende God. De HERE heeft het gebed echter ook voorgeschreven ten behoeve van ons eigen geloofsleven. Een van de kerkvaders uit vroeger eeuwen zei: het gebed is niet om God te instrueren, maar om ons eigen hart te construeren. Te construeren, dat wil zeggen, ons hart te bepalen, te vormen, te richten op onze trouwe hemelse Vader. Want ons hart is zwak en de satan houdt niet op met vragen: waar is nu uw God? (Ps. 42:2) en valt ons geloof telkens weer aan.

De HERE waakt over ons en komt ons ook ongevraagd te hulp, maar toch is het voor ons van het grootste belang dat wij Hem voortdurend te hulp roepen, om zo ons hart te laten ontvlammen in een oprecht en vurig verlangen om Hem steeds te zoeken, lief te hebben en te dienen, door ons eraan te gewennen in alle noden de toevlucht tot Hem te nemen en als het ware ons anker bij God uit te werpen. De psalmen geven daar, als liederen van het verbond, ook telkens uiting aan. De dichter roept het in Psalm 31 bijvoorbeeld uit: Wees mij tot een beschuttende rots, tot een sterke vesting om mij te redden. In het gebed in zijn nood schuilt de dichter bij de HERE, de trouwe God van het verbond, die niet laat varen het werk wat zijn hand begon.

De HERE wil ons met het bidden oefenen ons op Hem te richten, Hem te vragen en te smeken. Dat is heel goed voor ons, anders zouden we toch maar traag en lui blijven. Het is daarom niet goed om vanuit Gods voorzienigheid zo te redeneren, alsof we Hem met onze verzoeken dan lastig zouden vallen.

Immers, in Psalm 145:18 staat dat Hij allen nabij is die zijn Naam in waarheid aanroepen. En in Psalm 34:16 staat: de ogen van de HERE zijn over de rechtvaardigen en zijn oren tot hun gebed.

Hier leren we iets over het gebed en Gods voorzienigheid. Gods voorzienigheid is gericht op de zorg voor het heil van de vromen. Maar Gods voorzienigheid gaat niet voorbij aan de oefening van het geloof, waardoor de zorgeloosheid uit het hart van de mensen weggenomen wordt. Gods ogen waken over de blinden (vgl. Luc. 4:19), maar Hij wil andersom ook onze verzuchtingen horen, om zijn liefde en trouw tot ons nog beter te kunnen bewijzen. Zoals de dichter in Psalm 5 tot de HERE roept en Hem smeekt om zijn verzuchting en hulpgeroep te horen (vs. 2 en 3) om te eindigen met de lofprijzing dat de HERE de rechtvaardige zegent en omgeeft met welbehagen als met een schild (vs. 13).

Op nog een andere manier richt God ons hart op Hem wanneer we bidden. Het gebed zorgt er namelijk ook voor dat er geen begeerte in ons hart is, waarvoor we ons schamen om God daarvan getuige te maken. We storten ons hart voor God uit en leggen ons leven voor Hem neer. Hij is volmaakt en heilig. En daarom zullen we bidden om zijn Geest, die ons heilig maakt, zodat wij strijden tegen alle onheiligheid in onze gedachten, in ons doen en in ons laten.

Overbodig?

Het gebed maar achterwege laten omdat de HERE toch alles al weet? Beslist niet! Dan is niet begrepen dat het gebed belangrijk is in een levende verbondsomgang met God. In onze levende verbondsomgang met de HERE loven wij Hem. Eren wij Hem. En daarom bidden we.

Bovendien is Hij onze trouwe Vader. Hij kan en wil voor ons zorgen. Hij wekt ons op om tot Hem te bidden, tot Hem te spreken. Voor ons geloof heeft het wel degelijk zin om tot God te bidden, aangezien Hij als een trouw Vader voor ons wil en kan zorgen! In ons gebed doen wij een beroep op de HERE of Hij ons in alles wil bijstaan. Hieruit komt een uitnemende rust en kalmte voort. Als wij onze nood hebben bekend gemaakt, vinden wij rust in het feit dat geen kwaad ons zal treffen en Hij voor ons het beste wil3).

Het gebed als energiebron

We bidden in elk geval om ons hart op de HERE te richten, om levende omgang met Hem te hebben. We bidden om bij Hem rust te vinden. Maar laten we ook de volgende vraag bekijken. Heeft ons gebed ook invloed op Gods wereldbestuur? De HERE werkt toch alles naar de raad van zijn wil (Ef. 1:11)? In dit kader denken we met name aan de bekende tekst uit Jakobus 5. De apostel schrijft daar dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag. Veel vermogen, dat wil zeggen dat het gebed veel kracht, veel energie heeft. Het gebed werkt wat uit, het gebed is effectief. Kijk maar naar Elia. Hij bad en wat een uitwerking: drie en een half jaar regent het niet. Later bidt hij opnieuw en het gaat regenen. Het is de HERE, die dit alles doet op het gebed van de rechtvaardige, Hij draagt alle dingen door het woord van zijn kracht (Hebr. 1:3). Hij houdt de wereld in stand tot aan de Jongste Dag; Hij zorgt voor het ritme van dag en nacht; van de seizoenen die elkaar opvolgen. De gebeden van de rechtvaardigen, van de gelovigen, worden als energiebronnen door de HERE gebruikt en ingepast in het wereldbestuur.

Dat zien we ook wanneer we letten op de gerichten die over de aarde gaan en zullen gaan vóór de dag van het laatste oordeel. Met deze gerichten van de HERE wordt de wederkomst van onze Here Jezus en de volkomen openbaring van Gods Koninkrijk aan alle mensen aangekondigd en voorbereid. Met de bede Uw Koninkrijk kome wordt de HERE gebeden om de uitvoering van deze gerichten. De straffen van God over de wereld worden daarmee afgebeden van de HERE. De gelovige bidt hiermee of Hij die in de hemel zit en lachend naar de machthebbers en koningen der aarde kijkt, wil komen en definitief afrekenen met hen die zich in ongeloof tegen Hem verzetten (Ps. 2).

Als wij zien welke tijdgeest rondwaart in de maat-schappij, dan zien we in het licht van Gods Woord hoe groot het onrecht is dat God wordt aangedaan. Zien wij niet elke dag de smaad die God als de Alleenheerser krijgt aangedaan? En treft deze smaad ook niet ons als burgers, als strijders van dat Koninkrijk? Bijvoorbeeld wanneer we opkomen voor de betrouwbaarheid van Gods Woord in deze tijd? Of wanneer we staan voor het principe dat heel de Bijbel nog zeggingskracht heeft voor ons leven vandaag, en dat we daarom als ouderwets en conservatief worden bestempeld?

Als kinderen van God zullen wij dan in ons gebed ook aan de HERE moeten vragen om de volle openbaarwording van zijn Rijk in deze wereld. De ontslapenen, die geslacht zijn om het Woord van God en het getuigenis, doen dat al. Met grote inspanning smeken zij, zij roepen met luide stem: Tot hoelang, o heilige en waarachtige heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? (Openb. 6:10).

Als de rechtvaardigen, de gelovigen op aarde, dan bidden, dan stijgen deze gebeden op als rook van het reukwerk voor Gods aangezicht (Openb. 8:10). En daar blijft het niet, want de HERE reageert daar direct op. Het gebed van de rechtvaardige vermag veel, ook in het afbidden van de komst van Gods Koninkrijk. Als Gods verhoring van deze gebeden werpt een engel vuur van het altaar op de aarde, waarop donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving volgen (Openb. 8:5). God verleent dus goddelijke krachten aan deze gebeden, ze maken de energie van de hemel los.

Volhard dan!

Bidden is het belangrijkste in onze dankbaarheid. De HERE gebruikt onze gebeden in zijn bestuur en beschikking van alle dingen. Dus laten we volharden in gebed. Niet alsof de HERE afhankelijk van ons zou zijn, maar wel om steeds weer en steeds meer ons geheel en zonder morren over te geven aan Gods volmaakt goede wil voor hen die in Hem geloven. Zodat ons hart op Hem gericht is en we de goede strijd strijden (Ef. 6:18). Laten we volharden God te loven in ons gebed. Hem te eren, omdat Hem dat toekomt. En laten we de gerichten over de wereld afbidden, opdat de volmaaktheid van zijn Rijk komt en Hij alles zal zijn in allen en elke knie zich zal buigen voor Hem, de Enige, levende God, eeuwig te loven en te prijzen!

1) Nr. 37 van De Bazuin 2013

2) Art. 1 NGB

3) Institutie 3.20.2