Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Bij de gratie Gods

Jaargang: 
11
Datum: 
19 apr. 2017
Nummer: 
8
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
1728
Rubriek: 


In 1863 werd in Den Haag een groots monument onthuld door Koning Willem III. U kunt het nog steeds bewonderen op Plein 1813. Het is namelijk opgericht in 1863 bij de vijftigjarige herdenking van de bevrijding in 1813. Bij die gelegenheid heeft Koning Willem III woorden gesproken die kenmerkend zijn voor de Oranjes. Hij sprak: 'Het zal zijn, zoals het in vroeger dagen was, zoals het onder Gods zorgen zal blijven, dat een Prins van Oranje nooit, nee nooit genoeg kan doen voor dat volk van Nederland'. Taal die we steeds weer horen van Oranjes. 'Wie ben ik dat ik dit mag doen?', sprak H.M. Juliana.We horen van een sterk roepingsbesef. Dat vinden we telkens weer in de geschiedenis van de Oranjes, dat roepingsbesef. Het is altijd weer de Heere geweest Die de Oranjes riep en bekwaamde tot hun taak. Dat was niet te verklaren uit menselijke factoren. Niet van de kant van de Oranjes: zij waren gewone mensen, met hun fouten en gebreken, sommige zeer begaafd, andere beneden de middelmaat. Sommige vroom, andere losbandig. Het kwam alleen door de roeping van de Heere.Het is ook niet te verklaren uit het Nederlandse volk. De Oranjes werden niet door de volksgunst tot wat ze nu zijn. Het is niet de volkssoevereiniteit die hen bracht tot hun positie. De roeping kwam van de Heere in de loop van hun leven. Dat wordt uitgedrukt in de woorden: bij de gratie Gods. Wij vieren Koningsdag. Wij verheugen ons in de regering van Z.M. Koning Willem Alexander, geëerbiedigd wegens zijn ambt. Koning bij de gratie Gods. Eén uit de lange rij van Oranjes, door de HEERE geroepen.

De eerste Willem

We willen u iets laten zien van die roeping van de HEERE in het leven van drie Willems: Willem de Zwijger; Koning-stadhouder Willem III en Koning Willem I - de eerste koning van Nederland, bij de gratie Gods.

Indien bij iemand, dan wel allereerst bij de Vader des vaderlands, Willem de Zwijger, is te zien hoe de HEERE ingreep in zijn leven. Een veelbewogen leven, een leven vol moeite en verdriet. Viermaal is hij getrouwd geweest, drie vrouwen zijn hem al spoedig door de dood ontvallen. Voor de eerste maal getrouwd als jongen van 18 jaar, is hij op zijn 25e jaar al weduwnaar.

Het was zijn moeder, de gelovige Juliana van Stolberg, die zelf op de hofschool de godsdienstige opvoeding van de jonge Willem voor haar rekening nam.

Als jongen van 12 jaar gaat hij naar het hof van keizer Karel V. Hij wordt daar rooms opgevoed; hij verkeert er in een lichtzinnige atmosfeer. Hij voelt er zich goed in thuis en wordt er ook helemaal aanvaard: als keizer Karel V afstand doet van de troon, leunt hij op de schouder van de 22-jarige prins, de aanzienlijkste edelman van de lage landen. Zó is het met Willem I begonnen! Wat hij later geworden is, is alleen te danken aan de Heere. Niet aan Willem zelf. Hij heeft nota bene in zijn eigen prinsdom een plakkaat uitgevaardigd, dat de prediking van de nieuwe leer verbood - al wil hij dan geen vervolging instellen tegen de aanhangers van die nieuwe leer. En we horen dat hij als jong weduwnaar een losbandig leven leidt. Nee, hij zoekt de positie van vader des vaderlands in die eerste tijd zeker niet!

In 1654, hij is dan 31 jaar, komt er een kentering in zijn leven. Al is hij zelf rooms, hij verzet zich tegen de maatregelen van de nieuwe vorst Filips II en wordt daarom door Filips gewantrouwd.

Maar hij denkt er niet aan zich tegen de koning te verzetten: den koning van Hispanjen heb ik altijd geëerd - hij blijft dus de koning eren. Daarom is hij ook helemaal niet ingenomen met de gebeurtenissen in het wonderjaar 1566: hagepreken, beeldenstorm. Integendeel, mee door zijn optreden mislukt het verzet. Later verwijt hij zich dat - maar het feit ligt er. De calvinisten vervloeken hem - en dat is niet te sterk uitgedrukt! Maar ook door Filips II wordt hij gewantrouwd.

Zo staat Willem helemaal alleen. Hij blijft van mening dat verzet niet geoorloofd is. Door vriend noch vijand wordt hij aanvaard. Er zit voor hem niets anders op dan maar terug te gaan naar de Dillenburg. Zijn leven loopt op niets uit, zo lijkt het wel. Allen laten hem in de steek. Hij moet zelfs het bittere ondervinden dat zijn eigen vrouw hem verlaat, hij ziet haar nooit meer terug. Maar de Heere heeft toch met deze dienstknecht Zijn plannen. Willems leven blijft gespaard; wanneer hij veilig op de Dillenburg zit, worden de graven Egmond en Hoorn, gevangengenomen en vervolgens terechtgesteld. Maar de Heere spaart het leven van deze Willem.

Dan komt 1568. Op de Dillenburg is men overgegaan tot het Calvinisme. Maar het is pas in 1573 dat Willem voor het eerst een calvinistische godsdienstoefening bijwoont. Hij begint de strijd dan ook, zo zegt hij zelf, 'uit defensie (dus niet als revolutie) en noodweer ... voor de vrije uitoefening van het zuivere Woord Gods ... bij adviezen van de gemeene Staten der Nederlanden'. Hij verlaat de Dillenburg, gaat naar Holland en heeft zijn moeder nooit weergezien. Hij verbindt zijn leven aan de Nederlanden: 'besloten hebbende daar mijn graf te maken', zegt hij zelf. 'Wil dan dit Duits graafje oorlog tegen mij voeren?', spot Filips. Het lijkt er eerst op dat alles nog zal mislukken, de calvinisten blijven hem wantrouwen. Het is pas in 1573 dat het geloof bij hem doorbreekt, en hij zich ziet als instrument in de hand van de Heere: 'Ik heb een vast verbond gesloten met den alleroppersten Potentaat der potentaten'.

In 1580 wordt hij dan door Filips in de ban gedaan: 'de enige pest der christenheid, de vijand van het menselijk geslacht'. Willem antwoordt met zijn apologie, die men in het eerder gedichte Wilhelmus vindt samengevat:

Voor God wil ik belijden

(de Heere wordt aangeroepen als getuige, PvG)

end Zijner groten macht

Dat ik tot ghenen tijden

Den Coninck heb veracht;

Dan dat ick Godt den Heeren

Der hoochsten Majesteit

Heb moeten obediëren

In der Gerechtigheid.

Dat is het geheim van zijn kracht, daarin ligt zijn roeping, daarin de gratie Gods: God gehoorzamen, in trouw aan het eens gegeven woord. Hem dienen - dat is de belijdenis van de eerste Prins van Oranje. Hij is maar 51 jaar geworden, eigenlijk heeft zijn strijd maar 16 jaar geduurd, van 1568 tot 1584, van zijn 35e tot zijn 51e jaar. Zó lang duurde het eerst voor hij werd wat God van hem wilde maken: instrument in Zijn hand. Prins der Nederlanden, bij de gratie Gods.

Al is ons prinsje nog zo klein

Nu over de roeping van de volgende Willem waarover we schrijven: Willem III, Koning-stadhouder. Aan het einde van het jaar 1650 zong het volk:

Al is ons prinsje nog zo klein

Al-ével zal hij stadhouder zijn!

Willem II was juist op de jeugdige leeftijd van 23 jaar gestorven aan de pokken, hij was pas drie jaar stad-houder. Zijn enige kind werd geboren acht dagen na de dood van zijn vader. De Staten nemen meteen al hun maatregelen - zij willen ervoor zorgen dat er geen Oranje meer als stadhouder zal komen. Het volk zingt er anders van. Ook de dominees spreken andere taal. Sinds het een Oranje was, die ervoor gezorgd heeft dat de synode van Dordrecht kon bijeenkomen, die de kerk bevrijdde van de macht der Staten, die de kerk de gelegenheid gaf orde op zaken te stellen tegen de dwaalleer van de Remonstranten - sinds die tijd voelen de predikanten zich nauw aan Oranje verbonden. Maar de Staten willen ervoor zorgen dat dat nooit zal gebeuren: in 1667, Willem III is dan 17 jaar oud, wordt het 'Eeuwig Edict' afgekondigd: het stadhouderschap wordt afgeschaft, voorgoed, voor eeuwig!

Willem III heeft een eenzame jeugd. Zijn moeder laat hem vaak alleen, ze overlijdt in 1661 als Willem nog maar 11 jaar is; hij wordt dan opgevoed door ds. Trigland. Later, als Kind van Staat, onder meer door Johan de Witt. Altijd werd hij achteruitgezet: dat Eeuwig Edict, waarover we zojuist schreven, werd afgekondigd een jaar voor hij 18 zal worden: wat zou er niet kunnen gebeuren in dat jaar? Men wil daar van tevoren afdoende maatregelen tegen nemen: er is voor Willem geen toekomst als Oranje, als stadhouder.

En in 1672, nog geen 5 jaar later? Dan is hij, die eerst Kind van Staat was, die nooit stadhouder zou mogen worden, ineens Restaurateur van de Staat, zo wordt hij genoemd. En de Staten schrijven hem: weest u toch alstublieft voorzichtig, want een ongeval, u overkomen, zou 'de totale ruïne van de staat met zich meebrengen'.

Om de vrijheid van de religie

Hij staat klaar als hij in dat rampjaar 1672 geroepen wordt en als instrument in de hand van de Heere redt hij het vaderland. De Heere roept en hij gehoorzaamt - een jongen van nog maar 22 jaar! Drie jaar later, in 1675, krijgt hij de pokken. Het hele land houdt de adem in, zal hij evenals zijn vader jong sterven, aan de pokken? Maar de Heere geeft genezing, want de Heere gebruikt deze man voor nog grotere dingen.

Hij wordt Koning van Engeland. Het ging toen wel heel duidelijk om Woord en Kerk. Immers, in Engeland was koning Karel II rooms geworden. Zijn politiek wordt voortgezet door Jacobus II. Er dreigt voor heel Europa het grote gevaar dat Engeland en Frankrijk als bondgenoten, samen de roomse godsdienst in Europa de overheersende zullen maken en de ware religie daarmee onderdrukken. Dat staat er op het spel. Het gaat, niet alleen maar voor Engeland, maar eigenlijk nu voor heel Europa, om de vrijheid en de religie.

Intussen is Willem III getrouwd met Mary, dochter van Jacobus II. Dat was een politiek huwelijk. Het meisje, ze is pas 15 jaar, komt uit Engeland, huilend, naar haar vreemde gemaal. Maar de Heere beschikt dat deze twee, Willem en Mary, instrumenten worden in Zijn hand. Het grote gevaar van de machtsoverheersing door een roomse alliantie tussen Engeland en Frankrijk wordt op een drastische wijze toch afgewend. De Engelse adel verzoekt Willem over te steken naar Engeland, en, als het niet goedschiks kan, dan kwaadschiks, de plannen van Jacobus II te verijdelen.

Als Willem aan deze oproep gehoor geeft, met steun van zijn vrouw, dan is dat wel van a tot z een geloofs-beslissing: het ging tegen haar eigen vader! Om de vrijheid en de religie - dat staat er geschreven in zijn vaandel.

Hij wordt Koning van Engeland, en moet daar regeren. Ja, hij móést er regeren - veel liever was hij weer teruggegaan naar eigen land. 'O, dat men zo gelijk een vogel door de lucht, eens kon overvliegen - ik gaf er wel honderdduizend guldens om, ja wel tweehonderdduizend!' Met zijn zwakke gestel - hij leed aan tuberculose - had hij tweeërlei ambt: Koning én Stadhouder; een 'dubbeld mannenwerk', zei men. In 1695 blijft hij eenzaam achter, als zijn vrouw sterft. Maar: hij blijft trouw aan zijn roeping. Want het gaat om de vrijheid en de religie. Hij, die verbitterd had kunnen worden, zich had kunnen wreken, glorie en macht en rijkdom had kunnen grijpen - hij volgde zijn roeping. Waardoor kwam het toch dat het volk alweer riep om Oranje? Wat was het dat het vuur brandend hield, al meteen van oranjetelg af, al moest dat 22 jaar duren? Wat was het wonder dat het gewone volk aanvoelde? Het was: Oranje, bij de gratie van God!

Nog altijd wordt met name in Noord-Ierland de herinnering aan deze koning levend gehouden. Koningin Wilhelmina had in haar werkkamer een groot portret hangen tegenover haar schrijftafel. Zo had ze bij het regelen van de staatszaken deze voorvader in het oog, haar grote voorbeeld!

Koning Willem I

Nog een voorbeeld: Koning Willem I. De eerste die Koning der Nederlanden werd, Koning bij de gratie Gods. Er was eens eerder sprake van geweest, niet om een Oranje koning te maken, maar het ging toen om de waardigheid als hertog - die was bestemd voor stadhouder Willem III in zijn gloriedagen. Maar Holland en Zeeland waren erop tegen. Zeelands staten durfden hem zelfs te schrijven: denk aan het mooie voorbeeld van Gideon, die na zijn overwinning op de Midianieten, geen koning had willen worden. Maar Prins Willem III antwoordde scherp: 'dat de kinderen Israëls niet dachten aan de HEERE hun God, Die ze gered had van de hand van al hun vijanden van rondom, en dat zij geen weldadigheid deden aan het huis van Jerubbaäl, dat is Gideon, naar al het goed dat hij Israël gedaan had'.

Hoe kwam het dan in 1813 wel zo ver, dat Willem niet terugkeerde als Willem VI, maar als Koning Willem I? Het wonderlijke is, dat er geen aanwijzing voor is dat hierover is beraadslaagd in de Staten, er is ook geen volksstemming over gehouden. Wel is in 1813 Napoleon officieel afgezworen, het was dus geen revolutie. En toen sprak men zomaar over: onze souverein. En een zekere Dirk van Duijne, de eerste Scheveninger die de Prins de hand drukt, zei: Welkom Majesteit! Leve de Koning! riepen de mensen langs de Scheveningse weg. De Prins heeft eerst zijn bedenkingen tegen het aannemen van de koningstitel, maar zijn bezwaren worden overwonnen. Alweer: het wonder van de roeping door de Heere, om Zijn werk in stand te houden.

In 1810 oordeelde Napoleon: 'Holland kan uit zijn bouwval niet herrijzen. In deze werelddwarreling, er kome vrede of niet, zal het geen stand houden'. En hij lijfde Nederland in bij Frankrijk. En dat terwijl Napoleon toch weet had van de bijzondere plaats van het huis van Oranje. Hij had zó'n respect voor Koning-stadhouder Willem III, vond hem zo'n groot man, dat hij vroeg om een portret van deze grote Oranje! God besliste anders. Hij gaf Nederland zijn vrijheid weer en gaf het een koning, in Zijn genade.

Toekomst

Het is goed in het verleden te zien. Het ging om de vrijheid en de religie. De Heere zorgde voor Zijn Woord en Zijn kerk in ons land. Hij gebruikte daarvoor de Oranjes. Hij gebruikte hen voor het bewaren van de ware dienst des HEEREN, voor de bewaring van Zijn kerk. In ons land, in heel Europa. Daarvoor hebben de Oranjes geld en goed ingezet, ja zelfs hun eigen leven.

Wij zijn dankbaar dat de Heere de band tussen Nederland en Oranje tot nu toe heeft willen bestendigen. Wij hopen en bidden dat de Heere Z.M. Koning Willem Alexander wil sterken tot zijn hoge roeping. Wij weten dat er een Oranje zal zijn zolang het de Heere belieft. Hij regeert, onze God, ook over revolutiebewegingen. Ook als men erin zal slagen om de toevoeging 'bij de gratie Gods' te verwijderen. Hij blijft onder alle omstandigheden zorgen voor Zijn Kerk. Dat is ons vertrouwen.