Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De goede strijd!

Jaargang: 
12
Datum: 
21 mrt. 2018
Nummer: 
6
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
2058
Rubriek: 

Wie het nieuws een beetje volgt, weet dat de oorlog in Syrië zich tot een onontwarbare kluwen aan strijdende partijen ontwikkelt. Syriërs, Russen, Iraniërs, Turken, Koerden, Amerikanen, IS-aanhangers; allen zijn ze betrokken in deze oorlog. Het is een ver-van-ons-bed-show. Het gebeurt niet in onze achtertuin. We zien er wat van in de media. Maar elke dag dat de strijd voortduurt, wordt de situatie steeds 'normaler'.

We zijn in Nederland gezegend met een leven in vrijheid. Een directe oorlogsdreiging ook al weer van decennia terug. Maar beseffen en onderkennen wij dat het op dit moment terdege oorlog is? Zijn we er ons van bewust dat we soldaten zijn in het leger van onze Heer en Heiland? Dat het een strijd is van leven op dood? Onderkennen we de macht en kracht van onze doodsvijanden?

De satan op aarde geworpen

We gedenken binnenkort de heilsfeiten van Goede Vrijdag en Pasen. De Heere Jezus Christus heeft als Middelaar van het Verbond de last van Gods eeuwige toorn op zich genomen en ons daarvan verlost. Hij heeft met Zijn opstanding, en ook met Zijn Hemelvaart, daadwerkelijk toegang verdiend en gekregen tot de hemel. Hij heeft op Golgotha de satan definitief verslagen.

 

Dit betekende echter niet de volkomen uitvoering van Gods raad. Sinds de dood en opstanding van de Heere Jezus zijn reeds tweeduizend jaar verstreken. Al die tijd werkte de Heere met haast toe op de volmaking van Zijn volk - en hij doet het nog steeds.

Zoals de Heere Jezus definitief toegang verkreeg tot de hemel als Eerstgeborene uit de doden, zo is de satan definitief uit de hemel geworpen op de aarde. Het is hem niet gelukt om de komst van onze Heiland in het vlees te verhinderen, hoe hij zich daar ook voor ingespannen heeft. Het is hem niet gelukt om het kind van de vrouw, die baren moest, te verslinden. Want het mannelijk wezen besteeg de troon aan de rechterhand van Zijn Vader. Aan Hem is de wereldregering gegeven.

 

Satan heeft zich echter niet neergelegd bij deze neder-laag. Integendeel! De luide stem in Openbaring klinkt ook tot ons: 'Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.' (Openb.12:12).

Satan

Hoewel het bestaan van satan, en van de consequentie van diens werk namelijk de hel, vandaag de dag niet meer breed beleden en geloofd worden onder hen die zeggen christenen te zijn, bestaat hij wel degelijk. De Schrift waarschuwt ons op meerdere plaatsen voor de satan en zijn boze engelen. Zo wordt hij genoemd de draak, de allesverwoester. Hij is de oude slang, de vader van de leugen. Hij is een duivel, dat wil zeggen een tegenstander van God. Als God 'ja' zegt, zegt hij 'nee'. Als de gemeente 'nee' moet zeggen tegen de zonde, dan bewerkt hij de broeders en zusters om toch 'ja' te zeggen. Satan kan zich uitstekend aanpassen. Hij gaat rond in grote grimmigheid, als een briesende leeuw; hij kan zich ook voordoen als een engel van het licht. Met vrome praatjes probeert hij dwalingen binnen te krijgen bij de kinderen van de Heere.

Doelwit

Inderdaad, hij concentreert zich op Gods volk. Aan mensen die zich aan God noch gebod storen, hoeft hij niet veel tijd te besteden. Deze zijn immers al zijn aanhangers? Het gaat hem om de mensen van Gods volk. Hij en zijn boze engelen loeren uit alle macht op de kerk en haar leden. Zij loeren als moordenaars om alles door bedriegerijen te vernielen en te verwoesten (NGB 12).

Zijn doelwit is de kerk en haar leden. Hij bijt zich daar grimmig in vast. Als een moordenaar. Doelbewust. Koelbloedig. Zoals de strijdende partijen tijdens de oorlog niets of niemand ontzien, maar uit zijn op vernietiging en overwinnen. Zijn doel is kapot maken en vernietigen. Ziet u hierin de oorlog getekend? Het is hem menens. Hard tegen hard. Niemand wordt ontzien. Hij kent de zwakke plekken. Hij speelt in op de vleselijke begeerten. Hij en zijn engelen richten zich doelbewust op hen die Jezus Christus in hun leven belijden als Zaligmaker en Voleinder van het geloof.

Het is oorlog, maar niet één van vlees en bloed, en daarom des te gevaarlijker. Want het gevaar is dat we, kortzichtig als we van nature zijn, als een struisvogel menen dat de strijd er niet is, wanneer we deze niet zien. Maar er is strijd. Het is een strijd tegen de overheden, de machten, de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef. 6:12)!

Beïnvloeding van ons denken

Om tot zijn doel te komen heeft satan meerdere tactieken en listen. Bij dit alles is het voor hem belangrijk om ons denken te beheersen. Paulus wijst ons hierop als hij de tegenstelling maakt tussen enerzijds de wereldgelijkvormigheid en anderzijds de vernieuwing van ons denken (Rom. 12:2). Het is de wijze van denken, onze geest, ons geweten, ons handelingsbewustzijn dat moet worden hervormd, moet worden gereformeerd. Satan is de overste van deze wereld, hij heeft als het ware de aarde met zijn geest vervuld. Het zijn satans anti-christelijke normen, die de wereld huldigt. Dáárom moeten wij niet wereldgelijkvormig zijn, maar vernieuwd worden in ons denken.

 

Het zit niet in de dingen die we moeten doen of laten op zichzelf, om geen kopie te zijn van de wereld. De waarschuwing tegen wereldgelijkvormigheid gaat om onze overtuigingen, onze geest, onze denktrant en onze inzichten. Daar immers komen onze handelingen uit voort? Daarop heeft satan zijn zinnen gezet. Dáárop zijn zijn aanvallen, zijn pijlen gericht. In plaats van de Heilige Geest wil satan woning in ons maken, om ons van God af te trekken.

Actueel

Als we dat naast de tijd leggen waarin we leven, dan blijkt dit woord van Paulus niet tijdgebonden zodat wij het eerst moeten vertalen naar onze tijd en cultuur. Integendeel, de mens is van nature niet veranderd. De satan is nog dezelfde. Daarom is ook dit woord nog steeds actueel! Immers, de satan is ook steeds bezig om ons te beïnvloeden. Hij is steeds bezig om ons geweten op dezelfde wijze te vormen als die van de wereld. Hij is steeds bezig om de normen van de wereld zo bij ons naar binnen te brengen, dat wij ons die normen eigen maken. Hebt u dat in de gaten als u 's avonds het journaal bekijkt? De talkshows volgt? Hebt u dat in de gaten wanneer u de krant leest? Wanneer u ontspant met een boek op de bank? Wanneer u wat rondsurft op het internet? Hebt u dat door wanneer u praat met uw collega's in de kantine? Dat de satan steeds probeert, grimmig als hij is, volhardend als hij is, u, als een kind van God, te verleiden? Dat u een doelwit bent in de geestelijke oorlog?

Dat is de strijd, waarin wij dagelijks staan. De satan probeert onze normen ten aanzien van bijvoorbeeld opvoeding, seksualiteit, geldbesteding en vrijetijds-besteding gelijk te maken aan die van de wereld. En daarvoor zet hij alle mogelijke middelen in.

Kerk

In deze oorlog is de kerk het leger van Gods Koninkrijk. Daarom wordt in de Heidelbergse Catechismus juist bij de bede om de komst van Gods Koninkrijk (Zondag 48) uitgelegd dat we dan bidden om de bewaring en vermeerdering van de kerk. De leden van de kerk, het leger van God in deze wereld, moeten worstelen in hun eigen persoonlijke strijd om de doorwerking van Gods Koninkrijk (2e bede), zodat de Naam van God meer en meer wordt grootgemaakt in deze wereld (1e bede).

 

Het dienen in het leger is geen persoonlijke aangelegen-heid. Het is geen individuele zaak, al probeert de satan juist die geest van individualisme ons wel in te prenten. Nee, we bidden immers tot onze Vader? Het is een zaak van ons allemaal. Zien we dat nog? Onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor elkaar? Om elkaar op te bouwen? Dat we elkaar opscherpen tot een gereformeerde levensstijl? Elkaar aansporen tot studie op de verenigingen, tot het lezen van De Bazuin?

Nogmaals de kerk

Zoals de leden van de kerk het leger zijn van het Koninkrijk van God, zo is de kerk als het lichaam van Christus de oase, de rustplaats, de plaats waar iedereen weer op krachten kan komen. Immers, door de prediking van Gods Woord werkt de Heilige Geest in de harten van de gelovigen om te volharden in het geloof. Op zondag komen allen in de kerk om, moegestreden van de strijd van de afgelopen week tegen de doodsvijanden, weer op krachten te komen, gesterkt te worden door de beloften van het evangelie om zo de begonnen week weer in te gaan.

 

Maar de wapenuitrusting wordt niet alleen zondags gedragen. Ook thuis sterken wij ons met Gods Woord en door gebed. Een serieuze huisgodsdienstoefening is zo belangrijk. Trouw Bijbellezen. Trouw bidden. De Here loven. Zijn kracht en Geest afsmeken. Huisgodsdienst-oefening waarbij de ouders het goede voorbeeld geven en de kinderen stimuleren om actief bezig te zijn met het verenigingswerk en de catechisatie. Waar samen gesproken wordt over de preken, de bijbel-lezingen en over de kerkgeschiedenis. Want, hoe zullen we de dwalingen onderkennen, als we de Schriften niet kennen?

Weerstand

De schrijver aan de Hebreeën roept zijn lezers op tot trouw en onderlinge liefde. Na de wolk van geloofsgetuigen (hoofdstuk 11) roept hij zijn lezers op om alle last en de zonde af te leggen. Niet door lauwheid verslappen (vlg. vs. 3), zo schrijft hij. Ja, hij zegt zelfs: u hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde. Zijn lezers hebben zich blijkbaar nog niet bezeerd bij hun strijd. Het snijden in eigen vlees om de oude mens af te doen, heeft nog geen wonden veroorzaakt.

 

Strijden. We horen het vaak in de prediking. We scherpen elkaar op om waakzaam en nuchter te zijn. Wat is het dan belangrijk dat we met elkaar de fronten goed onderscheiden waarop de strijd gevoerd moet worden. Hebben we goed in het vizier waar de fronten liggen? De boze, de wereld, ons eigen vlees! Of verliezen we het uit het oog en strijden we een verkeerde strijd, bijvoorbeeld tegen onze broeders en zusters in plaats van met hen? Niet voor niets vraagt de Heere om in gehoorzaamheid ons te buigen onder Zijn juk, onder Zijn leiding en dan de goede strijd te strijden. Niet voor niets wordt gewaarschuwd tegen interne conflicten die de gemeenschap der heiligen uithollen. Laten we ons steeds beproeven: strijden we de strijd van onze Leidsman of strijden we onze eigen strijd?

Overwinning

Paulus roept ons op om weerstand te bieden door de geestelijke wapenrusting aan te doen. Maar gelukkig hangt ons behoud niet af van onze weerstand. Immers, moesten we zelf tegenstand bieden, dan zouden we direct gewurgd en dodelijk gewond zijn. Hoewel de satan rondgaat als een briesende leeuw, is hij in alles onderworpen aan de Leeuw uit de stam van Juda. Deze Leeuw, het Lam, leidt de wereldgeschiedenis tot het punt dat het volk van God de volkomenheid zal bereiken.

 

We leven in vrij Nederland. Dat we in vrijheid leven mogen we als een zegen uit Gods hand zien, waar we Hem hartelijk voor mogen danken. Hij geeft ons dat wij in vrijheid naar de kerk mogen gaan; in vrijheid verenigingen mogen vormen ter bevordering van onze Bijbelstudie etc. Dat mag ons echter niet doen verslappen, ons zorgeloos maken of zorgen dat we verslappen. Want het is oorlog, er is een geestelijke strijd gaande, die niet ophoudt totdat we dit verganke-lijke leven verlaten. Totdat wij de volkomen overwinning behalen is het voor ons daarom noodzaak om van de Heere de sterkte van Zijn macht af te bidden.

 

Het is oorlog. Het is menens. Maar (1 Petr. 5:10), de God van alle genade, die u in Christus heeft geroepen tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid. Amen.