Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Goddelijk gebed

Jaargang: 
5
Datum: 
20 apr. 2011
Nummer: 
15
Schrijver: 
Annie van der Linden
ID:
813

De feestdagen komen er weer aan. Dat is vast niemand onopgemerkt gebleven. De winkels kleuren geel en groen, de paaseitjes zijn niet aan te slepen. Pasen lijkt een soort tweede kerst te zijn geworden. Een lang weekend vrij, uitgebreid eten met familie en vrienden. Naar de betekenis van Goede Vrijdag en Pasen kun je beter niet vragen. Dat krijg je een antwoord als: iets met Jezus toch? Midden in die wereld staan wij. Als kinderen van God. Op Goede Vrijdag en Pasen mogen wij in het bijzonder het lijden, sterven en de opstanding van onze Here Jezus Christus gedenken. Voor Zijn gevangenneming bad de Here Jezus tot zijn Vader. De tekst van dit gebed vinden we in Johannes 17. Vandaag willen wij hier samen eens naar kijken.

Gebed om verheerlijking

    Vader, de ure is gekomen

De Here Jezus weet dat de tijd gekomen is dat Hij zal sterven. Zijn dood nadert. In die omstandigheden zou je een somber en angstig gebed verwachten. Toch vinden we hier niets van terug. In het gebed klinkt de aanstaande overwinning al door. Jezus weet wat Hem te wachten staat. Pijn, verdriet en verlatenheid. Ondanks de angst en aanvechting die Jezus ervaart, ja, zelfs zo erg dat Hij bloed zweette, vindt Hij rust in de wetenschap dat zijn Vader alles bestuurt. Hij was en wilde gehoorzaam zijn aan de wil van Zijn Vader. Dat mocht voor de discipelen, maar ook voor ons vandaag, een troost en bemoediging zijn. Ja, een voorbeeld zelfs. Bij alles wat er gebeurd mogen we bedenken dat God alles leidt. Hij heeft alles in Zijn hand, ja, zelfs zo dat geen haar van ons hoofd zal vallen zonder dat Hij het wil.
We lezen verder in het gebed. De Here Jezus bidt om zijn verheerlijking. Hij is de lijdensweg al ingeslagen. Hij bidt nu of Hij ook het eind van deze weg mag bereiken. De opstanding en de hemelvaart. De overwinning en daarmee het eeuwig leven voor de uitverkorenen. De Here Jezus mag hierom bidden. Zijn Vader zelf heeft Hem de opdracht gegeven om het eeuwige leven te verkrijgen. Door de overwinning van Jezus Christus zal ook God, de Vader geprezen worden. We lezen namelijk in vers 4

    Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Door de verheerlijking van onze Here Jezus Christus mogen wij het eeuwige leven ontvangen. We mogen God kennen uit zijn Woord. Zijn Woord dat door ons bewaard moet worden, door de kracht van de Heilige Geest. Tot aan de dag van de wederkomst. Dan zullen we opstaan, tot de Vader gaan en voor eeuwig bij Hem zijn.

Gebed om bewaring

    Ik bid u voor hen, niet voor de wereld bid ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt..

Na het gebed voor zichzelf, bidt de Here Jezus nu voor zijn discipelen. In vers 6 heeft Hij ook al over hen gesproken. Nu denkt de Here Jezus aan de toekomst. Als Hij niet meer bij de discipelen op aarde zal zijn en zij de wereld zullen ingaan met het evangelie. De wereld die de disicipelen met hun boodschap niet met open armen zal ontvangen. Er zal juist het tegenovergestelde gebeuren. De discipelen zullen gehaat worden door de wereld. Ze zullen gehaat worden omdat zij naar Gods wil willen leven en Zijn goede boodschap zullen brengen. Daarom bidt de Here Jezus hier voor hen. Hij bidt om bewaring. Bewaring in Gods naam. Bewaring bij de waarheid. Bewaring bij Gods Woord. We horen vaak het gezegde: wel in de wereld, niet van de wereld. We lezen dit bijna letterlijk in het gebed van onze Here Jezus Christus. Lees maar eens mee in vers 15 en 16

    Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.

De wereld haatte de discipelen omdat zij Christus toebehoren en daarom niet van de wereld zijn. Diezelfde wereld werden de discipelen ingestuurd om het evangelie te brengen. Is er wat veranderd? De situatie vandaag is precies hetzelfde. De wereld om ons heen leeft tegen de geboden van God in. Als wij daar niet aan meedoen, worden we voor wereldvreemd uitgemaakt. In die wereld leven wij. Er klinkt vanuit Gods woord een ernstige waarschuwing om niet mee toe doen met de wereld en haar werken. Lees maar eens mee in 1 Joh. 2: 15-17

    Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

Nee, wij zullen waarschijnlijk nooit als de discipelen zending bedrijven. Toch moeten ook wij in ons leven laten zien dat we christen zijn. Als een zoutend zout en een lichtend licht laten zien dat we willen leven naar Gods Woord. Dat we zijn wil willen doen. Laten zien dat we de ware boodschap van Goede Vrijdag en Pasen begrepen hebben. Dan zullen we buiten de groep vallen, dan zullen we misschien uitgelachen worden. Maar we mogen weten dat de Here Jezus zelf dit voorzien heeft. Hij heeft voor de discipelen gebeden en zal ook ons kracht geven om vol te houden. Om vol te houden tot op de dag van de wederkomst, dan zal elk oog Hem zien.

Gebed voor alle gelovigen

In het laatste deel van Zijn gebed, bidt de Here Jezus voor de gelovigen. Lees maar mee in vers 20:

    En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn.

Na pinksteren zijn de discipelen de wereld ingetrokken. Zij hebben aan iedereen het evangelie verkondigd. Daardoor kwam het evangelie ook in Nederland terecht. Onze voorouders kwamen tot geloof en dankzij Gods genade mogen wij nu nog geloven en naar de kerk gaan. Met welk doel bidt de Here Jezus voor alle gelovigen? Het antwoord hierop lezen we in vers 21:

    opdat zij allen één zijn

Voor de discipelen bad de Here Jezus om eenheid en bewaring in Gods naam. Nu voegt Hij daar iets aan toe. Hij wil niet alleen dat de discipelen één zijn maar dat alle gelovigen één zijn. Eén in geloof, één in geloofsbeoefening. Dat alles door de genade van de Hemelse Vader. Bij het streven naar eenheid met gelovigen die zeggen op hetzelfde fundament te staan, mogen we echter nooit vers 17 van hetzelfde gebed vergeten.

    Heilig hen in uw waarheid, uw woord is de waarheid

Streven naar eenheid, dat zeker. Maar alleen als deze eenheid een eenheid is naar Gods Woord.

We gaan het sterven en de opstanding van onze Verlosser gedenken. Niet zoals de wereld, maar als kinderen van God. Dan mag je best paaseitjes kopen, maar weet je dat het daar niet om draait. Het enige wat telt, is het de boodschap van het evangelie. We mogen met grote dankbaarheid ook terugkijken op het gebed dat onze Here Jezus Christus vlak voor zijn sterven uitsprak. Hij bad om bewaring en eenheid in waarheid. We weten dat Hij ons zal bewaren, door zijn Woord en Geest. Dat Hij ons zal beschermen tot aan de dag van de wederkomst. Want door zijn lijden en sterven is de weg naar God weer open en mogen we vrij tot hem bidden. Duizend-, duizendmaal, O Heer, zij u daarvoor dank en eer.

Verschijningen

In de vier evangeliën lezen we meerdere keren over de verschijningen van de Here Jezus. Zo verscheen Hij aan Maria, bij het graf. Hij verscheen aan de discipelen en aan de Emmausgangers. Daarnaast lezen we in 1 Korinthe 15 nog een hele rij met mensen, waaraan de Here Jezus verschenen is.

    en Hij is verschenen aan Cefas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk

Zo gaat het rijtje nog even door. Is het belangrijk dat wij dit weten? Moet de rij van verschijningen aan ons het bewijs leveren dat de Here Jezus echt is opgestaan uit de dood? We zouden het op het eerste gezicht wel kunnen denken. Toch is het niet zo dat deze rij van verschijningen er alleen staat om de historische betrouwbaarheid van de opstanding te bewijzen. Paulus gebruikt deze lijst van verschijningen vooral om de betekenis van de opstanding uit de dood uit te leggen. Meer daarover kun je lezen in het bijbelboek en de korte verklaring. Het bewijs zoeken van dingen die wij niet kunnen begrijpen of geloven, ligt wel in onze aard. Eerst zien, dan geloven. Zo dacht ook Thomas.

Thomas

We zien het plaatje voor ons. Jezus is zojuist aan de discipelen verschenen. Thomas was er op dat moment niet. Als hij weer aanwezig is, vertellen de discipelen wat hen is overkomen. Jezus is opstaan en zij hebben Hem gezien. En Thomas? Gelooft hij wat de discipelen zeggen? Nee, Thomas wil bewijs zien. Hij wil de tekenen van de nagels (spijkers) in Jezus handen zien. Hij wil zijn hand in Jezus zij steken om te voelen of de wond van de speer daar nog is. De opstanding was door de Here Jezus voorzegd. Nu daar ook het getuigenis van de discipelen bij komt, zouden we verwachten dat Thomas de opstanding wel gelooft. Toch blijft Thomas volharden in zijn ongeloof. Tot op het moment dat Jezus ook aan hem verschijnt. Jezus nodigt hem uit om te voelen en zijn handen te bekijken. Hij zegt hem

    weest niet ongelovig, maar gelovig.

Van dat woord gaat kracht uit, Thomas gelooft. Hij hoeft niet meer te voelen of Jezus handen te bekijken. Hij gelooft. Ook wij vinden het moeilijk om dingen te geloven die we niet snappen en niet kunnen zien. Als mensen iets tegen je zeggen, is dat niet altijd erg. Bij Gods woord moeten wij echter wel geloven. Omdat God betrouwbaar en de waarheid zelf is. Hij spreekt met gezag. Dan mogen we door de werking van de Heilige Geest geloven. Geloven, dat is vast vertrouwen en stellig weten. Alles voor betrouwbaar houden wat God in zijn woord geopenbaard heeft. Door dat geloof worden wij zalig. Jezus zegt het zelf:

    Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven..

Bedenk dat maar, als je wordt uitgelachen omdat je gelooft in een God die je niet kan zien.

Waarde

In de Heidelbergse Catechismus (zondag 17) wordt de vraag rechtstreeks gesteld. Wat is voor u de waarde van de opstanding van Christus? Met andere woorden, wat heb je er nu aan om te geloven in de opstanding? Het antwoord bestaat uit drie punten. Door Zijn opstanding heeft Christus de dood overwonnen. Hij heeft de macht van de dood weggenomen. Nu hoeven wij niet meer bang te zijn om te sterven. Door het bloed van onze Here Jezus Christus mogen we weten dat voor onze zonden betaald is. De dood is nu alleen nog maar een poort naar het eeuwige leven bij onze Vader. In het tweede punt lezen we dat de opstanding van Jezus ook nu al doorwerkt in ons leven. Door Christus kracht worden wij opgewekt tot een nieuw leven. Door het geloof in Christus opstanding proberen we steeds meer als Gods kinderen te leven. Door naar goede muziek te luisteren, vriendelijk te zijn voor iedereen en een goede vrijetijdsbesteding.Omdat we de opgestane Christus mogen kennen en weten dat alle zonden vergeven zijn. In het laatste gedeelte van het antwoord lezen we dat de opstanding van Christus een onderpand is van onze opstanding in heerlijkheid. Zo zeker als de Here Jezus is opgestaan, zo zeker zullen ook wij opstaan. Straks op de jongste dag. Dan mogen we voor altijd bij Hem leven. Dan mogen we met onze nieuwe lichamen voor eeuwig het feest van onze opgestane Heiland vieren.

U zij de glorie, opgestane Heer. U zij de victorie, nu en immermeer!