Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Als God ons zó liefhad

Jaargang: 
11
Datum: 
25 jan. 2017
Nummer: 
13
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1634

1 Joh. 4:7-12:

 

7 Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God.

8 Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

9 Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.

10 Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.

11 Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

12 Niemand heeft ooit God gezien. Als wij elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden.

 

Want God is liefde

Johannes spreekt opnieuw de lezers aan met 'Geliefden'. Steeds wil hij zo hun hart bereiken. Hij sluit zich zelf in als hij opnieuw en nu heel diep en uitgebreid het thema aan de orde stelt: 'Laten wij elkaar liefhebben.'

Dit thema is een hoofdboodschap van de Heere Jezus Zelf, dat teruggaat op de tweede tafel van Gods verbondswet (1:7,8). Het is in deze brief al vaker aan de orde geweest, maar Johannes is daarover nog niet uitgesproken. De gemeente zal er heel diep van doordrongen moeten zijn dat het geloof in God staat of valt met het betonen van onderlinge broederliefde.

Johannes zegt: 'want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.' Het uit God geboren zijn geeft aan dat hiervoor wedergeboorte nodig is. Een wedergeboorte waarbij God gekend wordt uit zijn Woord. Dit 'kennen' houdt meer in dan weet hebben van. Het is het van harte en in liefde kennen van God; met Hem gemeenschap hebben in een vertrouwelijke omgang. Alleen als je God zo kent en met Hem leeft in een echte verbonds- en liefdesgemeenschap, alleen dan ben je uit God geboren en zal je liefhebben. Niet alleen God liefhebben, maar ook elkaar.

Liefhebben is hier ware gevende liefde tonen, agape. Deze ware liefde zoekt de ander, geeft zich aan de ander. Deze liefde is alleen in God volmaakt. Met 'elkaar' is in eerste instantie bedoeld de liefde binnen de gemeen-schap der heiligen, de onderlinge broederliefde.

Johannes zegt het nog sterker in vers 8: 'wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde'. God 'is' liefde: Hij wordt beheerst door liefde; Zijn wezen is liefde.

Liefde is dus uit God, omdat God Zelf liefde is. Als je God kent en in Zijn gemeenschap leeft, kan het niet anders dan dat je zelf ook liefde zult tonen. Als je die liefde niet toont, dan heb je geen gemeenschap met God. Dan ken je God niet. Dan ben je niet uit Hèm geboren, Die liefde is. Dan is er ook geen waar geloof. Dan hoor je niet bij God. Misschien houd je het jezelf nog wel zo voor, je vormt zo je eigen beeld van God, maar je kent dan het ware wezen van God niet.

God zond Zijn eniggeboren Zoon

Johannes zet in vers 9 en 10 uiteen waaruit de liefde van God blijkt. Hoe deze ook voor ons kenbaar is. God heeft deze Zelf geopenbaard, voor ons aan het licht gebracht, in het zenden van Zijn eniggeboren Zoon naar deze wereld. Deze zondige wereld die in de macht van zonde en dood lag, verloren in schuld. God gaf Hem voor ons over in de dood, opdat wij zouden leven!

In dit ene vers 9, ligt heel de diepe kern van het evangelie: God laat zich in Zijn hart zien, als Hij zijn innig geliefde Zoon in de dood stuurt om ons met Zich te verzoenen.

Gods Zoon is Zijn 'eniggeborene', de Enige die Gods hoogste en volle liefde waardig is. Door het zenden van Hèm mogen wij uit de dood door schuld verlost worden om het ware leven te ontvangen.

Die grote liefde heeft God aan ons geopenbaard. Dat is een geweldig voorrecht.

Als je dit goed ziet, zie je je eigen onwaardigheid, maar tegelijk hoe heerlijk Gods soevereine genade is. Je mag Zijn goddelijke liefde kennen en ervaren! Je mag er elke dag uit leven!

In Gods liefde schittert zo Zijn barmhartigheid en goeder-tierenheid, Zijn genade en vergevingsgezindheid. Gods liefde ging daarbij zover dat Zijn Zoon voor ons aan het kruis is gestorven, en zo voor onze schuld heeft betaald. Zóver ging Gods liefde!

Vers 10 scherpt dit nog aan: niet wij hadden God lief, niet wij ontlokten Zijn liefde, niet wij zochten Hem. Nee, àlles kwam van God alleen! Niet wij, maar Hij had ons lief en zond in Zijn ondoorgrondelijke liefde Zijn Zoon als verzoening voor onze zonden.

Paulus schrijft in Rom. 5:8:

God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren.

Wij zijn zelfs toen wij nog vijanden waren, met God verzoend door de dood van Zijn Zoon (Rom. 5:9)!

Gods liefde in ons volmaakt

Johannes geeft in vers 11 nu de uitwerking aan van het kennen van Gods ondoorgrondelijke liefde die Hij ons bewees in Zijn Zoon.

Als God ons zó liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

De uitwerking van Gods geopenbaarde liefde zal nu betekenen dat wij ook liefde tonen.

Onze liefde komt dan voort uit Zijn liefde. Het zal er een weerspiegeling van moeten zijn. Een gevende liefde waarbij ook wij ons leven overhebben voor de ander (1 Joh. 3:16)!

Onze liefde wordt dus door het ware kennen van Gods liefde in ons uitgewerkt.

God wil aan ons gedrag dan zien dat wij Hem werkelijk kennen en liefhebben.

Hij Zelf wordt door ons niet gezien. We kunnen dus gemakkelijk zeggen dat we Hem liefhebben, maar als we dat niet tonen aan onze broeders en zusters, wat is dat waard?

Als wij elkaar liefhebben, blijkt daar dus uit dat we Gods liefde hebben verstaan en dat we met God gemeenschap hebben. Dat wordt gezegend: dan blijft God in ons en heeft Zijn liefde haar doel bereikt.

Ze is 'volmaakt' geworden. Dat wil zeggen, Gods liefde heeft dan onze liefde uitgewerkt.

Zelf zijn we nog niet volmaakt in de zin van zonder zonde en gebreken.

Maar Gods liefde heeft ons tot ware liefde gebracht. We laten dan zien dat we kinderen van het licht zijn, dat we uit God geboren zijn.

Wat zijn deze woorden van Johannes rijk en tegelijk confronterend!

Reden om onszelf af te vragen: kennen wij wel werkelijk Gods liefde en leven wij eruit door onze liefde naar de ander te tonen als ware gevende liefde?