Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

God bestuurt de wereld

Jaargang: 
8
Datum: 
27 dec. 2013
Nummer: 
4
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1281
Rubriek: 


Het einde van dit jaar is bijna voorbij. Het jaar van onze Here, die volgens onze tijdrekening 2013 jaar geleden is geboren. In Bethlehem. Dat betekent broodhuis. Hij is het levende brood waaraan al Gods kinderen het leven te danken hebben, tot in eeuwigheid. Hij werkt en werkte ook het jaar 2013. Wat is daar een kracht voor nodig om een wereld, die nodig schoongemaakt moet worden van zonde en schuld, in stand te houden en te besturen. Nu al duizenden jaren lang. Dat gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven. Als wij alleen al denken aan het jaar 2013 hebben we heel wat om over na te denken. Hoe zijn we dit jaar begonnen? We maakten plannen. We hadden goede voornemens. We gaven familie, vrienden, bekenden, broeders en zusters goede wensen. Van goede gezondheid en zegen. En we kregen ook goede wensen terug. Voor het hele jaar. Dat was een goede start van een nieuw jaar. En nu, bijna 365 dagen later, wat is ervan terechtgekomen? Van al die goede voornemens en wensen?We zijn gestart met plannen en wensen en we deden zo ons best een heel jaar lang, en als we dan het resultaat overzien, dan vragen we ons aan het eind van dit jaar toch weer af: kunnen we nu wel of niet ons geluk bepalen?

Geluk zoeken

Dit is een oeroude vraag. In de tijd van de Prediker werd deze ook al gesteld en beantwoord.

Uit ervaring kwam hij tot de overtuiging dat het geluk niet te vinden is bij geleerden. Het is ook niet te vinden in uitgaanscentra, ook niet in vakantieoorden, ook niet in vrije dagen, ook niet in gewoon niets doen. Hij deed een heel andere ontdekking. Hij ontdekte dat een mens het beste gebruik kan maken van wat God aan hem of haar geeft en daarmee dan vol goede moed aan het werk gaat om zijn talenten te ontplooien. En daarmee tevreden is. Daartoe is de mens geschapen.

Het probleem voor de mensen bij het najagen van geluk zit niet in het feit dat er van alles en nog wat gebeurt en niet gebeurt. Het probleem is dat er zoveel anders gaat dan we gedacht hebben. Alle menselijke zaken zijn zo veranderlijk. Vooruitdenken en een plan maken is mooi, maar de werkelijkheid is toch altijd weer anders. Dat kan zijn door het tempo waarin voorspelde gebeurtenissen elkaar opvolgen, dat kan sneller of langzamer dan gedacht. Ook kan het zijn dat bepaalde verwachtingen gewoon niet uitkomen. Maar ook kunnen er gebeurtenissen plaatsvinden die totaal onvoorzien waren, en die toch gebeuren. Die kunnen ons leven op de kop zetten.

Uit de wisseling van de jaren en seizoenen blijkt dat de Here de wereld bestuurt. Want wat er ook gebeurt, de wereld gaat verder. Elk uur, elk ogenblik. De nacht is nog nooit zo donker geweest of het klaarde wel een keer op. We ervaren de onveranderlijkheid van Gods raadsbesluiten en de ondoorgrondelijkheid daarvan.

God bestuurt

Dat heeft Prediker ook gezien.

In hoofdstuk 3 van zijn boek beschrijft hij dat op een dichterlijke manier.

Om te beginnen zegt hij:

1 Alles heeft zijn uuren ieder ding onder de hemel zijn tijd;

Hieruit blijkt dat wij leven onder de hemel. De aarde staat onder de woning van God. Hij ziet dus alles. En met het gebruik van de woorden uur en tijd wordt ons geopenbaard dat er twee verschillende begrippen zijn om ons de besturing van de wereld in de loop van de tijd duidelijk te maken. Alles wat gebeurt op deze wereld ligt vast in het tijdplan van God, alles gebeurt op de daarvoor bestemde gelegenheid ofwel uur.

Dan denken wij aan de gebeurtenissen die uit de aard van de dingen voorvloeien, zoals de wisseling van de seizoenen, de afwisseling van dag en nacht. Maar ook de dingen die voortkomen uit het eigen handelen van de mens en ook de dingen die ons het meest toevallig lijken. Ook deze zijn naar de raad en voorkennis van God nauwkeurig bepaald. Zelfs de tijd, ofwel het tijdstip, is daarvan vastgesteld. Prediker maakt ons duidelijk dat elk mens tijdens zijn leven onderworpen is aan afwisselingen in zijn levenservaringen; en dat van elke levenservaring het tijdstip precies bepaald is. Niemand heeft de macht daaraan iets te veranderen.

En nooit is er een aankondiging van de voorspoed of de tegenspoed. De afwisseling staat echter vast. En ook het moment waarop iets gebeurt staat vast. De wijsheid leert dat we voorbereid moeten zijn op het onverwachte moment van blijdschap of beproeving.

Tijd

De Bijbellezer komt daarvan onder de indruk als hij in hoofdstuk 3 in een imposant gedicht het 28 keer herhaalde woord tijd leest, en een poging onderneemt om de betekenis van dat gedicht tot zich door te laten dringen:

2 er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven,een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken,

3 een tijd om te doden en een tijd om te helen,een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen,

4 een tijd om te wenen en een tijd om te lachen,een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen,

5 een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen bijeen te zamelen,een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van omhelzen te onthouden,

6 een tijd om te zoeken en een tijd om te laten verloren gaan,een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen,

7 een tijd om te scheuren en een tijd om dicht te naaien,een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken,

8 een tijd om te beminnen en een tijd om te haten,een tijd van oorlog en een tijd van vrede.

Alle situaties in Gods hand

In zeven dubbele paren van tegenstellingen worden concrete en beeldende voorbeelden gegeven van aangelegenheden die zich in het leven kunnen voordoen. Dit volmaakte getal van zeven voorbeelden representeert alle situaties van het leven. God voorziet en bestuurt alles tot in de kleinste details, en ook is waar dat de mens zelfstandig werkt. God, de Almachtige, Hij is de Schepper van hemel en aarde. Hij is volstrekt oppermachtig en heeft in zijn wijsheid aan de mens de gave gegeven om zelf het eigen doen en laten te bepalen. Daarmee aan de mens de eigen verantwoordelijkheid gevend voor al zijn denken en doen. Dat is door onze val in zonde niet veranderd. En als we dan zien op al onze tekortkomingen, mogen we gelukkig weten dat de gelovige mens geborgen is in de hand van God.

Het heerlijke van het evangelie van Jezus Christus is, dat we door Gods barmhartigheid van de dictatuur van ons eigen ik verlost zijn en dat we in Christus onze Heer hebben, die ons liefheeft.

Dat geeft rust als we het bijna afgelopen jaar overzien en een aantal belangrijke gebeurtenissen in onze gedachten nagaan en overdenken.

Groei en neergang

Dit jaar waren er weer diepingrijpende ervaringen van de mens, waaraan ieder een aandeel heeft.

 geboorten en overlijden

 voedsel en huisvesting

 ongehinderde erediensten: elke zondag, kerkelijke feestdagen en huwelijksbevestigingen

 voortgang van het werk van catechisaties en verenigingen

 Bijbelscholen gaven hun onderwijs

 kerkenraden, classisvergaderingen, deputaten, commissies deden hun werk

Er ontstaat iets nieuws, of er verdwijnt iets wat bestond. Of er is vernieuwing van het menselijk leven, door instandhouding van het lichaam en ook van de ziel.

De instandhouding van de samenleving wordt hoe langer hoe meer een zorgenkind als we denken aan

 voortduring van de economische crisis

 toenemende onzekerheid t.a.v. de waardeontwikkeling van ons geld

Maar geeft toch ook weer verrassingen en hoop voor de besturing van ons land

 het herfstakkoord bij de regering van Nederland

 de troonsbestijging van Willem Alexander

Vreugde en teleurstelling

Binnen de menselijke verhoudingen waren er ervaringen van vreugde, maar ook van teleurstellingen. In de persoonlijke sfeer en ook in de publieke sfeer. De besturing van God is voor ons wonderlijk.

 herfststorm in Nederland

 orkaan in de Filippijnen

 het kerkverband uitgebreid met de kerk te Dalfsen

 de bevestiging van ds. C. Koster tot dienaar van het Goddelijk Woord

 365 dagen dichter bij de wederkomst van Jezus Christus

 velen behielden het geloof

Zoeken en kwijtraken

Verkrijgen en kwijtraken hebben in Gods tijdsorde een plaats. Zoeken is om iets te bereiken, en kwijtraken kan gebeuren door slordigheid of om schade te voorkomen die men zich indenkt. Dat kan ten goede zijn maar ook ten kwade, zoals de vrouw die tien schellingen had. Zij verloor er één. De oorzaak weten we niet, het was in haar huis. Het verlies kan gekomen zijn door niet goed oppassen. Maar hoe het ook is, we zien Gods barmhartigheid. Hij werkt dat zij dat geld toch wel graag wil hebben. Ze brengt orde aan in haar levenssituatie en zoekt zorgvuldig (Luc. 15:8). En wat was ze blij toen ze weer terugvond wat ze kwijt was geraakt. Ze kon weer met een gerust hart verder leven. En getuigde daarvan.

Zoeken is om te vinden, om des te beter de van God ontvangen gaven te ontplooien. Tot eer van God, en het welzijn van jezelf, je naaste en de samenleving.

Verlies treedt op als we zien dat het Woord van God eigenwillig wordt uitgelegd en het komende geslacht bij een voortgaande ontwikkeling schade oploopt aan de ziel.

We hebben veel te overdenken.

 instandhouding van gezin en kerk

 voorzien in levensonderhoud

 opleiding en bijscholing

 een regering van Nederland die Gods Woord niet in rekening wil brengen

 stroomversnelling in de teloorgang van de GKv

 voortgang in het toegroeien naar de ene wereldkerk

 de interkerkelijke Nationale Synode in Dordrecht

 een pleidooi voor het accepteren van dwalingen in andere kerkverbanden

Intermenselijke verhoudingen

Ervaringen in het omgaan kunnen belastend zijn en ook vreugde brengen. In het gesprek kan de relatie bevorderd worden. Wie zwijgt zegt niets, of juist wel; dat heeft invloed op de relatie. Het gescheurde dat bij elkaar hoort heeft de mogelijkheid van herstel. En strijd kan noodzakelijk zijn. Dat geldt voor persoonlijke contacten, van volkeren, van valse godsdiensten en ook van eigenwilligheid in de dienst aan God.

 verlatingen van en toetredingen tot de kerk

 oorlog in Syrië, Mali, Centraal Afrikaanse Republiek e.a.

 uitbreiding van strafkampen in Noord-Korea

 terreinwinst van de islam

 berouw over begane zonden en vragen om vergeving

Wat is het voordeel?

Na de overdenking van al de levensomstandigheden die mogelijk zijn, vraagt de Prediker zich af:

9 Welk voordeel heeft de werkervan datgene waarvoor hij zich aftobt?

Onze God heeft de eeuw in ons hart gelegd. Dat betekent dat we in ons bewustzijn de mogelijkheid gekregen hebben om na te denken over de voor ons vastgestelde levensomstandigheden.

God zorgt

Hij geeft de gelegenheid en de tijd om te ontdekken dat al onze belevenissen, de aangename zowel als de onaangename, hun oorzaak hebben in God. De mens is niet overgeleverd aan een chaotische wirwar van noodlottige onheilen. Maar in alles hebben we met God, de Schepper van hemel en aarde, te doen.

Het is niet de bedoeling van God om de mens te beperken in zijn ontwikkeling. Integendeel. God wil dat de mens vreugde heeft en tevreden is, en dat de mens zijn aandeel heeft en neemt in de schoonheid van de te bewonderen ordening en voortzetting van de schepping. Als de mens dat zo niet kan zien, ligt dat niet aan de bedoeling van God, maar daaraan dat de mens zich in een concurrerende situatie plaatst met zijn God. Dan probeert de mens in een titanenstrijd de zorg van God voor deze wereld over te nemen, en zal dan tot de ontdekking komen dat hij schipbeuk lijdt. Dat is de grondoorzaak van de zondeval: het als God willen zijn, en zelf uitmaken wat goed is en wat kwaad is (Gen. 3:5).

De rijkdom van ons leven en de vervulling van ons leven liggen in het aanvaarden van datgene wat de mens is: vergankelijk schepsel en niet de Schepper. Iedereen die dat aanvaardt, weet dat hij beperkingen heeft, voorspoed en tegenspoed meemaakt. Hij die Job (42:2) en Paulus (2 Cor. 11:23-29) onder al hun beproevingen in stand hield, kan dat ook met iedereen van ons. Opgewekt kan hij zich actief onder de besturing van God laten inschakelen en God de eer geven die Hem toekomt.

Geluk hebben

Ons grootste voordeel is dat we vertrouwen mogen hebben in Gods werk.

Zijn allergrootste werk voor ons is, dat Hij zijn Zoon naar deze wereld gezonden heeft tot een volkomen verlossing van al onze zonden. Hij wil ons bij Zich hebben gaaf en geheel en al. Precies zoals we behoren te zijn. Hij wil dat we, wat er ook gebeurt, voor Hem kiezen. We mogen Hem zoeken, ook als we Hem zijn kwijtgeraakt.

Petrus wilde niet dat Jezus Christus zou lijden (Matth. 16:23), hij ontkende dat hij Hem kende (Matth. 26:74), hij liet zich meeslepen in eigenwillige godsdienst (Galaten 2:11-14), hij hield wel van de Here Jezus (Joh. 21:17), dat wist God ook wel (Joh. 21:19), hij luisterde naar het getrouwe getuigenis en vond zijn Heer en Zaligmaker weer zoals het behoort (2 Petr. 3:15), waarschuwt ons om ons niet te laten meeslepen in de dwaling van de zedelozen, bemoedigt ons om onze standvastigheid niet kwijt te raken (2 Petr. 3:17) en roept ons op om te groeien in de genade (2 Petr. 3:18), dat is het groeien in het besef van de weldaad van de vergeving van zonden en het eeuwige leven.

Dan leven we in een houding van lof en dank aan onze God en Vader door de Here Jezus Christus in de kracht van de Heilige Geest.

Dan leven we dankzij het eeuwige brood des levens dat in het Broodhuis ons kwam zoeken.

Als we leven uit Hem, is dat aangenaam voor onze God, goed voor onze naasten en tot vreugde van onszelf.

Dan hebben we geluk tot in eeuwigheid en dus ook in het jaar 2014.