Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het gezin voor en na de Reformatie (2)

Jaargang: 
9
Datum: 
19 nov. 2014
Nummer: 
4
Schrijver: 
A.K. de Marie-Hulzebosch
ID:
1443


In het voorgaande artikel is besproken hoe men aankeek tegen huwelijk en gezin vóór de grote Reformatie. In dit artikel bespreken we de tijd na de Reformatie.

De leer van de rooms-katholieke kerk was in veel opzichten ver van Gods Woord afgeweken. Maarten Luther, maar ook andere reformatoren, mochten door Gods genade door middel van intensieve bestudering van de Bijbel de dwalingen onderkennen. Zij keerden terug naar de gezonde leer. Eenmaal tot inzicht gekomen voelden zij zich bevrijd van de angst en tirannie van de kerk. Dat wilden en mochten zij niet voor zichzelf houden. Door middel van pamfletten en vlugschriften onderwezen zij het kerkvolk en velen volgden hen.

Dit had grote gevolgen. Niet alleen voor het kerkelijke, maar ook voor het sociale leven.

Gevolgen voor het huwelijk

In juni 1525 trouwde Maarten Luther, tegen het voorschrift van de kerk in, met Catharina van Bora, een voormalige non. Met deze daad onderstreepte hij nog eens de consequenties van zijn nieuwe inzichten. De grootste bevrijding voor Luther was dat hij door het geloof gerechtvaardigd werd en niet door eigen goede werken. Maar dat was niet het enige. Hij zag ook de misstanden met betrekking tot huwelijk, gezin en (geloofs-)onderwijs aan kinderen en ouders. De schrijver van dit hoofdstuk gebruikt een mooie vergelijking om het duidelijk te maken. Hij zegt: Zoals een goede restaurateur de verflagen van een oud meubelstuk afkrabt en het weer in oorspronkelijke staat brengt, zo heeft Luther de oorspronkelijke goddelijke instelling van het huwelijk weer tevoorschijn gebracht. Het huwelijk is niet iets minderwaardigs dat door de kerk nog enig eer en aanzien moet krijgen doordat er een sacrament van wordt gemaakt. Nee, trouwen is een open en eerlijke zaak. God heeft de mens geschapen met aantrekkingskracht tot het andere geslacht. Hij heeft het huwelijk ingesteld al vóór de zondeval. Als Luther het huwelijk een menselijke zaak noemt, bedoelt hij niet te zeggen dat God erbuiten gehouden moet worden. Integendeel, hij wil het huwelijk alleen maar ontdoen van alle (verkeerde) kerkelijke voorschriften. Gevolg was ook dat de rechtspraak over het huwelijk niet langer een zaak van de kerk, maar van de overheid is. Heeft de kerk dan helemaal geen taak meer? Jazeker, geen sacramentele wijding, maar wèl Gods Woord verkondigen, Gods zegen opleggen en in naam van heel de gemeente, voorbede doen voor de gehuwden.

Luther heeft het huwelijk weer in ere hersteld. Volgens hem is het beter om te trouwen dan ongetrouwd te blijven. Men brengt zichzelf in groot gevaar en verzoekt God als men het huwelijk met opzet mijdt. God legt het celibaat niet op, dat doen mensen zelf. Door te trouwen voorkom je dat je je verlangens op een zondige manier gaat uitleven. Zo waren de schandalige praktijken van de kerk van Rome. Luther geeft wel toe wat Paulus in 1 Kor. 7 schrijft. Dat er mensen zijn die van God de gave van onthouding hebben gekregen. Zij komen niet tot een huwelijk omdat zij zo beter in staat zijn Gods Woord te preken en hun leven in zijn dienst te stellen. Volgens hem is die gave maar aan weinigen gegeven.

Luther noemt nog een reden om te trouwen. Hij ziet het huwelijk als een uitstekende oefenschool in het kruis-dragen en het toepassen van christelijke naastenliefde. Binnen het huwelijk, het gezin leer je jezelf weg te cijferen. Geduldig te zijn, elkaar lief te hebben en elkaars verdriet te delen. Kortom, je leert in allerlei moeilijke levenssituaties alleen op God te vertrouwen. Ook, en dat is heel belangrijk, moeten ouders hun kinderen leren wat gezag is. Niet dictatoriaal, maar liefdevol en geduldig. God heeft ouders zeggenschap gegeven om goede leiding te geven. Daarom moeten de kinderen gehoorzamen. Als zowel ouders als kinderen dat goed begrijpen en uitvoeren, zullen ze zich ook beter kunnen overgeven aan Gods leiding in en gezag over hun leven.

Nog even iets over de positie van de vrouw. Eerder hadden vrouwen die celibatair leefden een hoger aanzien dan getrouwde vrouwen, die kinderen baarden en een huishouden bestuurden. Maar om God te dienen, hoef je jezelf niet terug te trekken in een klooster. Je kan en moet God dienen op de plaats die je van Hem gekregen hebt. Als dat binnen een huwelijk is, mag dat juist door mee te werken aan de bouw van Gods koninkrijk. Door je man te ondersteunen in zijn werk en samen kinderen op te voeden. Wat een eerherstel voor de vrouw!

Wat veranderde er op het gebied van het onderwijs?

Al heel vroeg heeft Luther er bij de overheid op aan-gedrongen scholen te stichten. Hij pleitte ervoor om jongens twee uur en meisjes één uur per dag naar school te laten gaan om les te krijgen in de christelijke leer. En dan in hun eigen moedertaal en niet in het Latijn.

Zelf heeft hij ook veel werk verzet voor het geloofs-onderwijs. Hij heeft twee catechismussen geschreven, een kleine en een grote. Vrijwel direct nadat hij tot het goede inzicht was gekomen, is hij in Wittenberg al begonnen met preken over de zogenaamde catechetische stukken. Dat waren de Apostolische Geloofsbelijdenis, de tien geboden en het Onze Vader.

In 1528 maakte Luther een rondreis door Duitsland om in steden en dorpen na te gaan hoe het met het kerkelijk leven was gesteld. Hij was geschokt over zoveel onkunde. Niet alleen van kinderen en ouders, maar ook van degenen die leiding moesten geven. Daarom schreef hij twee catechismussen. De kleine om de kinderen te onderwijzen en uit hun hoofd te laten leren. De grote was bestemd voor de ouders en ambtsdragers.

Twee dingen vallen op in de catechismussen van Luther. Ten eerste: het leerboekje voor de jeugd is geen dogmatiekje in het klein, maar helemaal afgestemd op de kinderen. De geloofsleer wordt aan de hand van vragen en antwoorden doorgewerkt. De stof wordt niet algemeen aangeboden, maar in de vraagstelling komt juist naar voren dat geloven iets persoonlijks is. In veel vragen en antwoorden vinden we de woorden ik en wij.

Het tweede dat opvalt: In de voorrede van de grote catechismus zegt Luther: In een catechismus vindt men wat ieder christen noodzakelijkerwijs moet kennen. Wie het geloof, dat daarin vertolkt wordt, niet kent, kan niet tot de christenen gerekend worden en kan tot geen sacrament worden toegelaten. Wat een verschil met de roomse kerk. Die hield het kerkvolk willens en wetens dom. Luther weet wat voor gevaar dat kan opleveren. Hij zegt: Daarom moet men de jonge mensen de stukken die in de catechismus thuishoren, goed en flink laten leren en ze met ijver daarin oefenen en ermee bezig zijn. Daarom is ook een huisvader verplicht iedere week eenmaal zijn kinderen en huisgenoten te ondervragen en te onderzoeken wat zij daarvan weten. Een oproep die we ook vandaag de dag nog ter harte kunnen nemen.