Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het gezin voor en na de Reformatie

Jaargang: 
9
Datum: 
05 nov. 2014
Nummer: 
3
Schrijver: 
A. de Marie-Hulzebosch
ID:
1437


Een tijdje terug schreef ik twee artikelen over het gezin in de Bijbel (nr. 17 en 19). Dat was een bespreking van het eerste hoofdstuk van het boek Het gezin vandaag en morgen. We hebben toen gezien dat het huwelijk door God is ingesteld. Eva werd door God aan Adam gegeven als een hulp die bij hem paste. Dat gebeurde nog voor de zondeval. Het huwelijk tussen één man en één vrouw is een scheppingsorde van God en daarmee de enige vorm van samenleven naar zijn wil. Alle andere vormen van samenleven komen voort uit eigen goeddunken en begeren.

De Bijbelse geschiedenis

Dat de zonde ook de relaties in het huwelijk en het gezin verstoort, lezen we al meteen in Genesis. We lezen van Kaïn die door jaloezie zijn broer vermoordt. Van Abraham die Hagar tot bijvrouw neemt. Van David en zijn zonde met Bathseba. Er zijn nog veel meer verhalen te noemen waarin het helemaal fout gaat in huwelijk en gezin. Zelfs in gezinnen die de Here willen dienen. Hoe komt dat toch? Dat komt doordat de mensen door de zonde niet meer op de Here maar op zichzelf gericht zijn. Men laat zich leiden door eigenbelang, eigen hartstocht, eigen bevrediging. Zo is het met de mensen na de zondeval gesteld. Tenzij ja tenzij ze zich door Gods Geest willen laten leiden als nieuwe, wedergeboren mensen (Zondag 2 HC). Als er dan berouw is en vergeving gevraagd wordt, dan zal God die uit genade zeker schenken en moeten gezinsleden onder elkaar ook bereid zijn elkaar te vergeven.

In dit artikel bekijken we het tweede hoofdstuk van het genoemde boek. Hoe de situatie was voor de grote Reformatie. In een volgend artikel zien we welke invloed de reformatie heeft gekregen voor het gewone leven. Want reformatie is niet alleen terugkeer naar Gods Woord wat de leer van de kerk betreft. Het heeft ook consequenties voor het leven van alle dag, voor huwelijks- en gezinsleven en de maatschappij.

De tijd voor de grote Reformatie

Hoe keek men toen aan tegen het huwelijk en het gezin?

Was dat een visie die de Bijbel ons voorhoudt? Bepaald niet. Hoever kerk, staat en maatschappij van Gods Woord waren afgedwaald kunnen we aflezen aan de wanpraktijken die er waren. In de Middeleeuwen, en nu nog steeds in de rooms-katholieke kerk, ziet men het huwelijk als een sacrament. Betekent dat, dat men het huwelijk hoog in aanzien had? Nou nee, het huwelijk werd juist minder hoog gewaardeerd dan de ongehuwde staat. Het huwelijk hoorde bij het natuurlijke (vleselijke) leven en was daarom van een lagere orde. Door het sacrament kreeg het toch enige eer en aanzien. De ongehuwde staat beschouwde men van een veel hogere orde. Aan geestelijken en religieuzen legde men dan ook kuisheid op. Dat betekende dat zij geen huwelijk mochten aangaan. Hen werd totale seksuele onthouding opgelegd. Zo was de leer van de kerk, maar hoe was de praktijk?

In de praktijk werd zwaar gezondigd tegen de leer en de regel van de kerk. Dat kan ook niet anders. Natuurlijke verlangens, die God bij de schepping aan de mens gegeven heeft, moesten worden onderdrukt. Dat gaf onnodige spanningen en conflicten. Onnodig, want God heeft die regel niet gegeven, die had men zichzelf opgelegd. Het gevolg was overtreden van eigengemaakte regels, niet alleen door de lagere geestelijken maar zelfs door de hogere kerkleiders (pausen en kardinalen). Daarmee maakte de kerk zich totaal ongeloofwaardig. Buitenechtelijke kinderen, het concubinaat, dat is het ongehuwd samenleven van een geestelijke met een vrouw, waren aan de orde van de dag. Met deze praktijken haalde de kerk ook de eer en het aanzien van de vrouw wel heel erg naar beneden.

Hoe was het gezinsleven in die tijd?

Er werden veel kinderen geboren, maar er stierven er ook veel. In elk gezin kreeg men wel te maken met de dood. De kerk speelde daar op in met een eigen stervensbegeleiding. Geen troost met het Evangelie, maar door afkopen met missen en aflaten. Door epidemieën, slechte hygiëne en verzorging behaalden maar weinig kinderen de volwassen leeftijd. Degenen die bleven leven kregen geen of weinig onderwijs. Er waren wel scholen, maar alleen voor de rijken. Wie naar school ging, werd opgeleid voor geestelijke of rechtsgeleerde. Veel andere mogelijkheden waren er niet. Bij de gewone mensen draaiden de kinderen al vroeg mee in het arbeidsproces. Meisjes in het huishouden of op het land en de jongens leerden een vak of werkten ook op het land. Een enkeling werd opgeleid voor een ander beroep en toen de zeevaart opkwam, trokken sommigen naar zee.

Deed de kerk ook nog iets aan onderwijs aan de kinderen? Hoegenaamd niets. Jongens konden soms meezingen als koorknaap in de mis. Men vond het al geweldig als de kinderen het onze Vader, de tien geboden en de twaalf artikelen konden opzeggen. Verder werd niets gevraagd. Geloven had niets te maken met kennis, zo zei men. Men moest alleen aannemen wat de kerk leerde. Een Bijbel was niet aanwezig in de gezinnen. In de kerk werd in het latijn gepreekt. Aan de hand van de beelden en de schilderijen in de kerk kreeg men nog iets mee van de Bijbelverhalen. Zoiets als wat wij catechisatie noemen bestond niet. Niet in de kerk, niet op school en van godsdienstopvoeding thuis was ook al geen sprake, omdat de opvoeders zelf weinig kennis hadden. In sommige steden had je wel gezelschappen van de broeders des gemenen levens. Zij hebben voor degenen die in de stad naar school gingen misschien nog iets betekend met hun zogenaamde zedepreekjes.

Zo was de situatie voor de grote reformatie. In een volgend artikel zien we hoe de terugkeer naar Gods Woord zijn uitwerking krijgt in de praktijk van huwelijk en gezinsleven.