Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het gezin in de Bijbel (2)

Jaargang: 
8
Datum: 
14 mei. 2014
Nummer: 
23
Schrijver: 
A.K. de Marie-Hulzebosch
ID:
1364


In het voorgaande artikel hebben we besproken dat God huwelijk en gezin bij de schepping heeft ingesteld. We gaan nu kijken met welk doel de Here dit heeft gedaan. Is dat om mensen een warme, veilige plek te geven om op te groeien? Of is er meer?

Weerspiegeling van het verbond

Wat in de Bijbel als een rode draad naar voren komt, is de manier waarop God omgang zoekt met zijn volk. Hoe Hij het zijn liefde en bijstand wil geven. Hij doet dat door middel van zijn verbond. Daardoor wil God zijn kinderen leren, troosten en versterken.

Huwelijk en gezin, door God ingesteld, mogen een weerspiegeling zijn van Gods verbond met zijn volk. Wat wordt daarmee bedoeld?

Om de liefdevolle omgang van de Here met zijn volk duidelijk te maken, gebruikt de Bijbel vaak beelden uit de menselijke samenleving.

Een voorbeeld: van de Here wordt gezegd dat Hij is als een Koning voor zijn volk. Bij dit beeld weten we dat we Hem moeten eren en gehoorzamen. Op een ander plaats wordt God onze Vader genoemd. Daarmee weet men: bij God ben je veilig. Hij zal je beschermen.

Ook wordt Hij wel Israëls Man genoemd. Daaruit konden de Israëlieten (en ook wij in zijn verbond met ons) afleiden hoe dankbaar we Hem moeten zijn voor zijn trouw en vertrouwen.

Dit zijn beelden om ons duidelijk te maken wie de Here voor ons is en wil zijn. Maar wat ons man-zijn, ons vader-zijn betreft, wij zijn zwakke, zondige mensen. Maar Hij is dat alles in volmaaktheid. En aan de manier waarop Hij het is, kunnen wij omgekeerd aflezen, hoe wij op aarde man en vader moeten zijn.

Als Gods liefde voor zijn volk te vergelijken is met de trouw van een man die zijn overspelige vrouw, bij al haar ontrouw toch terugneemt, dan zegt dat niet alleen iets over de oneindige liefde van God, maar dan mogen gehuwden daar ook iets van leren met betrekking tot hun eigen huwelijkstrouw. En als wij letten op de vader uit de gelijkenis van de verloren zoon, dan kunnen ouders daaruit leren hoeveel liefde en geduld zij moeten hebben met hun kinderen.

Denk ook aan de vergelijking van Christus met zijn Kerk als een huwelijksband.

De liefde die God in Christus voor ons heeft, leert ons heel veel over hoe onze houding zal moeten zijn naar onze man of vrouw en kinderen. Dat is één aspect van het gezinsleven, misschien niet het belangrijkste, maar het heeft ons veel te zeggen.

Werkelijkheid van het verbond

En nu het andere aspect: over de omgang van God met zijn volk. We lezen dat God in het paradijs Adam en Eva opzocht in de avondkoelte. Na de zondeval verbreekt de Here zijn verbond niet. God gaat door met zijn plan om zijn Koninkrijk te stichten. Hij belooft de Middelaar die de verbroken verhouding tussen Hem en de mens weer zal herstellen. Tot dat verbond behoorden eerst alle schepselen, later alleen Abraham en zijn nakomelingen. Met de komst van de Middelaar Christus heeft God zijn verbond vernieuwd. Naast de vernieuwing van besnijdenis in doop, pascha in avondmaal, sabbat in zondag, is er de grote verandering dat het heil, het verbond, nu niet langer alleen voor het volk Israël bestemd is, maar voor alle volken. Dat wil zeggen: voor alle mensen, van welk volk of ras dan ook, die de Here met een oprecht hart zoeken en willen dienen. Die zich laten vergaderen en onderwijzen in zijn Kerk. We zien dus de lijn van het verbond van geslacht tot geslacht voortgezet worden. En dat zal zo doorgaan tot het laatste verbondslid toegevoegd is en Christus weerkomt en zijn Koninkrijk volmaakt zal zijn. Het gezin is niet alleen een weerspiegeling van het verbond, het is ook de plaats waar het verbond werkelijkheid (bevestigd, zoals Psalm 105 zegt) wordt. Als kinderen worden geboren binnen het verbond, mogen ze worden gedoopt. En bij deze kinderen kan er geen sprake van een vrije opvoeding zijn, zo in de trant van: ik zal mijn kind verschillende opvattingen leren en dan moet het later zelf maar kiezen. Nee, ouders beloven dat zij hun kinderen zullen onderwijzen en laten onderwijzen in de leer van het verbond. God geeft hen gezag over hun kinderen, niet om hen zelf te laten kiezen, maar om hen te onderwijzen in wat God vraagt. Dat is God van harte liefhebben, zijn wil doen, Hem loven en prijzen.

Bouwsteen van de kerk

Dat onderwijzen gebeurt allereerst in het gezin, in de huiselijke eredienst. De vader zal als profeet en priester (zie vr. & antw. 32 HC) zijn kinderen in de huiselijke eredienst moeten leren de Here en de naaste lief te hebben. En hoe belangrijk de bijdrage van de moeder is in vertellen en voorleven, met name voor heel jonge kinderen, weten we van Hanna, de moeder van Samuel.

Wat het laten onderwijzen betreft: de ouders zullen als de kinderen groter worden, hen meenemen naar de kerk en, nog later, naar de catechisatie en de vereniging sturen. Ze zullen zoeken naar onderwijs dat overeenstemt met de leer van de kerk. Zo moeten ouders hun kinderen leren dat ook zij moeten leven tot eer van God. Zij zijn immers in de eerst plaats zijn eigendom? Ouders krijgen hun kinderen slechts te leen.

Bouwsteen van Gods Koninkrijk

Het gezin wordt ook de bouwsteen van het Koninkrijk Gods genoemd. Ik zal uitleggen wat daarmee wordt bedoeld.

Er zijn mensen (vooral vroeger) die huwelijk en gezinsleven zagen als zou dat tot een lagere orde behoren. Huwelijk en gezin zouden je alleen maar in de weg staan bij je roeping in Gods Koninkrijk. Denk aan monniken en nonnen. Maar deze gedachte kunnen we nergens in de Bijbel vinden en mogen we ook niet afleiden uit het feit dat Johannes de Doper, Jezus en Paulus ongetrouwd waren. Integendeel, voor henzelf was het huwelijk niet weggelegd, maar uit hun spreken en onderwijs blijkt juist dat zij het huwelijk hoogachtten. En dat is in heel de Bijbel het geval. Het gezin wordt gezien als de plaats waar ouders kinderen mogen leren wat de Here van ze vraagt.

Een mooi beeld uit Bijbel daarbij is het beeld van de arend uit Deut. 32:11 en 12.

De jonge arend wordt door de ouders in het nest grootgebracht totdat hij groot genoeg is om zelfstandig te zijn. De moeder stoot het jong uit het nest. Eerst lijkt het te kunnen vliegen, maar als het vermoeid raakt, lukt het hem niet meer om naar het nest terug te vliegen en dreigt het te pletter te vallen. Maar dan schiet moeder-arend te hulp. Met haar brede vleugels vliegt zij onder het vermoeide jong, vangt het op en brengt het veilig terug in het nest. Als het jong weer is uitgerust, begint de oefening weer van voren af aan, net zolang tot het lukt.

Zo gaat het ook in het gezin. Daar mogen ouders met Gods hulp, kinderen leren zelfstandig het leven in te gaan en de taak uit te oefenen die God van hen vraagt. Naast onderwijzen is voorleven ook erg belangrijk. Wat een mooie taak geeft God ouders, zelf zondige mensen, dat zij zijn kinderen mogen opvoeden tot de dienst aan Hem in zijn Koninkrijk.