Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het getuigenis over God als Rechter

Jaargang: 
11
Datum: 
12 jul. 2017
Nummer: 
14
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1753


Hand. 17:30,31:

30 God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan de mensen dat zij zich moeten bekeren. 31 en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man, die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden op te doen staan.

Urgent

Het evangelie dat Paulus onder de heidenen verkondigt, is existentieel: het grijpt in op je bestaan, je existentie, je leven. Niemand kan zeggen: daar sta ik buiten. Want God de Schepper van je leven, vraagt jouw leven voor Zich op. Het is ook een heel actueel evangelie. Het komt naar je toe elke keer als je Gods Woord hoort. En het vraagt dan steeds met grote klem: bekeer je! Niet later, maar direct, heden, zo vaak en zodra je dit evangelie hoort, moet je je bekeren! Zo komt God als Verlosser in Zijn Zoon naar je toe om je vergeving en eeuwig leven te schenken. Dit evangelie blijkt ook heel urgent, heel dringend te zijn. Het aannemen ervan wordt je bevolen tot je heil, maar het afwijzen ervan betekent je ondergang!

God laat zich namelijk aan de mensen in Athene in vers 31 in Christus ook als rechter verkondigen, die met Zijn oordeel komt. De bekering die God beveelt, is niet vrijblijvend. Het betreft een goddelijk claim op ieder mens met de klemmende dreiging dat God zal oordelen!

God die alle tijden vaststelt, heeft ook de dag van het oordeel vastgesteld. Gods oordeel staat vast, wordt niet uitgesteld. Alleen God weet deze dag. Daarom: bekeer je voordat het te laat is!

Rechtvaardig

Kun je wel met zo'n evangelie bij de mensen komen? Er is meer dan eens gesteld dat Paulus met zijn rede op de Areopagus zich nauw aansluit bij de Grieken. Maar dat is maar schijn. Dat is alleen om bij hen gehoor te vinden. Maar vervolgens is bij Paulus Gods evangelie zo radicaal en dringend, dat het voor de Grieken tot een ergernis is.

Toch zijn ook de woorden van vers 31 echt 'Evangelie'. Ten eerste zegt hij dat Gods oordeel over de wereld rechtvaardig zal zijn. God rekent de schuld alleen aan schuldigen toe. God straft alleen hen die zich niet tot Jezus hebben bekeerd, die voor de zonde heeft geleden en daarvoor Zijn leven gaf. Deze Jezus leeft nu als Man die door God is aangesteld om Gods oordeel uit te voeren.

Jezus Christus is 'een Man', de Zoon des mensen, die als de Levende zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. Hij voert Gods raad uit om op de door God bepaalde tijd, alle doden te doen opstaan ten leven of ten dode.

Paulus lijkt hier voor de Areopagus Christus alleen maar vaag aan te duiden als 'een Man die door God is aangesteld'. Dit lijkt wat zuinig, maar we moeten niet vergeten dat Paulus daarvóór al heel wat over Jezus en de Opstanding heeft gedebatteerd en in een twistgesprek heeft doorgesproken (zie vers 18).

Geloof in de opstanding

Daarin is met name de opstanding van Christus en van alle doden al uitgebreid aan de orde geweest. Paulus brengt dit nu in verband met Gods oordeel over hen die zich niet hebben bekeerd. Gods oordeel zal in handen zijn van deze Jezus, die door Zijn dood dat oordeel gedragen heeft voor allen die zich tot Hem zullen bekeren. God heeft Zijn goedkeuring daarover laten blijken door Hem uit de dood op te wekken.

Deze Jezus Christus zal rechtvaardig oordelen: vrijspraak voor hen die Hem hebben aangenomen, en veroordeling van allen die Hem niet hebben aangenomen. Wat is bekering dan belangrijk!

Als eerste is daarvoor nodig dat je Gods Woord gelooft! De verkondiging van Gods Woord vraagt altijd geloof en bekering. Het aannemen ervan is nodig om deel te krijgen aan Christus en Zijn weldaden. Juist dat gelovig aannemen van Gods Woord blijkt heel moeilijk voor deze Atheense mannen. Hun denken is nog zo gevangen in hun donkere denkbeelden.

Een opstanding uit de dood is een wonder dat hun voorstellingsvermogen te boven gaat.

Dit past niet in hun Griekse denken. Een ziel kan nog wel na de dood voortleven in de onzichtbare wereld van geesten of in de herinnering van mensen. Maar gestorven lichamen kunnen niet levend worden. Gods Geest moet hun hart veranderen om op dit Woord geloof en bekering te tonen.

Paulus' woord ontmoet veel protest en maar weinigen komen tot geloof (vers 32). Maar daaronder is wel een van de rechters, de Areopagiet Dionysus (vers 34).

Behoud op dag van Gods oordeel

Ook in onze dagen botst het evangelie van de verlossing in Christus vaak op hard ongeloof. Wie gelooft nog in God als de Schepper en in Jezus Christus, die voor de zonden is gestorven? Wie gelooft nog in een opstanding van de dood en een eeuwig oordeel?

Toch is dit alles het ware evangelie. Daarvan mogen we niet afdoen door de mensen een verwaterd evangelie te brengen van medemenselijkheid. Daarmee doen we God te kort.

Gods rechtvaardig oordeel is een onmisbaar onderdeel van het evangelie. Omdat het je toont wie God is. En omdat alleen bij waar geloof de Man Christus je in dit oordeel zal vrijspreken.

In onze wereld is de onwetendheid van God enorm toegenomen. De mensen zijn steeds verder van God vervreemd. Onze tijd lijkt steeds meer op de dagen van Noach.

Laten we ons dan ook extra geroepen weten om Gods Woord uit te dragen. Niet als een alternatief evangelie, of alleen een woord van lievigheid voor je naaste of het milieu.

Maar als een allesbeslissend woord onder de klem van Gods bevel van bekering, door geloof in de enige Naam bij Wie behoud is. Om te mogen ontkomen aan het rechtvaardig oordeel van God op Zijn dag.

Net als Noach dit deed door zijn profeteren bij het bouwen van de ark, zullen ook wij er anderen op moeten wijzen dat Gods oordeel eens zal komen als Christus wederkomt.

Op het uur dat door God bepaald is, maar wel als een dief in de nacht.

Met de oproep: bekeer u, voordat het te laat is.

Rectificatie

In het vorige artikel in deze rubriek (Jg. 11, nr. 13) was bij de opmaak de titel abusievelijk niet juist geplaatst. Deze moest zijn: 'Het getuigenis over God als Verlosser'.