Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De gemeente en haar ouderlingen

Jaargang: 
2
Datum: 
28 mei. 2008
Nummer: 
21
Schrijver: 
H. Griffioen
ID:
304
Rubriek: 

Wat een weelde om als gemeente voorzien te zijn van ouderlingen, van broeders die week in week uit de gemeente samenroepen tot de erediensten, opzieners die op onze christelijke levenswandel toezien, ambtsdragers van de Here gegeven.
Het zijn mensen die wij dubbele eer toekennen.
Wie zou dan ook niet dankbaar zijn; zich veilig wetend, op koers blijvend, ja als gemeente tot bloei komend, vrede en rust ontvangend.
Wij prijzen de Here, die zo goed is, dat Hij ons door hun dienst wil regeren.


De Sleutelmacht

De Here Christus heeft aan zijn apostelen, de macht gegeven de sleutels van het Koninkrijk te bedienen (Matteüs 16 : 19)
Door het Woord dat de ouderlingen spreken, openen zij het heerlijk Koninkrijk der Hemelen voor ons. De vermaningen, adviezen en suggesties van onze ouderlingen zullen we dan ook in dankbaarheid ter harte nemen, wetend dat het alles tot ons behoud dient, de sleutelmacht die stimuleert, maar ook als het nodig is afremt.
Aan de ouderlingen van de gemeente mogen we de zorg voor ons geestelijk welzijn toevertrouwen. Naar Hebreeën 13:17 zijn zij het die “waken over uw zielen”.
Wat is dan ook mooier, dan van dit gegeven volop gebruik te maken, en ons door hen te laten leiden.
We geven hun ons volle vertrouwen en werken er zodoende aan mee, dat de vrede en de orde in de gemeente gediend worden.

Sieraden

We denken aan de hemelvaart van onze Heiland en de woorden van de Schrift die daarop betrekking hebben. Efeziërs 4:8 zegt:

    “opgevaren naar de hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen”

Hier lezen wij dat de Here Christus zijn gemeente verrast met gaven, met ambtsdragers, die van grote waarde zijn voor haar welvaren.
Mannen met Gods Geest vervuld, tot onze beschikking, om ons te leiden en steeds weer terug te roepen als wij eigen wegen kiezen.
Wie zou niet dankbaar zijn? Laten wij in onze gebeden regelmatig Hem onze dankzegging voor zijn ‘gaven’ doen toekomen.
We denken terug aan de eerste jaren na de recente vrijmaking toen de gemeenten gediend werden door de z.g. “tijdelijke besturen”. Wat hebben we toen in grote dankbaarheid weer ouderlingen ontvangen. Wat was het een feest toen onze predikant de verschillende gemeenten langs ging om de gekozen broeders in het ambt te bevestigen.

Gehoorzamen

Zal het ons dan nog moeilijk vallen om onze houding ten opzichte van de ambtsdragers te bepalen? We gaan eens kijken naar Zondag 39 en willen de woorden daarvan als een goede gids gebruiken voor ons onderwerp.
Het gaat in deze Zondag over het 5e gebod van de HERE en we lezen er de volgende aanwijzingen:
wij zullen hen alle liefde en trouw bewijzen;
wij willen ons aan hun goede onderwijzing en tucht, met gepaste gehoorzaamheid onderwerpen;
met hun zwakheden en gebreken zullen wij geduld hebben.
Wij gaan deze raad op ons in laten werken, in de wetenschap dat “God ons door hun hand wil regeren”.
We weten dat het om grote dingen gaat, om de vrede en rust in de gemeente, om ons behoud en om de eer van de Koning der kerk.

Hen liefde en trouw bewijzen

Als de verhoudingen goed zijn in de gemeente, dan valt het ons niet moeilijk de ambtsdragers te eren. In een tijd van voorspoed gaat dat bijna vanzelf. Maar als het ons tegenzit, de verhoudingen minder goed zijn en er spanningen optreden, dan wordt het allemaal een stuk moeilijker.
Het zou best kunnen dat in zo’n situatie de ouderlingen het dubbel zwaar krijgen. En wanneer het zo is, dat zij, naar ons inzicht, mede oorzaak zijn van de moeiten die ontstonden, dan kan het misgenoegen van de gemeente zich gaan richten op de kerkenraad en zich over de hoofden van de broeders ambtsdragers gaan ontladen.
In plaats van dubbele eer te ontvangen, krijgen zij het dubbel zwaar; zijn zij niet dubbel kwetsbaar?
In een preek over zondag 39 schreef Ds. H.J. Begemann, waar het over gezag in de storm van het leven gaat:

    “Blijf hen alle eer, liefde en trouw bewijzen. Blijf ze zien als van God over jou gesteld. Ook als ze moeilijk zijn. Blijven eren, ook als ze het mis hebben”.

Het gaat in dit citaat weliswaar over ouders en kinderen, maar wij willen deze woorden ook toepassen op de gezagsverhoudingen in de gemeente.
Eren, liefhebben en trouw bewijzen, en als hun gebreken aan het licht komen, toch achter hen blijven staan. Hen aan de Here opdragen in onze persoonlijke gebeden. Gebeden die de Here gebruiken wil voor verbetering van de situatie en voor verandering van onze eigen innerlijke gevoelens. Wie z’n ambtsdrager aan de Here opdraagt, geneest zichzelf van negatieve gevoelens, en van elke gedachte aan ontrouw. En de Here wil zulke gebeden horen, want wij vragen er mee naar Zijn Wet te mogen leven.

Ons onderwerpen

Wij willen ons aan hun goede onderwijzing en tucht met gepaste gehoorzaamheid onderwerpen, zoals Zondag 39 het zegt.
De ouderlingen onderwijzen ons, als zij ons toespreken op een gemeentevergadering, wanneer zij op huisbezoek komen en bij allerlei gelegenheden die het gemeenteleven oplevert.
In moeitevolle situaties komt het er dan op aan hen dankbaar aan te horen, vervolgens hun opmerking te overdenken en met het gezegde onze winst te doen.
Goede onderwijzing met Schriftwoorden en de uitleg daarvan, of algemene bewoordingen en aanwijzingen. Laten we als gemeente zulke woorden tot ons nemen, zijn de mannenbroeders niet door de Here Zelf geroepen en aangesteld? Dan is het of ze Gods Woord tot ons spreken. Het met gepaste gehoorzaamheid onderwerpen, is tot ons behoud en tot opbouw van de gemeente.
In genoemde preek lezen we over het onderhouden van de Woorden van Gods wet, de volgende waardevolle opmerkingen:

    “Zo wil Hij het samenleven van de mensen tot prachtige bloei brengen. Het vijfde gebod nu leert ons dat de Here gezagsdragers gegeven heeft: mensen die Hij bekleedt met een ambt, opdat het in het menselijke samenleven alles zal toegaan in goede orde en harmonie.”

Ons samenleven in de gemeente wordt tot ‘prachtige bloei” gebracht, niet maar opgebouwd zonder meer, maar een aantrekkelijke bloeiende gemeenschap wordt er gevormd, wanneer we de gezagsdragers volgen in hun aanbevelingen en onderwijs.
“Goede orde en harmonie”, wie van ons zou het anders willen. Die sfeer begeren we thuis, op ons werk en waar dan ook, en we zullen die nog veel meer wensen in de Gemeente van de Here.

Geduld hebben

“Met hun zwakheden en gebreken zullen wij geduld hebben” zoals zondag 39 vervolgens zegt.
Geduld is een schone zaak, zeggen we zo wel tegen elkaar. Maar als je weet dat de ander zijn bewoordingen niet zo handig kiest, hebben we dan nog geduld? Of gebruiken we zo’n situatie in ons eigen voordeel?
Of als m’n ouderling gebrekkig formuleert en misschien ook niet helemaal gelijk heeft, kunnen we dan het geduld opbrengen om geen winst te slaan uit de situatie?
Wanneer we hoog opkijken tegen de ouderling, dan willen wij hem z’n haperingen niet toerekenen, maar hem altijd het voordeel van de twijfel gunnen.
God wil ons door zijn hand regeren. Alleen al uit eerbied voor de Here geven wij Zijn “gezant” de ruimte. En ook hier geldt dat wij in alle gevallen de woorden van de broeder willen overwegen, op ons in laten werken en overdenken.
Wanneer hij werkelijk ongelijk heeft, dan komt het aan op ons geduld. Want met geduld, wachten we een volgende gelegenheid af, een nieuwe situatie waarin de stemming mogelijk beter is, en leggen we voorzichtig uit wat we er van denken.
Ook de ambtsdrager die misschien wel eens kort aangebonden reageert, die zal dan gemakkelijker te bereiken zijn, en begrijpen wat ons bezighoudt.
Overigens, bij het afwachten van een volgende gelegenheid, ontdekken wij dikwijls dat het helemaal niet zo belangrijk was om ons eigen gelijk te halen, bedenken we eigen zwakten en mogelijk ongelijk. In de laatste gevallen is ons geduld dan dubbel beloond.

Ons regeren

Wij behoren ook onze kerkelijke ‘overheid’ te gehoorzamen, “omdat God ons door hun hand wil regeren”.(Zondag 39)
De ouderlingen hebben het regeerambt ontvangen.
Het bevestigingsformulier voor ouderlingen en diakenen zegt het zo mooi:

    “Christus die als Hoofd van de kerk zit aan de rechterhand van God de Vader, regeert en verzorgt zijn gemeente op aarde. Hij wil daarvoor de dienst van mensen gebruiken. Daarom schenkt Christus ambtsdragers aan zijn gemeente”.

Onze Heiland regeert Zijn gemeente, wat heerlijk, wie zou niet dankbaar zijn?
Als Hij daarvoor ouderlingen en diakenen gebruikt, kunnen we dezelfde dankbaarheid volhouden. Goed is het te leven onder het regiment van Christus en zijn ouderlingen. Deze regering is ons behoud, onze welvaart en onze gerustheid.
Niets kan ons meer gebeuren.
Als er dan toch iets misgaat in de gemeente of met een van ons persoonlijk, omdat er niet geluisterd en gehoorzaamd werd, dan is dat heel erg. Maar als we weigerden naar de ouderlingen te luisteren en hen te gehoorzamen, dan wordt dit buitengewoon ernstig.
In de preek van Ds. Begemann, komen we hierover de volgende opmerking tegen:

    “Omdat God aan de gezagsdragers het regeerambt gegeven heeft, daarom hebben zij regeerbevoegdheid (...). Wie dit verwerpt, wrikt aan de fundamenten. Hij vergrijpt zich aan de ordening van God en brengt daarmee het mensenleven in de ontbinding en de chaos.”

Dit woord, in zijn algemeenheid bedoeld, mogen wij toepassen op de gemeente.
“Wie dit verwerpt wrikt aan de fundamenten”, ja als wij een advies van de kerkenraad weigeren aan te nemen, omdat het ons niet goed uitkomt, dan is dat geen kleinigheid. Het is ernstig, want ook al is men zuiver in de leer, nu gaat men bezig het bouwwerk, dat de gemeente is, onderuit te halen. Als we ons niets aantrekken van de kerkenraad, dan loopt niet alleen ons geloofsleven gevaar, maar we zijn bezig de gemeente stuk te maken.
Het betekent een eerste aanzet tot de “ontbinding van het gemeenteleven”,
Mocht dit nooit op onze rekening geschreven kunnen worden, dat wij door ons gedrag een oorzaak van verwarring en chaos vormen.
Wat zullen we dan veel te verantwoorden hebben.

Bouwen.

Wie zou de oorzaak van chaos, ontbinding en ontwrichting willen zijn?
Nee, dat zij verre van ons.
Veel liever en Gode welgevalliger zal het zijn, ons te laten gebruiken voor opbouwwerk.
We denken aan de woorden van 1 Petrus 2:5,

    “en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilige priesterschapschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.”

De bouw van een geestelijk huis, de bouw van de gemeente van Christus, daar gaat het om.
De gemeente, de plaats van rust, orde, liefde en saamhorigheid.
En als onze gemeente nog niet beantwoordt aan deze kwaliteiten, dan zal het niet aan ons mogen liggen, maar we zullen ons te meer inzitten, en “laten gebruiken” voor het opbouwwerk. Laten gebruiken, laten inzetten, het kost wel het een en ander. Zoals deze bijbeltekst aangeeft, zullen we “geestelijke offers” moeten brengen.
Geheel onze inzet wordt gevraagd.
En de meest effectieve inzet bestaat uit gehoorzaamheid aan de “opzichters”, want die hebben een breder inzicht en zij dragen een grotere verantwoordelijkheid.
Geve de Here dat er in het kerkverband, mede door onze ‘priesterlijke’ inzet, waarvoor Hij alle gaven wil schenken, alleen maar sprake zal zijn van mooie geestelijke bouwwerken.
Wat zullen er dan voor onze ambtsdragers gouden tijden aanbreken, niet al zuchtende rond te moeten gaan, maar met vreugde de prachtige ambtsdienst vervullen!