Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Geloof: leven of dood

Jaargang: 
11
Datum: 
05 apr. 2017
Nummer: 
7
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1726


1 Joh. 5:10-13:

10 Wie gelooft in de Zoon van God, heeft het getuigenis in zichzelf; wie God niet gelooft, heeft Hem tot leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft het getuigenis dat God van Zijn Zoon getuigd heeft. 11 En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. 13 Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u weet dat u het eeuwige leven hebt en opdat u gelooft in de Naam van de Zoon van God.

Het getuigenis van God aangaande de Christus

Het geloof in de Zoon van God betekent een gelovig aanvaarden van wat God over Zijn Zoon heeft bekend gemaakt in Zijn gesproken en geschreven Woord. Wanneer je dit als goddelijke waarheid aanneemt, dringt dit getuigenis in je hart door.

Dit is weer verbonden aan het inwendige getuigenis van God de Heilige Geest, waarvan in de vorige verzen werd gesproken. De Geest werkt en versterkt met dat aangenomen Woord het geloof in Gods getuigenis. Zo neemt de geloofszekerheid omtrent de Zoon van God toe.

Zie ook Joh. 3:33, waar Johannes de Doper zegt:

Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft daarmee bezegeld dat God waarachtig is.

De apostel Johannes wil nu ook de andere kant noemen (vers 10b): wie niet gelooft in Jezus als de van God gezonden Christus, verwerpt het toch zo duidelijke getuigenis van God over Zijn Zoon. Die beschouwt God dan als leugenaar. Dat is een heel ernstige zonde.

Een belangrijk woord: ongeloof in Jezus als Zoon van God mag je niet beschouwen als ander inzicht in de Bijbel of als misverstand. Nee, dit ongeloof is onverenigbaar met het geloof in God Zelf, en dus een heilloze weg. Denk hierbij aan wat de Jehova's getuigen leren!

In de Zoon is het eeuwige leven

Welke diepe betekenis heeft het getuigenis van God aangaande de Zoon dan?

Johannes wijst dan in vers 11 op het eeuwige leven. Niet alleen als eeuwig leven in de eeuwige zaligheid. Maar eeuwig leven is er al hier als het volle leven in de gemeenschap met God de Vader en de Zoon. Johannes schrijft dat dit al aan de gemeente gegeven is!

Vergelijk wat Jezus zei in Joh. 5:25:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven.

Dat leven, deze gemeenschap is er in Gods Zoon. We mogen hier denken aan wat hij al schreef in hoofdstuk 1:2. Daar stelt hij de Zoon als het Woord des levens, gelijk aan 'het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard'. Christus is de bron van het leven en het leven zelf (Joh. 5:26; 11:25; 14:6).

Dat het leven er is 'in Gods Zoon' betekent dat alleen het je gelovig toevertrouwen aan de Zoon van God je eeuwig leven doet verkrijgen.

Kort en krachtig, vers 12:

Wie de Zoon heeft, heeft het leven.

Het 'hebben van de Zoon' wijst hier niet zozeer op bezitten, maar op een intieme gemeenschap hebben met de Zoon. Dan wijst 'hebben' ook weer op iets dat voor de gelovige nu al werkelijkheid is: het eeuwige leven in Gods Zoon.

Maar dan belicht Johannes ook weer waarschuwend de andere kant:

wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.

Wie Jezus als Gods Zoon afwijst, blijft in de dood, de geestelijke dood die, als men zich niet bekeert, uitloopt in de eeuwige dood.

Het is dezelfde heerlijke en tegelijk ernstige boodschap als die Johannes in zijn evangelie doorgaf als Woord van Jezus Zelf, Joh. 3:36:

Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op Hem.

Beslissend

Vers 13 ziet terug op de voorafgaande verzen, maar aan het slot van de brief ook aan de hele inhoud ervan: 'heb ik geschreven'.

Johannes wil nog eens - na alles wat hij geschreven heeft over het belang van het geloof in Jezus als de Christus - duidelijk maken hoe beslissend het geloof in de Zoon van God is. En daarom hoe belangrijk het is dat je een zéker geloof hebt.

Je kunt wel 'ja' zeggen tegen de leer van de godheid van Christus, maar je moet het je in geloof eigen maken.

Het moet een geloof zijn in 'de Naam' van de Zoon van God. Dat houdt in dat je gelooft in wie Hij is en wat Hij gedaan heeft, doet en zal doen. Met dit geloven gaat kennis en liefde gepaard. Het moet ook een zeker weten en een vast vertrouwen worden.

Johannes gebruikt namelijk niet alleen het woord 'geloven' maar ook 'weten', dat is zéker weten. Johannes wil dat wij als gelovigen ook de geloofszekerheid hebben van het eeuwige leven met God en voor God.

Dat was niet alleen voor de lezers van de brief van Johannes, maar is ook voor ons anno 2017 van beslissende betekenis, een zaak van leven of dood. Ook betekent het een grote troost om zeker te weten dat het eeuwige leven al is aangebroken.