Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het geloof in Jezus als de Zoon van God

Jaargang: 
11
Datum: 
08 mrt. 2017
Nummer: 
5
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1717


1 Joh. 5:1-5:

1 Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is. 2 Hieraan weten wij dat wij de kinderen van God liefhebben, wanneer wij God liefhebben en Zijn geboden bewaren. 3 Want dit is de liefde tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last. 4 Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. 5 Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?

Geloof in Jezus als de Christus

In deze verzen komt Johannes weer verder in zijn betoog over betekenis en uiting van het geloof in Jezus als de gezalfde Zoon van God. De apostel herhaalt veel, maar voegt ook steeds een nieuw element toe bij wat hij al heeft gezegd. Het is wel eens omschreven als spiraaldenken: steeds keert hij terug op de zaak van het geloof in Jezus Christus en hoe dat herkenbaar is in het gedrag van de gelovige. Bij elke terugkeer wordt zijn boodschap completer en dieper.

Wat hij schrijft in 5:1 bouwt voort op wat hij al schreef in 1:3, 2:22-24 en 3:23 en 4:14,15.

Het betreft de verhouding die er is met God door Jezus als de Zoon van God te erkennen en zó in Hem te geloven. In 1:3 is er de gemeenschap met zowel de Vader als de Zoon.

In 2:22-24 staat dat wie de Zoon loochent, de Vader niet heeft. In 3:23 wordt het geloof in de Naam van Gods Zoon, Jezus Christus een gebod van God genoemd. In 4:14,15 bevestigt Johannes de waarheid omtrent Jezus als de Zoon van God, die de Vader naar deze wereld heeft gezonden. Wie dit getuigenis aanneemt en belijdt, heeft blijvende gemeenschap God.

Nu voegt 5:1 daaraan toe dat je in dat geloof uit God geboren bent: je geloof laat zien dat je een kind van God bent en is zo een bewijs van wedergeboorte. Wedergeboorte en geloof zijn onafscheidelijke zaken als werken van de Heilige Geest.

Geloof en liefde

Maar dat onafscheidelijke geldt ook voor geloof en liefde! Het geloof houdt in dat je als kind van God, God de Vader en Jezus Christus beide liefhebt. Die liefde is kenmerkend voor de geloofsgemeenschap met Hen. Johannes trekt dit nu verder door naar de verhouding met de andere kinderen van God.

Wie in Christus als wedergeboren kind de Vader liefheeft, heeft ook zijn broeders en zusters lief! De onderlinge broederliefde is ook uiting van het kind van God zijn (zie 1 Joh. 4:7)!

Het geloof werkt door de liefde, en de liefde is zo ook weer toets van de wedergeboorte.

Gehoorzaamheid

Maar bij liefde tot je broeder moet het wel om ware liefde gaan. Ware liefde tot God betekent dat zichtbaar moet worden dat je Gods geboden gehoorzaamt.

Het verband tussen geloofsgemeenschap en gehoorzaam-heid was al gelegd in 2:3-6, 2:28-10. Gehoorzaamheid wordt daar genoemd Gods geboden in acht nemen en de rechtvaardigheid doen.

Nu brengt Johannes aan het eind van zijn brief alles samenvattend bij elkaar. Hij toont het het nauwe verband tussen het geloof in Jezus als de Christus, de liefdesgemeenschap met God, de onderlinge broeder-liefde en de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Geen schakel kan daarbij gemist worden. Alles begint met het geloof, dat door de liefde werkt en dat vruchten van geloof laat zien.

Geboden zijn dus liefdeswerken. Gods Zoon heeft Gods geboden in onze plaats volmaakt vervuld en de straf over alle overtredingen gedragen. En Hij geeft Zijn Geest om ze te doen (Rom. 8:6). De Geest stort de liefde van God in ons hart en werkt zo vruchten van geloof in ons uit. Gods geboden zijn voor de gelovigen niet meer los te denken van Gods Zoon en Zijn Geest. Wel als liefdeswerk een juk, een last, maar door het wederbarende werk van Zijn Geest tegelijk lust en vreugde. Dus is de last niet zwaar (vers 3, zie Matt. 11:28-30, Rom. 7:22). Zo is het doen van Gods geboden een uiting van liefde en als zodanig een toets voor het geloof.

Overwinning

Johannes noemt in vers 4 de reden waarom Gods geboden niet zwaar zijn voor de gelovigen. Gods kinderen zijn wedergeboren: het zijn nieuwe mensen die leven in de kracht van de Geest van Christus. Daarom kunnen ze de wereld overwinnen.

Wat is hier 'de wereld'? De wereld staat hier voor de zondige wereld, aangestuurd door de boze machten, de 'wereldbeheersers van de duisternis' (Ef. 6:12).

Bij die wereld hoort ook ons eigen zondige vlees. Het is de wereld die de Christus afwijst en bestrijdt. Dit overwinnen betreft het overwinnen in de strijd tegen de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Het werkwoord 'overwinnen' staat in de tegenwoordige tijd: het is een doorgaande strijd en daarom een doorgaande overwinning, die ook een eindoverwinning kent.

Hoe behalen we die eindoverwinning? Johannes zegt in vers 4: door ons geloof!

Want het is Christus die de eigenlijke overwinnaar is van de wereld. Ons geloof als geloofsband met Hem doet ons delen in Zijn overwinning.

In Ef. 6:10-17 beschrijft Paulus de wapenrusting van God, waardoor wij kunnen standhouden. In 1 Tess. 4:8 noemt Paulus voor de strijd het borstharnas van geloof en liefde. Johannes vat dit samen met: 'ons geloof'. Dat is ons geloof dat door de liefde werkt.

Maar dan alleen het geloof waarbij we geloven in Jezus als de Zoon van God (vers 5)! Als we in Hem 'geloven' alleen als voorbeeldig mens, zijn we onze overwinning kwijt.