Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Gelijkheidsdenken

Jaargang: 
5
Datum: 
05 okt. 2011
Nummer: 
35
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
918
Rubriek: 

Door de komst van de Partij van de Dieren in de Tweede Kamer in 2006 is in het politieke debat nadrukkelijker aandacht gevraagd voor het dierenwelzijn. Van de brandveiligheid van stallen tot de kiloknallers in de supermarkt en van controle op veetransporten tot de nertsenfokkerij, de agenda van de Tweede Kamer werd mede bepaald door deze partij. Voor de zomervakantie (april-mei) waren de politieke partijen druk in de weer met het bepalen van een standpunt over de rituele slacht. Er werd nagedacht in hoeverre grondrechten van mensen moeten wijken voor de grondrechten van dieren.

Grondrechten

Het bovenstaande is een voorbeeld van een discussie over de grondrechten, die telkens weer oplaait. In hoeverre moet de vrijheid van godsdienst wijken voor het welzijn van dieren? Tot waar geldt het non-discriminatiebeginsel (art. 1 Grondwet)?
Onder de grondrechten verstaan we de artikelen van de Grondwet van Nederland, waarin onder andere vrijheid van godsdienst en van meningsuiting zijn opgenomen. De Grondwet met daarin de klassieke grondrechten is bedoeld om de macht van de overheid in de te perken en de burgers te beschermen tegen de willekeur van autoriteiten. De laatste tijd komen de grondrechten echter steeds vaker ter discussie, wanneer bepaalde antidiscriminatie-strijders en emancipatie-voorvechters menen dat bepaalde groepen zich niet aan de geest van de Grondwet houden. Hoewel de Grondwet oorspronkelijk bedoeld is om burgers tegen de willekeur van de overheid te beschermen, wordt van bepaalde groepen met een beroep op de Grondwet geëist dat zij zich voegen naar de mening van de meerderheid.

Br. Bruinius heeft in DE BAZUIN het voorstel van de Partij van de Dieren inzake het verbod op de rituele slacht reeds getekend als een zoveelste aanval op de vrijheid van godsdienst (DE BAZUIN, jrg. 5, blz. 273 e.v.). En is het niet schrijnend dat terwijl men maar bezig is met het onverdoofd slachten, men zich geen tel bekommert om de abortus-praktijken? De rituele slacht ziet op een aantal duizend dieren per jaar, terwijl de abortusgevallen hiervan een veelvoud zijn.

Voorbeelden

We hoeven niet lang na te denken om dit voorbeeld aan te vullen tot een treurige rij. De inrichting van bijzonder onderwijs en de toelatingseisen voor docenten op dit onderwijs; de opstelling van de SGP inzake het toelaten van vrouwen op de kieslijst; het niet-verlengen van contracten van gewetensbezwaarde buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand die weigeren homohuwelijken te sluiten en ga zo maar door.

Hoewel de democratie door velen als dé meest zuivere staatsinrichting wordt geprezen, zien we in de bovenstaande voorbeelden de uitwassen van ons staatsbestel. In de parlementaire democratie worden volksvertegenwoordigers gekozen om de regering te controleren. De regering krijgt een mandaat om te regeren en beleid uit te voeren. Tegenwoordig is de regering een verlengstuk van het volk geworden, waarbij de wensen van de meerderheid van volk onmiddellijk uitgevoerd dienen te worden. De waarheid is de mening van de helft plus één.

Gelijkheidsdenken

De invulling van de democratie wordt mede bepaald door het gelijkheidsdenken. Deze opvatting gaat uit van het ideaal dat iedereen gelijk is: mens en dier, man en vrouw, homo en hetero. Het één verschilt niet van het ander. Het doel van het gelijkheidsbeginsel is het beschermen van minderheden tegen achterstelling. Er zijn geen groepen mensen, bv. met blond haar of blauwe ogen, die boven andere groepen staan. Er zijn geen betere of slechtere rassen mensen. In die zin kennen we de geschiedenis (bv. de Tweede Wereldoorlog) en zijn we geneigd dit gelijkheidsdenken positief te benaderen. Immers, niemand is van zichzelf beter of slechter vanwege huidskleur of afkomst.

Wat we in de praktijk echter maar al te vaak zien is dat mensen of groepen met afwijkende meningen worden beticht van discriminatie. Juist de vrijheden, zoals de vrijheid van godsdienst, vrijheid van vereniging, vrijheid van meningsuiting, van onderwijs, komen in het gedrang, omdat men meent dat iedereen gelijk is. Bijzondere scholen zijn dus niet nodig. Eisen aan de levensstijl of kerklidmaatschap van docenten zijn uit den boze, omdat iedereen gelijk is. Een andere opvatting, in Bijbels licht, over praktiserende homoseksualiteit wordt niet getolereerd, en wordt als discriminerend weggezet, waarbij zelfs strafrechtelijke vervolging niet wordt geschuwd.

Tolerantie van de intoleranten

Terwijl de grondrechten dus de minderheden moeten beschermen, is het tegengestelde steeds meer het geval. Terwijl juist verworven vrijheden bestaan om bijvoorbeeld eigen scholen te stichten, wordt dit steeds moeilijker gemaakt. De norm in onze democratie is de mening van de seculiere helft plus één; dát is de heersende moraal en daaraan moet iedereen gelijk zijn. Andere opvattingen behoren in de privésfeer, maar beslist niet in het publieke domein. Zo niet, dan is sprake van discriminatie. Zien we dat niet heel duidelijk in de standpunten omtrent homoseksualiteit? Een gewetensbezwaarde ambtenaar, die alleen een man met een vrouw in het huwelijk wil verbinden, wordt zo snel mogelijk de deur gewezen, want zijn mening is niet verdraagzaam. In feite is het echter een afwijking van de heersende moraal, en wordt de ambtenaar daarom de deur gewezen.

Neutraliteit

In dit beeld passen ook de oproepen om te komen tot een neutrale staat. Een overheid die zogenaamd geen keuzes maakt of voorkeuren heeft voor religieuze groeperingen. Frankrijk is hiervan een voorbeeld. Heel praktisch, en meestal ook slechts één van de paar aanwijsbare concrete voorbeelden, is het niet mogen dragen van godsdienstige uitingen als een kruisje of een hoofddoek. Deze uitingen worden ook verwezen naar de privésfeer. Echter, een neutrale staat bestaat niet, omdat de overheid wordt gevormd door mensen, die vanuit hun normen en waarden het beleid bepalen. Een neutrale staat, waarin geen godsdienstige uitingen naar voren mogen komen, betekent feitelijk een meer seculiere, een meer goddeloze staat, waarin Gods kinderen steeds meer in de verdrukking komen.

Verzet

En wat doen wij? En de overige “christenen” in breedste zin van het woord, bij wijze van spreken? En de verschillende kerkgenootschappen in Nederland? Wat doen die? Bart-Jan Spruyt, directeur van de Edmund Burke-stichting, en een rechts-conservatieve denker, vindt het onbegrijpelijk dat de kerken geen enkele vorm van bezwaar aantekenen. En op een bepaald punt heeft hij gelijk. Immers, Nederland heeft een rijke christelijke historie, met zelfs gereformeerde minister-presidenten en een groot, gereformeerd volksdeel. Maar wat is er van over? De kerken stromen leeg; politieke partijen met een christelijke achtergrond worden kleiner en kleiner. En veel christenen vinden “respect-voor-elkaar-hebben” toch wel de grootste deugd. Elkaar verdragen, ook al gaan bepaalde opvattingen en uitspraken rechtstreeks tegen Gods Woord in. Bijvoorbeeld in de zogenoemde kerkdienst ter gelegenheid van de Gay Pride in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam, waarin de Gay-Pride wordt vergeleken met een nieuw-Pinksteren(!).

En wanneer het gaat over de hierboven genoemde voorbeelden, dan blijft het inderdaad soms oorverdovend stil. Maar is het een taak van de kerk om hiertegen op te treden? Moeten synodebesluiten genomen worden over allerlei misstanden in de samenleving?

De taak van de kerk

Wij voor ons staan op het standpunt dat dit niet de primaire taak van de kerk is. Het is niet de taak van de kerk om in synodebesluiten uitspraken te doen over bijvoorbeeld “de democratische rechtsstaat” (PKN, “de kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling”, november 2009). De kerk moet Gods Woord brengen. Gods Woord, waarin van één fundamentele ongelijkheid sprake is, namelijk de tegenstelling tussen Gods volk en het volk van satan. En eigenlijk hebben we hier de kern van het probleem. Omdat de antithese niet meer wordt beleden, omdat de kerk aantrekkelijk wil zijn, omdat bij missionaire werkzaamheden een antithese niet prettig klinkt, dáárom gaat het van kwaad tot erger. Ook onder hen die zich christen noemen, wil men van een antithese niet weten.

Vanuit dat Woord moeten Gods kinderen worden opgewekt en aangespoord om de levensstijl, die toch geheel anders is als die van de mensen van de wereld, in praktijk te brengen. Vanuit de krachtbron van Gods Woord worden Zijn kinderen aangezet tot het zijn van leesbare brieven. Thuis beginnend, en op het werk, bij de studie, op de sportclub, om voor de naam van de HERE op te komen. Niet schaamtevol of schaapachtig over de eis van Gods verbond spreken, maar Gods Woord aan alle mensen voorhouden.

Gebruik makend van de mogelijkheden

En daarbij, we kunnen de krant lezen en van het nieuws hoofdschuddend schande spreken, maar in Nederland is er nog steeds een bepaalde vrijheid. We hoeven niet ontmoedigd te gaan zitten. Er zijn mogelijkheden om toch een overtuigd gereformeerd geluid te laten horen. Niet uit een activistisch drijven, niet op eigen kracht, maar om het Licht van de wereld niet onder de korenmaat te stoppen. Zoals bijvoorbeeld de gereformeerde vrouwenbond een aantal jaren geleden, die in de Tweede Kamer letterlijk heeft deelgenomen aan het publieke debat. Wellicht is het goed om op de bijbelstudieverenigingen te bespreken welke mogelijkheden er nog meer zijn. De mogelijkheid is bijvoorbeeld nog aanwezig om eigen scholen te stichten. Werkt u daaraan mee? We hebben nog vrijheid van (bijbelstudie)vereniging. Doet u dankbaar daaraan mee, ook in het nieuwe seizoen? DE BAZUIN kan nog verschijnen in het seculiere Nederland. Leest u mee?

Br. Bruinius schreef in zijn artikel over het onverdoofd slachten dat het een teken is van de eindtijd. En inderdaad, zo mogen we het zien. Het zijn Gods gerichten die over de wereld heengaan, de geschiedenis voort drijvend naar de Jongste Dag. En tot die tijd mogen wij, ook in een steeds goddelozer worden Nederland, Gods Naam belijden. Bidt u ook of de HERE zijn kandelaar ook voor de komende generaties in Nederland wil doen blijven staan? Totdat de Jongste Dag aanbreekt en alle mensen zullen zien dat God de HERE de enige, levende God is die voor Zijn verbondskinderen een plaats heeft bereidt op de nieuwe hemel en aarde.