Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het gedemocratiseerde gezag

Jaargang: 
1
Datum: 
14 feb. 2007
Nummer: 
6
Schrijver: 
P. Drijfhout
ID:
25
Rubriek: 


De woorden gezag en macht roepen ook vandaag nog steeds irritatie op. Volgens een woordenboek betekent gezag: aangeboren of verworven macht over anderen hebben. En door dat zinnetje “macht hebben over anderen” wordt heel de geschiedenis van onrecht en onderdrukking in de loop van de tijd voor het voetlicht gehaald: de slavenhandel, het fascisme, het communisme, Duitsland in de tweede wereldoorlog, Cambodja. Men kan dit met vele andere voorbeelden aanvullen. Gezag en macht zijn voor de tegenwoordige mens vloekwoorden. Gezag en macht zijn woorden uit het verleden. Het verleden dat zo vaak heeft laten zien dat door gezag en macht van enkelingen volkeren zijn uitgemoord, families en gezinnen zijn vernietigd. De woorden hebben door de praktijken uit het verleden een vreselijke nasmaak nagelaten.

Mensenrechten

Gezag en macht staan tegen over de persoonlijke vrijheden en maken veelal inbreuk op de rechten van de mens. De autonome mens aanvaardt alleen gezag wanneer dit via allerlei regels, die via onderhandelingen tot stand komen, duidelijk beperkt worden tot een vooraf bepaald terrein. Gezag is onderhandelbaar en is daarom geen vaststaande grootheid. Gezag verandert al naar gelang de afgesproken spelregels veranderen. En een gezagsdrager moet steeds op grond van de regels kunnen aantonen dat zijn gezag geldig is.
Het gezag is gedemocratiseerd, dat wil zeggen het gezag moet altijd rekening houden met de “zwakken” in de maatschappij. Zij hebben medezeggenschap! En de “zwakken” zijn dan die mensen die zich aan dat gezag moeten onderwerpen. De mens die vanwege zijn positie of status dit gezag moet aanvaarden en daar zelf niet voor heeft gekozen. Hij verkeert in een zwakkere positie en kan daardoor uitgebuit worden. Zijn grondrechten staan dus voortdurend onder druk. Deze “zwakkere positie” heeft dus bescherming nodig. Via onderhandelingen worden dan de rechten van deze zwakkere mens veilig gesteld. Er is dus altijd een strijd gaande tussen de macht van het gezag en de rechten van de personen die zich aan gezag moeten onderwerpen.
Gezag kent dan ook geen vaststaande normen. Deze norm wordt vastgelegd in de onderhandelingen. Een gezagsdrager moet steeds zijn macht kunnen aantonen en daarbij mag hij de rechten van degene waarover hij gezag oefent niet aantasten.

Gods Woord en menselijke vragen

En in deze wereld van veranderende gezagsnormen en gezagsverhoudingen komt onze Verbondsgod zijn gezag uitoefenen over mensen, zijn schepselen. Absoluut gezag! Door zijn geopenbaarde wil in zijn Woord.
In deze maatschappij is dat absolute gezag een vreemd verschijnsel geworden. In een wereld waar de zonde dood verklaard is, blijkt ook het gezag van de Schrift onderhandelbaar te zijn.
En dan denken we bij het dood verklaren van de zonden niet alleen aan werelds en christelijk humanisme, maar ook aan het overwinningsgevoel van de evangelische bewegingen. Deze menen dat een ware christen zijn zonden heeft overwonnen. Denk hierbij aan de discussie enkele jaren gelden over de plaats van Rom. 6 (met Christus gestorven en opgewekt), Rom. 7 (de betekenis van de wet) en Rom. 8 (het leven door de Geest) in het leven van een christen.
Ook God moet zich verantwoorden tegenover zijn schepselen, die in een afhankelijke minderwaardige positie hun rechten moet verdedigen. Hoe kan God van de vrouw vragen zich te onderwerpen aan haar man? Dit gezag, genormeerd aan de Schrift!, houdt geen rekening met de rechten van de vrouw. Zij heeft toch ook het recht zich in deze wereld verder te ontwikkelen? Hoe kan God van een homoseksueel vragen zich tegen zijn geaardheid te verzetten, terwijl hij als de zwakkere aan deze geaardheid toch niets kan doen? God gaat vanuit zijn liefde toch geen “onmenselijke” dingen vragen? Hoe kan God ouders gezag en macht geven over kinderen, die in de afhankelijke positie zich maar moeilijk kunnen verdedigen? Zie daarvoor de praktijk van kindermishandeling en seksueel misbruik.
Hoe kan een kerkenraad tucht bedienen en voor iemand het koninkrijk Gods via de tucht toesluiten, terwijl hij geen rekening houdt met het individuele geloof van de getuchtigde.

Door Christus gehandhaafd

Met deze vragen wordt de kerk elke dag geconfronteerd. Want het gezag van God en het gezag van de kerk en haar ambtsdragers wordt niet zonder meer erkend. In theorie kan dat gezag nog wel worden aanvaard, maar in de praktijk ligt dat ook in de kerk bij velen toch wat anders.
Wanneer Jezus Christus in Matth. 16 tot zijn discipelen zegt: “wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen”, zal een gereformeerde als leer aanvaarden dat dit vandaag uitgeoefend wordt door de oudsten, de ouderlingen in de kerk. Maar bij toepassing in de praktijk blijkt dit veel problemen te geven. Wanneer Paulus in Ef. 6 tot de kinderen zegt dat zij hun ouders gehoorzaam moeten zijn, en in het vijfde hoofdstuk de vrouw opgedraagt onderdanig te zijn aan haar man, ondervinden we dezelfde problemen. En elke zondag worden we geconfronteerd met de wet van onze God met daarin het “Gij zult....” en we zien in veel kerken dat in de praktijk de wet minder belangrijk gevonden wordt in het Nieuwtestamentische leven met Christus.
Maar Christus handhaaft de wet volledig. Hij plaatst haar zelfs in het daglicht van Gods werkelijke bedoeling. Als tweede Adam heeft Christus de wet volledig gehouden. Zijn verzoeningswerk, ook in het vervullen van de wet, doet niets af van de eis van God dat wij als zijn verbondskinderen gehoorzaam moeten zijn. Juist de wet doet ons onze ellende kennen en werpt ons vanwege onze ontdekte zonden terug op het verzoeningswerk van Christus.
Maar voor de moderne mens met zijn verworven vrijheden en autonomie is deze goede wet een struikelblok.

Wat is WAARHEID?

Uit alles blijkt dat de invloed van de wereld met haar moderne invulling van gezag en macht zijn invloed ook laat gelden in de kerk, in haar belijden en in haar christelijk leven.
Het gevaar van de democratisering van het gezag vinden we ook terug in de uitleg van de Schrift. Het gezag van het Woord wordt ondermijnd door de interpretatie van het individu, die zich maar niet wil onderwerpen aan dat Woord. Daarbij heeft het individu vanuit zijn mensenrechten recht op zijn eigen invulling, zijn eigen beleving. En dat recht mag de mens niet ontzegd worden. De WAARHEID wordt daardoor afhankelijk gesteld van het individu, die vanuit eigen achtergrond en karakterkenmerken en andere context anders mag en kan denken dan een ander. Zijn kennis en ervaring is bepalend voor zijn interpretatie. De waarheid is daarbij ontdaan van zijn norm, de Schrift.
Deze autonome mens met zijn eigen waarheid, vaak gebaseerd op gebrekkige, onvolledige eenzijdige kennis en zijn autoritair gevoel, gaat aan de kerkdeuren niet voorbij.

Gij geheel anders

Er wordt geklaagd over gebrek aan leiders, maar is de mens daar niet zelf de oorzaak van, omdat de mens het gezag van deze toch niet willen erkennen vanwege zijn autonoom denken?
We zullen ons ernstig moeten afvragen hoe het staat met onze belijdenis, dat Gods Woord ook vandaag over ons leven gezag heeft. Zie hiervoor NGB art. 3:

    Het Woord van God is niet voortgekomen uit de wil van een mens, maar dat mensen, door de Heilige Geest gedreven, van Godswege gesproken hebben,

met verwijzing naar 2 Petr. 1:21, en NGB art 5:

    Wij ontvangen al deze boeken (de Schrift)... als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee ter bevestigen.

Wij geloven en belijden dus dat wij ons zonder voorbehoud zullen onderwerpen aan hen die de HEERE over ons gesteld heeft. Dat gezag erkennen is in deze gedemocratiseerde wereld op zich al een geloofsdaad!
Dat betekent, ook wat betreft de uitoefening en de erkenning van het gezag, dat wij ons af moeten keren van de wereld en deze dwaling. Het ‘Gij geheel anders’ want wij hebben Christus leren kennen! (Ef. 4:20) is een geloofsbelijdenis die we door onze nieuwe levenswandel ook zichtbaar moeten maken. Willen we dat wel? Moeilijk? Zeer zeker, maar wij hebben een sterke Held aan onze zijde, die ons als Helper nooit in de steek laat. Ook niet in onze strijd tegen satan, de wereld, de valse kerk en onze oude mens.

Eenzijdig? Misschien wel, maar een gewaarschuwd man geldt voor twee!