Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Evangelieprediking in de moderne samenleving (3)

Jaargang: 
3
Datum: 
23 sep. 2009
Nummer: 
31
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
548
Rubriek: 

In de vorige hoofdartikelen hebben wij uitvoerig aandacht gegeven aan de koers in de theologische opleiding van de aanstaande predikanten in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt inzake het onderwijs over de vorming van missionaire gemeenten. Die koers is een dwaalweg, die niet alleen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in de komende jaren steeds verder zal afvoeren van Schrift en belijdenis, maar die ook in de Christelijke Gereformeerde Kerken zal doorwerken, waar dr. Paas de functie heeft van
evangelisatieconsulent en gemeentestichter in Amsterdam.
We spreken grote woorden, wij zijn het ons bewust. Maar wij zullen er rekenschap van geven in dit artikel. Daar hebben we wel heel wat ruimte voor nodig. De boodschap van de Schrift over dit onderwerp is namelijk zeer rijk.


Schriftgebruik?

Paas wil de moderne mens bereiken met het evangelie. Dat is ook de roeping van elk christenmens. Maar dan komt het er wel op aan welk evangelie dan uitgedragen wordt in de wereld. Paas is op zoek naar een Nederlands evangelie, zo laat hij ons weten. Immers, de kerk kan volgens hem alleen dan aansluiting vinden bij de wereld wanneer zij haar drempel verlaagt en haar cultuur drastisch verandert.
Paas meent voor zijn programma van evangelieverkondiging zich op de Schrift te kunnen beroepen. Het zijn vooral twee Schriftplaatsen die hij daarvoor heeft gevonden. De ene is Johannes 20: 21:

    Jezus dan zeide nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.

Dat 'gelijk' in het gezonden worden van de discipelen zou volgens hem betekenen dat zij in hun wereldmissie op de eerste plaats in navolging van Christus solidair moesten zijn met de armen en zieken en verdrukten. Dat is volgens hem nog steeds de roeping van de kerk met betrekking tot de evangelieprediking in de wereld, ook al vraagt dat zelfverloochening en het brengen van offers.
Daarvoor verwijst hij naar Filip.2, maar wij worden opgeroepen dezelfde gezindheid te hebben als de Heere Jezus Christus had. Hij heeft Zich vernederd en is een dienstknecht geworden. Zo moet de kerk, zo moeten de christenen zich vernederen om de moderne mens te kunnen benaderen.
Tegenover dit Schriftgebruik moeten wij opmerken dat de Heere door middel van Zijn apostel de gemeente vermaant om als kerkleden eensgezind te zijn en nederig. Dat is heel duidelijk de boodschap van de Schrift inzake de kerk als gemeenschap der heiligen, namelijk dat wij onze gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde gebruiken, Catechismus Zondag 21.
De uitleg van Paas is dan ook niet meer dan inlegkunde, iets in de tekst er instoppen en het er dan triomfantelijk uithalen als bewijs voor eigen gelijk.
Ook de exegese van Johannes 21 lijdt aan datzelfde euvel. Want om de betekenis van de zending van de kerk, de eeuwen door, tot de evangelieprediking in de wereld te kunnen peilen is het allereerst nodig te zien wat de betekenis is van de zending van Christus. Immers, de Heere zegt dat Zijn zending zich voortzet in die van De zijnen. Die u ontvangt, ontvangt Mij, die u hoort, hoort Mij; die u verwerpt, verwerpt Mij.
Het komt er dus op aan na te gaan in de Schrift wat de zending van de Heere Jezus Christus inhoudt.

Zending en zending

Steeds weer heeft de Heere Jezus Christus uitgesproken dat Hij door de Vader gezonden is. Met name in het evangelie van Johannes is daarover heel veel te vinden.
De HEERE heeft het doel van het zenden van Zijn Zoon meteen na diens geboorte bekendgemaakt door Zijn profeet Simeon:

    Luk.2:34 En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israel en tot een teken, dat weersproken wordt.

Dat betekent dat Hij in de wereld de antithese openbaar maakt. Let wel: niet de antithese in het leven roept, maar die bestaande antithese zichtbaar maakt. De overleggingen van de harten worden door Hem openbaar gemaakt.
Dat doet Hij nu door Zijn getuigen. Dat mogen wij zijn. Vandaar dat wij vermaand worden:

    Ef.5:11-12 En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht.

Dat ontmaskeren gebeurt door iemand zijn zonden voor te houden.
Hij liet door Zijn apostel Petrus schrijven, dat dezelfde Christus de hoeksteen is van zijn kerk, maar ook een steen waaraan mensen zich stoten en een rots waarover men struikelt, 1 Petr.2:7.
Daarom heeft Hij Zijn discipelen en daarmee ook ons er telkens op gewezen dat Hij gekomen is om vuur op de aarde te werpen. En ook:

    Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen, en wie zien, blind worden, Joh.9:39.
    Johx.3:19 Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.

Zo is de Heere Jezus Christus de wereld tegemoet getreden:

    Joh.7:7 U kan de wereld niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van haar getuig, dat haar werken boos zijn.

En Hij heeft toen meteen Zijn discipelen gezegd dat dat voortaan hun taak zal zijn in de wereld en dat zij om die reden evenzeer moeten rekenen op de haat van de wereld.
Voor Pilatus betuigde hij:

    18:37 Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.

Dat is de zending van de Heere Jezus Christus. Dat is dus ook de zending van de discipelen, de inhoud en het karakter van de evangelieprediking in een moderne wereld.
Natuurlijk verliezen wij niet uit het oog dat het werk van Christus ook is tot een opstanding, zoekende wat verloren was, bewarend de gegevenen door de Vader, zijn leven gevend voor de Zijnen.
Hij werkt dus naar twee kanten:

    Openbaring 22:11 Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.

Wie dan ook de evangelieprediking beperkt tot solidariteit met zieken en armen en onderdrukten, wie alleen maar één kant van het evangelie brengt - die is ongehoorzaam aan de zending door Hem gelijk Hij gezonden is.

Ons verstand geopend

De kerk moet in alle eeuwen het werk van Christus voortzetten door op te roepen tot bekering. Daarmee is niet pas een begin gemaakt in de tijd van het Nieuwe Testament - nee, heel de Bijbel staat er vol van. Dat heeft de Heere Jezus Christus Zelf gezegd:

    Luk.24:44-48 Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.
    Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.
    En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden,
    en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.
    Gij zijt getuigen van deze dingen.

Dat was op de eerste zondag van Zijn opstanding. Hij had al aan de Emmaüsgangers de Schriften uitgelegd. Nu kregen ook de discipelen dat onderwijs. Wat een rijkdom: de Zoon van de Vader, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft aan Zijn discipelen Hem verklaard, letterlijk: geëxegetiseerd! De Emmaüsgangers kregen die Schriftverklaring op die manier tweemaal.
Hij opende hun verstand. Dat is de Goddelijke werking waardoor zij de Schrift begrepen en aanvaardden. Dat is nog altijd de werking van de Heilige Geest, het getuigenis van de Heilige Geest.
In heel de Schrift staat dus geschreven dat er gepredikt moet worden bekering tot vergeving van de zonden.
Dat staat geschreven in de vijf boeken van Mozes: de geschiedenis van de kern van het paradijs af aan, de inrichting van de ceremoniële dienst, de geschiedenis van de richters en van de koningen; het staat uiteraard ook in de psalmen en in de profeten. In de hele Bijbel gaat het om de evangelieprediking: de bekering tot vergeving van zonde.
Het is niet mogelijk in deze artikelen uit te werken hoe het inderdaad ook in het Oude Testament gaat over Christus' lijden en opstanding en de evangelieprediking tot bekering. Wij noemen alleen de profetieën van Jeremia, de profeet voor de volken en verder:

    1 Kron.16:8 Looft de HERE, roept Zijn naam aan, maakt onder de volken Zijn daden bekend.
    Psalm 67: opdat men op aarde Uw weg kenne, onder alle volken Uw heil.
    Dat de volken U loven, o God; dat de volken altegader U loven.

Meteen al op die eerste Pinksterdag komt de oproep tot bekering tot Israël. Maar dan gaat die roep ook uit tot de heidenen.
Telkens en telkens vinden wij die oproep in het boek Handelingen, in de geschiedenis van de gang van het evangelie van Jeruzalem naar Rome, het centrum van het Romeinse Rijk.
Er staat zoveel hier over in het Nieuwe Testament, dat ik maar een enkel voorbeeld kan geven.

Prediking van bekering tot vergeving van zonden

In het boek Handelingen vinden we telkens weer in het kort aangegeven wat de kern van de evangelieprediking van de apostelen is geweest. Dat was inderdaad de oproep tot bekering.
Dat begon al op de eerste Pinksterdag toen Petrus de hoorders opriep zich te bekeren. Dat is ook de boodschap voor de heidenen.
In Lystra riep de apostel de mensen, die aan hen offers wilden brengen, op om zich te bekeren van dit 'ijdel bedrijf'. En bij zijn afscheid van de ouderlingen van de kerk te Efeze heeft Paulus zijn arbeid samengevat als volgt:

    hoe ik niets nagelaten heb van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuis, Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus, 20:19-20.

Dat was immers overeenkomstig zijn roeping. Hij heeft in zijn verdediging voor Agrippa over zijn roeping verteld dat de Heere Jezus Christus tot hem gezegd had:

    de heidenen, waarheen Ik u zend, om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij, 26:18.

En zijn rede op de Areopagus loopt uit op de oproep tot bekering:

    God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen;
    omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken.

En ten onrechte wordt zijn karakterisering van die heidenen vrijwel altijd vertaald met ‘alleszins godsdienstig’. Maar in feite staat er: het dienen van de demonen, de afgoden. Daarin waren zij inderdaad heel ijverig. Maar daarvan moeten zij zich totaal bekeren!
Ook in zijn brieven komt het thema van de bekering telkens weer terug.
Aan de Tessalonicenzen:

    Want zelf verhalen zij van ons, hoe wij bij u ontvangen zijn en hoe gij u van de afgoden tot God bekeerd hebt, om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn, 1:9-10.

En aan de Korintiërs:

    Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen, 2 Kor.5:20.

Ook Petrus spreekt daarvan in zijn toespraak tot Cornelius en de zijnen:

    Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden, Hand.10:42.

Dat evangelie van bekering tot vergeving van zonden is het door God gegeven evangelie, dat gepredikt moet worden. Pas wanneer dit evangelie is gepredikt aan alle volken zal de Heere Jezus Christus wederkomen, Matt.24:14.

Dood in de zonden

De HEERE heeft door Zijn apostel Paulus in diens brieven meermalen laten zien van waaruit de mens zich moet bekeren. De evangelieprediking toont hen wie ze zijn:

    Ef.2:12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.
    Ef.4:17 Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken.

Paas echter vindt dat een verouderd concept. De overtuiging dat de mens altijd dezelfde is gebleven, namelijk van nature geneigd God en zijn naaste te haten en dat het evangelie nu eenmaal niet 'naar de mens' is wordt door hem weggezet als een stereotiep mensbeeld. “Alsof er geen echte veranderingen mogelijk zijn in het mensbeeld. Alsof de mens van de eenentwintigste eeuw dezelfde is als die van de eerste, de twaalfde of de zeventiende eeuw”, 95.
Hij heeft dat al in 2001 geschreven, maar ik heb nergens gelezen hoezeer hij daarmee in strijd komt met Schrift en belijdenis. Ook is deze afwijking van Schrift en belijdenis niet opgevoerd door de bezwaarde predikanten, die opriepen om zijn benoeming ongedaan te maken.
Toch is het voluit een ernstige dwaling. De gereformeerde belijdenisgeschriften zijn hierin heel duidelijk, de Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en met name de Dordtse Leerregels.
In dit laatste belijdenisgeschrift wordt het zelfs een heel hoofdstuk aan gewijd onder de titel: De verdorvenheid van de mens en zijn bekering tot God.
Ook van de moderne mens geldt wat in artikel 1 van datzelfde hoofdstuk staat, dat de mens over zich heeft gehaald wat zijn verstand betreft: blindheid, verschrikkelijke duisternis en een onbetrouwbaar en verdorven oordeel; en verder wat zijn hart betreft: slechtheid, opstandigheid en hardnekkigheid en in al zijn verlangens onzuiverheid.
En in artikel 3 belijden wij over dezelfde mensen: zij willen noch kunnen terugkeren tot God en evenmin kunnen zij in hun verdorven natuur verbetering brengen of zich daar op richten, zonder de genade van de Heilig Geest, die opnieuw geboren doet worden.
En in de veroordeling van de dwalingen 4 van de Remonstranten staat te lezen: “De mens die niet opnieuw geboren is, is eigenlijk niet helemaal dood in de zonde”.
De bewering van Paas is dus gewoon remonstrants.
Van veel Schriftplaatsen noemen we alleen nog:

    Ef.2:1-2 gij waart dood door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid.

.

Verouderd?

Paas meent dus dat het mensbeeld nu heel anders is dan eeuwen geleden.
Maar wij moeten ons realiseren dat de HEERE al lang van tevoren ons de weg heeft gewezen in deze moderne tijd. Hij, Die het heden kent en de toekomst overziet en van Zijn woorden geen ter aarde doet vallen, heeft een beschrijving gegeven van de zondige mens in àlle eeuwen, ook dus van de mens in onze moderne tijd.
We lezen dat in 2 Timotheüs 3. Daar wordt ons getekend de mens zonder God. Zij zijn liefhebbers van zichzelf - dat is de geest van het humanisme. Zelfzuchtig en pochers - dat is: trots op zichzelf en eigen prestaties. Geen eerbied voor God of gebod - dat is: hun eigen wil is wet, ze willen vooral geen gezag boven zich hebben. Meer liefde voor genot dan voor God.
Zo is de geseculariseerde mens.
Zo is het begonnen in het paradijs toen de mens in zonde viel. En nog altijd is dat de verzoeking van satan, die de eerste mens ertoe bracht niet naar de HEERE te luisteren, maar zelf te beslissen wat goed en kwaad is.
Zo is het begonnen. Zo is het nog altijd. Er is geen sprake van een verouderd concept. Ja, wij kennen de uitvlucht: de oude antwoorden van vroeger passen niet meer in deze moderne tijd. Maar het oude en steeds weer nieuwe antwoord is dat Paulus aan Timotheüs schreef: blijf bij wat u geleerd is.
Een prachtige Schriftverklaring over 2 Timotheüs 3 heeft J. Kamphuis gegeven in zijn Godsvrucht – een kracht met de ondertitel: antwoord aan de secularisatie.
Is de moderne mens dus dezelfde als die van vroegere tijden? Ja en nee.
Ja - zoals we hierboven uiteenzetten.
Nee – in zoverre de ongerechtigheid wordt vermenigvuldigd omdat de liefde verkilt, Matt.24:12. Immers, zonde baart zonde. Daarin werkt de hand van God, Die zondaren overgeeft, Rom.1. Hij zendt een kracht van dwaling, omdat zij de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden, 2 Tess.2:11.
Daarom temeer is er maar één evangelie: dat van de oproep tot bekering tot de levende God in Christus.
Steeds wordt dan ook door de apostelen de nadruk gelegd op de ernst van de oproep tot bekering. Immers, Christus komt om te oordelen!
Ik herinner mij uit een rapport van zendeling J. Klamer, dat inwoners van een naburig dorp bij hem kwamen en hem toeriepen: Wij hebben gehoord dat Christus komt om te oordelen, maar wij hebben geen eigen zendeling om ons de weg tot behoud te wijzen!

Doden worden levend

Paas meent dus dat een andere methode beslist nodig is in deze moderne tijd. Maar het gaat allereerst om de inhoud van de boodschap. De gemeente van nu heeft geen nieuwe methoden nodig voor haar getuigenis in de moderne wereld, maar de boodschap van bekering. Het is geen zaak van communicatie, maar van geloof in de Schrift.
Hoe kan de mens, die onverzoend met God verder leeft, die vijand van God is, zoals de HEERE ons laat zien, geraakt worden, tot leven gebracht, omgekeerd worden? Hoe kan een mens die dood is in zonde en misdaden tot leven worden gebracht? Immers,

    een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is, 1 Kor.2:14.

Kon de dode Lazarus (al drie dagen), levend gemaakt worden? Toch gebeurde dat. Maar dat kon alleen door het machtswoord van Christus. Doden horen niets meer, maar het Woord van Christus riep Lazarus tot leven.
Geloven wij nog in de kracht van het Woord van God?
Opmerkelijk wat dr. M. Lloyd-Jones eens schreef. Hij was arts en werd predikant in Londen. Daar gaf hij zich met grote kracht aan het werk van de evangelisatie, door zijn prediking en door zijn boeken. Maar dat deed hij op Schriftuurlijke wijze. Hij heeft zich duidelijk gedistantieerd van de befaamde Billy Graham, toen deze in Engeland een grootse evangelisatiecampagne hield, omdat hij van mening was dat daar niet het evangelie van de Heere Jezus Christus verkondigd werd. Dat werd hem toen hoogst kwalijk genomen.
Hij vertelt dat het eerste wat de dokter aan zijn patiënt vraagt is, wat zijn bezwaren zijn en welke symptomen er zijn. Zo probeert hij de ziekte op te sporen.
De prediker daarentegen heeft niet te maken met de persoonlijke omstandigheden van degenen tot wie hij zich richt. Hij weet dat alle mensen aan dezelfde ziekte lijden: aan de zonde. De taak van de predikant is niet zich bezig te houden met de symptomen van ieder persoonlijk, maar hij moet de eigenlijke ziekte behandelen. In feite heeft hij te maken van de toestand van allen, namelijk dat zij dood zijn.
De mens is van zichzelf zondaar, vijand van God en leeft dan ook in zonde. Daarom hebben wij de opdracht om Gods Woord duidelijk en helder uit te dragen. Eenvoudig, maar niet vereenvoudigd (het evangelie op een (vierkant) stuivertje!).
Nog steeds moet de oproep klinken: laat u met God verzoenen. En daarbij moeten vooral geen lokmiddelen worden aangewend, zoals het beloven van echte relaties (Paas), of andere levenshulp. Die belooft HEERE wel. Maar eerst moet er bekering komen tot de levende God.

Drempel

Drempels hebben hun eigen functie. De drempel van de kerk betekent de scheidslijn tussen kerk en wereld. Drempelverlaging betekent dat de kerk vriendelijker wordt voor de buitenstaander, meer consumentgericht. Maar het betekent altijd dat de zaken waar het over gaat worden vereenvoudigd. Vooral geen moeilijke woorden of kerktaal.
Over het algemeen komt die roep om drempelverlaging niet van de kerkgangers, maar van de voorgangers. En nu dan vooral van de opleiders, die door hun onderwijs willen bevorderen dat er missionaire gemeentes worden gevormd en zelfs nieuwe gemeentes gesticht.
Ook in de Canadese kerken zijn deze vragen aan de orde. In het blad dat binnen de Canadian Reformed Churches verschijnt, Clarion, schreef ds. Cl. Stam er over (in het nummer van 22 mei 2009). Hij waarschuwt tegen deze ontwikkeling die de zuivere eredienst aantast. Zijn conclusie is dat in de erediensten de hele gemeente wordt aangesproken als lichaam van Christus. Het doel van de eredienst moet altijd zijn en blijven de eer van God Naam en de aanbidding van Hem Die Zijn gemeente samenbrengt en beschermd en onderhoudt.
Ook in Canada moet dus tegen deze afwijking van Schrift en belijdenis gewaarschuwd worden.

Er is nog een ander onderdeel van het betoog van Paas te bespreken, namelijk de aanpassing van de cultuur van de kerk aan de cultuur van de wereld. Ik hoop daarover in de toekomst nog enkele artikelen te kunnen schrijven, waarin dan met name aan de orde zal komen wat dr. K. Schilder schreef over Christus en cultuur. Maar ik moet daar nu van afzien, anders wordt deze serie te lang. Maar wat in het vat zit, verzuurt niet! Tenminste: zo de HEERE wil!