Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Erf en Einder 190

Jaargang: 
2
Datum: 
09 jan. 2008
Nummer: 
1
Schrijver: 
H.P. de Roos
ID:
205
Rubriek: 



Vrijheid, gelijkheid en broederschap

In het land van liberale tolerantie is alles mogelijk, behalve eerbied en ontzag voor de God van hemel en aarde. Een partij, die, hoe dan ook, die eerbied wel opbrengt wordt gediscrimineerd door wederrechtelijke inhouding van subsidie, zo is nu door de Raad van State vastgesteld. De civiele rechter heeft niet naar wet en recht gehandeld, maar naar de wil van het slechts in schijn zeer tolerante volk. Want zij, die de democratie om hals willen brengen zullen nog steeds alles op haren en snaren zetten om de regel van Rousseau toe te passen. Deze luidt:

    Het maatschappelijk verdrag houdt stilzwijgend de verplichting in, die als enige de andere dwingend kan maken: dat al wie zal weigeren te gehoorzamen aan de algemene wil, er door heel het lichaam toe gedwongen zal worden. Dit betekent niets anders dan dat men hem zal dwingen vrij te zijn (Jean-Jacques Rousseau. Le contrat social. In de vertaling van een juridische vakgroep van de Universiteit van Tilburg. Het Spectrum 1977, blz.27).

Deze revolutionaire nonsens vindt zijn steun in de Volkskrant, het NRC/Handelsblad en de partij voor vrijheid en democratie (alleen van de meerderheid dan zeker!): de VVD. En ook de Haagse rechtbank heeft deze dwangregel van Rousseau toegepast, het ‘recht’ van de meerderheid. Zodanig dat zelfs tegenstanders van de SGP opschrikken en zeggen: maar hier wordt de democratie aangetast, het bestaansrecht van minderheden in het algemeen. God geve dat dit een heilzame schrik is.

Verwoesting

Dit onrecht is nauwelijks duidelijk geworden of de geest van de tijd heeft iets nieuws gevonden: de Bijbel en de Koran naast elkaar aan het volk voor te leggen als twee gelijkwaardige instellingen, die met elkaar tot één broederschap moeten worden aaneengesmeed.
In het boek Daniël wordt geprofeteerd van ‘de gruwel der verwoesting’, die in Jeruzalem de tempeldienst zal verontreinigen met Griekse afgoderij, de absolute tegenstelling van de dienst aan de God van hemel en aarde. In het Nieuwe Testament haalt Jezus deze passage aan om te waarschuwen voor hetgeen nogmaals over Jeruzalem en haar tempel komen zal: de gruwel der verwoesting. De Romeinen zullen die tempel geheel verbranden, zodat geen steen op de andere gelaten zal worden. En vandaag de dag staat op diezelfde plaats de mohammedaanse tempel, de moskee. Is er groter gruwel van verwoesting denkbaar? Maar in Nederland zet men ze naast elkaar, als gelijkwaardige gebouwen, niet om te kiezen naar wat men verlangt, maar als een monument van verbroedering van het tegengestelde.
Dat is de gruwel der verwoesting in het eertijds gereformeerd geregeerde Nederland.

Zegen en vloek

De benoeming van bisschop Eijk van Groningen tot aartsbisschop van Utrecht is voor journalisten reden om zijn verleden nog eens op te halen, dat eind vorige eeuw nogal omstreden was. Het ND ziet ook in de toekomst en schrijft:

    Dat aartsbisschop Eijk tot zegen mag zijn voor dit zo van zijn geloof gevallen land. Dat moge de bede zijn van de hele Nederlandse christenheid, welke fundamentele verschillen van inzicht haar verder ook gescheiden wegen doen gaan.

In deze zegenwens vallen twee dingen op: ‘van zijn geloof gevallen land’ en: ‘de hele Nederlandse christenheid’, wat dat dan ook zijn moge. Het geloof van deze bisschop werd reeds in de 16e eeuw door ons land vervallen verklaard en wat nu nog christen heet draagt die naam veelal niet terecht meer. Waarop roept nu PAB Gods zegen dan in? Op de terugkeer van Nederland tot het roomse geloof? Men kan toch moeilijk van aartsbisschop Eijk verwachten dat hij ons land tot het ware geloof zal doen terugkeren. Als PAB reeds met deze ondoordachte wens de verwarring teweegbrengt, wat zal dan de ‘christenheid’ nog bidden? Dan kan Zondag 45 HC wel in het geding worden gebracht, maar die belijdenis stuit toch af op de oecumenistische geest van deze tijd. Het RD memoreerde het nog eens:

    In een wereld waarin religie vooral moet dienen om mensen een goed gevoel te geven, wordt steeds meer gezocht naar hartelijke overstemming (overeenstemming?), waardoor de leerverschillen naar de achtergrond verdwijnen. Binnen behoudende protestantse kringen, die zich vanouds bewust waren van de gevaren van Rome, is er de laatste jaren sprake van een groeiende sympathie voor rooms-katholieke medechristenen. De pennenvruchten van bijvoorbeeld kardinaal Simonis vonden aftrek in de gereformeerde en de evangelische wereld. Zij ervoeren met hem de oecumene van het hart.

Want tot hetgeen ‘God behaagt’ behoort zeker niet de roomse afgoderij; zij is veeleer door Hem vervloekt (antwoord 80 HC). En dat is wel het grootste ‘fundamentele verschil’, niet ín, maar tegenóver de Nederlandse wáre christenheid. Oecumenistische journalistiek verloochent dit fundamentele verschil en de roeping tot het leiderschap. Om het met Bergwerffs eigen woorden te zeggen:

    Het leven is één, de boodschap van Gods Woord is één. In het leven èn in de Boodschap-ten-leven hangen alle onderdelen ten nauwste met elkaar samen. Dat stelt grenzen aan de gereformeerde journalistiek. Het bepaalt echter tegelijkertijd haar breedte en haar ruimte: zij mag profeteren van de volle raad van God op elk levensterrein. Dat mag haar kracht zijn. (P.A. Bergwerff: De Standaard voor en tijdens de Doleantie. In: Doleantie–Wederkeer. Haarlem 1986, pag. 299-334).

Trouw aan die profetische opdracht vereist scherp zicht op de hedendaagse verhoudingen in de kerk en hun invloed op politiek en samenleving.