Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Erf en Einder 169

Jaargang: 
1
Datum: 
07 feb. 2007
Nummer: 
5
Schrijver: 
H.P. de Roos
ID:
19
Rubriek: 



Citaat W. Meijer Sr.

    In de crisistijd van onze eeuw ziet men nu het nieuwe - het benauwende nieuwe -, dat 't moet hebben van de normloosheid, de anarchie, de hiërarchie, de wetteloosheid, het absolutisme, het relativisme, de tolerantie, de onverdraagzaamheid - waarden, die elkaar buiten de poort schijnen te sluiten van deze nieuwe stad. maar die in wezen voort komen uit dezelfde bron: totale afval, radicale hoogmoed.
    Men gaat dus niet terug naar de oude waarden om daarin herstel te zoeken van een werkelijke of vermeende ziekte van de cultuur, van een ziekte van de Staat, van de ziekte van een dodelijk verwarde Kerk.
    Men gaat de normen overboord werpen, men gaat zíchzelf de wet stellen en zo verschijnt de mens van de eindtijd, de mens der wetteloosheid, de autonome, trotse, wrede. Geen normen meer ín de kunst – misschien nog wel om te benaderen, maar niet meer om er naar te oordelen. Geen normen meer in het zedelijk leven, geen normen meer in het staatkundig leven, geen normen meer in de omgang der sexen. De normen liggen in de feíten. Wat vandaag goed wordt genoemd heet men morgen met een gerust hart verkeerd. Normloosheid brengt direct mee als vrucht gewetenloosheid, en dat in de letterlijke zin van het woord. Goed, zei Hitler, is dàt, wat goed is voor het Duitse volk.
    Los van de wetten in de staat, los van de belijdenis in de Kerk daardoor in wezen los van de schrift in het leven van alle dag. Belofte heet geen belofte meer en een eed mag men geen eed meer noemen - althans niet in de absolute zin, die het woord heeft. Het relativisme, dat álles betrekkelijk stelt, viert hoogtij en de tolerantie, de verdraagzaamheid is één van de goden van de tijd - totdat we plotseling worden opgeschrikt door het niet te loochenen feit, dat de verdraagzaamheid een verbond aangaat met de onverdraagzaamheid in uiterste consequentie, een verbond, waarin één de radicale leiding opeist en ook verkrijgt: de onverdraagzaamheid. En ondertussen krijgt het ongeloof, dat toch nog a1tijd ongeloof heette en dus negatief stond in zijn hóuding ten aanzien van de waarheid, een legitieme plaats.
    Aan het einde van deze 'oude' tijd, bij de aanvang van deze 'nieuwe’ tijd zullen onze kinderen leven. Ja, we kunnen wel veilig aannemen, dat ze al leven in een nieuwe tijd, waarin de ontkerstening haar beslag krijgt.

Deze voorspelling, benauwend zeker uitgekomen, 40 jaren nadat zij geschreven werd, is te lezen in De Reformatie, 40e jaargang, 17 oktober 1964, bladzijde 17. Meijer kón profetisch zijn in heel zijn schrijven en spreken. Wie hem gekend heeft – en hoeveel heeft schrijver dezes niet aan hem te danken! – betreurt nog steeds het ontbreken van dergelijke voorgangers in onze nieuwe eeuw. De Here heeft ze ons niet gegeven, dus zullen wij het zelf moeten doen: naspeuren, onze voorgangers gedenken, hun geloof navolgen en de politieke en maatschappelijke ontwikkeling zien in het licht van wat toen is gezegd. De troost daarbij is, dat Gods Woord in al die decennia niet is veranderd, zodat het nog, evenzo als het hún voeten heeft verlicht, ook ons tot licht op ons pad is.

Stuifzand

Het ND had op zekere voorpagina als belangrijkste nieuws wat opgewonden geluiden uit de CNV-jongeren, als daar zijn:

    Het CNV moet weer nadrukkelijk durven spreken over de waarde van het geloof. ,,De tijd is voorbij dat je op zondag gelooft en op maandag je gang weer gaat'', zegt voorzitter Klaas Pieter Derks van CNV Jongeren.
    Levensovertuiging heeft een sterk verbindende rol in onze samenleving. Ook op de werkvloer moet ruimte zijn om je geloof te belijden, voor christenen en andersgelovigen.''
    ,Ze zijn op zoek naar hun identiteit, willen laten zien wat hen drijft en welke rol het geloof daarbij speelt. Het CNV moet deze leden hierbij helpen en weerbaarheid leren.''

    Ik zei: opgewonden geluiden. Want ik vrees, dat het een storm in een glas water is. Zondag en maandag niet scheiden, levensovertuiging verdedigen, weerbaarheid leren: het klinkt allemaal veelbelovend, als kwam de tijd van generaal Abraham Kuyper weer terug. Maar als het doel daarvan niets anders is dan het hervinden van eigen identiteit, dan is het maar wat los zand, stuifzand, dat wegwaait als de winden komen. Het klinkt teveel naar een Amerikaans revival dan dat de serieuze ondergrond van het werk van de Heilige Geest, die door het Woord spreekt, daarin is te vinden. Het is een navolgen van weer een nieuwe waan van de dag, in het tegenwoordige Nederlands ‘hype’ geheten. En dat mag. Er is geen liberalistische intolerantie die dat tegenhoudt. Maar het suizen van de zachte koelte, waarin de Geest werkzaam is, wie zal het horen?

Partijbelang

De pers berichtte dat het bestuur van de ChristenUnie de heer Rouvoet wil behouden voor de Tweede Kamer:

    ,,Het beeld van de partij bij de buitenwacht wordt sterk bepaald door Rouvoet. Dat gezicht wil je vasthouden’’, aldus partijvoorzitter Peter Blokhuis.

Het beeld van de partij wordt aldus bepaald door de kleingeestigheid van het partijbelang. Als Rouvoet bekwaam wordt geacht om een ministerspost te vervullen, mag de partij dan zeggen: wij willen hem liever houden, want hij is ons gezicht, ons boegbeeld, onze etalagepop, die kiezers trekt? De kiezers zullen veeleer trots zijn op ‘hun’ man, indien hij als minister mede het land mag besturen. Het is de bijziendheid van dit individualistisch tijdsgewricht, die de partij aldus doet optreden. Want niet alleen de CU, maar de gehele natie moet een voorbeeld zijn van christelijke politiek voor alle volken. Dat is de verantwoordelijkheid van zowel de CU als de door haar voor elke consequentie daarvan naar voren geschoven leider.