Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Eensgezindheid en eendracht*

Jaargang: 
6
Datum: 
21 mrt. 2012
Nummer: 
11
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1002
Rubriek: 


    Rom. 15:
    1 Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen.
    2 Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing,
    3 want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder.
    4 Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden.
    5 De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus,
    6 opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.
    7 Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods.

Niet zichzelf behagen

De apostel Paulus geeft in Romeinen 15 indringend en kostelijk onderwijs over de onderlinge omgang in de kerk van Jezus Christus.
In de eerste twee verzen wijst hij erop om niet ten koste van de ander jezelf te behagen. Maar om de ander juist ten nutte en tot heil te zijn, de ander te helpen om als medebroeder of medezuster te groeien in geloof. De ander te helpen om als gemeentelid mee te bouwen aan de kerk. De ander te helpen om God te eren en te verheerlijken. Ook al kost je dat opofferingen ter wille van Christus en ter wille van je naaste. Dat is de eis van de ware liefde, het is ook de toets van je eigen geloof.

Als kerk mogen we het fundament van de waarheid kennen, Christus en Zijn Woord. Nu zullen we daarop ook moeten bouwen.
De apostel Petrus schreef daarover in 1 Petr. 1: 22, 23

    nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt
    tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief,
    als wedergeborenen niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad,
    door het blijvende en levende woord van God.

De kerk zal haar geloof in Christus ook moeten tonen in daden van onderlinge broederliefde liefde, anders is het geloof dood.

Ook Christus

Paulus noemt nu in Rom. 15: 3 als voorbeeld voor deze onderlinge broederliefde Christus Zelf:

    Want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar gelijk geschreven staat:
    De smaadwoorden van hen die U smaden kwamen op Mij neer.

Christus onderging smaadwoorden van de kant van mensen, bij Zijn omwandelingen, bij Zijn gang naar het kruis en Zijn lijden aan het kruis.
Woorden gericht zelfs tegen God, maar ze kwamen op Hem neer.
Dat overkwam Christus niet, dat droeg Hij, zonder tegen deze mensen op te staan. Hij verdroeg die smaad, die spot, die hoon. Hij had van het kruis kunnen afkomen en het oordeel van God over zijn vijanden kunnen laten neerkomen. Maar dat deed Christus niet. Hij verdroeg die verschrikkelijke smaad. Hij nam dit lijden op Zich, in uiterste vernedering en totale ontlediging. Want Christus kwam niet om Zichzelf te behagen, maar om God, Zijn Vader te behagen ten behoeve van al de zijnen die Hem door de Vader geschonken zijn.

Het werk van verzoening dat Christus mede daardoor tot stand heeft gebracht, is uniek en onnavolgbaar. In dat verzoeningswerk is Christus ons niet ten voorbeeld. Maar wel in de Zelfovergave, de Zelfopoffering van Christus. In het Zich geven voor God en voor Zijn kinderen en dus ook voor de kerk, is Christus ons ten voorbeeld. Daarin moeten wij zijn beeld gelijkvormig worden!
De Geest van Christus wil daarom nu ook diezelfde overgave in òns werken.
De Geest van Christus wil ons daarom in Christus’ gezindheid doen leven.

Eén van ziel, zonder zelfzucht

In de bekende woorden van Fil. 2: 2-8 wordt de kerk aangespoord tot eensgezindheid om te zijn:

    één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven,
    zonder zelfzucht of ijdel eerbejag;
    doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf;
    en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang
    maar ook op dat van anderen.

En dan volgt ook daar het voorbeeld van Christus:

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
    die in de gestalte Gods zijnde, Zichzelf ontledigd heeft
    en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen
    en aan de mensen gelijk geworden is.
    En in zijn uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij zich vernederd
    en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja tot de dood van het kruis.

Als door Christus gekochte en bevrijdde kinderen zullen wij achter Hem aangaan en daarbij ons kruis dragen. Hem navolgen in zelfovergave en zelfopoffering. Waarbij we niet onszelf willen behagen, of beter achten, maar God behagen en onze medebroeder en -zuster.
Daarbij zullen wij zelfs bereid moeten zijn om moeite te verdragen, op te vangen en helpen op te lossen. Om onenigheden te herstellen en te doen overwinnen.

Verdraagt elkaar

Wat de Here van ons vraagt is het verdragen van elkaar in Zijn kerk, namelijk van Zijn kerk waarvoor Hij gestorven is zoals Rom 14: 15 zegt. Daarbij vraagt Christus van ons zelf-verloochening. Zo alleen kunnen we tonen dat we werkelijk léven met en uit de Schriften. Dat ons geloof zich in liefde houdt aan de waarheid van de Schriften.

Ook binnen de kerk kan het soms tot een kruis zijn om Christus te volgen. Voor de sterken in Rome was het erg verleidelijk om de zwakken maar aan de kant te schuiven. Om ze te minachten en te diskwalificeren. Maar als dat zou worden gedaan, dan zou het geloof niet door de liefde werken. Dan zou er geen levend geloof zijn, maar een dood geloof, waarbij eerzucht en zelfzucht de boventoon voeren.

Wat Christus door Zijn Geest in Zijn kerk wil werken is: najagen alles wat de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert (Rom. 14:19). Bij ergernis aan zwakken bij het eten van offervlees, of bij botsing van andere tegengestelde meningen, mag niet de mening worden doorgezet om af te breken in plaats van op te bouwen, om aanstoot te geven in plaats van te verdragen. Maar steeds zullen we erom moeten bidden en ons ervoor moeten inspannen om eensgezind te zijn en van hetzelfde gevoelen, naar het voorbeeld van Christus Jezus, zie vers 5. Die eensgezindheid en eenheid in gevoelen zal moeten beginnen bij wat we als kerk naspreken van Gods Woord. Bij de belijdenis van de kerk.

Eendrachtig uit één mond

Die eenstemmigheid heeft een heel belangrijk doel, dat de onderlinge gemeenschap overstijgt. Dat doel wijst Paulus aan in Rom. 15: 6:

    Opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.

Eendrachtig uit één mond: dat vraagt het afwijzen van alle onschriftuurlijke onverdraagzaamheid. Menselijke weerstanden vanwege andermans eigenaardigheden, menselijke vooroordelen op basis van geruchten of vermoedens, menselijke veroordelingen zonder hoor en wederhoor, laat staan roddel en laster mogen in de kerk niet worden toegestaan. Dat jaagt de vrede niet na, en de onderlinge opbouwing. Als wij de ander als broeder en zuster niet kunnen aanvaarden, voor wie Christus gestorven is, misschien zelfs niet kunnen uitstaan, waarom zou Christus ons zelf dan wel aanvaarden?

Moet je dan alles maar tolereren? Nee, alleen, maar dan ook alleen, wanneer men niet afwijkt van de gezonde leer van de kerk. Paulus, die in hoofdstuk 15 de gemeente vergaande verdraagzaamheid vraagt, vermaant in hoofdstuk 16: 17 dezelfde gemeente om hen in het oog te houden die in afwijking van het onderwijs dat zij ontvangen hebben onenigheden en verleidingen veroorzaken. Deze mensen moeten worden gemeden omdat ze niet de Here Christus dienen maar zichzelf, terwijl ze wel met schoonklinkende en vrome taal de harten van de argelozen verleiden.

Zo wordt de kerk in deze hoofdstukken opgeroepen haar Heer te volgen, door onderlinge liefde, verdraagzaamheid en eensgezindheid te tonen. En vooral om eendrachtig uit één mond God de Vader te verheerlijken. Dat is het hoogste doel van alle eenheid van de kerk. Maar daarbij zal moeten worden afgezien van eigen belangen en zal men zich dienen te richten op het Hoofd Die ons in dit alles is voorgegaan, onze Leidsman en Voleinder van het geloof. Daarbij zal de kerk op haar hoede moeten blijven voor allen die vanuit verkeerde zelfzuchtige motieven en onder vrome taal de kerk van haar gezonde leer af willen brengen, en zo ook onenigheid zouden teweegbrengen. Tegenover hen moet de kerk onverdraagzaam zijn, ze moeten worden gemeden, zegt Paulus.

De kerkgeschiedenis leert hoezeer beide, Schriftuurlijke verdraagzaamheid èn Schriftuurlijke onverdraagzaamheid, nodig zijn om de eenheid in de waarheid vast te kunnen houden, om zo de ene Heer van de kerk te kunnen blijven volgen. Om kerk van Christus te kunnen blijven. Om ook anderen daartoe te kunnen blijven roepen. Met als doel het eendrachtig uit één mond verheerlijken van de God en Vader van onze Here Jezus Christus. Moge de Here Zijn kerk dit alles blijven schenken.

-----------------------------------------------------------------------------------------------
* Openingswoord gesproken op de synodevergadering van 25 februari 2012 te Hasselt.