Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Die u roept is getrouw*

Jaargang: 
5
Datum: 
02 nov. 2011
Nummer: 
39
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
933
Rubriek: 


    1 Tess. 5: 4-11, 23-25
    4  Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou:
    5  want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe;
    6  laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn.
    7  Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn des nachts dronken,
    8  maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid;
    9  want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus,
    11  Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op, gelijk gij dit ook doet.
    23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.
    24  Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.
    25  Broeders, bidt [ook] voor ons.

Geachte broeders en zusters, er is mij gevraagd een korte ‘vooruitblik’ te geven met betrekking tot ons thema ‘samen trouw zijn’. Samen trouw zijn in de toekomst dus. Nu is de vraag hoe je hier over kunt spreken.

Onveranderde toekomst?

Er zijn twee punten die dan eerst beantwoord moeten worden.
Het eerste is: wat wéten wij eigenlijk van de toekomst? Om kort te zijn: eigenlijk kunnen we daarover alleen spreken vanuit Gods Woord, en dus in grote lijnen. Voor zover de Here daarin ons die toekomst heeft geopenbaard. We komen er straks op terug.

Dan het tweede punt. Is samen trouw zijn in de toekomst wel wezenlijk anders dan samen trouw zijn in het heden? Het antwoord daarop is: nee èn ja.
Nee[/i], alles wat hier vandaag al over gezegd is, zullen we toch graag in de toekomst willen toepassen? Nee, onze dienst aan de Here mag uit genade nog gewoon doorgaan.
Samen in de eenheid van het ware geloof, mogen we – als de Here het wil en geeft - nog samen Hem blijven dienen naar Zijn Woord, onder Zijn zegen, in het eeuwig verbond der genade. Zo mag er continuïteit zijn, ook al wisselen de omstandigheden.

Naarmate wij die dag zien naderen

Toch kunnen we de vraag of de toekomst anders zal zijn dan het heden, in zekere zin ook met “ja” beantwoorden. Ja, het zal ook anders worden in ons ‘samen trouw zijn’. Waarom? Omdat de Here ons ook wijst op Zijn voortgang in de geschiedenis. Omdat Hij alles tot volheid wil brengen en Zijn kerk verder leidt richting de jongste dag. Hij laat ons ook al tekenen zien van Zijn voortgang richting de wederkomst. Tekenen dat Zijn wederkomst aanstaande is. De tekenen der tijden.

Wie zal vandaag de dag kunnen ontkennen dat die tekenen er zijn? De toenemende wetteloosheid in de wereld en de grote afval in de kerken zijn daarbij onmiskenbare tekenen. De mens van de wetteloosheid krijgt steeds meer vorm. De kerken tonen een neergang zoals nooit tevoren gekend.
Daarnaast gaan ook voort oorlogen, geruchten van oorlogen, terreuraanslagen, aardbevingen en andere natuurrampen. Allemaal tekenen van het naderend eindgericht van God.
Ook moeten we in deze tijd ermee rekenen dat de grote verzoeking over de wereld gaat.
Daarbij weten we niet of het nog erger wordt, maar toch zien we die tekenen. Ook al kunnen we het tijdstip van Christus’ wederkomst niet berekenen.
Zo wil onze Here Jezus Christus ons laten weten: Ik kan er elk moment zijn. Maar let op, Ik kom wel als een dief! Als je me nu niet verwacht, kun je te laat zijn!

Dus broeders en zusters, ja, de toekomst laat wel verandering zien, als we goed opletten. Want we naderen de dag dat onze Heiland terugkomt. Het gaat richting de grote dag, dat alles tot volheid zal zijn gebracht. Dat vraagt van ons dan ook nu een passende houding. ‘Naarmate wij die dag zien naderen’, zegt Hebr. 10: 25 niet voor niets.

Onveranderlijke trouw

Maar laten we ook beseffen dat er bij de Here ook zaken zijn, die de komende tijd beslist niet zullen veranderen: De trouw van onze Here God en de vastheid van Zijn beloften. De genadige liefde en leiding van onze Here Jezus Christus; de heerlijke inwoning en werking van de Heilige Geest. Door Gods onveranderlijke trouw mogen we nu al weten, dat de poorten van de hel de kerk op aarde niet zullen overmeesteren.

Op die onveranderlijke trouw van Gòd mogen wij nu ònze trouw bouwen. Hij alleen kan ons doen volharden, zodat wij trouw blijven aan Hem.
Wijzelf zijn niet in staat om staande te blijven in verzoekingen en aanvechtingen.
Onze trouw blijkt niets waard, als wij aan onszelf zouden worden overgelaten.
Het samen trouw blijven is en blijft dus genáde van de Here, wijzend op Zijn trouw.
Dat zullen we steeds meer mogen beseffen naarmate de verzoekingen en verleidingen toenemen.

Dat zij niet in verzoekingen geleid worden

Wel hebben wij als kerk en als kerkleden daarbij een grote verantwoordelijkheid.
Het is de Here die ons uit genade volharding geeft en wil blijven geven. Maar niet automatisch.
Hij geeft dat in de weg van het geloof. In de weg van gelovige aanvaarding en gehoorzaamheid, en in de weg van gelovig gebed.

In de Dordtse leerregels staat dat kostelijke laatste hoofdstuk, gewijd aan de volharding der heiligen. Mede daardoor vormen de Dordtse Leerregels ook een troostboek voor de kerk.
Met name in artikel 4 van dat laatste hoofdstuk wordt beschreven hoe ook ware gelovigen wel degelijk ontrouw kunnen worden. Wanneer zij door eigen schuld hun eigen zondige begeerten volgen. Dan wijst dit artikel hoe de gelovigen zich daartegen kunnen wapenen. Hoe ze trouw kunnen blijven. Hoe dan? Art. 4 zegt:

    Ze moeten daarom voortdurend waken en bidden, dat zij niet in verzoekingen geleid worden.

De Dordtse leerregels spreken hier Gods Woord na, dat op verschillende plaatsen wijst op de noodzaak van het voortdurende waken en het aanhoudende bidden.
De discipelen werden door de Here Jezus aangesproken op hun trouw in de hof van Gethsemané.
Toen Hij ze daar slapend vond, zei de Here tot Petrus (Matt. 26:41):

    Waart gijlieden zo weinig bij machte één uur met Mij te waken?
    Waakt en bidt dat gij niet in verzoeking komt;
    de geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.

Te allen tijde

Nu had de Here Zijn discipelen daarover al eerder toegesproken. Dat was vlak tevoren geweest, in de rede over de laatste dingen in Lucas 21. De Here had hen heel indringend onderwezen over de laatste dagen. Over de tekenen van de tijd, die zij dan moesten waarnemen. En die ze moesten zien als voorboden van de dag dat Hij zal terugkomen als Zoon des mensen.
Daar zegt Hij in vers 34-36:

    Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde
    door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud
    en die dag niet plotseling over u kome als strik.(...)
    Waakt te allen tijde, biddende dat gij in staat moogt wezen
    te ontkomen aan alles wat geschieden zal,
    en gesteld te worden voor het aangezicht van de zoon des mensen.

Het is dus heel belangrijk i.v.m. de wederkomst van de Here Christus, om niet bedwelmd te worden door wereldse bezigheden, door aardse zorgen, door wereldse begeerten.
God wil Zijn kinderen helpen trouw te blijven. Hij wil ze dat geven, maar zij zullen daartoe moeten waken en bidden.

We horen daarover op meer plaatsen in de Schrift. In Ef. 6 spreekt Paulus in beeldende bewoordingen over de wapenrusting die God aan de zijnen geeft. De onderdelen van pantser, helm, en zwaard beelden uit het gebruik van Gods Woord en alle gaven en krachten die de Geest daarbij schenkt. Maar dat dragen van die wapenrusting kan niet, zonder voortdurend waken en bidden. Ef. 6:18:

    En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.

In 1 Tess. 5: 1-11 schrijft Paulus i.v.m. de naderende wederkomst van Christus dat de roes van de wereld moet worden ontweken door wakker te blijven, door bij het licht te leven en door nuchter te zijn. Hij koppelt daaraan het aandoen van de wapenrusting van God, het harnas van geloof en liefde en de helm van de hoop. En weer horen we dan in vers 16 “bidt zonder ophouden”.

Ook de apostel Petrus schrijft in zijn eerste brief over de noodzaak tot waken en bidden in de eindtijd 4: 7:

    Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden.

En in 1 Petr. 5: 8:

    Wordt nuchter en waakzaam, uw tegenpartij de duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

Waken en bidden

De Dordtse leerregels noemen dus zeer terecht de noodzaak van het waken en bidden bij het volharden in het geloof en dus het trouw blijven aan de Here.

Waken zònder bidden is niet voldoende. Want wat we aan gevaar waarnemen moeten we toch voor de Here brengen. Om Hem om hulp te vragen, om Hem krachten, wijsheid en gaven af te smeken.
Om Hem te bidden voor onderscheidingsvermogen om nog beter te waken.
En: om staande te kunnen blijven. Want zelf kunnen we niet één moment standhouden als we vaststellen dat de tegenpartij ons belaagt (HC zondag 52, V&A 127).
Hoe belangrijk is ons gebed om de bijstand van God zodat we kunnen volharden en trouw blijven!

Bidden zónder waken, zonder wakker zijn, is even zinloos. Want dan kunnen we niet bidden om de zaken die echt nodig zijn. Dan is er het gevaar dat onze roes (1 Tess. 5: 5-7; Lucas 21: 34) ons gebed gaat bepalen. Dat is de Here een gruwel. Bovendien zullen we zonder waakzaam te zijn zomaar slachtoffer worden van de verleidingen van de duivel.
Nee, waakt èn bidt om niet in verzoeking te komen. Waakt èn bidt om trouw te zijn.

Als kerkgemeenschap is het ook nodig om sámen te waken en te bidden. Daartoe zullen we elkaar aansporen, “elkaar vermanen”, zoals 1 Tess. 5: 11 dat noemt.
Dat vermanen heeft hier een opbouwende waarde. Mede door elkaar aan te sporen en op te bouwen, wordt de kerk waakzaam. Zo vergeet de kerk niet te bidden. Zo kan er een wakende èn biddende kerk zijn.
Waken betekent in de eerste plaats toe zien op onszelf, dat we niet vallen, dat we de wegen van de Here blijven volgen. Maar waken vraagt ook het toezien op elkáár. Daar wijst Paulus op wanneer hij aanspoort om elkaar te vermanen en op te bouwen.

Onophoudelijk gedenken

Datzelfde geldt voor het bidden. We zullen elke dag moeten bidden:

    Here leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze.

Om persoonlijk trouw te blijven, om niet uit te glijden. Om zo de hulp van de Here in te roepen ook voor onze eigen trouw. Maar we bidden wel “leidt ons niet in verzoeking”. Dat betekent dat we bewust voor elkaar dienen te bidden.

Laten we daar eens bij stilstaan. Hoe is ons gebed voor de kerk, voor de gemeente waarvan we deel uit maken? Ons gebed dat zij bewaard en beschermd mag blijven? We zullen toch ook steeds voor de ambtsdragers bidden, voor de predikanten? Dat zij trouw mogen blijven aan het Hoofd van de kerk. Dat zij vrijmoedigheid mogen hebben en alle nodige gaven en krachten mogen ontvangen om hun werk namens Christus te kunnen blijven doen?
Wakend bidden houdt ook in, dat we voorbede doen voor ons gereformeerd kerkblad, voor de Bijbelstudieverenigingen en de Bijbelstudiebond, en voor de opleiding tot de dienst des Woords en de studenten. Ook onze voorbede voor het kerkverband met de classes, de synode en de deputaatschappen hoort daarbij.

Paulus gaf daarin het goede voorbeeld. Hij schrijft dat hij onophoudelijk Timotheus gedenkt in zijn gebeden (2 Tim. 1:3) en dat geldt ook voor bijvoorbeeld de gemeenten te Rome en Tessalonika (Rom. 1: 9; 1 Tess. 1: 2, 3)

Maar Paulus vroeg die voorbede ook voor hemzelf. We lezen dat op meerdere plaatsen.
In Ef. 6: 18, 19:

    Daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;
    ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde,
    om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken.

In 1 Tess. 5: 24 spreekt hij de wens uit dat de Here de gemeente zal heiligen en onberispelijk zal bewaren. Dan voegt hij toe:

    Broeders, bidt ook voor ons.

En in 2 Tess. 3:1 vraagt Paulus om voor hem en de anderen te bidden om bewaard te blijven voor de wargeesten en slechte ontrouwe mensen.

Wij komen nu tot een afronding. Hoe kunnen wij samen trouw blijven in de toekomst?
Nu in de eerste plaats is dat mogelijk omdat Gòd getrouw is.
Maar daarbij roept de Here ons wel op dat wij zullen waken en bidden. Persoonlijk en voor elkaar. Het is de Here die ons ook voor dat waken en bidden alles wil geven. Hij roept ons daartoe op, maar maakt dat wij komen en handelen op zijn oproep.
En zo mag ons vertrouwen voor de toekomst op de Here gevestigd zijn:

    Die u roept is getrouw, Hij zal het ook doen, 1 Tess. 5: 24.

Dank u voor uw aandacht.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------
*Toespraak als bemoedigend woord uitgesproken op de kerkdag te Zwolle op 17 september 2011