Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Deo Volente

Jaargang: 
12
Datum: 
10 jan. 2018
Nummer: 
1
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1813
Rubriek: 

2017 is definitief toegevoegd aan de geschiedenis. 365 dagen zijn voorbij gegaan, een nieuw jaar ligt voor ons. Wat het nieuwe jaar ons persoonlijk zal brengen is onbekend. Ook wat het gemeen-schappelijk samenleven in de kerk betreft is dit voor ons nog niet bekend. Zullen de gemeenten groeien in aantal, maar vooral in geloof? Zullen we de eenheid in de kerken bewaren en zal verstoorde of gebroken eenheid worden hersteld? Maar ook persoonlijk, zullen mijn kinderen volharden in het geloof? Zullen ze terugkeren naar de wegen van Gods verbond? Een ieder van ons kijkt vooruit en heeft zo z'n eigen verwachtingen en plannen voor een nieuw jaar van de Heere.

Plannen maken

De vroege kerk wist zich afhankelijk van de Heere. Uit het Nieuwe Testament blijkt dat apostelen plannen maakten of voornemens hadden, ze rekenden daarin met Gods weg (vgl. Hand. 18:21, Rom. 1:10, Filip. 2:19). Jakobus houdt ons voor om dat ook te doen. Terwijl hij z'n brief schrijft aan de twaalf stammen in de verstrooiing, ziet hij ze zitten. Een groepje christelijke zakenlui. Ze zijn net thuis van hun vorige reis en hebben goede zaken gedaan. Ze zijn alweer bezig met de volgende reis, grootse plannen om zaken te doen en winst te maken.

 

Ze maken plannen, zoals wij dat ook kunnen doen. Als ik mijn diploma heb, dan ga ik zus of zo. Als ik met pensioen ga, dan ben ik dit of dat van plan. Als mijn ambtstermijn erop zit, dan ben ik van plan om eindelijk eens dit of dat op te pakken wat er al die jaren niet van gekomen is. De Heilige Geest zegt daar door de pen van Jakobus ook iets over tegen ons. Nee, niet dat plannen maken op zichzelf genomen verkeerd is. Wel dat plannen maken een zaak is van het geloof.

Geloofsplannen

Dat is precies het verwijt dat Jakobus de zakenlieden maakt: zij doen alsof het niets te maken heeft met het geloof. Hun plannen staan los van hun geloofsleven, ze trekken een lijn in het leven: een gedeelte voor God en een gedeelte voor hen zelf.

Ligt het gevaar van het trekken van zo'n lijn niet altijd op de loer? We knippen dan ons leven op in een gedeelte voor de Heere en een gedeelte van onszelf? We belijden dan dat God bestaat, ja natuurlijk! En ja zeker, we geloven ook dat Hij onze God en Vader is. Maar zeg nou zelf, die dagelijkse beslissingen op het werk, dat uurtje ontspanning achter te televisie of met een roman, die omgang met collega's, de manier waarop ik mijn geld besteed - dat is toch iets wat ik zelf doe? Dat alledaagse, dat hele normale, de dagelijkse gang van het leven, dat staat toch niet op hetzelfde niveau als het geestelijk leven? Het geestelijk leven, dát is toch belangrijk? De rest van het leven - is dat voor de Heere - eerbiedig gesproken - wel interessant?

 

Jakobus houdt in het bekende gedeelte ons voor om in afhankelijkheid van de Heere te leven. Het geloofsleven kan echt niet los gezien worden van de rest van ons leven. Nee, want ons geloofsleven ís ons leven. Daarom ook bij de start van het nieuwe jaar bij alle plannen en voornemens die we hebben: Deo Volente. Dat betekent: ik zoek God in mijn plannen. Dat behoedt ons voor overmoed. Immers, ons leven is maar een damp, voor een korte tijd zichtbaar, die daarna ook weer verdwijnt. Het is een bloem in het veld, die bloeit. Maar als de wind daarover gaat, dan is zij niet meer en zelfs haar plaats kent haar niet meer (Ps. 103:15,16). We kunnen wel allerlei plannen maken, het leven krijgen we uit Gods hand. Zonder leven geen plannen.

De rijke dwaas

Het is als de rijke dwaas uit de gelijkenis van de Heere Jezus (Luc. 12:20 e.v.). De rijke man had veel goederen bijeengebracht, hij was schatrijk geworden en had grotere schuren moeten bouwen om al zijn spullen en voorraden op te slaan. Hij had genoeg op de bankrekening staan om te kunnen rentenieren, de rest van de z'n leven hoefde hij zich geen enkele zorgen te maken over of hij geld genoeg zou hebben. Nee, geen enkele reden van zorg, hij is van niemand meer afhankelijk. Hij kijkt voldaan naar z'n nieuwe schuren en hij zegt tegen zichzelf: de benen omhoog, lekker eten en drinken en vrolijk zijn. Maar God zegt tegen hem: dwaas! In deze nacht zal uw ziel van u opgeëist worden; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?

 

Laten we daarom ook in 2018 leven in afhankelijk van God.

In afhankelijkheid van de Heere

Iedereen van ons zal zich in dat leven in afhankelijkheid van de Heere moeten oefenen als onderdeel van de strijd tegen ons oude vlees. De Heere laat ons daarin niet aan ons lot over, maar Hij zegt: wees in die strijd krachtig in Mijn sterkte! Gebruik de geestelijke wapenrusting die Ik jou, mijn kind, aanreik, om zo staande te kunnen blijven op de dag van het kwaad. Onderdeel van die wapenrusting is Gods Woord, dat wijst ons ook in het leven in afhankelijkheid van God de juiste weg.

 

We kunnen het zien bij koning Asa, achterkleinzoon van koning Salomo (vgl. 2 Kron. 14 e.v.). Hij trad als koning aan en voerde belangrijke hervormingen door. Hij nam de vreemde altaren weg, de offerhoogten werden opgeruimd, de gewijde stenen werden met de grond gelijkgemaakt en de gewijde palen werden omgehakt. Hij wees zijn volk als theocratisch koning de goede weg: hij wees ze op de Heere, hun God, en op Zijn wet en Zijn geboden. De Heere geeft hem in de eerste tijd van zijn koningschap rust van rondom, zodat koning Asa gelegenheid krijgt om de steden van Juda te versterken.

 

In 2 Kron. 14:8 staat beschreven hoe Asa tot de HEERE bad, toen de Cusjieten met een machtig leger kwamen aanzetten. Hij bad tot de Heere en pleitte op Zijn Naam, de Naam van de Almachtige God. Wat een enorme strijdmacht was door de Cusjieten op de been gebracht, maar de Heere God trof hen voor de ogen van Juda, zodat zij op de vlucht sloegen. Wat een geweldige overwinning gaf de Heere aan Asa! Na deze overwinning komt de profeet Azaria op Asa af en hij profeteert: 'De Heere is met u, zolang u met Hem bent. Als U Hem zoekt, zal Hij door U gevonden worden, maar als u Hem verlaat, zal Hij u verlaten'. Azaria wijst koning Asa de weg van de gehoorzame onderwerping aan de Heere: blijf leven in de verbondsgemeenschap met de HEERE. Leef in afhankelijkheid van Uw God. Door de kracht van God vat Asa moed en gaat verder met de godsdienstige hervormingen. De HEERE zegent dit: er was namelijk geen oorlog tot het vijfendertigste jaar van zijn regering.

Geestelijke moed

Er is geestelijke moed voor nodig om te leven in afhankelijkheid van God. Want het is makkelijker om met de stroom van de wereld mee te drijven, dan telkens weer te moeten strijden om niet door die stroom gegrepen te worden en te leven als een kind van de Heere. De belofte van HEERE God geldt ook voor ons: Hij neemt ons als Zijn kinderen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en het kwade voor ons doen meewerken ten goede!

 

Dat vraagt de juiste geloofshouding en onvoorwaardelijk vertrouwen op onze God en Vader. Want, de weg met de Heere kan zo heel anders lopen dan onze eigen plannen en voornemens. David nam zich voor een huis voor God te bouwen, maar hij mocht dat voornemen niet realiseren, want zijn zoon Salomo moest dat doen. Paulus wilde graag van zijn doorn in het vlees verlost worden, maar de Heere beschikte dat anders (2 Kor. 12:7). Wanneer ons leven anders verloopt dan onze plannen of onze verwachting, dan vraagt de Heere om dankbaar en geduldig te zijn door het oog gericht te houden op het verlossingswerk van onze Heere Jezus Christus. Op de rijke genade van Hem, die met ons mee kan lijden, omdat Hij op gelijke wijze als ons verzocht is geweest. De Heere vraagt ons als het ware verder te kijken dan ons eigen, beperkte en gebroken leven. Hij vraagt ons om gericht te zijn op het werk van Zijn Zoon. Het volharden in een dankbaar en geduldig leven, ook in situaties van verdriet, moeiten en zorgen, vraagt een voortdurend gebed of de Heere dat zelf door Zijn Woord en Geest in ons wil bewerken.

Een onvoorwaardelijk vertrouwen in de Heere God, hebben we niet van onszelf. Hiervoor geldt telkens: wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle!

Wie staat, zie toe...

Dat geldt ook van koning Asa. Van Asa wordt een goed getuigenis gegeven: hij deed wat goed en juist was in de ogen van de Heere, zijn God (2 Kron. 14:2) en zijn hart was volkomen aan de Heere toegewijd, al zijn dagen (1 Kon. 15:9). Maar na 35 jaar rust en de monsteroverwinning op de Cusjieten, valt Baësa, de koning van Israël, Juda aan. Om deze oorlog te kunnen winnen, bedenkt Asa een plan. Hij is de eerste in de geschiedenis van het koningschap van Gods volk die er een heidens volk bijhaalt. Hij haalt namelijk al het zilver en goud uit de schatkamers en geeft dit aan de koning van Syrië. Hij betaalt de Syrische koning om Israël vanuit het Noorden aan te vallen. Asa betaalt voor een afleidingsmanoeuvre, die op zich goed lukt. Baësa hield op met Rama te herbouwen en trok zich terug.

Maar dan komt de profeet Hanani en zegt dat Asa door deze actie de koning van Syrië (!) niet gaat overwinnen. Asa heeft hierin dwaas gehandeld, vanaf nu zullen oorlogen zijn deel zijn (vgl. 2 Kron. 16:9). In plaats van te rekenen met de Heere, zoals hij voorheen wel heeft gedaan in de oorlog tegen de Cusjieten en bij zijn reformatiewerk, vertrouwt hij nu op zijn eigen plan. Koning Asa is zo kwaad over de boodschap van Hanana, dat hij hem in de gevangenis gooit. Asa wordt daarna ziek aan de voeten, een ernstige ziekte. Toch zocht hij daarin niet de Heere, maar de artsen.

 

Asa, een koning waarvan een goed getuigenis wordt gegeven, rekent in zijn plannen om Israël te overwinnen en in zijn plannen om zijn ziekte te lijf te gaan, buiten God. Hij vertrouwt op eigen inzicht en strategie. Zoals ook wij dat kunnen doen. De plannen die we maken voor een opleiding, voor een nieuwe baan, voor een ander huis, voor ons gezin, voor... en vul maar in. Ook die moeten we maken in afhankelijk van God: past het een kind van de Heere om deze plannen te maken? Een carrière na te jagen, en daarom geen tijd meer over hebben voor een taak in de kerk? Een gezin te 'plannen', zonder rekening te houden met onze verantwoordelijkheid tegenover de Heere? Een opleiding te plannen, zonder na te gaan of het werk dat je daarmee kunt gaan doen, past binnen een christelijke levensstijl?

Ons hele leven

De opdracht om te leven in afhankelijkheid van de Heere, strekt zich uit over ons hele leven. Hij kent ons voor de volle 100% en kent ons beter dan dat wij onszelf kennen. Hij weet wat wij nodig hebben. Hij weet wat de kerk nodig heeft. Hij weet wat nodig is voor Zijn volk om stand te houden tot het einde toe. Ook in die hele normale, kleine, dagelijkse dingen. In heel ons persoonlijke leven. Hij vraagt daarin van ons om trouw te zijn en aan Zijn Vaderhand te gaan. Het is geen opdracht voor ons om grote prestaties te leveren in werk of wetenschap. Het is wel een opdracht om trouw te zijn in alles wat wij doen, binnens- en/of buitenshuis. Trouw en betrouwbaar, waarbij ons ja ja is en ons nee nee. Als de Heere dan gaven en inzicht geeft, kan de Heere dat zegenen zodat dat vanuit het perspectief van de wereld leidt tot grote prestaties in werk of wetenschap. Maar, de trouwe arbeid van de kerk in de woestijn in de heel normale, dagelijkse dingen, is van meer waarde dan de schitterendste prestatie of vinding zonder God.

 

Een jaar ligt voor ons, een jaar met plannen, vooruit-zichten en voornemens. God houdt ons voor in zijn Woord: leef in verbondsgemeenschap met Mij en ik zal U tot een God zijn. Leven vanuit de wetenschap dat God als een trouwe Vader voor ons, voor mij zorgt. De toekomst is voor ons onbekend. Onbekend, maar niet onzeker. Want, we weten dat de kerk door lijden heen tot de heerlijkheid zal gaan. Omdat de kerk wordt gevormd door de leden, betekent dat ook voor ons ieder: door lijden tot heerlijkheid. Maar, laten we in geloofsvertrouwen ons ook in dat lijden overgeven aan Hem, die heeft beloofd dat we niet bovenmate zullen worden verzocht.

 

Heere God, een jaar ligt voor ons. Gebruik ons als instrumenten in Uw hand, zodat wij - bij alles wat wij ons voornemen te gaan doen - doen wat Ú wilt dat wij doen zullen. Deo Volente!