Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Dankbaarheid voor een nieuw seizoen

Jaargang: 
4
Datum: 
06 okt. 2010
Nummer: 
35
Schrijver: 
A. van Egmond
ID:
719
Rubriek: 

Broeders en zusters, jong en oud,

Voor deze kerkdag, een prachtig initiatief trouwens, is mij gevraagd te spreken over de dankbaarheid die wij mogen hebben voor weer een nieuw seizoen. Een nieuw seizoen van werken en vergaderen.
Tegelijk is deze kerkdag bedoeld om in dankbaarheid terug te zien. Terugzien op de Vrijmaking die in 2003 zijn beslag kreeg. Ik zeg dat laatste er nadrukkelijk bij. Want ook de Vrijmaking van 2003 kwam, net zomin als alle andere reformaties van de kerk van Christus, uit de lucht vallen. Hoe zou dat ook kunnen en mogen! In de kerk van Christus is het niemand toegestaan om zich op staande voet, vanwege één verkeerd besluit, af te scheiden of vrij te maken. Nee, daar gaat een hele periode aan vooraf. Een worsteling om de broeders en zusters, de kerkelijke vergaderingen, vast te houden. Om samen te blijven bij het betrouwbare Woord van onze God. Een worsteling bovenal van de Geest van de HERE die bezig is om de duurgekochte Kerk van Christus te doen blijven bij het Woord van Christus. En pas als gebleken is dat men niet anders wil, als men voor de beslissende keuze geplaatst is om trouw te zijn en te blijven aan het Woord van onze God en men zegt dan nog nee, dan, maar ook dán pas, is het moment gekomen dat met vreze en beven gezegd mag worden; nu kan het niet anders. Nu moeten wij ons vrijmaken van besluiten die in strijd zijn met Gods Woord.

Zo kwam er door Gods genade opnieuw een Vrijmaking. Een Vrijmaking van besluiten die ingingen tegen Gods Woord en die we daarom naar artikel 31 van de kerkorde niet als bindend mochten aanvaarden. Een Vrijmaking waarbij het ging, zoals altijd bij reformaties van de Kerk, het is al diverse keren aangewezen in het blad Reformanda en in DE BAZUIN, om Woord en Kerk.
Ik wil dat nu eerst verder uitwerken met het oog op de dankbaarheid die van ons gevraagd wordt.

Om het Woord

Het ging ook bij de Vrijmaking van 2003 om het Woord van God. Gewezen is indertijd op de Schriftkritiek die aan de Theologische Universiteit te Kampen voet aan de grond kreeg. Daar waar studenten worden opgeleid tot predikanten kwam men met menselijke meningen waarbij o.a. ter discussie gesteld werd of hetgeen ons geopenbaard wordt in Genesis 1 tot en met 3 wel voluit geschiedenis is.
Dit ondergraven van het gezag van de Schrift zagen we terugkomen in o.a. synodebesluiten omtrent het vierde en zevende gebod en in diverse andere besluiten. In de brochure ‘Laten wij ons bekeren, een oproep tot reformatie’ die begin 2003 verscheen, is dat alles nader uitgewerkt. Deze oproep tot reformatie werd echter kerkbreed afgewezen. Er zou geen sprake zijn van ondermijning van het Schriftgezag. Hooguit waren er hier en daar wat vragen te stellen.

Duidelijke taal

De voortgang van de geschiedenis binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt heeft aangetoond dat het ten diepste wel degelijk ging om kritiek op de Schrift. Om ondermijning ook van wat God te boek heeft gesteld als zijn waarachtig getuigenis over hoe deze wereld is ontstaan. Steeds meer en steeds openlijker worden binnen deze kerken gedeelten uit Gods Woord niet meer letterlijk genomen terwijl ze ons wel als zodanig worden bekend gemaakt. De geschiedschrijving in het begin van de Bijbel bv. en het zogenaamde zonnewonder in Jozua 10.
In het blad Wegwijs van de Bijbelstudiebond binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt is in het juli/augustus nummer een samenvatting van de toespraak van dominee Verbree op de Bijbelstudiedag opgenomen die wat dat betreft duidelijke taal spreekt.
Volgens die samenvatting is dominee Verbree namelijk van mening, we citeren:

    “Ik geloof dat God de wereld almachtig uit niets geschapen heeft.
    Ik geloof niet dat Genesis 1 en 2 ons een letterlijk te nemen verslag van dit proces bieden. De tekst van deze hoofdstukken letterlijk nemen leidt tot allerlei onzin.”

Even verderop schrijft hij:

    “Door krampachtig vast te houden aan de letterlijke tekst van Genesis 1 en 2 bereiken we het omgekeerde van wat we bedoelen: we maken het bijbelse getuigenis over de schepping tot een lachwekkend verhaal, terwijl we het juist als Woord van God willen vasthouden. Angst is een slechte raadgever.”

Gelóóf

In verband met dit door dominee Verbree gestelde wil ik een klein gedeelte aanhalen uit een preek van wijlen dominee J.R. Wiskerke over Genesis 1, en wel het volgende:

    “Geliefden, het wordt vandaag mode om aan de eerste bladzijden van Gods Woord te rukken en te plukken.
    Genesis 1 is een lied, zegt de één, maar hij bedoelt: geloof niet in de letter van dit getuigenis.
    Een ander zegt: hier hebt ge inkleding in het mooie schema van zes dagen met een sabbat aan het eind. Maar echt zo gebeurd, wel neen, dat kan ik niet aannemen.
    Een derde valt in: ik vind in Genesis 1 een sage, een oud, mooi verhaal, maar echte féiten zijn dat niet!.
    Voor al deze stemmen zal Gods gemeente dóóf moeten zijn. Om haars levens wil. Haar leven en haar geloof staan op het spel, wanneer Gods getuigenis niet eeuwig zeker is.
    God dist u geen verhalen op van een sprookjesachtige soort. God spreekt niet: eens schiep Ik de wereld zus en zo en nu laat Ik aan u, waanwijze mens, over om uit te maken wat er van waar is.
    God is geen mens, dat Hij liegen zou. Al wat Hij zegt over Zijn daden staat op trouw en waarheid pal.
    Zalig hij, die het woord uit Genesis 1 hoort, die het bewaart en . . . gelóóft.
    Want het zijn geen kleinigheden, die God hier geboekstaafd heeft. Hij maakt Zijn naam bekend in de grote werken van Zijn handen. Hij vertelt waarachtig, wie Hij zelf is. U kunt nergens anders kennis met Hem maken, Hem ontmoeten, Hem in het hart zien, dan dóór de Schriften.”

Gebed

We hoeven hier niet veel aan toe te voegen. Woorden gesproken in een tijd dat binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt vanaf de kansel gewaarschuwd werd voor de steeds brutaler wordende Schriftkritiek in andere kerkgemeenschappen. Een Schriftkritiek die nu zijn verdere verwoestende uitwerking gaat krijgen, als de HERE het niet verhoede, binnen diezelfde kerken waar eerst profetisch gewaarschuwd werd.
Nee, we zullen hier niet met een of andere vorm van leedvermaak naar mogen kijken. Vaak hebben we zelf nog familieleden die in deze kerken achtergebleven zijn. Die, al of niet verontrust, dreigen mee te drijven met de stroom mee. En dat baart ons grote zorgen en geeft verdriet. Geen leedvermaak dus, maar aanhoudend gebed voor hen die achterbleven opdat ook zij de gevaren gaan onderkennen waaraan ze blootgesteld worden en zichzelf aan bloot blijven stellen.
Wat we daarnaast moeten doen, en wat we vandaag ook in het bijzonder doen, is danken voor de genade van onze God die ons door een nieuwe Vrijmaking heen wilde bewaren bij Zijn Woord. Ja, danken voor de genade van onze God want we geloven toch dat Hij het is die Zijn Kerk bewaarde bij het Woord? Als we dat niet geloven, als het onze vrijmaking was omdat er zoveel was wat ons niet beviel, dan zou de vrijmaking veroordeeld zijn tot een werk van mensen die, misschien nog wel te goeder trouw, uiteindelijk toch de tempel van God hebben geschonden. Dan was de Vrijmaking van 2003 geen reformatie maar revolutie.

Om de Kerk

Bij elke reformatie gaat het om Woord en Kerk. Ja, dat laatste hoort er nadrukkelijk bij. De Kerk. Niet omdat we nu eens ons zelf op de borst willen slaan in de zin van; “wij zijn de enige ware kerk, wij kunnen niet meer stuk.”
Het voorbeeld uit de Schrift van het volk Israël dat zich ondanks haar zonden veilig voelde omdat zij ‘des Heeren tempel was’ spreekt boekdelen. Wie dat zegt met het oog om zich daarop te beroemen, alsof het niet enkel en alleen genade van de HERE is als we kerk van Hem mogen zijn, die komt eens bedrogen uit. Want dan slaat de HERE alles kapot wat wij in onze triomfantelijkheid menen te hebben opgebouwd.

Zegeningen

Onze aandacht is, als het om de Kerk gaat, daarom niet op onszelf gericht maar op het werk van de HERE. Op de weldaden van de HERE die Hij aan zijn Kerk hier op aarde geeft. Weldaden, zegeningen die uit Zijn Vaderhand naar ons toekomen.
En die zegeningen van de HERE hebben we in ruime mate genoten in het verleden. Onze jeugd weet dat, helaas, alleen nog maar van horen zeggen. Maar vooral de ouderen onder ons weten daar van mee te praten. Hebben misschien zelf wel hun beste krachten gegeven om gereformeerde organisaties te helpen oprichten en in stand te houden.
Hoe rijk waren we gezegend met een eigen gereformeerde krant die op de haar gegeven plaats voorlichting gaf op allerlei gebied.
Een eigen politieke partij, het Gereformeerde Politiek Verbond, waarin getuigenis werd afgelegd van de hoop die in ons is ook voor het politieke en staatkundige leven. En het daarbij niet alleen liet maar ook constructief wilde meewerken aan de opbouw van een land en volk waarbij Gods Woord en de daarop gegronde belijdenis van de kerk de enige maatstaf was voor het handelen.
En ook op het terrein van de sociale omgang tussen werknemers en werkgevers mochten we ons verheugen in een eigen vereniging. Het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond waarin werkgevers en werknemers tezamen verenigd waren.
De gereformeerde scholen waarvan het doel was om onderwijs te geven in overeenstemming met de leer van de Kerk. En er zou nog veel meer te noemen zijn.
Zegeningen, weldaden van de HERE die ons daarmee rijk maakte. Zo mocht de Kerk van Christus met de zuivere prediking van het Woord de krachtcentrale zijn waaruit het brede gereformeerde leven onder Gods genade opbloeide. En kwamen er gereformeerde organisaties. Niet als doel in zichzelf maar opdat de leden van Christus Kerk goed toegerust zouden worden om te getuigen in allerlei levensverbanden van hun Heiland.

Kentering

Maar in de jaren tachtig kwam daar een kentering in. Nee, niet omdat de HERE Zijn zegeningen inhield maar omdat de zegeningen van de HERE niet meer op de juiste waarde werden geschat. Ondanks Psalm 103 die toch nadrukkelijk stelt: “Loof de HERE, mijn ziel, en vergeet niet een van zijn weldaden.”
In eigenwilligheid zocht men de zogenaamde interkerkelijke samenwerking op allerlei gebied.
Deze samenwerking werd gezocht om één front te vormen tegen de oprukkende secularisatie. En men wilde niet inzien dat de secularisatie daar begint waar men weigert om zich onvoorwaardelijk te buigen voor Gods Woord. Vanwege deze samenwerking werden de gereformeerde organisaties langzaam maar zeker uitgehold en uiteindelijk afgebroken ter wille van de macht van het getal. En het gereformeerd gezinsblad verwerd tot het kleurloze nieuwsdoorgeefluik van vandaag.
We zien de uitwerking daarvan binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt vandaag de dag. Waar de Heilig Avondmaalstafel in vele gemeenten is opengesteld voor een ieder die, uit wat voor kerkgemeenschap ook, op persoonlijk getuigenis zich meldt. Waar de toenadering tot de Nederlands Gereformeerde kerken steeds meer gestalte krijgt. Waar een professor van de theologische universiteit in Kampen zich hard maakt voor en voluit meewerkt aan het realiseren van een zogenaamde nationale synode. Een nationale synode die als doel heeft een demonstratie te worden van de ene kerk van Jezus Christus in Nederland.

Bewaard

Meer te noemen zal vandaag niet nodig zijn. We zijn hier tenslotte niet bijeen om de deformatie binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt te beschrijven.
Nee, we zijn hier bijeen om onze dankbaarheid uit te spreken en uit te zingen jegens onze trouwe Verbondsgod. Want we geloven toch dat Hij in Zijn onuitsprekelijke genade Zijn kerk hier in Nederland, die Hij vanaf de Vrijmaking in 1944 zo rijk zegende, heeft bewaard bij Zijn Woord! En wij geloven toch dat wij, door diezelfde genade lid mochten zijn en blijven van zijn kerk hier op aarde? En we geloven toch dat de HERE God ons vrijgemaakt heeft van besluiten en handelingen die ingingen tegen Zijn Woord om zo, in die weg, bij Zijn Woord en bij Zijn Kerk te blijven?
Als we dan zien op onszelf, dan zou de moed ons in de schoenen kunnen zinken. Want wat is er over van de kerken die na de Vrijmaking van 1944 zo’n onstuimige groei mocht doormaken?
Hier een kleine gemeente, daar een nog kleinere. In zeven jaar tijd diverse scheuringen waarbij velen ons verlieten. Tot ootmoed stemmende zaken.
Er worden erediensten gehouden waarin ten hoogste tweehonderd mensen bij elkaar zijn. En sommige gemeenten moeten het met nog veel en veel minder doen. Veelvuldig moeten er preken worden gelezen omdat we gebrek hebben aan eigen herders en leraars. En smalend kan je van buitenstaanders te horen krijgen dat die preken ook nog beschimmeld zijn, zo oud zijn ze.
En dan toch dankbaar zijn en vol goede moed aan een nieuw seizoen beginnen? Kan dat broeders en zusters?
Ja dat kan! Door onverdiende genade. Want als het ook in de recente Vrijmaking ging om Woord en Kerk, dan hebben we goede moed. Als we daarbij bewaard zijn, dan hebben we het er ten diepste immers over dat we bewaard zijn bij Christus, onze Heiland. Door Zijn Geest en Woord woont Hijzelf als het enige Hoofd van zijn Kerk toch in het midden van de gemeente! Daar mag de gemeente die bewaard bleef bij Zijn Woord en op haar beurt dat Woord bewaart op rekenen. Dat is de belofte van haar Heiland.
Laten we die belofte en de rijkdom daarvan bezien bij het licht van de Schrift.

Belofte

De brief aan de Efeziërs zegt ons dat de nieuw-testamentische gemeente, vergaderd uit Joden en heidenen, gebouwd wordt op het fundament van apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is, Efeziërs 2: 20. De gemeente wordt gebouwd op het Evangelie van verzoening door voldoening en zo wordt zij gemaakt tot een woonstede Gods in de Geest, vers 22.
En binnen die gemeente, die zo gebouwd is op het Woord van God, daar is Christus aanwezig. De apostel Paulus schrijft dat nadrukkelijk aan de Colossenzen in hoofdstuk 1 : 27. We lezen daar: “Hun, (de heiligen) heeft God willen bekend maken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.”
Christus is gekomen als Here der heerlijkheid. Vanaf Pinksteren wordt de kerk door deze Christus vergaderd uit joden en heidenen.
Ja, dat is het geheimenis onder de heidenen. Dat er temidden van die heidenen zich een christelijke gemeente openbaart waarbinnen Christus woont en werkt. Het is een geheimenis voor de heidenen, voor hen die zich niet tot God bekeren. Maar dit geheimenis is geopenbaard in de Bijbel en te kennen door het geloof. “Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.”

Werken

Daarom is het ook zo van levensbelang dat wij, aan het begin van een nieuw seizoen van werken en vergaderen, dat wij ons voortdurend blijven concentreren op het Woord van God. In de brief aan de Colossenzen worden we daartoe opgeroepen als de apostel Paulus schrijft, in hoofdstuk 3: 16: “Het woord van Christus wone rijkelijk in u.”
Want Christus woont en werkt in het midden van Zijn gemeente door Zijn Geest en Woord. Maar daarin is de gemeente niet passief, niet lijdelijk. Nee, de gemeente wordt verantwoordelijk gesteld. Het woord van Christus moet rijkelijk in haar wonen. Dat betekent dat ook wij vandaag worden opgeroepen om ijverig met de Schrift bezig te zijn om de band aan Christus te bewaren. Thuis, op de verenigingen en in alle verbanden waarin de HERE ons aan elkaar heeft gegeven. Niet mondjesmaat, niet karig, niet met tegenzin, nee, het woord van Christus moet rijkelijk in ons wonen. Omdat op die manier Christus onder ons is, de hoop der heerlijkheid.
Wij ervaren de aanwezigheid van Christus onder ons en in ons niet op mystieke wijze. We hoeven niet diep in onszelf te graven om zo aan de weet te komen of Christus wel in ons woont. Nee, in het gewaad van de Schrift, zou Calvijn zeggen, komt Christus naar ons toe met al zijn schatten en gaven. Met die voor het oog heel eenvoudige middelen van de zondagse prediking en de persoonlijke en gezamenlijke Bijbelstudie. En Hij vraagt nu van ons om daarin trouw te zijn. Want op die manier wil Hij onder ons blijven wonen en werken.

Onderwerpen

Het betekent gelijkertijd dat wij ons volledig aan Zijn Woord moeten onderwerpen. Er niets aan toe mogen doen en er niets van af mogen doen. Zijn Woord bewaren dus, ongerept en zoals het naar ons toekomt. Dat houdt in dat wij, wat ons als geschiedenis wordt geopenbaard, ook als geschiedenis zullen aanvaarden. Denkt u maar aan de eerste hoofdstukken van het boek Genesis. We zullen wat God ons daar openbaart over de schepping van hemel en aarde gelovig aannemen en niet onze menselijke denkbeelden daarop loslaten. Want door Gods openbaring over Zichzelf en al zijn werken kennen wij Hem in Zijn almacht en Zijn aanbiddelijke majesteit. En leren we ons vertrouwen te stellen op Hem alleen.
En we leren ook in de schepping van hemel en aarde Christus kennen want door het Woord, door Christus Jezus onze Here, zijn alle dingen geworden, Johannes 1: 3. Wie daarom de feiten omtrent de schepping van hemel en aarde zoals die in Genesis 1 en 2 worden beschreven discutabel stelt, speelt met zijn geloof en met zijn leven omdat Christus, de hoop der heerlijkheid, daarin naar ons toekomt.

Samenvatting voor de kinderen

Vanmorgen hebben jullie kinderen, het lied gezongen: “‘k Stel mijn vertrouwen
op de Heer mijn God.”

Dat is een prachtig lied. Als je het eenmaal geleerd hebt vergeet je het nooit meer.
En je moet het ook nooit meer vergeten. Want weten jullie waarom we ons vertrouwen kunnen stellen op de HERE God? Het antwoord daarop is eigenlijk heel gemakkelijk. Door alles wat in de Bijbel staat.
Daarin wordt beschreven hoe de HERE God alles wat je ziet, en ook alles wat je niet ziet maar wat er wel is, gemaakt heeft. Hoe? Door alleen maar te spreken. Zo machtig is de HERE, dat Hij door alleen maar te spreken alle dingen gemaakt heeft. En als je vader of moeder je uit de Bijbel voorlezen of uit de kinderbijbel, of je leest zelf al, dan zie je dat de HERE nog veel meer gedaan heeft. Dat Hij zorgde voor zijn volk Israël. Dat Hij allerlei wonderen deed om zijn volk te redden. Wonderen waar wij niks van begrijpen hoe dat kan, ook wij ouderen niet. Maar we geloven wel dat het allemaal zo gebeurd is omdat de HERE dat zegt. In de Bijbel.
En het grootste wonder is natuurlijk wel dat de Here Jezus Christus voor ons gestorven is. Daarom mogen wij, als wij in Hem geloven, weer Vader zeggen tegen God. Terwijl we dat helemaal niet verdiend hadden. Want wij waren juist ongehoorzaam geweest.
Nu ga ik weer even terug naar het begin. Jullie kinderen, en wij ouderen net zo goed, stellen ons vertrouwen op de HERE God omdat wij Hem leren kennen door de Bijbel te lezen. Daardoor weten we dat Hij voor ons zorgt. Dat heeft Hij beloofd. En toen je gedoopt werd heeft Hij dat ook laten zien. Door in de Bijbel te lezen weten wij ook dat voor de HERE niets onmogelijk is. Helemaal niets! Alles wat Hij wil dat kan Hij ook.
Maar dan is het niet moeilijk om Hem te vertrouwen toch? Als Hij alles kan wat Hij wil, nu dan kan Hij ook voor jou en mij zorgen. En om nu op de HERE te blijven vertrouwen moeten we maar vaak in de Bijbel lezen. Dat wil de HERE. Want dan leren we Hem steeds beter kennen. En weet je wat er dan gebeurt? Dan ga je zelf ook steeds groter van de HERE God en van de Here Jezus denken en spreken!

Bemoediging

En wij, broeders en zusters, wij zullen ook dit nieuwe seizoen weer, zo de Here wil, mogen werken en vergaderen. Bezig zijn als leesbare brieven van Christus. Zolang als de HERE het nodig vindt dat wij hier op aarde onze plaats innemen. Met de mogelijkheden en gaven die Hij ons geschonken heeft. In onderworpenheid aan zijn Woord. Met diepe dankbaarheid. Want God is het die ons in en door de Vrijmaking van 2003 bewaarde bij zijn Woord en Kerk. Doof zullen we daarom moeten zijn voor alle aanvallen die op zijn Woord gedaan worden, om ons levenswil. Want in en met dat Woord woont Christus onder ons. Aan ons ook dit nieuwe seizoen de taak om met dat Woord bezig te zijn, niet karig, niet zo nu en dan, als het ons uitkomt, maar rijkelijk. Want dat Woord leert ons de verwondering en de diepe vreugde over de grote genade van God over ons leven. “Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.”
En deze Christus woont en werkt niet alleen in het midden van zijn gemeente maar is ook onze voorspraak bij de Vader in de hemel. Hoe nodig is dat voor ons zondige mensen. Want telkens opnieuw zijn er de zonden in ons leven. Maar tot onze grote troost mocht de apostel Johannes optekenen: “wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige, en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld”, 1 Johannes 2 : 1 en 2.

Is dat als we straks weer naar huis gaan geen machtige bemoediging? Christus als onze voorspraak bij de Vader in de hemel! Christus onder ons, de hoop der heerlijkheid! Wonend en werkend in het midden van zijn gemeente. Hoe klein ook. Naar deze belofte van Hem: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden”, Matt. 18 : 20.
Denk daar maar aan, als u morgen naar de kerk gaat. Misschien komt u bijeen in een sporthal of in een troosteloos vergaderzaaltje die niet eens aan een kerk doet denken. En misschien denkt u weleens vertwijfeld; wat komt er van ons terecht. Zo weinig mensen, zo weinig predikanten.
Maar bedenk dan, als u telt met hoeveel mensen u aanwezig bent, en het zijn er misschien maar 15, dat u dóór moet tellen als u alle aanwezigen hebt gehad. Want u mag er, als u bijeenkomt in de naam van Christus, altijd EEN, met hoofdletters, bijtellen. “Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.”