Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Christus, Prediker van Gods recht

Jaargang: 
7
Datum: 
12 dec. 2012
Nummer: 
2
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1114


Jesaja 42:

1 Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren. 2 Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen. 3 Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid zal hij het recht openbaren. 4 Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten. 5 Zo zegt God, de HERE, die de hemel schiep en hem uitspande; die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot; die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen: 6 Ik, de HERE, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natiën: 7 om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.

Weer een rechtsgeding

In Jesaja 41 staat net als op meerdere plaatsen in het Oude Testament een soort rechtsgeding weergegeven. De aanklacht was de afgodendienst waartoe het volk van Gods verbond massaal was overgegaan. God daagde nu de afgoden en hun aanbidders uit: Toon nu eens wat jullie handelen voorstelt? Kunnen jullie je beloften waarmaken? Kunnen jullie überhaupt iets over de toekomst zeggen? Als je dàt kunt, bewijs je tenminste nog dat je een ‘god’ bent. Maar op die uitdaging van de HERE was geen enkele reactie gekomen.

De conclusie van de HERE was in Jes. 41 : 24:

Zie, gij zijt niets en uw werk is nietig; een gruwel is hij die u verkiest.

De afgoden worden door de HERE gezien als volledig loze en ijdele voorwerpen. De vereerders van deze afgoden zijn de HERE daarom een ‘gruwel’. Dat wil zeggen: ze zijn niet alleen dwaas dat ze zulke onzinnige en nutteloze voorwerpen vereren, maar ook ? wat erger is ? ze zijn goddeloos en verwerpelijk voor de HERE. Want ze hebben Hem zo als de ene ware God verworpen, terwijl ze Hem toch konden kennen. Ze verkozen niet de waarheid van hun trouwe God die ten leven is. Maar in plaats daarvan de zinloze en duistere verbeelding van hun eigen hart die hen naar de afgrond leidde.

Tegenover deze valse schijntoestanden verkondigt God dat Hij wèl betrouwbare beloften kan geven. Híj is als Enige bij machte om al Zijn beloften waar te maken. Hij bewijst steeds weer dat Hij ook echt dòet, wat Hij belooft. Zo wordt hier al de verlossing van Israel uit de ballingschap door Kores aangekondigd. En van daaruit zelfs de komst en het optreden van de Christus.

Jes. 41 : 27:

Als eerste verkondig Ik aan Sion: Zie, daar zijn zij ? en aan Jeruzalem geeft Ik een vreugdebode.

De HERE zegt daarmee: de zaken die Ik als eerste verkondig, zùllen gaan gebeuren. Dat is zo zeker dat Ik ze al tastbaar voor Mij zie. Namelijk de vreugdebode, die Ik aan Jeruzalem geef, Christus, de Evangelieverkondiger, de ware Vreugdebode.

Zo eindigt dit rechtsgeding. Wat een belangrijke boodschap voor de ontkerstende wereld waarin wij leven!

De Knecht

In hoofdstuk 42 mag Jesaja vervolgens profeteren hoe de HERE door deze beloofde Verlosser verlossing zal bewerken. Hoe Zijn heilsplan ten uitvoer zal worden gebracht.

Het is de eerste profetie aangaande de ‘Knecht des HEREN’.

Wie is deze Knecht van vers 1-7? Israël of Kores of een andere figuur uit de tijd van Jesaja?

Nee, er is maar één goed antwoord mogelijk: het kan alleen de beloofde Messias zijn.

Ten eerste omdat aan deze Knecht bepaalde zaken worden toegeschreven die een gewoon mens nooit kan volbrengen. Zo wordt de Knecht genoemd ‘het verbond van het volk’ en ‘het licht der natiën’. Maar vooral, en dat is beslissend, omdat de Here Jezus deze tekst op Zichzelf heeft betrokken toen Hij er de vervulling van aangaf in Matt. 12 : 17-21.

Daarin zien we ? zoals op zoveel andere plaatsen ? de volstrekte eenheid van de Schriften. En het voorberei-dende karakter van het Oude Testament. Onze tekst werpt zo een bijzonder licht op de komst en het werk van onze Heiland. De Heilige Geest maakt dat extra duidelijk door onze tekst op meerdere plaatsen in het Nieuwe Testament terug te laten komen.

Wat betekent het dat Christus ‘Knecht’ heet? Een knecht kan zijn een slaaf. Dan denken we vooral aan de nederige, ja vernederde staat van Christus. Hij heeft Zichzelf ontledigd en de gestalte van een dienstknecht, een slaaf, aangenomen (Fil. 2 : 7). Daarbij staat Christus’ lijden centraal.

Maar in onze tekst ligt bij de aanduiding ‘Knecht’ het accent meer op de dienstknecht die zich vrijwillig in dienst van zijn Heer stelt om Zijn wil uit te voeren. Dat blijkt uit het Griekse grondwoord, dat op een eretitel van ‘kind’ duidt. Deze dienstknecht, dit kind, hoort bij God.

God ondersteunt Hem, staat ook in vers 1. Want Hij zou voor de mens ondraaglijke lasten moeten dragen, de lasten van Gods toorn. Om onze zonden uit te delgen. Om de schuld van onze zonden te betalen. En om zo verzoening voor ons met God tot stand te brengen.

Profeet

Dat Zijn positie een bevoorrechte positie is, blijkt ook hieruit dat de HERE zegt: Hij is mijn ‘uitverkorene’. Niemand anders is er die Zijn werk zou kunnen doen. Hij is de uitnemende, die alleen Gods wil kon uitvoeren. ‘Mijn uitverkorene, in wie Ik mijn welbehagen heb.

Letterlijk staat er, en dat heeft ook de Statenvertaling: ‘in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft.’ Ook in Matt. 12 : 18 waarin deze tekst wordt geciteerd, staat dit zó opgetekend. God heeft een innige en hartelijke liefde tot deze Knecht. Hij is Zijn innig geliefde.

De omschrijving ‘Knecht’ betreft dus een naam die alle andere namen te boven gaat! Alleen de geliefde Zoon van onze HERE God heeft recht op deze heerlijke naam. Alleen Hij zal in staat zijn de wil van God te kunnen volbrengen als Zijn dienstknecht.

Hoe wordt het werk van deze dienstknecht nu verder aangegeven? Allereerst als dat van Profeet, Verkondiger. ‘Hij zal de volken het recht openbaren’ (vers 1). Daartoe heeft de HERE ‘Zijn Geest op Hem gelegd’. Hij is dus de profeet die de HERE aan Mozes had beloofd, in Deut. 18 : 18:

een profeet zal ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij, Mozes, zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied

Zo moeten we ook verstaan: Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. De Here Christus is als Ambtsdrager niet alleen verkoren, aangesteld door de HERE (zie ook vers 6). Hij is ook bekwaamd en toegerust door de Heilige Geest.

In Jes. 61 : 1 lezen we dit ook:

De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, …

‘Ik heb Mijn Geest op hem gelegd’, dat is ook: ‘Mijn woorden zal Ik in zijn mond leggen en Hij zal alles zeggen wat Ik hem gebied.’ Zo heeft de Here Jezus steeds gesproken, en zich bekendgemaakt als de dienstknecht van de Vader, die alles van de Vader had gekregen, en alleen Zijn wil uitvoerde.

Het recht

Welke boodschap moest dienstknecht Christus nu namens zijn Vader als Zender verkondigen?

Het is opmerkelijk dat in Jes. 42 niet staat ‘de blijde boodschap’, ook niet ‘het heil’ of ‘de verlossing’ of ‘de troost’. In drie verzen wordt de inhoud van Zijn boodschap genoemd ‘het recht’.

Hij zal de volken het recht openbaren; (vers 1)

naar waarheid zal hij het recht openbaren; (vers 3)

tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten; (vers 4).

De vraag is: wat wordt bedoeld met ‘het recht’? In het citaat door de Here Jezus van deze tekst in Matt. 12 wordt ‘het recht’ weergegeven met ‘het oordeel’. In het Grieks: ‘crisis’.

U zou kunnen vragen: Is dat nu heilsverkondiging? Raak je door te spreken van Gods ‘recht’ en Gods ‘oordeel’ niet het blijde en mooie van het evangelie kwijt?

Toch zeker niet. Om dat te begrijpen moeten we eerst doorlezen.

Ten eerste valt dan op de wijze waarop de Here Jezus het recht van God zal verkondigen, nl. in zachtmoedigheid. Hij zal geestelijke middelen gebruiken. Hij zal niet schreeuwen, maar rustig en stil zal Hij als profeet zijn werk doen (vers 2). Geen grote propaganda-activiteiten. Geen pracht en praal. Niet door kracht, niet door geweld, maar door Zijn Geest. Zijn verkondiging zal een ‘geestelijke’ verkondiging zijn.

Daarbij zal Hij het geknakte riet niet verbreken en de kwijnende vlaspit niet uitdoven (vers 3).

De Here gaat dus voorzichtig en teer om met hen die de dood nabij zijn. De Here is niet gekomen om te veroor-delen, maar om het verlorene te redden! (Luc. 19 : 10). Om mensen weer op te richten die twijfelden aan hun geloof, die een ingezonken geloof hadden. Om hen nieuw leven te geven die moedeloos waren, die geen toekomstverwachting meer hadden.

Licht en crisis

Wat betekent dan het recht? Het recht van de HERE vraagt erom dat alles weer recht voor Hem komt te staan. Hij heeft als de grote Schepper aller dingen als Enige recht op deze schepping, recht op alle mensen, recht op de verheerlijking van Zijn naam.

Het grote doel van Gods rijke raadsplan is daarom, te komen tot het grote herstel van Zijn Schepping en Zijn mensen. Om dat te verwezenlijken zond Hij zijn Knecht, Zijn geliefde naar deze aarde. Zo wordt Christus hier aangekondigd als verkondiger van het recht van de Schepper op zijn Schepping.

Dat recht wordt in de eerste plaats verkondigd aan Gods verbondsvolk om Gods volk weer terug te brengen tot de gerechtigheid van het verbond. De Knecht is gesteld tot een verbond voor het volk (vers 6). Maar daarnaast in de nieuwe bedeling ook tot het ‘het licht’ voor de volken (vers 6); de kustlanden (vers 4). Hij is het licht voor de wereld die in het duister leeft.

Gods Zoon kwam om het leven te hergeven, om licht te kunnen laten schijnen in de duisternis, zodat God weer aan Zijn eer zou komen. Daartoe moesten door Hem blinde ogen worden geopend (vers 7).

Dat heeft de Here Jezus lichamelijk laten zien in Zijn wonderlijke genezingen op aarde. Maar vooral heeft de Here Jezus dat geestelijk door Zijn verkondigde Woord en door Zijn Geest bewerkt. Overal waar Zijn Woord heeft geklonken. Zo was en is Hij het licht der wereld.

Maar het komt er wel op aan dat dit evangelie wordt aangenomen. Ook voor ons. Zo vaak we het horen. Of we deze Heiland als onze hoogste Profeet en Leraar, onze enige Hogepriester en onze eeuwige Koning willen aanvaarden. Of we werkelijk in alles bij Christus willen schuilen.

Nu verstaan we ook waarom de evangelieverkondiging van Christus door Hem Zelf genoemd werd prediking van de crisis, prediking van het beslissende in je leven.

Hij Zelf is het licht voor ieder die Hem wil aannemen. Licht dat wijst op het eeuwige leven met God, op de vrede met God en de eeuwige zaligheid in Zijn rijk.

Wie dit overweldigende Licht verwerpt, die is verblind. Die wacht het oordeel.

De Here Christus heeft het beslissende van Zijn prediking onder woorden gebracht in Joh. 9 : 39:

Tot een oordeel (‘crisis’) ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen, en wie zien, blind worden.

Het aanvaarden van de boodschap van de Knecht des HEREN staat tegenover het blijven dienen van de afgoden. Het is een boodschap van grote antithese. Waarbij de HERE duidelijk maakt dat die afgoden geen enkele toekomst bieden. Maar dat Hij door zijn Knecht het eeuwige leven in het vooruitzicht stelt van de hele wereld. Met vaste en duurzame beloften.