Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Christus en onze dankbaarheid

Jaargang: 
7
Datum: 
23 jan. 2013
Nummer: 
7
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1133


Kol. 3:15-17:

15 En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar. 16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. 17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!

Weest dankbaar

In vers 15-17 wordt ook het uiteindelijke doel aangegeven van de vrede en de opbouw die er in de kerk van Christus dient te zijn.

In vers 15 staat:

en weest dankbaar

Dat lijkt een kleine toevoeging als daarvoor uitgebreid gesproken wordt over de vernieuwing van het leven en de vrede van Christus die in de harten van de gelovigen moet regeren.

Maar dat kleine zinnetje en weest dankbaar geeft aan wat de vrede van Christus als belangrijkste in de harten moet uitwerken. Het gaat bij dit alles in de verhouding tot God en in de verhouding onderling in de kerk, uiteindelijk om de lof en de eer en de dank aan God.

Weest dankbaar, dat richt zich dan ook allereerst op God en op Christus. Het is de dankzegging voor alle zegeningen die we van en in de Here ontvangen.

Heel het heerlijke verlossingswerk van de Here met Zijn zegeningen van rechtvaardiging en heiliging, is gericht op de meerdere glorie van Zijn naam. Het gaat de Here in Zijn vrederijk om de verheerlijking van de naam van God. Daarin komt het mens-zijn weer tot zijn ware volle ontplooiing, zoals het bij de schepping was bedoeld, maar door de zonde was bedorven (Rom. 1:21). Maar door de vrede van Christus mag dit doel weer worden bereikt. Samen, in eendracht komt ook het kerk-van-Christus-zijn tot zijn hoogste doel (Rom. 15:6,9).

In uw harten

God onze dankbaarheid tonen hangt niet af van de omstandigheden waarin wij verkeren! Hij is toch altijd onze God en Vader in voorspoed en tegenspoed? Alles ontvangen we toch uit Zijn Vaderhand ons ten goede (Rom. 8:28)? In 1 Tess. 5:16-18 staat:

verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil van God in Christus Jezus ten opzichte van u.

Want dat is de wil van God wil daar zeggen: want dat is Gods welbehagen, Zijn voornemen. Daar is Hij op uit in Zijn schepping. Om te worden verheerlijkt en te worden gedankt door Zijn kinderen.

De uitverkiezing van de Zijnen in de Here Jezus Christus, de roeping van hen, de heiliging van hen, het is alles gericht op de grote dankzegging en lofprijzing van Zijn naam.

Zo lezen we dat ook telkens in de schitterende lofrede op Gods verlossingswerk Ef. 1:1-14: zie Ef. 1:6,12,14.

Zo lezen we dat ook in het slot van Kol. 3:16:

het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.

Alles in ons leven is ertoe bestemd om Gods naam te verheerlijken.

Laten we bij alle ontvangen zegeningen daarom niet ondankbaar zijn. Niet ontevreden in de kerk zitten. Laten we toch geen van Zijn weldaden vergeten om Hem daarvoor te danken (Ps. 103:2).

Hij is het toch Die al onze ongerechtigheden vergeeft, Die al onze ziekten geneest, Die ons leven verlost van het graf? Hoe kunnen we Hem daarvoor ooit genoeg dankbaar zijn (Ps. 116:12)?

Laten we ons daarom dankbaar inzetten voor de opbouw van de kerk, voor het toegroeien naar Christus, voor de lof aan God.

Daartoe heeft de Here psalmen, lofzangen en geestelijke liederen gegeven. Die zullen we met name gebruiken voor onze dankzegging. Ook daarin moeten we niet verachteren.

Laten we die psalmen ook thuis zingen in de gezinnen. En daarbij goed overdenken wat we erin zingen. Daar de gepaste eerbied en dankbaarheid bij in acht nemen.

Ook daartoe zullen we elkaar moeten opbouwen om de lof aan de Here eendrachtig steeds meer vorm te geven.

Alles in de naam des Heren Jezus Christus

We zullen voor onze dank heel ons leven vormgeven als een lévend dankoffer. We mogen het niet beperken tot een enkel dankgebed of een terugkerende dankpsalm. Nee, héél ons leven van elke dag, persoonlijk, in de gezinnen, en in de gemeenschap van de kerk, mag en moet nu door de vrede die Christus heeft aangebracht, een leven in dankbaarheid zijn.

Zoals vers 17 zegt:

En al wat gij doet met woord en werk, doe het alles in de naam des Heren Jezus Christus, God de Vader dankende door Hem.

Wat we ook doen in woord en werk, kortom, wat we spreken, wat we doen in vrije tijd, op ons werk, voor de kerk of in de kerk, alles zullen we doen om God te kunnen danken.

Dat vereist ook dat we kritisch kijken naar woord en werk. Stemt dat wel overeen met Gods wil? Want hoe kunnen we Hem er anders voor danken? Dat lijkt een heel zware opgave. Zo veelomvattend en zo diepingrijpend dat we daar voortdurend heel erg in te kort schieten.

En dat doen we ook.

Maar er staat in vers 17 wel bij het danken van God de Vader in de naam des Heren Jezus Christus. Onze Heiland is ons ook tot heiliging gegeven (1 Kor. 1:30). Onze Heiland is er ook voor onze dankbaarheid! Hij Zelf heeft volmaakte dankbaarheid getoond aan Zijn Vader. Hij heeft Hem verheerlijkt op aarde (Joh. 17:4).

Hij zal nu op ons gebed door Zijn Geest in ons de juiste dankbaarheid uitwerken. Ja we mogen Hem daarbij navolgen, we mogen in de kracht van Zijn Geest God danken, en Zijn dankbaarheid wordt ons toegerekend, zo vaak we ook daarvoor bij Hem blijven schuilen.

Nee, onze dankbaarheid is niet een tegenprestatie voor alles wat we aan zegeningen van God hebben gekregen. Ook onze dankbaarheid, die ons léven voor God moet beheersen, wordt ons geschonken in Christus. Hij, Die onze rechtvaardigheid en heiligmaking is geworden, Hij is onze dankbaarheid. Alles in Christus, Die ons de vrede heeft geschonken.

Zijn barmhartigheid bewerkt nu onze eredienst, daar zullen we van harte aan willen geven. God blijft het van ons vragen. Maar Hij geeft ook daarvoor Zijn Zoon,

Rom. 12:1.

Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.

Dat is een opdracht voor heel ons leven, alleen te volbrengen in de naam des Heren Jezus Christus.