Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Christelijke levensstijl

Jaargang: 
3
Datum: 
17 jun. 2009
Nummer: 
23
Schrijver: 
W. Ensing
ID:
531
Rubriek: 



Vrijheid

Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. (Galaten 5 : 1). Dit is een heilshistorische werkelijkheid. Daarvan getuigt de hele Heilige Schrift.

De evangelist Johannes verwoordt het zó: Wanneer de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.
En waarvan heeft de Zoon ons vrijgemaakt?
Van de zonde, want ieder die de zonde doet is slaaf van de zonde. (Johannes 8: 34-36)
Daarvan zijn we bevrijd door het verzoenend lijden en sterven van Jezus Christus.
Dat weten we uit de Heilige Schrift, die ons een betrouwbaar verhaal geeft van onze bevrijding. En deze christelijke vrijheid – we hebben hem immers door Christus ontvangen – schenkt ons datgene, wat we verloren hebben, namelijk: de vrijheid zoals we die in het Paradijs hadden. En in deze vrijheid moeten we weer beeld worden van de Drie-enige God.

Daarin wil de Heilige Geest ons bijstaan: Hij wil ons leven vernieuwen en heiligen, door ons het door Christus verworven heil toe te eigenen. Dat mogen wij in ons leven uitwerken en laten zien. (H.C. v+a 32)

We moeten dood zijn voor de zonde, maar levend voor God in Christus. Dit is een vrijheid van de slavernij der zonde en – en dat hangt er nauw mee samen – een vrijheid tot de dienst van God. (Romeinen 6 : 11)

Dat betekent dat we niet naar het vlees maar naar de Geest wandelen. (Romeinen 6 : 4)
Onder christelijke vrijheid verstaan we: in Christus, met een goed geweten, God als Vader van harte dienen, in gemeenschap met Zijn volk, dat op weg is naar de volkomen verlossing. In deze omschrijving van christelijke vrijheid zijn de volgende punten te onderkennen:
* In Christus: Dat is in de verbondenheid en de gemeenschap met Christus en met al de door Hem verworven weldaden. Dat vraagt om vernieuwing van het leven door de Geest.
* Een goed geweten: Immers het geweten klaagt ons aan. Romeinen 7: 19 zegt: Niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik. Christus wil ons geweten reinigen door Zijn bloed en zo kunnen we vrij de dienst van onze Vader zoeken. (H.C. v+a 60)
* God als Vader van harte dienen: De God die ons bevrijd heeft vraagt het leven van Zijn volk. Daartoe gaf Hij ons Zijn Verbondswet. Daarin vraagt de HEERE liefde-dienst van ons, namelijk: God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf. Of zoals Romeinen 12 : 1 het zegt: onze lichamen stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer.
* In gemeenschap met Zijn volk: Daarbij komt de vraag naar voren: Hoe gedragen we ons in de gemeenschap, waarin God ons geplaatst heeft? Daaruit moet onze liefde tot God af te lezen zijn. We zijn aan elkaar gegeven en op elkaar aangewezen van Hoger Hand.
* Op weg naar de volkomen verlossing: Dat moet de christelijke levensstijl stempelen. De lendenen moeten omgord zijn: We moeten ons reisvaardig maken voor het einddoel van het geloof. Daartoe mogen we elkaar aanspreken op een christelijke levenswandel. We zijn samen op reis en we willen toch niet in deze wereld thuis zijn? We zijn wel ín de wereld, maar niet ván de wereld. Tegenwoordig is er de trend naar ‘eigentijds’ willen zijn; ook in de kerk. Lijkt dat niet wat op wereldgelijkvormigheid?

Eerbaar wandelen

Petrus zegt: We moeten heilig worden in al onze wandel: Weest heilig, zegt de Here, want Ik ben heilig. (1 Petrus 1 : 16) Dat is niet zo gemakkelijk te volbrengen, maar Christus wil onze Reisleider zijn op de weg naar de volkomen verlossing en dat zal ons gedrag bepalen. Dan zullen we eerbaar wandelen (Romeinen 13 : 13), betamelijk handelen (1 Corinthe 7 : 35) en niemands gevoel kwetsen. Want wij zijn geheel anders; wij hebben Christus leren kennen. (Efeze 4 : 20)
Christus heeft ons vrijgekocht en dat duur betaald met Zijn bloed. Dat moet ons dankbaar stemmen. Maar hoe geven we in de praktijk van ons leven gestalte aan die dankbaarheid èn aan de gehoorzaamheid, die God van ons vraagt? Hier ligt een opdracht voor de gemeenteleden samen.

Opdracht

Ziet dus nauwlettend toe hoe gij wandelt. (Efeze 5 : 15) In deze ‘wandel’ zullen gemeenteleden naar elkaar omzien: ook naar elkaars levensstijl.
Gemeenteleden zullen elkaar helpen en sterken, elkaar corrigeren en stimuleren. Elkaar dagelijks vermanen (Hebreeën 3 : 13) en dus met elkaar in gesprek zijn. In de gemeente mogen geen mensen zijn die eenzaam zijn of zich eenzaam voelen.

In zijn boekje ‘Uit de praktijk der Godzaligheid’ definieert ds. J.G. Woelderink het woord Godzaligheid als: De eis van de Heilige Schrift, dat het hele leven aan God gewijd zal zijn. Het is pas dan goed met het christelijk leven als het vol is van de Geest van God.
Zo wordt het christelijk leven gekend uit de vruchten.
In de Heidelbergse Catechismus staan naast de geloofsbelijdenis ook de tien geboden. Het gaat in de Catechismus dus niet alleen om wat geloofd moet worden, maar ook om wat gedaan moet worden. Goede werken behoren uit een waar geloof te zijn en ze moeten zijn naar de wet Gods en ter ere Gods (H.C. v+a 91).

Jezus zegt: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij (Mattheüs 16 : 24).
Willen we Jezus volgen dan zullen we van alles afstand doen. Er mag niets staan tussen Jezus en ons. Al onze eigen wensen en begeerten moeten we dan opgeven en onze eigen zin en wil kruisigen. We zullen steeds bij onszelf zeggen: Here, wat wilt Gij dat ik doen zal? En zo Zijn geboden bewaren en ons hele leven aan Hem overgevend.

Richting

Om ons richting te geven hoe onze levenswandel behoort te zijn in het kader van de christelijke vrijheid, geeft Galaten 5 : 22 ons te kennen wat de vruchten van de Geest zijn:
Blijdschap: de blijdschap van het geloof.
Vrede: een religieus begrip: de welstand van het aardse leven is een gave Gods. Vrede is ook het Messiaanse heil en zal toegepast worden op de onderlinge verhouding der gelovigen.
Lankmoedigheid: God verlengt de genade om de mens de kans te geven zich te bekeren.
Goedertierenheid: Deze is alleen mogelijk in dienst van de Heiland. Er moet liefde en vriendelijkheid van ons uitstralen en we moeten onze vijanden liefhebben. Maar dat vraagt wél zelfverloochening.
Trouw: Onze trouw rust in Gods trouw, en getuigt ervan dat we kinderen Gods zijn. We mogen trouw zijn in Zijn dienst, in de belijdenis van Zijn Naam en in het houden van Zijn geboden.
Zachtmoedigheid: Deze leert ons om de minste te willen zijn.
Zelfbeheersing: We moeten over onze geest heersen. Christus heeft heerschappij over ons en we worden door Zijn Geest geleid. Niets kan zich tussen ons en Christus dringen, die ons waarlijk vrij gemaakt heeft.

Maar de christelijke vrijheid en mondigheid is onderworpen aan Gods geboden, waarin Hij Zijn waarden en normen stelt en de grenzen van ons handelen aangeeft.
In de brief aan de Galaten lezen we: Want Gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; gebruikt echter die vrijheid niet als aanleiding tot het vlees, maar dient elkander door de liefde. (Galaten 5 : 13) Hierin moeten we Christus navolgen. Christus navolgen is Hem dienen en gehoorzamen, zijn levensstijl navolgen:
* Christus vervulde de taak of roeping die Hij van Zijn Vader ontvangen had.
* Christus diende God en de naaste.
* Christus aanvaardde het lijden en roept daarom de christenen op tot zelfverloochening.

Christus navolgen

Om hierin Christus na te volgen en de christelijke vrijheid ten volle te ontplooien hebben we elkaar en de kerk nodig.
Als we uitzien naar de dag van de wederkomst van Christus, zullen we onze stijl van leven daarop instellen. Het is Gods bedoeling ons gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn Zoon. Dat beloofden we ook onze kinderen voor te houden en voor te leven.
Als kinderen niet geleerd hebben tegenover God dagelijks hun keuze te doen, komen ze er gemakkelijk toe de regels overboord te gooien, zodra ze op eigen benen staan. En Paulus zegt in Efeze 5 : 15: ‘Ziet dus nauwlettend toe hoe gij wandelt.’ Het komt dus wel precies!
De vrijheid van de mens rust op zijn binding aan God. Een mens is vrij voor zover hij zich voor God beschikbaar stelt en zich onderwerpt aan Zijn wet, die liefde tot God en de naaste vraagt.
Geloven doe je niet alleen in de kerk. We behoren te zijn het zout der aarde en een licht op de kandelaar. Ons leven is een toewijding aan God door de Heilige Geest, die het leven vernieuwt. Heel ons leven zal dan een Godverheerlijkende Eredienst zijn. Ons hele leven zal een offer aan de Here wezen.
Mijn hart o Hemelmajesteit, is tot Uw lof en dienst bereid. (Psalm 108 : 1)

(Met een woord van dank aan zr. T. Spoelman - Hutten en br. C.A. Teunis bij de uiteindelijke realisatie.)