Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 5

Jaargang: 
7
Datum: 
25 sep. 2013
Nummer: 
37
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1243
Rubriek: 


We gaan verder met het behandelen van de catechismus. We hebben het een paar maanden geleden gehad over de eerste vier Zondagen. Deze gingen over onze ellende. We zagen dat alle mensen zondig zijn, en dat alle dingen die we doen bevlekt zijn met zonde. We leerden ook dat de Here hier erg boos over is, Hij wil de zonden bestraffen. Vandaag gaan we verder met hoofdstuk twee van de catechismus: de verlossing. Lees maar mee.Lezen: Hebreeën 2:14-18Zingen: Psalm 51:1,2

Schuld

Stel, je ouders gaan een huis kopen. Een huis kost ongeveer 200.000 en soms wel 300.000 euro. Ze kunnen dit niet in één keer betalen, ze lenen het geld van de bank. Hierdoor krijgen ze een schuld bij de bank. Iedere maand, als je vader salaris krijgt van zijn baas, dan gaat een deel van het geld naar de bank om de schuld af te betalen. Na heel veel jaren betalen, is de schuld bij de bank weg. Het is afbetaald.

Zou het ook zo zijn met onze schuld bij de Here?

Door onze zonden hebben we een grote schuld bij de Here. Onze schuld is veel meer dan die 300.000 euro van dat nieuwe huis. De Here wil dat we onze schuld afbetalen. Kunnen wij dat? Kunnen de mensen elke dag iets doen zodat onze schuld bij de Here kleiner wordt.

Nee, dat kan niet. Wij maken de schuld zelfs elke dag groter! Elke dag komen er zonden bij.

Betalen

Maar hoe moet het dan? De Here wil toch dat we afbetalen, we kunnen de straf niet ontlopen. Er moet betaald worden door onszelf of door een ander. Zouden we een dier kunnen offeren of kan een ander mens voor onze zonden betalen? Nee, dat kan ook niet. Dieren en de andere dingen op aarde zijn schepselen van God, ze zijn door de Here gemaakt. Ze kunnen niet betalen voor ons. Ze kunnen niet Gods toorn dragen. Toorn is de boosheid van God over onze zonden. De Here wil ook geen ander schepsel straffen voor iets wat de mens heeft gedaan.

Verlosser

We moeten een Verlosser vinden die een echt en rechtvaardig mens is. Hij moet dus net zo mens zijn als wij, maar dan zonder zonde. Ook moet deze Verlosser echt God zijn. Hij moet sterker zijn dan alle schepselen, dan alles wat God heeft geschapen.

De Here is een genadig God. Hij heeft Zelf een plan gemaakt om ons te redden. Wij hebben dat niet verdiend, maar de Here komt Zelf met de oplossing. Hij stuurde zijn Zoon. Deze Zoon kan voor ons betalen en de schuld wegnemen. Je hebt hierover gelezen in de brief aan de Hebreeën. De Here Jezus werd net als wij verzocht door de duivel. De mensen zijn naar de duivel gaan luisteren. De Here Jezus luisterde niet naar de duivel, daarom kan Hij ons helpen. Wij hoeven alleen te geloven. Wij moeten onze schuld kennen en de Here om vergeving vragen. Onze zonden worden vergeven, omdat de Here Jezus voor onze zonden heeft betaald. Daardoor mogen wij Gods kinderen zijn.