Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 4

Jaargang: 
7
Datum: 
12 jun. 2013
Nummer: 
27
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1213
Rubriek: 


De vorige keer hebben we jullie uitgelegd dat de Here de mens goed had geschapen maar dat de mens ongehoorzaam was in het paradijs. Doordat Adam en Eva gezondigd hebben, zijn alle mensen zondig. Vandaag willen we jullie iets vertellen over wat de Here van onze ongehoorzaamheid vindt. We leggen in dit artikel Zondag 4 aan jullie uit.Lezen: Psalm 5:1-7Zingen: Psalm 5:3,4

Onmogelijke opdracht?

Stel je voor dat jij aan een klein babytje vraagt om de deur dicht te doen.

Of je vraagt aan een jongetje van twee jaar om zijn naam op te schrijven.

Of je vraagt aan je zusje van vier jaar om je te helpen met je rekensommen.

Dat is toch allemaal onmogelijk?

Je vraagt veel te veel van hun, ze kunnen dat (nog) niet. De opdrachten zijn onmogelijk te doen door deze kleine kinderen.

Zondag 4 vraagt zich af of dit net zo is als met de vraag van de Here. De Here vraagt gehoorzaamheid, maar dat kunnen we toch niet? De Here vraagt veel te veel van ons, zondige mensen. Hij vraagt het onmogelijke, net zoals jij dat vroeg aan die kleine kinderen.

Toch klopt dat niet.

De Here vraagt gehoorzaamheid van de mensen die Hij goed had geschapen. De mensen konden ook gehoorzaam zijn. De vraag was dus niet onmogelijk! Doordat de mensen zijn gaan zondigen, kunnen ze het nu niet meer. De mensen zijn gaan luisteren naar de satan, de duivel. Eigenlijk klopten die voorbeelden van die kleine kinderen dus niet. Die kleine kinderen kunnen niet wat jij van hen vraagt. De mensen konden wel doen wat God vroeg, ze hebben er zelf voor gezorgd dat het na de zondeval niet meer kon.

Psalm 5

Zou de Here ook boos zijn over al de zonden die wij elke dag doen? Of maakt het de Here niets uit? In Psalm 5 kun je het antwoord lezen. In de twee psalmverzen die je zonet hebt gezongen, zong je over mensen die onrecht doen, die niet eerlijk spreken, mensen die anderen doden. De Here haat deze zonden. Hij zal de misdaden wreken. Dat hoeven we niet verder uit te leggen. De Here is er dus erg boos over! Hij zal de mensen straffen die zonden doen. We lezen in de Bijbel hier vaak over. Zo ook in Galaten 3:10: Vervloekt is een ieder die zich niet houdt aan alles wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

Barmhartig en rechtvaardig

Ken je het verhaal van de barmhartige Samaritaan?

Een beroofde man lag gewond langs de kant van de weg. Een leviet en een priester liepen langs zonder te helpen. Toen kwam de Samaritaan, hij hielp wel. Hij was aardig, behulpzaam en vriendelijk. Hij was barmhartig. Denk maar aan deze barmhartige Samaritaan als je wilt weten wat barmhartig is. De Here God is ook barmhartig. Ondanks onze zonden wil de Here toch onze Hemelse Vader zijn.

Toch ziet Hij onze zonden ook. Hij is ook rechtvaardig. Hij is boos over de zonden die wij tegen Hem doen. Hij wil die zonden straffen met de ergste straf die er is. De eeuwige straf in de hel. Het is belangrijk om beide dingen goed te onthouden. Sommige mensen denken dat God alleen barmhartig is. Zij denken dat God alleen liefde is. Zij doen wat ze zelf graag willen: samenwonen, niet naar de kerk gaan of ze gaan scheiden. Ze vergeten dat God ook rechtvaardig is, en dus zal straffen wie zonden doet.

Een andere groep mensen denkt dat de Here alleen rechtvaardig is. Zij denken aan de Here als een boze en kwade God. Zij zijn altijd bang voor de Here, zij weten niet zeker of de Here hun God wel wil zijn. Ze twijfelen aan Gods beloften. Ze vergeten dat de Here ook barmhartig is. Beide dingen zijn dus belangrijk om te weten. In de Bijbel wordt duidelijk gezegd dat de Here barmhartig én rechtvaardig is!

Ellende

Met Zondag 4 zijn we aan het einde gekomen van hoofdstuk 1 van de catechismus. We hebben het vier keer gehad over onze ellende. Misschien werd je er niet echt vrolijk van. Het is niet erg dat je het niet echt leuk vond, want dat betekent dat je goed weet dat we zondig zijn. Nu kunnen we dan ook verder naar het volgende hoofdstuk. We moeten eerst goed weten dat we schuldig zijn voor de Here.

Dan kunnen we het daarna hebben over onze verlossing en onze dankbaarheid daarvoor. Als we niet zouden weten dat we schuldig zijn, dan denken we ook dat we geen Verlosser nodig hebben. En dan zouden we ook niet goed weten waar we dankbaar voor moeten zijn.

De volgende keer gaan we D.V. verder met deel 2: de verlossing.

Verwerkingsvragen

1. Kunnen wij de Here gehoorzaam zijn?2. Is de Here boos over onze zonden?3. Wat betekent barmhartig?4. Wat betekent rechtvaardig?5. Uit welke drie delen bestaat de catechismus?6. In welk hoofdstuk staat Zondag 4?