Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 32

Jaargang: 
11
Datum: 
09 mrt. 2016
Nummer: 
2
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1606
Rubriek: 


`Dankt, dankt nu allen God´, zo kun je beginnen met zingen voordat je dit artikel gaat lezen. En daarmee zit je gelijk in het onderwerp van vandaag. Na verschillende Zondagen over onze verlossing, begint Zondag 32 van de catechismus over de dankbaarheid. Hoe gaan we God danken voor Zijn grote daden? Wat vraagt de Here van ons?Lezen: Mattheüs 5:13-16Zingen: Gezang 35:1

Drie delen

Een hele poos geleden, toen we Zondag 1 bespraken, hebben we jullie verteld dat de catechismus uit drie hoofdstukken, uit drie delen, bestaat.

Hoofdstuk één ging over onze ellende, onze zonde. We hebben geleerd dat de mensen na de zondeval in ellende, in zonde leven. Adam en Eva hebben tegen de Here gekozen in het paradijs. Ook wij doen elke dag zonden en gaan tegen Gods Woord in. We leven in een wereld vol ziekte, oorlog, angst, natuurrampen, ellende. Dit alles is onze eigen schuld.

In het tweede hoofdstuk hebben we geleerd dat we een Verlosser nodig hebben. We lazen in de Bijbel dat deze Verlosser de Here Jezus, de Zoon van God is. Hij stierf voor ons aan het kruis. Hij heeft voor ons betaald en zo de weg vrij gemaakt om Gods kinderen te zijn.

En nu zijn we met Zondag 32 toegekomen aan het derde deel van de catechismus. `Onze dankbaarheid´ staat erboven. In de komende artikelen willen we jullie iets vertellen over hoe we de Here dankbaar mogen zijn voor al Zijn verlossingswerk.

Tot eer van God

De Here God heeft Zijn Zoon naar de aarde gestuurd om ons te verlossen van onze zonden. Als je dit weet, dan verandert dit je leven. Je hoeft niet meer steeds aan je ellende en je zonden te denken. Je weet, ik ben een kind van God en daarom ben je blij en dankbaar. En daarom verandert je leven. Je wilt in je leven laten zien dat je blij en dankbaar bent. Je wilt goede werken doen om de Here te danken. Deze goede werken doen wij: (1) om God te eren, (2) voor ons eigen bestwil, en (3) voor onze naaste.

Ten eerste doen we deze goede dingen voor de Here. We willen Hem in ons leven danken. Toch kunnen we niet zeggen dat wij zelf iets goeds doen. Al onze werken zijn bevlekt met zonden, zo hebben we geleerd in Zondag 2 en 3. Maar doordat de Heilige Geest in ons hart werkt, kunnen we ons best doen om de zonden weg te doen en heilig te leven voor de Here. De Heilige Geest vernieuwt ons. Dit betekent niet dat je opeens een ander gezicht krijgt, of een nieuw lichaam. Nee, de Heilige Geest vernieuwt ons hart. Hij verandert ons van de oude, zondige mens, in de nieuwe mens. De nieuwe mens die de Here dient. Het is geen verdienste van onszelf. De Here God moet het ons geven en in ons werken.

Tot heil van onszelf

Die goede werken doen is, in de tweede plaats, ook goed voor onszelf. Want door ons te houden aan Gods geboden wordt ons leven hier op aarde beter. De Here heeft ons geschapen, Hij weet ook wat het beste voor ons is. Hij heeft Zijn tien geboden gegeven. Hij weet dat het voor ons goed is dat we niet stelen, niemand vermoorden, niet gaan scheiden, niet liegen e.d. Door ons te houden aan Gods regels, leven we als kinderen van de Here God goed met elkaar. We denken om elkaar, we helpen elkaar en zo laten we zien dat het leven met de Here goed is.

Tot heil voor de naaste

Goede werken doen is in de derde plaats goed voor onze naasten. Naasten zijn de mensen die om ons heen leven en wonen. De Here Jezus heeft ons dat Zelf geleerd, zie maar Mattheüs 5:13-16. We mogen ons licht laten schijnen. Dit betekent dat we Gods liefde mogen uitstralen. Door onze daden kunnen anderen zien dat het bij de Here goed is. Zo mogen ook anderen tot geloof komen en kind van de Here worden. Zij mogen ook Gods liefde leren kennen. Doordat wij anders leven dan de goddelozen, moet het opvallen dat wij kinderen van de Here zijn.

Ook de naasten binnen de kerk zijn belangrijk. Als wij expres slechte dingen doen, kunnen onze naasten gaan spotten met de kerk en soms zelfs spotten met God. Sommige mensen gaan weg bij de kerk om wat broeders en zusters hen hebben aangedaan. Dit is heel slecht. Juist door de goede dingen te doen, moeten we elkaar helpen om tot eer van God te leven.